Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 0/2019

De nietsontziende efficiëntie van het Romeinse leger

Adrian Goldsworthy over zijn lezing op het Geschiedenis Festival

Door: Lola Bos
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Tijdens het Geschiedenis Festival op 5 oktober in Haarlem levert de beroemde Engelse historicus Adrian Goldsworthy opnieuw een bijdrage. Aanleiding daarvoor is de Nederlandse vertaling van zijn klassieke werk Roman Warfare, die dit najaar verschijnt. Tijdens zijn lezing legt Goldsworthy uit hoe het Romeinse leger zo’n lange tijd zo succesvol kon zijn. ‘De Romeinen kopieerden vooral de beste ideeën van anderen.’

Wat onderscheidde het Romeinse leger van zijn tegenstanders?
‘Het Romeinse leger werd vanaf de tijd van Augustus een beroepsleger. De vijanden die de Romeinen tegenkwamen, hadden amateurlegers. Dat zorgde voor een enorm verschil. Alle Romeinse soldaten waren redelijk uniform uitgerust en hadden dus dezelfde hoeveelheid wapens. Een gewone Romeinse soldaat had daardoor een uitrusting die je in de Europese stammen alleen bij prestigieuze strijders zou tegenkomen.  Eigenlijk is zo’n goed georganiseerd beroepsleger iets heel moderns.’

‘Ook in andere opzichten kun je het Romeinse leger modern noemen.  Zo was de organisatie sterk bureaucratisch van aard. Niet alleen soldaten, maar zelfs paarden die het leger in kwamen, werden geregistreerd, van hun medische keuring tot hun uitdiensttreding. De Romeinen konden over alles en iedereen in het leger informatie tevoorschijn halen uit hun bureaucratische systeem. Via hun centrale controle konden ze ervoor zorgen dat de officieren goed verdeeld waren over het rijk. Ondertussen waren veel andere landen in de antieke wereld nog niet eens geletterd.’

Deed het Romeinse leger veel technologische uitvindingen?
‘De Romeinen kopieerden vooral de beste ideeën van anderen, om die vervolgens in grote aantallen te produceren. Ze keken bijvoorbeeld tactische methodes af van de Etrusken. En het belangrijkste zwaard, het gladius hispaniensis, kwam eigenlijk van de Spanjaarden en was door de Romeinen nagemaakt.’

‘Zelf brachten de Romeinen veel technologische vooruitgang in het bouwen van bruggen. Voor het Romeinse leger waren rivieren daardoor geen obstakel meer. Julius Caesar bouwde bijvoorbeeld tweemaal een brug over de Rijn, om die vervolgens te vernietigen. Aan de ene kant was dat verstandig ter verdediging, zodat niemand anders de brug kon gebruiken. Aan de andere kant liet hij daarmee zien dat de Romeinen zomaar een nieuwe brug konden bouwen, iets wat voor hun vijanden niet voor te stellen was. Ze gebruikten hun technologie om indruk te maken op hun tegenstanders en ze waren anderen vaak een stap voor.’

Hoe zag het dagelijks leven van een soldaat eruit onder Augustus?
‘Het grootste deel van de tijd werd niet aan vechten besteed. Het kwam zelfs voor dat een soldaat in zijn 25 jaar dienst nooit betrokken was bij een gevecht. Soldaten hadden veel andere plichten, zoals poorten bewaken, trainen, meehelpen aan een bouwproject, een weg repareren en vee verzamelen. Het leger was in de provincies een soort vertegenwoordiging van het rijk, soldaten waren ook lokale autoriteiten. In Egypte deden burgers bijvoorbeeld bij centurions aangifte van een misdaad.’

Was er sociale mobiliteit binnen het leger?
‘Dat was zeker mogelijk. Uit inscripties bij graven kunnen we afleiden dat sommigen het leger in kwamen als legioensoldaat en eindigden als centurion. Het leger was natuurlijk wel gebaseerd op de samenleving, dus een officier van hoge rang kwam ook uit de hogere contreien van de maatschappij. Om een officier te zijn, moest je namelijk onderwijs genoten hebben en geletterd zijn. Een andere belangrijke factor is het hebben van invloedrijke vrienden en kennissen, omdat je door een aanbevelingsbrief promotie kon maken.’

Hoe zat dat met mensen die geen Romeins burger waren?
‘Veel niet-Romeinen uit de provincies gingen vanaf het midden van de eerste eeuw n.Chr. het leger in. Na voltooiing van hun dienst werden zij automatisch Romeins burger. Dat gold dan ook voor hun vrouw en kinderen. Op die manier verkregen veel mensen de wettelijke status van Romein. Bovendien hadden die mannen tijdens hun dienst 25 jaar lang op een Romeinse manier geleefd, met Latijn als voertaal en de Romeinse kalender als uitgangspunt. Deze vorm van integratie werd na verloop van tijd minder gebruikelijk, maar kreeg weer een opleving in de latere keizertijd. Dat er zoveel mensen op die manier Romein werden, betekende natuurlijk dat Romein-zijn op zichzelf veranderde. Helaas kunnen we archeologisch moeilijk achterhalen welke gevolgen dit had.’

Wie vormden door de tijd heen de grootste bedreiging voor de Romeinen?
‘In de tijd van de Republiek was er nog geen beroepsleger. De Romeinen kwamen toen voor grote moeilijkheden te staan, zoals tijdens de Punische oorlogen. In de oorlog tegen Hannibal sneuvelden wel 100.000 Romeinen en hun bondgenoten. Dat was een enorm deel van de volwassen mannelijke bevolking en daaronder viel bijna een derde van de senaat. Toch bleven de Romeinen doorvechten. Om die koppigheid staan ze bekend, ze leken ieder conflict als een overlevingsstrijd te zien en waren niet bereid tot compromis. Hoewel de Romeinen tijdens de groei van het imperium enkele serieuze nederlagen leden en dat velen zorgen baarde, waren er maar weinig problemen zo groot dat ze tot de ondergang van het rijk konden leiden.’

‘Andere Romeinen bleken de grootste bedreiging. Vooral vanaf de derde eeuw n.Chr. vonden er veel burgeroorlogen plaats die het leger verzwakten. De onderliggende oorzaak daarvan was politieke chaos. In de vijfde eeuw n.Chr. was er daardoor niet genoeg van het leger over om problemen op te lossen die in Caesars tijd nog heel eenvoudig onder de duim konden worden gehouden.’

‘Het oostelijk deel van het rijk bleef veel langer bestaan dan het westelijke. Je zou kunnen zeggen dat het leger in het oosten in zijn organisatie een voortzetting was van het Romeinse leger. Het was echter lang zo groot niet meer en het ontbrak de soldaten aan zelfvertrouwen. Het leger was veel meer bereid tot onderhandelen en het tekenen van vredesovereenkomsten. Andere partijen werden als gelijken gezien, terwijl dat in de keizertijd nooit het geval was geweest.’

Wat is de waarde van materiële en geschreven bronnen?
‘Tegenwoordig worden er steeds meer archeologische vindplaatsen onderzocht. Dit heeft geleid tot een opbouw van kennis en een beter beeld van het Romeinse leger. Helaas zijn er maar weinig archeologische sporen van de veroveringen in de tijd van de Republiek. Verder hebben we ook geen slagvelden teruggevonden. Archeologie laat vooral de ontwikkelingen op de lange termijn zien. Geschreven bronnen helpen ons te begrijpen hoe het leger functioneerde. Toch zijn er veel dingen die niet werden opgeschreven, omdat ze als vanzelfsprekend werden beschouwd. Caesar vermeldt in zijn werk bijvoorbeeld niet een keer dat zijn legioensoldaten harnassen droegen.’

Bekijk hier het hele programma van het Geschiedenis Festival en bestel tickets.

De glorie van Rome, De klassieke kunst van het oorlogvoeren verschijnt op 1 oktober 2019 bij uitgeverij Omniboek, €23,99