Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 4/2019

Gratis schuilen onder Amerika's militaire paraplu

70 jaar NAVO: een ongezellig feestje?

Door: Ivo van de Wijdeven
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Donald Trump wil dat de andere NAVO-landen meer zelf gaan betalen voor hun veiligheid. De viering van de zeventigste verjaardag van het bondgenootschap belooft daardoor geen gezellig feest te worden. Toch is Trumps opstelling niet uitzonderlijk. Ook zijn voorgangers ergerden zich aan de Europese neiging gratis te schuilen onder Amerika’s militaire paraplu.

Voor zijn buitenlandbeleid hanteert president Donald Trump een simpel principe: ‘America First.’ In de verhouding met de rest van de wereld moet het Amerikaanse belang altijd vooropstaan. Trump zet ook vraagtekens bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), het bondgenootschap dat dit jaar zijn zeventigste verjaardag viert. Hij is van mening dat de Amerikanen niet langer de kar hoeven te trekken.
 

Schild tegen agressie

Hoe anders was het op 4 april 1949. Toen schetterden de trompetten van een marinekapel door het grote blauw-en-goud gedecoreerde auditorium van het State Department in Washington. De plechtige ondertekening van het Noord-Atlantisch Verdrag was begonnen. Miljoenen mensen keken of luisterden live mee via de televisiecamera’s en talloze microfoons die op het podium waren gericht. Applaus barstte los toen de Amerikaanse president Harry Truman binnenstapte. Hij verkondigde dat het verdrag een schild tegen agressie zou zijn. ‘Door dit verdrag te ondertekenen handelen twaalf landen als goede buren, die zich uit zelfverdediging openlijk aaneensluiten,’ vervolgde Truman. ‘Het is een eenvoudig document. Had het echter in 1914 en in 1939 bestaan, dan zou het de agressie voorkomen hebben die tot twee wereldoorlogen heeft geleid.’
 
De Verenigde Staten kwamen als de grote overwinnaar uit de Tweede Wereldoorlog. Economisch gezien stonden de Amerikanen op eenzame hoogte. Ze produceerden in hun eentje net zoveel als alle andere landen van de wereld bij elkaar. Militair gezien moesten de Verenigde Staten alleen de Sovjet-Unie naast zich dulden. De twee supermachten hadden Europa verdeeld: Oost-Europa was stevig verankerd in de Russische invloedssfeer en West-Europa wilde maar wat graag dat de Amerikanen, die met open armen waren verwelkomd als bevrijders, betrokken zouden blijven bij het continent.


President Harry S. Truman tekent het NAVO-verdrag onder toeziend oog van zijn bondgenoten. 

Niet alleen was Amerikaanse financiële en materiële steun zeer welkom bij de wederopbouw, de Europeanen vestigden ook hun hoop op het machtige Amerika om toekomstige oorlogen in Europa te voorkomen. In West-Europa werd gevreesd dat Jozef Stalin het reusachtige Sovjetleger zou inzetten om zijn macht nog verder uit te breiden in Europa. Een coup in Tsjecho-Slowakije en een blokkade van West-Berlijn waren in 1948 tekens aan de wand.

De Amerikanen namen de uitnodiging om hun imperium uit te breiden naar West-Europa graag aan. Als onbetwiste leider van het democratische kamp waren zij bereid de strijd aan te gaan met de communistische Sovjet-Unie.

In de NAVO committeerden de Verenigde Staten zich aan de verdediging van West-Europa. De hoofdprijs voor de Europeanen was artikel 5 van het NAVO-verdrag: een aanval op één van de NAVO-landen wordt opgevat als een aanval op allemaal, en alle landen zullen samenwerken om de aanval af te weren. Dankzij deze ‘automatische’ veiligheidsgarantie konden de Europeanen schuilen onder de Amerikaanse nucleaire paraplu. Maar ze wensten ook fysieke Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa als garantie voor de inzet van Amerikaanse kernwapens bij een aanval door de Sovjet-Unie en haar bondgenoten.
 

Tot de jaren zeventig draaiden de Verenigde Staten op voor driekwart van de kosten

Aangezien de internationale spanningen door diverse crises rond Berlijn (1958-1961), de Korea-oorlog (1950-1953) en de Hongaarse Opstand (1956) weer opliepen, waren de Amerikanen ook daartoe bereid. Direct na de Tweede Wereldoorlog was de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa afgebouwd van 2.400.000 tot 80.000 manschappen, maar eind jaren vijftig zwol dat aantal weer aan tot 400.000 op het hoogtepunt. Tijdens de rest van de Koude Oorlog zou het aantal variëren, maar het zou tot 1989 nooit onder de 250.000 zakken. Elke uitbreiding werd in Europese hoofdsteden met blijdschap ontvangen, terwijl ook maar de minste neiging tot vermindering leidde tot geklaag.
 

Oost-Indisch doof 

Deze opstelling veroorzaakte Amerikaanse frustraties, zeker omdat de Europese bondgenoten al vanaf het prilste begin hun eigen verplichtingen ternauwernood nakwamen. De oorspronkelijke plannen voor de NAVO voorzagen in 96 Europese divisies, maar daarvan werden er maar 25 gerealiseerd. Tot in de jaren zeventig draaiden de Verenigde Staten op voor driekwart van de kosten. En dat terwijl de wederopbouw van West-Europa mede dankzij Amerikaanse economische steun heel voorspoedig was verlopen. Het gevolg was een steeds hoger oplopende discussie over de lastenverdeling. Pas in de jaren tachtig kwam die meer in balans, al gaven de Verenigde Staten in absolute getallen nog steeds het meeste geld uit.

Tegelijkertijd hielden de Europeanen zich Oost-Indisch doof voor Amerikaanse verzoeken om militaire steun in de wereldwijde strijd tegen de Sovjet-Unie. Tijdens de Vietnam-oorlog (1955-1975) verzuchtte de Amerikaanse president Lyndon Johnson zelfs eens dat hij al blij zou zijn met een symbolische bijdrage van een peloton Britse doedelzakspelers, zodat de Amerikanen er tenminste op papier niet alleen voor zouden staan.


Amerikaans militair machtsvertoon tijdens een NAVO-oefening in de Atlantische Oceaan, 1957.

De Vietnam-oorlog is ook hét grote voorbeeld van Europese kritiek op het Amerikaanse buitenlandbeleid. Met militaire garanties op zak toonden de Europeanen zich de grootste criticasters. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower klaagde in de jaren vijftig al: ‘Ik word moe van de gewoonte van de Europeanen om ons geld aan te nemen, verontwaardigd over ook maar de lichtste zinspeling op wat ze zouden moeten doen, en dan te denken dat ze het volste recht hebben om ongezouten kritiek te leveren. Het lijkt er zelfs op dat het genoegen dat ze daaraan beleven in verhouding staat tot de hoeveelheid steun die we ze geven.’
 
In zekere zin had Eisenhower gelijk. Met de Verenigde Staten als solide economische, politieke en militaire partner voelden de Europeanen zich vrij om een afwijkende koers te varen. Vooral de Franse president Charles de Gaulle greep die kans met beide handen aan. Uit onvrede over de Amerikaanse dominantie binnen het bondgenootschap streefde hij naar een onafhankelijker Europa. Hij kreeg geen steun van de andere Europese NAVO-bondgenoten, maar trok in 1966 Frankrijk terug uit de militaire structuur van de NAVO. Alle Amerikaanse militairen moesten Frankrijk verlaten, waarop de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk spits vroeg of dat ook gold voor de dode Amerikaanse soldaten op militaire begraafplaatsen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

De NAVO stond na het wegvallen van de Sovjet-Unie als vijand nog steeds fier overeind

Maar als puntje bij paaltje kwam, bleven alle Europese bondgenoten toch trouw aan de door de Amerikanen uitgestippelde koers. Zo kwam de Duitse bondskanselier Helmut Schmidt in 1979 zelf met het idee voor het impopulaire NAVO-dubbelbesluit: Amerikaanse kernraketten voor de middellange afstand stationeren als antwoord op de plaatsing van Russische SS-20-kernraketten en tegelijkertijd onderhandelen met de Russen over terugtrekking. En De Gaulles opvolgers sloten akkoord na akkoord over nauwe militaire samenwerking tussen Frankrijk en de NAVO. De angst voor de Sovjet-Unie was altijd groter dan de afkeer van het Amerikaanse buitenlandbeleid.
 

Felle protesten

Dat gold ook voor de Europese publieke opinie. De Amerikaanse massacultuur was sinds de Tweede Wereldoorlog alomtegenwoordig in Europa. Muziek, films, televisieprogramma’s en mode oefenden een grote aantrekkingskracht uit, met name op jongeren.

Tegelijkertijd waren het ook vooral jongeren die een afkeer hadden van het Amerikaanse buitenlandbeleid. Tegen de Vietnam-oorlog en het NAVO-dubbelbesluit werd in heel Europa fel geprotesteerd. Zeker in politiek linkse kringen was er onder het mom van ‘liever een Rus in de keuken dan een raket in je tuin’ sympathie voor de Sovjet-Unie, maar over het algemeen sprak in Europese opiniepeilingen een meerderheid zich uit vóór de NAVO.


Demonstranten hebben genoeg van de NAVO én van het Warschaupact, jaren tachtig. 

Op hun beurt waren de Amerikanen ook niet bereid om West-Europa zomaar te laten vallen. Dat was tot 1979 de belangrijkste handelspartner, en bovendien waren de Europeanen, hoe kritisch ze ook waren, ideologisch gelijkgestemd en samen met de Japanners de trouwste bondgenoten. Tijdens een van de vele handelsconflicten die de Amerikanen en de Europeanen tijdens de Koude Oorlog uitvochten, vatte president Robert Nixon - nooit erg fijnbesnaard - de Amerikaanse opstelling kernachtig samen: ‘De Europese regeringsleiders willen ons naaien en wij hen. Desondanks moeten we voorkomen dat de navelstreng tussen de Verenigde Staten en Europa wordt doorgeknipt, zodat de Sovjets Europa niet kunnen wegknabbelen.’
 

'Nieuwe wereldorde'

Dat gebeurde niet. De Sovjet-Unie en haar bondgenoten waren langzaam maar zeker economisch achteropgeraakt. De Russische leider Michail Gorbatsjov zette in de jaren tachtig een nieuwe koers in, maar toen hij de Russische greep op Oost-Europa liet verslappen, verliep de ontmanteling van de Russische invloedssfeer razendsnel. Uiteindelijk viel ook de Sovjet-Unie zelf uiteen.
 
De Amerikaanse president George Bush senior claimde trots dat er een ‘nieuwe wereldorde’ was aangebroken. De NAVO stond na het wegvallen van de Sovjet-Unie als vijand nog steeds fier overeind. Op Amerikaans aandringen ging het bondgenootschap op zoek naar een nieuwe rol voor zichzelf. Die werd gevonden in de oude Amerikaanse wens van operaties buiten het verdragsgebied, met nieuwe taken als bestrijding van terrorisme, massavernietigingswapens en anarchie. In de jaren negentig speelde de NAVO een hoofdrol bij de beëindiging van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië. Tegelijkertijd werd het bondgenootschap fors uitgebreid met landen uit het voormalige Oostblok. Het ledental ging van 16 in 1989 naar 29 vandaag de dag. Ook Frankrijk draait weer helemaal mee.


De eerste Pools-Amerikaanse oefening in Polen onder de NAVO-vlag, 1995. 

Na de aanslagen van 11 september 2001 trad artikel 5 voor het eerst – en vooralsnog voor het laatst – in werking. Tijdens de oorlog in Afghanistan leverden alle Europese bondgenoten trouw een bijdrage, maar naarmate de door president George Bush junior uitgeroepen War on Terror’ langer duurde, liep het animo voor operaties buiten het verdragsgebied snel terug. Vooral op de in 2003 begonnen oorlog in Irak werd, met name door Duitsland en Frankrijk, zware kritiek geleverd. Die Europese kritiek op het Amerikaanse buitenlandbeleid is nooit echt verstomd.

Ondertussen bleef de lastenverdeling ook na de Koude Oorlog een pijnlijk punt binnen het bondgenootschap. Achtereenvolgende presidenten, van Bill Clinton tot Barack Obama, bleven daarop hameren. De Amerikanen vonden in de jaren negentig al dat de Europeanen meer moesten doen aan hun eigen veiligheid en de stabiliteit in hun achtertuin, maar die incasseerden juist enthousiast het ‘vredesdividend’ en krompen hun krijgsmachten fors in. Ook de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa is sinds 1989 steeds verder afgebouwd. In Europa gelegerde Amerikaanse militairen waren elders harder nodig. Nu zijn er nog ongeveer 64.000 over.
 

 
De Amerikanen toonden zich ook steeds minder genegen om in te grijpen bij problemen in de Europese periferie. Het stabiele Europa behoefde geen Amerikaanse aandacht en zou bovendien voor zichzelf moeten kunnen opkomen. Obama sprak weliswaar warme woorden over Europa en multilaterale samenwerking, maar de Verenigde Staten waren en zijn slechts halfhartig betrokken bij de conflicten in Libië, Syrië en Oekraïne.
 

Niet zeuren, maar betalen 

Ondanks alles is de uitnodiging van de Europeanen aan de Amerikanen niet ingetrokken. De NAVO is nog steeds dé garantie voor de veiligheid van Europa. De nucleaire paraplu is er nog altijd. En sinds Rusland zich onder president Vladimir Poetin weer assertief opstelt en niet terugdeinst voor oorlog in de achtertuin van Europa, zijn de Europese NAVO-bondgenoten maar wat blij dat ze daaronder kunnen schuilen. Zeker bij lidstaten uit het voormalige Oostblok zit de schrik er goed in. Zij smeken al langer in het Witte Huis om uitbreiding van het aantal Amerikaanse militairen op hun grondgebied.

In Europa is de schok daarom groot dat Trump de Europese uitnodiging kritisch tegen het licht houdt. Hij zet grote vraagtekens bij het Amerikaanse imperium in Europa. Trump vindt niet alleen dat bondgenoten die veiligheid willen niet moeten zeuren, maar ook dat ze daarvoor moeten betalen. Vaak wordt gezegd dat het een breuk is met het verleden, maar wie de geschiedenis van de NAVO onder de loep neemt, moet concluderen dat de Europeanen het al lang hadden kunnen zien aankomen.
 
Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist.

Dit artikel is gebaseerd op een aantal hoofdstukken uit het pas verschenen boek De nieuwe rafelrand van Europa – De eeuwenlange voorgeschiedenis van Brexit en Trump van Ivo van de Wijdeven (144 p. Unieboek|Spectrum, € 15,-).

Hierin gaat Van de Wijdeven in op Europa’s langdurige haat-liefdeverhouding met het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.