Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
dinsdag 5 februari 2019

Hoe een Friese patriciërszoon in het leger van Napoleon en Willem I belandde

Sybrand van Haersma Buma en Wiete Hopperus Buma over Gerlacus Buma (1793-1838)

Door: Ollie Peijnenburg
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

‘Het is uniek om zoveel bronnen over een gewone burger tot je beschikking te hebben’, zeggen CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma en zijn verre neef en voormalig officier Wiete Hopperus Buma. Aan de hand van tientallen brieven van Gerlacus Buma, gericht aan zijn ouders, hebben zijn nazaten een verhaal geschreven over deze militair die diende in het leger van Napoleon en Willem I. ‘Als Gerlacus niet in het leger had gezeten, dan was er waarschijnlijk niet veel van hem terecht gekomen.’

Hoe kwamen jullie Gerlacus Buma op het spoor?
‘In onze familie waren ongeveer tien brieven van Gerlacus Buma bekend. Die waren ooit eens uitgewerkt voor een negentiende-eeuws herdenkingsboek over Waterloo. Wij waren nieuwsgierig geworden naar Gerlacus’ verhaal en gingen in het familiearchief kijken of er nog meer bekend was over zijn leven. In dat archief kwamen we nog zeventig andere brieven van Gerlacus tegen. Daarbij zaten ook documenten zoals bevorderingen en benoemingen. Toen kwamen we op het idee om een verhaal over hem te schrijven.’

Hoe kwam hij in het leger terecht?
‘Gerlacus Buma kwam uit een patriciërsgeslacht. De man was eigenlijk voorbestemd om jurist te worden. Zijn familie, onder wie zijn vader, bekleedde namelijk dergelijke soort posities. Gerlacus was geen hoogvlieger en bewandelde daarom een andere weg. Nadat hij het liet afweten als rechtenstudent in Groningen, ontving hij op 30 april 1813 een oproep van de prefect van Friesland om dienst te nemen in het leger van Napoleon. Vanaf 1813 eisten de Fransen dat zonen van welgestelde Nederlanders dienst namen in de Garde d’honneur. In eerste instantie probeerde Gerlacus zich af te laten keuren zodat hij niet in dienst hoefde te treden. Hij ambieerde namelijk geen carrière in het leger. Helaas voor de patriciërszoon trapte de prefect van Friesland hier niet in. Gerlacus werd in een van de gardes geplaatst onder leiding van Cornelis Franciscus Frisius van Hylckama en zo begon zijn militaire loopbaan toen hij op 11 juli 1813 vertrok richting Frankrijk.’

Hoe verliep de militaire carrière van Gerlacus?
‘Als lid van de Garde d’honneur werd hij al snel met de ineenstorting van het Franse leger geconfronteerd. Nadat de troepen van Napoleon een grote nederlaag hadden geleden in Leipzig in oktober 1813, probeerden enkele soldaten in deze chaos uit het leger te vluchten. Ze waren bang dat zij het volgende kanonnenvoer werden. Gerlacus besloot daarom om te deserteren, samen met een paar andere soldaten. Zo kwam een eind aan zijn Franse avontuur dat maar enkele maanden had geduurd.

Toen Gerlacus terug was in Leeuwarden moest hij zich gaan beraden op zijn toekomst. Aanvankelijk leek het een bureaubaan te worden bij de belastingen, maar op 5 februari 1814 ontving Gerlacus een besluit van de soeverein vorst van Oranje-Nassau. Hierin stond dat de prins hem aangesteld had als tweede luitenant bij het Regiment Huzaren van luitenant-kolonel Willem François Boreel. De patriciërszoon besloot om weer in dienst te treden, maar dit keer vrijwillig. Dit regiment zou zijn thuis gaan vormen. Tussentijdse overstappen naar het Regiment Huzaren no. 8 en het Regiment Lichte Dragonders no. 4 deed hij alleen om te kunnen worden bevorderd.’

Een rode draad door het leven van Gerlacus Buma is geldtekort. Waarom had hij geldproblemen?
‘Ten eerste had hij veel kosten in het leger. Zo verwachtte het Regiment Huzaren dat hij als officier zijn eigen paard en sabel bekostigde. Daarnaast diende hij ook een inhuldigingsdiner te betalen toen hij toetrad tot het regiment.

Ten tweede leefde Gerlacus op grote voet. Hij ging bijvoorbeeld naar een kermis of vertoefde in een zwavelbad in Aken. Uit de brieven blijkt dan ook dat hij vaak om geld vroeg aan zijn vader. Dan kreeg hij misschien formeel wel op zijn duvel in die brieven van zijn oudeheer, maar toch leende zijn vader hem elke keer weer geld. Je zag wel dat die schuld hem parten speelde. Aan het einde van zijn leven had hij geen vermogen opgebouwd.’

Welke indruk krijgen jullie van Gerlacus Buma?
‘Gerlacus werd geboren met een zilveren lepel in zijn mond en totdat hij ging studeren kwam alles hem aanwaaien. Toen hij daarna militair werd ging er een nieuwe wereld voor hem open. Hij vond het hele militaire avontuur nogal spannend.

Gerlacus was ook een sociale man. Waar hij kwam kende hij mensen. Dit had te maken met het ijzersterke netwerk van de elite in Europa. Hij logeerde regelmatig bij de plaatselijke chic, dineerde met generaals en richtte op de Brabantse heide zelfs een soort sociëteit op, waar hij de Friezen in opnam. Daarnaast was Gerlacus graag in het gezelschap van zijn kameraden en voelde hij zich thuis in het regiment waarin hij zat. Dat regiment was echt de bestemming voor deze man. Als Gerlacus niet in het leger had gezeten, dan was er waarschijnlijk niet veel van hem terecht gekomen.’

Waarom is Gerlacus’ verhaal zo bijzonder?
‘Het mooie aan dit verhaal is dat het zich afspeelt in een tijd waarin de Nederlandse identiteit zich vormde. Aan het begin van Gerlacus’ militaire carrière bestond de Nederlandse natie namelijk nog uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In augustus 1830 begon de Belgische Revolutie waardoor er steeds meer verschil in identiteit tussen de twee delen kwam. Vanaf dat moment begon de Noord-Nederlandse identiteit zich pas echt te vormen. Zonder dat hij het wist leefde hij dus in een ontzettend belangrijke periode en bovendien was hij ook betrokken bij belangrijke gebeurtenissen zoals Waterloo. Wat je meestal ziet is dat de verhalen gaan over grote namen zoals Napoleon, maar er zijn heel weinig bronnen waarmee je een gewone burger zo lang en intensief kunt volgen. Omdat het verhaal van Gerlacus zo gewoon is, is het heel bijzonder.’

Bannerafbeelding: De prins van Oranje bij Quatre-Bras, 16 juni 1815 (Jan Willem Pieneman)