Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
donderdag 10 januari 2019

‘De Republiek was een geld-, belasting- en oorlogsmachine’

Luc Panhuysen over de Republiek tijdens de Collegedag Gouden Eeuw

Door: Ollie Peijnenburg
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Alles in de Republiek draaide om geld. Dat zegt historicus Luc Panhuysen, die tijdens de Collegedag Gouden Eeuw, op maandag 18 maart in Museum Prinsenhof in Delft, een college verzorgt. Panhuysen publiceerde meerdere boeken over de Gouden Eeuw. ‘Wie betaalde, bepaalde in de Republiek.’

Hoe was de politiek in de Republiek georganiseerd?
‘Het politieke stelsel van de Republiek kun je het best vergelijken met een matroesjka: elke keer als je een poppetje openschroeft, zit er een kleinere versie van zo’n poppetje in. Hetzelfde was het geval bij de Republiek. Zo waren er de Staten van Holland en de Staten-Generaal. Maar ook iedere provincie had zijn eigen Statenvergadering die overal weer verschillend was samengesteld. In die provincies waren er weer steden die een eigen economie en verkiezingen hadden. Wel waren de steden ingebed in de structuur van de provincie. Dus er was een connectie tussen de Statenvergaderingen en de steden. Johan de Witt omschreef de Republiek ook al op een adequate manier: “Republiek van de Zeven Verenigde Republieken”.’
 

Wie had de macht in de Republiek?
‘Op papier gold de Staten-Generaal als bestuur van de Republiek, maar in feite lag de macht bij de provincie Holland. De Republiek was namelijk een land van kooplieden en alles draaide om geld. Wie betaalde, bepaalde. Holland moest de overige provincies tegemoet komen en andere provincies moesten Holland de dominantie binnen de Republiek gunnen. Het was dus een voortdurende kwestie van onderhandelen tussen de verschillende provinciën om de orde te behouden binnen de confederatie van de Republiek.’

Hoe is de Republiek ontstaan?
‘Als men aan de Republiek denkt, dan denkt men snel aan de prinsen van Oranje.
Er zijn echter twee Founding Fathers, en beiden burgers, die aan de wieg van de Republiek staan: Johan van Oldenbarnevelt en Johan de Witt. Van Oldenbarnevelt slaagde erin om binnen tien jaar na het overlijden van Willem van Oranje de Opstand te redden én de fundamenten te leggen voor de Nederlandse Republiek zoals die tot aan 1795 zou blijven voortbestaan. Hij richtte de Republiek zo in dat er geld werd verdiend om oorlog te voeren. Zo werd deze staat een geldmachine, een belastingmachine en een oorlogsmachine.

De andere Founding Father, Johan de Witt, moest die overlevingseenheid, die in tijden van oorlog onder Van Oldenbarnevelt tot stand was gekomen, omzetten tot een eenheid in vredestijd. Er kwamen echter spanningen met andere Europese mogendheden die uiteindelijk zouden leidden tot het rampjaar in 1672.’