Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 3/2001

Pol Pot in Parijs

De wortels van de Killing Fields liggen in de Franse hoofdstad

Door: Micha Kat
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Wat deed een jonge Cambodjaan met de naam Saloth Sar in Parijs van 1949 tot 1952? Lezen, discussiëren en naar de film gaan. Maar ondertussen legde hij de fundamenten voor het meest bizarre terreurregime uit de geschiedenis van het communisme. Onder de naam Pol Pot dreef hij een kwart van de Cambodjaanse bevolking de dood in.
In de zomer van 1949 meerde het schip de Jamaique aan in Marseille en liepen eenentwintig zeer jonge Cambodjaanse studenten de loopplank af. Hun doel: studeren in Parijs. Op weg naar het station beklommen ze de monumentale trap met aan weerszijden de enorme beelden die de Franse koloniën personifieerden. Een van deze beelden is een weelderige jonge vrouw gekleed in Angkor-stijl (Cambodja), die van twee andere vrouwen (Laos en Vietnam) een Boeddhabeeld krijgt aangeboden en een schaal met vruchten. De beelden staan er nog altijd.
 

Saloth Sar        

Vijf van deze eenentwintig studenten zouden later belangrijke posities gaan bekleden binnen het Cambodjaanse communisme. Een van hen was de negentienjarige Saloth Sar die onder de naam Pol Pot van 1975 tot 1979 aan het hoofd zou komen te staan van het meest bizarre terreurregime uit de geschiedenis van het mondiale communisme. De eenentwintig Cambodjanen hadden een beurs gekregen van de Franse regering, die het in die tijd in Cambodja nog voor het zeggen had. Sar kreeg in Parijs een bed in het Indochinees Paviljoen van het Cité Universitaire aan de zuidrand van de stad.

Vanaf 1946 hadden slechts honderd Cambodjanen een beurs voor Frankrijk gekregen; zonder uitzondering behoorden ze tot de pro-Franse elite. Waaraan Saloth Sar zijn beurs te danken had is niet precies duidelijk, maar wel is bekend dat Sar familiebanden had met het koninklijk huis in Phnom Penh en dat Sar een Franstalige eliteschool bezocht in Kampong Cham.

Daarnaast is het plausibel dat hij werd uitgekozen omdat zijn studierichting (in ieder geval technisch, waarschijnlijk radiotechniek) beantwoordde aan een grote behoefte in het Cambodja van die jaren.
 

Saloth Sar was, toen hij in de trein naar Parijs uit het raampje keek, nog geen communist. Dat werd hij in Parijs

Voor het mondiale communisme was 1949 een jaar van ongekend optimisme: de communistische partijen in Europa (waaronder de Parti Communiste Français - PCF - en de Nederlandse CPN) waren machtsfactoren van belang; Mao had China onder het rode juk gebracht; in Rusland bereikte de persoonsverheerlijking van Stalin een hoogtepunt; Korea maakte zich op voor de oorlog der ideologieën en in Cambodja werden de Fransen voor het eerst geconfronteerd met gewapend verzet dat werd aangestuurd door de Parti Communiste d'Indochine (PCI), de communistische partij van Indochina die in het noorden van Vietnam reeds met de Fransen in een oorlog was verwikkeld.

Maar Saloth Sar was, toen hij in de trein naar Parijs uit het raampje keek, nog geen communist. Dat werd hij in Parijs. Direct na zijn terugkeer, in 1953, vlak voor Cambodja's formele onafhankelijkheid, sloot hij zich aan bij het communistische verzet, de Viet Minh, en dook onder in de bush.


Arbeidersbrigade

De bronnen over Sars wedervaren in Parijs zijn schaars, maar niet afwezig. De lichtstad vibreerde in die tijd immers van de intellectuele en vaak avant-gardistische gedachtestromingen en groeperingen – de school van Sartre met het existentialisme, het postimpressionisme, de fenomenologen, de Gaullisten en de socialisten/communisten – die veelvuldig debatteerden en publiceerden. Daarnaast hebben historici als David P. Chandler en Ben Kiernan mensen uit Sars ‘Parijse kringen' geïnterviewd.
 

'In mijn eerste jaar in Parijs was ik een goede student en werkte erg hard'

Vrij snel na zijn aankomst te Parijs, in de zomer van 1950, vertrok Sar met zeventien andere jonge Cambodjanen naar Joegoslavië om te werken in een ‘arbeidersbrigade'. Het land van Tito had enkele jaren daarvoor de banden met de Sovjet-Unie verbroken en verkeerde in een volstrekt politiek isolement. Zelfs werd gevreesd voor een Russische invasie. Om het land weerbaar te maken lanceerde Tito een uiterst ambitieus constructieprogramma met massale en collectivistische inzet van arbeidskrachten.

De Franse communisten wezen Tito's koers af, maar veel socialisten omarmden hem juist en gingen actief mensen werven om zijn arbeidsbrigades te bemannen. Tegen een Joegoslavische journalist zei Pol Pot in 1978: ‘Ik heb meer dan een maand als fabrieksarbeider gewerkt in Zagreb. Ik heb veel Joegoslaven ontmoet en folkloristische voorstellingen bezocht.' In 1978 stond het Rode Khmer-terreurbewind op het punt van instorten en smeekte de hele wereldjournalistiek om een interview met de mysterieuze leider. Maar Pot sprak alleen met een Joegoslavische journalist van het nationale persbureau Tanjug; een keus die zonder twijfel werd ingegeven door zijn arbeidersverblijf in Joegoslavië in 1950. In datzelfde interview zei hij: ‘In mijn eerste jaar in Parijs was ik een goede student en werkte erg hard.'
        

Overstap naar het communisme

De Cambodjaan Ieu Yang, die met Sar deel uitmaakte van de arbeidersbrigades, schreef in 1951 een bedankbrief aan de Joegoslavische autoriteiten. ‘Heel het land', juichte Yang, ‘lijkt op een enorme bouwput waar bedrijven en waterkrachtcentrales verrijzen en wegen en sporen worden aangelegd. Deze inspanningen zijn temeer lovenswaardig daar de kracht van de bevolking, verenigd rond hun leiders, hen de kans biedt tot het behalen van achtereenvolgende overwinningen in de wetenschap dat het overleven van de natie op het spel staat.' Historicus David Chandler ziet in de delicate woordkeus van dit stuk een ‘aankondiging van de kreten die in zwang zouden raken tijdens Pots terreurbewind'. Maar in 1950, zo merkt Chandler terecht op, was Sar nog geen communist; de PCF wees het Tito- bewind immers krachtig af.
 

Hij kende grote stukken Verlaine, Rimbaud, Hugo en Vigny uit zijn hoofd        

Sars overstap naar het communisme, resulterend in het lidmaatschap van de PCF in 1952, moet plaatsgevonden hebben na zijn terugkeer uit Joegoslavië. Hier speelt Thiounn Mumm een belangrijke rol. Deze Cambodjaan was een telg uit de belangrijkste en rijkste familie van het land na het koninklijk huis en maakte in 1946 deel uit van de eerste lichting Cambodjaanse studenten die naar Parijs ging.

Mumm werd in 1951 lid van de PCF. Chandler sprak met hem en trekt de conclusie dat Mumm Sar lid maakte van de partij. Sar had inmiddels een kamer betrokken in de Rue Letellier in het vijftiende arrondissement, waar hij zijn hele verdere Parijse periode zou blijven wonen. Cambodjaanse kennissen uit die tijd vertelden dat hij ‘meestal op zijn kamer zat te lezen' of ‘graag naar de film ging'. Leerlingen uit zijn klas in Phom Penh waar hij vanaf 1956 les gaf roemden zijn kennis van de Franse literatuur: hij kende grote stukken Verlaine, Rimbaud, Hugo en Vigny uit zijn hoofd.
 

Marxistische literatuur        

Daarnaast moet hij grote hoeveelheden communistische literatuur hebben doorgenomen zoals Stalins Geschiedenis van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. De ‘Franse Cambodjanen' kwamen vanaf 1951 veelvuldig samen in het appartement van Keng Vannsak, een linkse Cambodjaan van goede komaf die Cambodjaanse taal- en letterkunde studeerde, om zich te buigen over marxistische literatuur. Deze sessies werden sterk gedomineerd door de PCF. Deelnemers herinneren zich dat werd gesproken over Stalins Het nationale vraagstuk, Lenins Over imperialisme en Marx' Het kapitaal. Over de deelname van Sar aan deze sessies, die in elk geval onregelmatig was, zijn de bronnen niet eensluidend. Vannsak, geïnterviewd in de jaren tachtig, wist zich te herinneren dat Sar ‘zich op de achtergrond hield en weinig indruk maakte'.
 

Hij was de grote gangmaker en maakte de meeste indruk op nieuwkomers        

Eind 1975 echter, bij het begin van de terreur in Cambodja, spreekt de Franse journalist François Debre een anonieme bron die de sessies bijwoonde. Ze komen hierbij te spreken over ene Saloth Sar. Op dat moment wist nog niemand dat dit de ware naam was van de politiek leider van Kampuchea, zoals Cambodja toen heette. De bron: ‘Sar was de intelligentste, de meest overtuigde en de meest onverzoenlijke. Hij was de grote gangmaker en maakte de meeste indruk op nieuwkomers. Ik herinner me enkele van zijn uitspraken.

Zo zei hij dat "zonder een goed georganiseerde en goed geleide partij geen theorie kan worden toegepast en de vijanden van het socialisme hun kans schoon zullen zien het leiderschap te vervangen", en dat "hij de revolutionaire organisatie zal gaan leiden, diens secretaris-generaal zal zijn en alle dossiers en alle ministers zal controleren om te voorkomen dat zij afwijken van de lijn die door het centraal comité is vastgesteld in het belang van het volk".'

Chandler, die deze bron citeert, noemt de tweede uitspraak ‘buitengewoon onthullend': ‘Dit lijkt erop te wijzen dat Sar reeds in het begin van de jaren vijftig zijn sprong naar de macht aan het voorbereiden was.'
        

Absolute macht

Sars aspiraties om de absolute macht te verwerven waren in 1951 allerminst een luchtkasteel: na de zegetocht van Mao in China in 1949 en de successen van het communistische Viet Minh-verzet tegen de Fransen in Vietnam (in 1950 had de PCI ‘satellietpartijen' opgericht in Cambodja en Laos) was het vrijwel zeker dat de bevrijding van Cambodja een communistisch avontuur zou worden. Wat Sar al discussiërend tussen zijn Parijse vrienden echter niet zal hebben bedacht, is dat hij nog vijfentwintig jaar op zijn machtsgreep zou moeten wachten.
 

Op 15 december 1952 ging Sar opnieuw aan boord van de Jamaique om via het Suezkanaal en de Indische Oceaan terug te keren naar zijn vaderland.        

In augustus 1951 reisden tien Cambodjaanse studenten, aangevoerd door Mumm, naar Oost-Berlijn waar een enorme showmanifestatie plaatsvond van communistische jongeren uit de hele wereld. Daar horen zij voor het eerst over gewapend communistisch verzet tegen de Fransen in hun vaderland en over de net opgerichte Cambodjaanse communistische partij. Mumm keert terug naar Parijs met een communistische Cambodjaanse vlag. Waarom Sar niet meeging is onbekend. Wellicht speelde een rol dat hij in datzelfde jaar in Parijs zijn vrouw Khieu Ponnary ontmoette die er Cambodjaanse taalkunde studeerde. Haar zuster Khieu Thirith trouwde, ook in 1951, in Parijs met Ieng Sary die in het terreurbewind Pots minister van buitenlandse zaken zou worden. Op 15 december 1952 ging Sar opnieuw aan boord van de Jamaique om via het Suezkanaal en de Indische Oceaan terug te keren naar zijn vaderland.


Bloedzuigers

In februari en maart 1975 moest het door de communistische guerillabeweging Rode Khmer belegerde Phnom Penh vanuit de lucht worden bevoorraad. Van rijst tot raketten: alles moest worden gedropt. Eind maart kwam het vliegveld in de vuurzone te liggen en moest de luchtbrug worden gestopt. President Gerald Ford weigerde de handdoek in de ring te gooien, maar het congres gaf geen toestemming voor verdere hulp aan het Amerikaans-gezinde regime van Lon No, die de week daarop in tranen het land verliet. De ambassadeur van de Verenigde Staten John Dean volgde na twee dagen samen met 276 buitenlanders, van wie 82 Amerikanen. Saloth Sar (zo heette hij nog altijd) was vanuit de buitenwijken van de stad getuige van de ontluistering van de ‘meest duivelse imperialistische macht uit de wereldgeschiedenis'. Sar was 47 jaar oud; het jaar nul kon beginnen.
 

Sar was 47 jaar oud; het jaar nul kon beginnen        

In de vier jaar van Pots bewind stierven tussen de een en twee miljoen Cambodjanen door honger, ziektes en massaexecuties, die het gevolg waren van zijn politieke hervormingen. De inwoners van de steden werden verdreven naar het platteland om daar het communistische ideaal gestalte te geven. De bergen schedels die Cambodja de naam Killing Fields opleverde getuigen nu nog van de Cambodjanen die werden vermoord omdat ze intellectueel waren, een vreemde taal spraken of zelfs maar een bril droegen.
        

De Parijse jaren

Hoe belangrijk zijn de ‘Parijse jaren' geweest voor de meest duistere periode uit de geschiedenis van het communisme? Chandler wijst op de Joegoslavische episode als voorbeeld voor de manier waarop Pol Pot vanaf 1975 de ‘revolutionaire wil van het volk heeft willen mobiliseren'. Hij verwijst daarbij tevens naar de Sovjet-Unie van de jaren twintig en het China onder de Culturele Revolutie, periodes waarin ook enorme aantallen slachtoffers vielen.

John Kleinen, Indochina-specialist aan de Universiteit van Amsterdam, ziet een beslissende Chinese invloed, vooral op het punt van de ‘aanval van het platteland op de steden' en het ‘uitwissen van alle smetten van het verleden'. Pol Pot bezocht China in 1966 tijdens het begin van de Culturele Revolutie en moet dus goed bekend zijn geweest met de ideologische onderbouwing van deze uitgangspunten. China is tevens de stuwende kracht geweest achter het terreurbewind.
 

Pas in 1998 leggen de laatste Khmers de wapens neer        

Maar, meent Kleinen, ‘de wortels van dergelijke ideeën zijn veel ouder. We vinden ze al terug in het proefschrift dat de onder Pot hoge regeringsfunctionaris Khieu Sampan begin jaren vijftig schreef in Parijs over de economie van Cambodja. Hij spreekt dan al van een zekere mate van afsluiting van de wereldmarkt en het steunen van de boeren ten koste van de stedelingen die hij "bloedzuigers" noemt.' Sampan werd net als Sar in Parijs een communist, maar de bronnen geven geen duidelijkheid over contacten tussen de twee. Later zijn die er des te meer: Khieu Sampan krijgt in 1975 bij de verdeling van de functies een belangrijke economische post, wordt in 1977 ‘staatshoofd' (een ceremoniële functie) en in 1979 zelfs minister-president van het Khmer-bewind.
        
Maar dat verkeert dan al in ballingschap in de jungle, want Phnom Penh is kort daarvoor door de Vietnamezen ‘bevrijd'. Ook Pol Pot (de naam wordt voor het eerst genoemd in 1976) is de bush in gevlucht waar hij de strijd van de Rode Khmers, nu tegen de Vietnamezen, voortzet. Pas in 1998 leggen de laatste Khmers de wapens neer. Het is tevens het jaar dat Pol Pot overlijdt.