Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 8/2000

‘Hier spreekt Moskou'

Sovjetpropaganda voor Nederlandse luisteraars

Door: Karel Onwijn
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
‘Met de radio kunnen wij de leugens en laster weerleggen die voor ons zijn opgetrokken', zei Vladimir Lenin kort na de communistische omwenteling in 1917. Meer dan zestig jaar lang heeft Radio Moskou Nederlandstalige programma's verzorgd gericht op Nederland en Vlaanderen. Een gesprek met medewerkers over propaganda en censuur. 

‘Loe de Jong zei: "De Sovjet-Unie moet nog heel veel doen om als gelijkwaardige partner door het Westen te worden behandeld." Volgens mijn baas had hij moeten zeggen: "Samenwerking met de Sovjet-Unie juich ik toe". Dus mocht het interview niet worden uitgezonden', vertelt Radio Moskou-medewerker Sergej Plotnikov*. ‘Het waren de jaren zeventig, de stemming in de Sovjet-Unie was verdraagzamer geworden. Ik dacht dat het wel kon, zo'n interview met De Jong over de Slotakte van Helsinki. Dus niet.'
        
Redacteur Plotnikov besloot voortaan geen eigen bijdragen meer te leveren aan Radio Moskou, hij zou alleen nog maar berichten naar het Nederlands vertalen.

Politieke starheid, ideologische censuur en bureaucratisch formalisme hebben de meeste redacteuren van de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Moskou regelmatig tot wanhoop gebracht. De meesten kozen dan ook snel eieren voor hun geld, en beperkten zich tot het vertalen en voorlezen van bijdragen van de centrale nieuwsredactie. Met alle gevolgen van dien: de radio-uitzendingen waren saai en monotoon en kwamen op het Nederlandse luisterpubliek nogal oubollig over. In de loop der jaren waren ze ook inhoudelijk steeds verder weg komen te staan van de maatschappelijke realiteit in Nederland en Vlaanderen.
        
Glasnost & perestrojka brachten hierin enige verandering, maar dat was rijkelijk te laat. Door het failliet van het communisme, het grote aantal buitenlandse correspondenten in de Sovjet-Unie en de moderne communicatieapparatuur waren de uitzendingen vanuit Moskou geheel overbodig geworden. De Nederlandstalige uitzendingen zijn in 1994 gestopt.
        
Ruim zestig jaar, van 1930 tot 1994, hebben tientallen Russen en Nederlanders in Moskou radioprogramma's gemaakt voor Nederlandse luisteraars. Inwoners van Nederland en Vlaanderen konden dagelijks, en in sommige perioden zelfs drie keer per dag een half uur, naar de uitzendingen van Radio Moskou luisteren.

Leugensbestrijding
‘Met behulp van radio kunnen wij met succes de leugens en laster weerleggen die voor ons opgetrokken zijn', had Vladimir Lenin kort na de communistische omwenteling in 1917 gezegd. ‘We kunnen onze broeders, arbeiders en boeren in de kapitalistische landen in hun eigen talen informeren over onze activiteiten, onze strijd en onze prestaties.'
        
In 1929 begon Radio Moskou met haar eerste buitenlandstalige uitzendingen. Eerst in het Duits en het Esperanto, al snel ook in het Engels, het Frans en het Nederlands (1930). In 1956 waren er uitzendingen in veertig talen, in 1970 in 64 talen en in 1979 in maar liefst 77 talen. Daarna stagneerde de groei en tijdens glasnost en perestrojka onder Michail Gorbatsjov (1985-1991) werd een groot aantal taaldiensten opgeheven.
        
‘Hier spreekt Moskou. Proletariërs aller landen, verenigt u.' Zo begon jarenlang steevast elk uitzending. Vervolgens kwamen er nieuws en achtergronden en bijdragen over ‘het leven in de Sovjet-Unie'. Die gingen vooral over de ‘socialistische opbouw' van het land: uitgelegd werd wat er dankzij de revolutie allemaal was volbracht, hoe het land naar het communisme groeide en hoe bevoordeeld de arbeiders en boeren waren. Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is Lenins radio-opdracht leidraad gebleven. Wel varieerde de verhouding tussen propaganda (‘informatievoorziening') en contra-propaganda (‘leugensbestrijding'), afhankelijk van de mate van ontspanning in de wereldpolitiek.
        
De meeste programma's werden samengesteld door de centrale nieuwsredactie van de radio, die ze verspreidde over alle taalafdelingen. De redacteuren van de afzonderlijke afdelingen, waaronder de Nederlandse, moesten de bijdragen vertalen en voorlezen.

‘Ik vertelde de waarheid over de Sovjet-Unie en iedereen hoorde dat. Dat althans geloofde ik heel lang', zegt Sasja Vermeulen. Hij heeft enkele tientallen jaren als nieuwslezer, vertaler en sporadisch reportagemaker voor Radio Moskou gewerkt. Vermeulen is een van de laatste overlevenden van de groep Nederlanders die in de jaren dertig en veertig bij Radio Moskou kwamen werken. Deze Nederlanders waren uit idealisme naar de Sovjet-Unie getrokken om mee te helpen met de opbouw van het socialisme. De meesten hadden eerst allerlei andere baantjes in de Sovjet-Unie gehad voordat iemand hen vroeg bij de radio te komen werken.

Deze Nederlandse medewerkers van Radio Moskou geloofden heilig in de communistische ideologie en stonden niet open voor kritiek, ook al verdwenen er op onverklaarbare wijze voortdurend mensen om hen heen en ondervonden ze de verstikkende bureaucratie aan den lijve. Ze bleven hun hele leven lang geloven in de waarheid zoals die door de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) werd verkondigd. Pas tijdens glasnost en perestrojka, toen bijna dagelijks de meest vreselijke gebeurtenissen uit het sovjetverleden onthuld werden, raakte hun geloof in het communistisch regime aan het wankelen.
        
‘Nu begrijp ik niet dat ik dat ooit allemaal heb kunnen geloven', vat Sasja Vermeulen dit bewustwordingsproces samen. ‘Vroeger was hier alles het beste, het mooiste en het grootste. Opeens blijkt dat niet waar te zijn. Hoe is het mogelijk dat wij hebben geloofd dat alles in de Sovjet-Unie picobello was. In zekere zin was dat een klap voor mij.'

Huichelarij
De mensen die in de jaren vijftig en zestig bij Radio Moskou in dienst kwamen – voornamelijk Russen – waren veel minder idealistisch en naïef ingesteld. Zij waren opgegroeid in de Sovjet-Unie onder Stalin en zijn terreur en hadden het grote verschil tussen de officiële propaganda en de dagelijkse praktijk aan den lijve ervaren. Allen hadden ze hoger onderwijs gevolgd en daar hadden ze begrepen dat zwijgen de beste overlevingsstrategie was.
        
‘Je zegt het een, en je doet het andere. Huichelarij was niet te vermijden', omschrijft vertaler en nieuwslezer Sergej Plotnikov de mentaliteit van zijn generatie. ‘We waren niet naïef. We wisten ook heel goed wat er in het Westen gebeurde', vertelt Michail Sokolov die vooral commentaren schreef en ook nog lange tijd chef van Nederlandse afdeling is geweest. ‘We luisterden stiekem naar de Westerse radio.'

Toch is vrijwel iedereen van deze generatie zijn hele carrière voor Radio Moskou blijven werken. De internationale radiozender kende goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Bovendien bood het station de mogelijkheid internationale contacten te leggen, wat iets heel bijzonders was in de sovjettijd. Overigens hadden de meesten van hen zichzelf het Nederlands aangeleerd, een opleiding in de Nederlandse taal en cultuur behoorde in hun tijd niet tot de mogelijkheden.
        
Deze medewerkers keken vanzelfsprekend niet op van de onthullingen tijdens glasnost & perestrojka en ze zijn achteraf hun werk dan ook niet anders gaan beschouwen. ‘Ik verkocht mijn kennis van de Nederlandse taal, en voorzag zo in mijn onderhoud', vat Plotnikov zijn werk bij Radio Moskou samen. ‘Wie naar mijn uitzendingen wilde luisteren die deed maar. Er zijn heel vaak momenten geweest dat ik ervan walgde. Ik zat alles maar op te dreunen. Dat was mijn werk. Dat werd van mij verwacht.'
        
Michail Sokolov zegt het zo: ‘We probeerden aan Nederlanders de uitgangspunten van onze regering uit te leggen. Soms strookte die niet met onze eigen standpunten. Daar konden we niets aan doen. Toch kan ik niet zeggen dat wij logen in de ether. Natuurlijk waren er elementen van desinformatie (contra-propaganda, ko). Maar die stonden in dienst van de vrede en de goede relaties met de verschillende landen."

De jongste generatie medewerkers van de Nederlandstalige uitzendingen is in de jaren vijftig geboren. Zij groeide op in de periode van dooi onder Chroesjtsjov en de periode van stagnatie onder Brezjnev, eind jaren zeventig. In haar jeugd was de onderdrukking niet meer zo totalitair als in de jeugd van de voorgaande generatie. Volgens vertaalster en Neerlandica Maria Krotova nam tijdens de universitaire studie vrijwel niemand het verplichte Komsomol-lidmaatschap serieus. ‘We probeerden zo min mogelijk aan ideologische activiteiten deel te nemen', herinnert ze zich. ‘We schreven verslagen van vergaderingen die nooit gehouden werden, omdat we andere dingen te doen hadden. Ik wilde gewoon goed zijn in mijn vak. Voor een vertaler is alleen kennis van de taal belangrijk.'

Ethercontroleur
Deze medewerkers van Radio Moskou hadden vrijwel allen Nederlands gestudeerd aan de universiteit en waren tijdens hun studie zelfs in Nederland of België geweest. Ze waren daardoor redelijk op de hoogte van de situatie in deze landen en realiseerden zich veel meer dan de ouderen dat de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Moskou daar inhoudelijk niet altijd even goed op aansloten.
        
Voor hen was het werk voor de radio vooral een manier om hun contacten met Nederland en België uit te breiden. ‘Toen waren er niet zoveel plaatsen in de Sovjet-Unie waar je als Neerlandica op zo'n hoog niveau kon werken', zegt Maria Krotova.

Net als de tweede generatie voelt ook de jongste generatie medewerkers zich niet persoonlijk verantwoordelijk voor de propaganda van Radio Moskou. ‘Wij vertalen', zegt Krotova. ‘Wij verkopen onze kennis en krijgen daar geld voor. Het enige waarover wij ons druk moeten maken is de taal. Die moet correct zijn. Het is een nis waarin je je kunt verschuilen en distantiëren van de ideologie. Wat de redacteuren schrijven is hun probleem.'
        
‘Ik schreef alleen dingen die ik echt meende', zegt redactrice Tatjana Filippova. ‘Ik had niets te maken met de politiek van het communisme en de prop-agitatie (ideologische propaganda, ko).'
        
Filippova erkent tegelijk dat feitelijk niemand van de redactie zich er daadwerkelijk aan kon onttrekken mee te werken aan ideologisch-gekleurde bijdragen. De meeste programma's werden immers geleverd door de centrale nieuwsredactie en de politieke redactie van Radio Moskou. ‘Maar Radio Moskou is een staatszender en een van de belangrijkste doelen van zo'n zender is over de staat te vertellen. En bij ons was de staat nu eenmaal heel sterk.'

Of medewerkers eigen bijdragen leverden, hing sterk af van het politieke klimaat. Onder Chroesjtsjov nam de vrijheid tijdelijk toe. Dat leidde echter vaak tot grote frustraties omdat die vrijheid altijd veel beperkter bleef dan de medewerkers verwachtten.
        
Een grote rol speelde het ingewikkelde systeem van censuur bij Radio Moskou, dat maar liefst uit vier niveau's bestond. Allereerst mocht de inhoud van een tekst niet in strijd zijn met de laatste partijrichtlijnen. Verder werd iedere bijdrage gecheckt op staatsgeheimen en mocht de informatie pas dan naar Nederland en België worden uitgezonden wanneer deze al eerder bekend was gemaakt via de Pravda of de sovjetstaatstelevisie.
        
Tenslotte luisterde er ook nog tijdens de uitzending zelf een zogenaamde ethercontroleur mee om te controleren of de uitgesproken woorden wel overeenkwamen met die in de bijgeleverde tekst.
        
Vermeulen weet nog hoe hij eind jaren vijftig een reportage had gemaakt in een winkel met radio- en televisietoestellen. ‘Toen de tekst ter goedkeuring bij Glavlit, de censuurafdeling kwam, streepten ze er bijna alles uit. Er mocht niet zomaar gezegd worden wat er in Rusland werd gemaakt en aangeboden. Een paar dagen later stonden in de Pravda al die merken genoemd die er bij mij waren uit gestreept: eerst de Pravda, dan de radio.'
        
In dezelfde periode was een van Vermeulens Nederlandse collega's met de Russische chef in discussie gegaan, omdat er in een rede van Chroesjtsjov stond dat niets zo goed was voor de veeteelt als maïs. Vermeulen: ‘Hij vertelde de chef dat in Nederland het vee alleen maar gras at en dat het Nederlandse vee wereldberoemd was. Hij betoogde dat het volkomen onzinnig was deze passage te vertalen. Dat kwam hem duur te staan, hij werd bijna ontslagen. Het was: alles wat Chroesjtsjov zegt, is waar! Om het minste of geringste werd je op het matje geroepen. En als je er iets tegenin bracht, was het: "Die van boven zien het beter."'

Partijwaarheid
Ook Plotnikov ondervond de absurditeit van de absolute partijwaarheid aan den lijve. Toen hij in 1958 vanwege de Wereldtentoonstelling in Brussel was, had hij gezien hoe een beroemde balletdanseres van het Moskouse Bolsjoj-theater iets uit een winkel probeerde te stelen. Op de redactie in Moskou circuleerde een artikel uit De Waarheid waarin de diefstal werd ontkend. De ballerina zou de spullen slechts mee naar buiten hebben genomen om ze bij daglicht te kunnen bekijken. De krant schreef dat dit heel normaal was in de Sovjet-Unie. Volgens Plotnikov geloofden alle Nederlandse medewerkers deze partij-uitleg en waren ze woest over de beschuldiging. ‘Ze spraken van schande, provocatie en over vuile burgerlijke pers. Het had geen enkele zin om mijn eigen observaties te vertellen.'
        
De Waarheid was de enige Nederlandse krant die vrij op de redactie te lezen was. Er waren nog wel een paar andere kranten beschikbaar, zoals NRC-Handelsblad (en haar voorloper Algemeen Handelsblad) maar die mochten alleen ingezien worden na speciale toestemming van hogerhand.
        
Overigens was ook De Waarheid niet onomstreden. De relaties tussen de CPSU en de CPN kwamen na de geheime rede van Chroesjtsov over Stalin op het twintigste partijcongres van de CPSU in 1956 onder toenemende spanning te staan en in 1963 verbraken de Nederlandse communisten de band met hun moederpartij. De Nederlandse redactie van Radio Moskou, die toen nog voor ongeveer de helft uit Nederlandse immigranten bestond, was daar niet echt rouwig om. ‘Er was slechts een komische interesse in de CPN', aldus Sokolov. ‘Die partij was klein, niet-orthodox en tamelijk eigenzinnig. Naar mijn mening was ze geen echte communistische partij.'

Toch waren er regelmatig Nederlandse communisten via de uitzendingen te horen, en na de breuk met de CPN vooral vertegenwoordigers van de Vriendschapsvereniging Nederland-USSR. Ook onder de luisteraars vormden de communisten aanvankelijk de belangrijkste groep. Dat blijkt onder meer uit een onderzoek onder Nederlandse en Vlaamse luisteraars en uit een inhoudsanalyse van de grote hoeveelheden brieven die de redactie uit Nederland en België ontving. Daaruit blijkt ook dat vanaf eind jaren zestig ook steeds meer niet-ideologisch gebonden luisteraars afstemden op Radio Moskou.

In de loop van de jaren zeventig werd het steeds moeilijker om Radio Moskou te ontvangen. En informatie over de uitzendfrequenties was nauwelijks te vinden. Toen Radio Moskou halverwege de jaren negentig ophield te bestaan was er nog maar een handjevol luisteraars over. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was voor de oorspronkelijke groep luisteraars, de communisten, het belangrijkste motief om af te stemmen op de krakende en de vaak gestoorde radio-uitzendingen uit Moskou definitief weggevallen. ‘Wij vonden het fantastisch de stem en de waarheid te horen uit het socialistische Moskou', aldus een van deze luisteraars. Zij lijken meer in die waarheid geloofd te hebben dan de programmamakers zelf.

*Uit privacy-overwegingen hebben medewerkers een pseudoniem gekregen

Karel Onwijn is correspondent in Moskou. In 1991/1992 liep hij stage bij Radio Moskou.