Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 10/2019

Rijker dan alle mannen

Het verhaal van Johanna Borski

Door: Lodewijk Petram
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Een 50-jarige weduwe, moeder van acht kinderen, die zich ontpopt tot een van de rijkste Nederlanders van de negentiende eeuw. Dit is het bijzondere verhaal van een uitzonderlijke zakenvrouw, zonder wie De Nederlandsche Bank kopje onder was gegaan.

Een van de rijkste Nederlanders van de negentiende eeuw was een vrouw: Johanna Borski. Alleen al haar geld en effecten waren naar schatting 4 miljoen gulden waard (ongeveer 40 miljoen euro in hedendaags geld). Daarnaast bezat ze veel huizen en grond. Zo was ze eigenaresse van zes panden in Amsterdam en enkele buitenplaatsen met uitgestrekte percelen in de duinen bij Haarlem. Landgoed Elswout, waar de zakenvrouw graag en vaak verbleef, is hiervan de bekendste. Haar rijkdom was voor een aanmerkelijk deel haar eigen verdienste; haar bijzondere positie als vrouw in een mannenwereld heeft op belangrijke momenten eerder in haar voordeel dan in haar nadeel gewerkt.

Johanna Borski stamde uit een familie van textielhandelaren. Ze werd op 26 augustus 1764 in Amsterdam geboren als Johanna Jacoba van de Velde. Haar vader Johannes van de Velde (1732-1787) was koopman in vlas, de grondstof van linnen. Hij verdiende daar goed mee, maar het gezin behoorde zeker niet tot de rijkste van Amsterdam. In december 1790 trouwde Johanna in de Oude Kerk met Willem Borski (geboren 16 januari 1765), die op de Amsterdamse beurs actief was als makelaar in onder meer graan en rijst.

Op het eerste gezicht was dit een zeer alledaags huwelijk, tussen een man en een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd, die dicht bij elkaar in de buurt woonden (Johanna woonde op de Oudezijds Achterburgwal bij de Bethaniënstraat; Willem aan de Amstel, op het ’s-Gravelandseveer) en die tot dezelfde brede laag van enigszins welgestelde kooplieden behoorden. En al klonk de naam Borski exotisch, het was alweer anderhalve eeuw geleden dat Willems overgrootvader vanuit Westfalen naar Utrecht was gekomen, waar hij zich had gevestigd als distillateur. Later zou echter blijken dat dit huwelijk toch een bijzondere gebeurtenis was geweest. Het had twee personen met uitzonderlijk zakelijk talent aan elkaar verbonden.
 

 

Het eerste miljoen

Eerst was het de beurt aan Willem Borski om zijn kunde te tonen. In de laatste jaren van het bestaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden groeide hij uit tot een voorname Amsterdamse commissionair (tussenhandelaar) in effecten; hij werd vaste beurspartner van het vooraanstaande handels- en bankiershuis Hope & Co en was betrokken bij de plaatsing van grote buitenlandse staatsleningen op de Amsterdamse kapitaalmarkt, in deze periode nog altijd hét internationale financiële centrum voor overheidsleningen. Willem Borski had tot taak beleggers enthousiast te maken voor deze leningen, en moest de obligaties als aantrekkelijke, gemakkelijk verhandelbare effecten op de beurs aanbieden.

Deze lucratieve handel zou door de politieke onrust van de Bataafse en Franse tijd (1795-1813) al snel verschrompelen. Maar de omstandigheden boden ook nieuwe mogelijkheden: tijdens de napoleontische oorlogen gold er een embargo op financiële transacties en goederenhandel tussen Groot-Brittannië en continentaal Europa. In de boeken van Hope & Co, uit het zicht van de autoriteiten, konden echter nog altijd transacties tussen de vestigingen in Londen en Amsterdam plaatsvinden. Willem Borski, die in de Franse tijd als een van de drie Amsterdamse zaakwaarnemers van Hope & Co optrad, profiteerde hiervan mee. ‘Het eerste miljoen is het moeilijkst,’ schijnt Borski ooit gezegd te hebben. Inmiddels was hij die ‘moeilijke’ mijlpaal allang gepasseerd.
 

Achter de schermen

Johanna Borski was niet openlijk betrokken bij de zaken van haar man. Dat zou in deze tijd ook heel ongebruikelijk geweest zijn; getrouwde vrouwen werden geacht zakelijke aangelegenheden aan hun echtgenoten over te laten. Maar uit brieven die Borski begin 1813 tijdens een reis naar Engeland aan zijn vrouw schreef, blijkt dat Johanna heel goed op de hoogte was van de beurstransacties van haar man. Tussen de keuvelende zinnen over zijn nachtrust en het eten op reis bracht Willem allerlei investeringen ter sprake. Het was duidelijk de bedoeling dat Johanna deze zaken vervolgens zou bespreken met Johannes Stoop, een medewerker van Borski die gemachtigd was om namens de firma transacties te doen. Zonder hem zou Johanna de zaken van haar man niet hebben kunnen waarnemen. Als getrouwde vrouw kon zij immers geen rechtsgeldige overeenkomsten sluiten en alleen als toeschouwer op de beurs aanwezig zijn.

Een deel van het verdiende geld ging inmiddels in landgoed Elswout zitten. Willem Borski had dat in 1805 gekocht. Het huis verkeerde toen in verwaarloosde staat en het gezin Borski verbleef de eerste zomer in het poortgebouw. Bartholomeus Ziesenis kreeg opdracht een ontwerp te maken voor een grote renovatie. Het landhuis kreeg een tweede verdieping en een strakke, neoclassicistische gevel. Het park eromheen werd verder ontwikkeld in de ‘landschapsstijl’, die de vorige eigenaar op Elswout had geïntroduceerd. Er werden stukken duin afgegraven en andere gedeeltes werden juist verhoogd. Verder werden er vijverpartijen en waterlopen gecreëerd, met pittoreske ‘Zwitserse’ bruggetjes eroverheen. Vanuit het huis, dat op een kunstmatige verhoging staat, kwamen er doorkijkjes naar schilderachtige plekken.
 

Van landgoed tot lusthof­ – Johanna Borski ontwikkelt Elswout en het park eromheen tot een prachtige buitenplaats

Het succes van Willem Borski was opvallend, zeker tegen de achtergrond van de economische moeilijkheden van de Franse tijd. Bij de aanslag voor de inkomstenbelasting van 1813 was hij de Amsterdammer met het op een na hoogste inkomen, en waarschijnlijk was er sprake van onderschatting. De snelheid waarmee hij was opgeklommen, deed de economische elite van de stad beseffen hoe wankel (en tijdelijk) haar positie was. Er werden verklaringen gezocht voor de snelle welvaartsgroei bij de Borski’s, bijvoorbeeld dat de familie van Pools-Joodse afkomst zou zijn. Deze bewering was onjuist, maar bleef tot het einde van de negentiende eeuw rondzingen. Ze bracht de Borski’s echter niet van hun stuk.



Wat de familie ook niet kapot kreeg, was de plotselinge dood van Willem Borski, op 5 februari 1814, kort na zijn 49ste verjaardag. Johanna bleef achter met de acht kinderen, vijf dochters en drie zonen, van wie de oudste 23 en de jongste zes jaar oud was. Bij Johanna bracht deze gebeurtenis eerder een zakelijk dan een moederlijk instinct boven. Ze besloot de firma van haar man samen met Johannes Stoop voort te zetten onder de naam Wed. W. Borski en gaf haar middelste zoon, de veertienjarige Willem, te kennen dat hij in de voetsporen van zijn vader moest treden. Hij werd van school gehaald om enkele jaren in Engeland in de leer te gaan bij bevriende handelshuizen. En alsof de druk op zijn schouders nog niet groot genoeg was, schreef zijn moeder hem voor zijn vijftiende verjaardag een brief waarin ze hem eraan herinnerde dat zijn vader nog veel jonger was geweest toen hij vaderloos achterbleef. Ze drukte haar zoon op het hart de lessen van Willem senior na te volgen, zodat hij niet in het hiernamaals zijn vader beschaamd onder ogen zou moeten komen. De jonge Willem zou zijn moeder (en overleden vader) niet teleurstellen, maar voordat hij aan het hoofd van de firma kwam te staan, was het eerst de beurt aan zijn moeder om te laten zien waar zij toe in staat was.

Redder van banken

Het was indertijd niet ongewoon dat een weduwe de zaken van haar man voortzette, maar dat een weduwe vervolgens andere firma’s naar haar pijpen liet dansen, dát was wel ongebruikelijk. En dit is precies wat Johanna Borski deed, vooral bij haar beroemde investering in De Nederlandsche Bank, die deze instelling aan het begin van haar bestaan over een dood punt heen hielp. Koning Willem I had De Nederlandsche Bank in 1814 opgericht, als onderdeel van een serie maatregelen bedoeld om de economie uit het slop te trekken. Ondernemingen uit het hele koninkrijk konden bij de bank terecht voor leningen en ze gaf bankbiljetten uit om het betalingsverkeer te vereenvoudigen. Maar met dit papiergeld kwam De Nederlandsche Bank in het vaarwater van kassiersfirma’s, die van oudsher een belangrijke rol speelden in de Amsterdamse financiële wereld, en dit wekte wrevel.

De kassiers – tussenpersonen in betalingen – hadden al eerder papiergeld uitgegeven en zagen de biljetten van De Nederlandsche Bank, die als enige vrijgesteld waren van zegelgeld (een soort belasting), als oneerlijke concurrentie. De Amsterdamse financiële wereld liet zijn onvrede blijken door weinig te investeren in de bank. Van de aandelenemissie van de bank ter waarde van 5 miljoen gulden raakte slechts 60 procent voltekend: de koninklijke familie participeerde voor vier ton, de staat voor 1 miljoen gulden en diverse particulieren en instellingen voor 1,6 miljoen. Wed. W. Borski was ook actief in kassierszaken en hield zich net als de andere kassiers lange tijd afzijdig van De Nederlandsche Bank.



Maar op 7 maart 1816, vlak voordat de bank aan kapitaalsgebrek ten onder dreigde te gaan, kondigde Johanna Borski opeens aan alle resterende aandelen te zullen kopen. Als voorwaarde voor haar investering van 2 miljoen gulden stelde ze dat er gedurende een periode van drie jaar geen nieuwe aandelen mochten worden uitgegeven. Dit bleek een meesterzet. Andere financiële instellingen kwamen tot het inzicht dat het geen zin had De Nederlandsche Bank nog langer dwars te zitten, wat een grote vraag naar de aandelen teweegbracht. De koers steeg en Johanna Borski streek een grote winst op.
 

Volstrekt onafhankelijk

De weduwe Borski voer haar eigen koers. Dit zat in haar karakter, en haar vrouw-zijn versterkte haar onafhankelijkheid. Via Johannes Stoop en haar zoon Willem was ze volledig op de hoogte van wat er op de beurs en in de herensociëteiten werd besproken. Maar ze was niet gebonden aan de ongeschreven regels die het lidmaatschap van deze clubs meebracht. Als ze tegen de stroom in wilde gaan, kon ze dat doen – geholpen natuurlijk door haar vermogen. En als iemand haar wilde spreken, moest hij bij haar belet vragen op Elswout of het kantoor van de firma, aan de Keizersgracht bij de Spiegelstraat. Een oudere makelaar die de trappen van het kantoorpand niet meer kon beklimmen, was bereid zich in een turfmand langs de voorgevel omhoog te laten hijsen om de weduwe te kunnen spreken, wat de verhoudingen tussen die twee direct volstrekt duidelijk maakte.
 

Als Johanna tegen de stroom in wilde gaan, kon ze dat doen – geholpen natuurlijk door haar vermogen

In 1840 ging Johanna Borski opnieuw tegen de stroom in door grote leningen te verstrekken aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij, een voorloper van ABN Amro, die door gedwongen kredieten aan koning Willem I in moeilijkheden was gekomen. Ook deze instelling was in de zakenwereld niet geliefd, omdat ze particuliere handel met Nederlands-Indië onmogelijk maakte, en ook deze keer trok de weduwe zich hier niets van aan. Enkele jaren daarna trok zij zich terug uit de firma. Ze was toen tachtig jaar oud. Op 12 april 1846 overleed ze. De firmanaam Wed. W. Borski zou tot 1959 blijven bestaan, maar doordat de kleinzoon van Johanna in 1884 kinderloos stierf, stond er toen al lang geen Borski meer aan de leiding.

Lodewijk Petram is econoom en historicus.


Kader: Willem I, ondernemer en koning
Koning Willem I voerde een voortvarende economische politiek. Met de oprichting van allerlei instellingen en de aanleg van kanalen probeerde hij in het zuiden van zijn koninkrijk (het huidige België) de industrialisatie te bevorderen en in het noorden de handel. Hij heeft hiermee veel betekend voor Nederland en België, maar ook wrevel gewekt. De Nederlandsche Bank, opgericht om de kredietverlening aan bedrijven te bevorderen (pas veel later zou zij uitgroeien tot nationale bank), kreeg van de koning oneerlijke concurrentievoordelen. En bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij maakte hij het helemaal bont. Deze onderneming moest nieuwe takken van internationale handel tot ontwikkeling brengen, maar toen dit niet goed lukte, gaf de koning haar het monopolie op het vervoer en de verkoop van producten uit Nederlands-Indië. Later dwong hij het bedrijf leningen te verstrekken om hiermee de enorm toenemende staatsschuld te maskeren.

Verder lezen
W.J.J.C. Bijleveld, Brieven van, aan en over W. Borski I (1765-1814) (Leiden: De Bink, 1943).
Joost Jonker, ‘Klem tussen de lokale en mondiale markt. De Amsterdamse haute banque vanaf het midden van de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw’, Amstelodamum 106 (2019), 25-45 en 63-86.
Joost Jonker, ‘Velde, Johanna Jacoba van de’, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Borski,%20Johanna [13/01/2014].
Geertje Wiersma, Johanna Borski: financier van Nederland 1764-1846 (Amsterdam: Prometheus, 1998).