Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2019

Opstand in Warschau

Een fatale misrekening

Door: Ivo van de Wijdeven
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Met de moed der wanhoop kwam in 1944 het Poolse Thuisleger in actie. Het doel: Warschau bevrijden uit Duitse handen vóór de komst van de Russen. De opstand werd een drama dat 200.000 mensen het leven kostte. Waarom schoten de geallieerden niet te hulp?

In de middag van 1 augustus 1944 gonsde het in de Poolse hoofdstad Warschau. Talloze jonge mannen haastten zich door de straten van de stad. Wie goed oplette, kon zien dat sommigen van hen verborgen wapens bij zich droegen. Om vijf uur ’s middags moesten ze zich verzamelen op vooraf afgesproken strategische punten. Dat tijdstip was geprikt als ‘het uur W’, het moment waarop het ondergrondse Poolse Thuisleger (Armia Krajowa of AK) zich vijf jaar lang in het diepste geheim had voorbereid: zo’n 20.000 verzetsstrijders kwamen in opstand tegen de Duitse bezetter.

Ondanks de lange voorbereidingstijd was het startsein voor wat later de Opstand van Warschau is gaan heten een lastminutebeslissing. De plannen van het opperbevel van het Thuisleger en de Poolse regering in ballingschap in Londen gingen uit van een herhaling van de gebeurtenissen van het najaar van 1918. Toen verloor het Duitse Keizerlijke Leger de wil om te vechten en maakten de Polen handig gebruik van de chaos van de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog om de onafhankelijkheid van de Tweede Poolse Republiek uit te roepen.
 

Talloze jonge mannen haastten zich door de straten van de stad.

In de zomer van 1944 leek zich een vergelijkbaar scenario te ontrollen. De Duitse Wehrmacht was sinds de Slag om Stalingrad op de terugtocht. Begin januari 1944 was het Russische Rode Leger de voormalige oostgrens van Polen overgestoken en kleine AK-eenheden hadden in de daaropvolgende maanden zij aan zij met de Russen gevochten om de Duitsers te verjagen uit grote steden als Vilnius, Lviv en Lublin. In Warschau kwam het kanongebulder dagelijks dichterbij. Op 30 juli volgde het bericht dat het 2de Russische Tankleger de rivier de Wisla, die Warschau in tweeën deelt, iets ten noorden van de stad was overgestoken. Het leek een kwestie van dagen voordat het Duitse oostfront zou instorten.
 
Dat noopte het AK-opperbevel tot actie. Het was namelijk de bedoeling dat de Polen zélf Warschau zouden bevrijden, om zo de geallieerden – en dan vooral de Russen – voor een voldongen feit te plaatsen. De ervaringen met de Russen uit het verleden boden namelijk sombere garanties voor de toekomst. Rusland had het buurland eeuwenlang overheerst. In 1920 hadden de Polen slechts ternauwernood kunnen voorkomen dat het Russische Rode Leger hun onafhankelijkheid in de kiem had gesmoord. Maar aan het begin van de Tweede Wereldoorlog hadden de Russen gemene zaak gemaakt met de Duitsers en gebeurde dat alsnog: in het Molotov-Ribbentroppact werd Polen verdeeld. In 1943 was aan het licht gekomen dat de Russen in hun deel zo’n 4400 krijgsgevangen Poolse officieren in de bossen bij Katyn hadden vermoord. De gedwongen ontwapening van de AK-eenheden die betrokken waren bij de strijd om Vilnius, Lviv en Lublin voorspelde ook weinig goeds. Het was voor de Polen zaak om snel te handelen.
 

De tekst loopt door onder de afbeelding.


De strijd tegen de Duitsers barst los aan de Clodnastraat, 1944.

Op het uur W ging het Thuisleger tot de aanval over. Op klaarlichte dag bestormden Poolse strijders een groot aantal strategische punten in de stad, variërend van de telefooncentrale en het paleis waar de commandant van het Duitse garnizoen zetelde tot de bruggen over de Wisla en het centraal station. Het werd een mislukking. Bij daglicht ontbrak het verrassingselement volledig. Bovendien waren de Duitsers er altijd al van uitgegaan dat de Polen op enig moment in opstand zouden komen. Alle strategische punten waren versterkt met zandzakken, prikkeldraad en beton. Daarachter verschansten zich verspreid over de stad zo’n 13.000 Duitse militairen, die konden rekenen op steun van tanks, artillerie en Stuka-bommenwerpers.

Slecht bewapende AK-strijders konden daar maar weinig tegenover stellen. Op het uur W was slechts één op de tien bewapend. Zo kwam er een eenheid van 901 man in actie, die slechts kon beschikken over 103 handgraten, 56 pistolen, 9 geweren, 3 machinegeweren en ongeveer 1000 molotovcocktails. Dat was geen probleem geweest wanneer de Duitsers – zoals in 1918 – de strijd al hadden opgegeven, maar ze bleken de stad koste wat kost in handen te willen houden.
 

Op het uur W ging het Thuisleger tot de aanval over.

Weliswaar wapperde aan het einde van de eerste dag van de Opstand de rood-witte Poolse vlag fier op het hoogste gebouw van de stad, maar de meeste strategische punten bleven in Duitse handen. Wel maakte het Thuisleger in een aantal wijken op straat de dienst uit. De Duitsers hielden echter ook stand in de wijk Praga op de oostelijke rechteroever van de Wisla – waar elk moment Russische tanks werden verwacht.

Maar die kwamen niet. De aanvoerlijnen van het Russische 2de Tankleger bleken te lang; van het oorspronkelijke aantal van 810 tanks was nog maar een derde inzetbaar. Juist in de vroege ochtend van 1 augustus waren de Duitsers in de tegenaanval gegaan. De Russen moesten hun bruggenhoofd opgeven. Pas op 13 september zouden Poolse eenheden van het Rode Leger in Praga weer aan de Wisla staan.
 
Zo ontstond een dubbele omsingeling. Het stadscentrum op de linkeroever was ‘bevrijd’ Pools gebied, maar omsingeld door de Duitse Wehrmacht. Duitse eenheden waren op hun beurt omsingeld door het Thuisleger in fortificaties in het stadscentrum. Het duurde even voordat de Duitsers op grote schaal reserve-eenheden konden laten aanrukken, maar toen die eenmaal Warschau bereikten gingen ze met ongekende wreedheid te werk. De westelijke wijken Wola en Ochota werden schoongeveegd. Inwoners werden gebruikt als menselijk schild voor oprukkende SS-tanks. Daarachter gingen SS’ers van huis tot huis om de bewoners neer te schieten. Naar schatting 40.000 mannen, vrouwen en kinderen vonden de dood. Daarna liep het Duitse tegenoffensief vast op een warboel van kapotgeschoten gebouwen, barricades en tankversperringen in het stadscentrum. Om elke meter grond werd verbeten gevochten – wijk voor wijk, straat voor straat, huis voor huis.
 

Het stadscentrum op de linkeroever was ‘bevrijd’ Pools gebied, maar omsingeld door de Duitse Wehrmacht.

De Duitsers hadden haast. Ze vreesden dat de weg naar Berlijn open zou liggen voor het Rode Leger na de val van Festung Warschau. Bijna 40.000 militairen werden naar de stad gedirigeerd om het Poolse verzet te breken voordat de Russen voet in de stad konden zetten. Het Russische offensief liet echter een cruciale maand lang op zich wachten.

Dat kwam Sovjetleider Jozef Stalin prima uit. Hij wilde de Poolse regering in Londen vervangen door een communistisch bestuur dat hem wel goedgezind was. Stalin was er dan ook niet rouwig om dat het Thuisleger en de Wehrmacht in de straten van Warschau een strijd op leven en dood uitvochten, terwijl het Rode Leger op adem kwam.
 

De tekst loopt door onder de afbeelding.


Strijders van het Zośkabataljon spelen een belangrijke rol tijdens de Opstand. 

Op de Conferentie van Teheran hadden de geallieerden eind 1943 al besloten om Polen op te schuiven naar het westen. De Engelse premier Winston Churchill had dit met lucifers uitgetekend op de kaart van Europa. De Russische annexatie in 1939 van het huidige Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne werd bevestigd, maar geheimgehouden voor de Poolse regering in ballingschap.

Die drong tijdens de Opstand aan op bevoorrading door de lucht en de inzet van de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutistenbrigade, die bestond uit Poolse militairen die naar het Verenigd Koninkrijk waren gevlucht. Maar om Stalin niet voor het hoofd te stoten kreeg alleen een handvol Poolse piloten van de Britse RAF toestemming om mondjesmaat munitie te droppen boven Warschau. De Russen gaven slechts één keer toestemming voor een grootschalige Amerikaanse bevoorradingsmissie, maar op 9 september was dat te weinig en te laat. Gebrek aan wapens was permanent het grootste probleem voor het Thuisleger. En de Poolse parachutisten? Die werden tot hun frustratie in september in Nederland ingezet bij operatie Market Garden.
 

 Op de Conferentie van Teheran hadden de geallieerden eind 1943 al besloten om Polen op te schuiven naar het westen.

In de eerste dagen van de Opstand ging het dagelijks leven in de bevrijde delen van Warschau gewoon door. Na vijf jaar bezetting waaide er een frisse wind door de stad. Winkels waren open, Poolse vlaggen wapperden in de wind, Duitse bewegwijzering werd vervangen en er verschenen bijna twintig verschillende kranten. Scouts bezorgden tijdens de Opstand zo’n 116.000 brieven; 134 gaarkeukens verzorgden eten voor iedereen.

Het aanvankelijke optimisme verdween echter al snel als sneeuw voor de zon. Vrijwel direct moest het eten op rantsoen. Als gevolg van Duitse bombardementen en beschietingen verplaatste het leven zich van de straten naar de kelders. Die waren overvol door de komst van talloze vluchtelingen uit Wola en Ochota: in totaal zaten bijna 700.000 burgers vast in het stadscentrum.

Toen de Duitsers het water en de elektriciteit afsloten, verslechterden de leefomstandigheden dramatisch. Provisorische waterputten konden het watertekort maar deels opvangen. Dysenterie, tyfus en luizen tierden welig. Toen de gaarkeukens zelfs geen waterige meelsoep meer konden leveren, moesten honden, katten en duiven het ontgelden. Terwijl boven hun hoofden de brandende stad in puin werd geschoten, baden dicht opeengekropen burgers in stinkende donkere kelders vurig om een goede afloop.
 

De tekst loopt door onder de afbeelding. 


Soldaten van het Thuisleger verplaatsen zich door de riolen. Deze wordt gevangen door de Duitsers, najaar 1944.

Het moreel was laag. Toch waren er ook sprankjes hoop. Het Thuisleger wist aan het begin van de strijd een aantal Duitse tanks te bemachtigen. De telefooncentrale en enkele andere strategische punten werden toch nog veroverd. Begin september verdreven Russische gevechtsvliegtuigen eindelijk de Duitse Stuka’s, die al die tijd vrij spel hadden gehad. Poolse sluipschutters zaaiden dood en verderf in de Duitse gelederen. De militaire verliezen gingen aan beide kanten ongeveer gelijk op: naar schatting 15.000 AK-strijders en 17.000 Duitse militairen vonden de dood in de straten van Warschau.

Maar het gebied dat het Thuisleger in handen had was in de loop van september langzaam maar zeker gekrompen tot een paar vierkante kilometer aan ruïnes. Strijders verplaatsten zich noodgedwongen door de smerige riolen onder de stad. Zonder hulp van buitenaf zouden zij niet lang meer stand kunnen houden. Toen een laatste poging van Poolse eenheden in het Rode Leger om vanuit Praga de Wisla over te steken mislukte, was het lot van de Opstand bezegeld. Op 2 oktober gaf het opperbevel van het Thuisleger zich over. De 18.000 overgebleven AK-strijders, mannen en vrouwen, werden in lange colonnes afgevoerd in Duitse krijgsgevangenschap.
 

 Het Thuisleger wist aan het begin van de strijd een aantal Duitse tanks te bemachtigen.

De grote verliezers van de Opstand waren de inwoners van Warschau. Een deel van hen slaagde er tijdens de gevechten in om aan de heksenketel te ontsnappen. Maar toen de kanonnen zwegen, markeerden eenvoudige houten kruizen in binnentuinen de plekken waar 200.000 doden waren begraven.

De Duitsers ontruimden de stad. Van de 350.000 inwoners die het inferno hadden doorstaan, kwam ongeveer de helft in werk- en concentratiekampen terecht. Reichsführer-SS Heinrich Himmler had het bevel gegeven om de stad met de grond gelijk te maken. Alleen de spoorrails mochten blijven liggen. Alles van waarde werd weggesleept en daarna trokken Duitse genietroepen met vlammenwerpers en explosieven door de stad. De Poolse staat moest worden uitgewist. Paleizen, monumenten, archieven en bibliotheken – waarvan sommige de oorlog wonderwel bijna ongeschonden waren doorgekomen – werden verwoest.



Toen het Rode Leger in januari 1945 eindelijk de Wisla overstak en Warschau bevrijdde, was 85 procent van de stad verwoest. Als gevolg van de oorlogshandelingen in september 1939, de verwoesting van het getto van Warschau in 1943, de Opstand en de daaropvolgende Duitse sloopwerkzaamheden lag de trotse Poolse hoofdstad in de as. Door een combinatie van strategische blunders en geallieerde onwil waren de Polen er niet in geslaagd om het succes van 1918 te herhalen. Ze moesten nog tot 1989 wachten om hun onafhankelijkheid terug te winnen.
 
Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist.


Meer weten
 
The Warsaw Uprising of 1944 (2006) van Wlodzimierz Borodziej.
Rising ’44. The Battle for Warsaw (2003) van Norman Davies.
Warsaw 1944. Hitler, Himmler and the Warsaw Uprising (2013) van Alexandra Richie.