Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
dinsdag 11 december 2018

Het AfricaMuseum is nog niet af

‘Laatste koloniale museum’ biedt na renovatie geen kant-en-klare antwoorden

Door: Anne Burgers
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Het Belgische AfricaMuseum in Tervuren, bij Brussel, is gerenoveerd. Het ‘laatste koloniale museum van Europa’, zoals het bekendstond, toont een gemoderniseerde geschiedenis van Centraal-Afrika. Ook laat het de worsteling zien met het eigen koloniale verleden. ‘We willen bezoekers confronteren met de evolutie van dit museum,’ zegt directeur Guido Gryseels.

Tijdens de rondleiding voor de pers, twee dagen voor de officiële opening, oogt het museum nog niet af. Medewerkers van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, zoals het AfricaMuseum officieel nog altijd heet, zijn dan nog hard aan het werk om het museum toonbaar te maken. Pronkstukken, zoals een helmmasker uit de achtste of negende eeuw en een verzameling opgezette dieren, zijn al prachtig geëxposeerd. Maar ze worden omringd door halflege vitrines en installaties waarin nog beeldschermen moeten worden geplaatst.
 

Koloniale verheerlijking

Doel van het vernieuwde museum is om een veel kritischer beeld te schetsen van het koloniale verleden van België. Geen eenvoudige opdracht, aangezien koning Leopold II het museum in 1898 oprichtte als propagandamiddel voor zijn koloniale activiteiten. Bovendien is het gebouw een toonbeeld van koloniale verheerlijking, met standbeelden van Europese beschermvrouwen die zich ontfermen over hulpeloze Afrikanen, historische uitlegborden (‘België brengt de beschaving naar Congo’) en de initialen van de beruchte Leopold, zichtbaar op maar liefst vijfenveertig plekken in het museum. Een kritische visie op het koloniale verleden betekent dus ook een kritische visie op het eigen museum en zijn geschiedenis.
 

Tekst loopt verder onder afbeelding.

Een van de beelden in de voormalige entreehal.

Volgens directeur Guido Gryseels is dat onontkoombaar. ‘Het museum is een historisch monument dat je niet kunt verwijderen. We kunnen de koloniale verwijzingen niet weghalen, maar we bieden uitleg en context. We hebben kunstenaars gevraagd in te spelen op de verwijzingen, waardoor de bezoeker geconfronteerd wordt met de evolutie van het museum.’ Als voorbeeld noemt Gryseels een tijdens het interbellum ingerichte herdenkingszaal waar de namen van 1500 in de Congo-Vrijstaat (1876-1908) omgekomen Belgen op de muur zijn geschilderd. Als eerbetoon aan de honderdduizenden, mogelijk miljoenen omgekomen Congolezen in deze periode, maakte kunstenaar Freddy Tsimba een installatie die de namen van deze onzichtbare slachtoffers op dezelfde muur projecteert.

Ook in de voormalige entreehal plaatste het museum een hedendaags kunstwerk dat een tegenwicht moet bieden aan de vele koloniale verwijzingen. Karikaturale standbeelden van Afrikanen die hier voor de renovatie stonden zijn nu te zien in het beeldendepot, waar het museum uitlegt waarom de sculpturen zijn verwijderd van hun ereplaats. Op deze manier zet het museum op geslaagde wijze zijn eigen historische stukken in om de koloniale propaganda bloot te leggen.

Tekst loopt verder onder de afbeelding.

De muur in de herdenkingshal, met namen van Afrikaanse slachtoffers erop geprojecteerd. © RMCA, Tervuren, photo Jo Van de Vijver
 

Langzaam

Het museum heeft zich laten adviseren door een collectief van Belgische Afrikanen, Comraf. Die samenwerking begon stroef te verlopen toen de groep meer wilde meebeslissen. Gryseels: ‘De vernieuwing van een museum behelst meer dan de presentatie van een nieuw verhaal. Je hebt te maken met collecties, personeelsbestanden, partners. Neem ons personeel: dat bestond twintig jaar geleden uitsluitend uit blanke Belgen. Inmiddels is 8 procent van onze werknemers van Afrikaanse afkomst, dus het wordt meer divers, al gaat het niet zo snel. We delen hetzelfde doel als Comraf, maar veranderingen gaan langzaam.’
 
Het lage tempo van de veranderingen komt volgens Gryseels doordat het debat over het koloniale verleden in België langzamer op gang is gekomen dan in omringende landen. Tot het begin van deze eeuw woonden er nauwelijks Afrikanen in België. Inmiddels telt het land 250.000 inwoners die hun wortels in de voormalige Afrikaanse koloniën hebben en wordt ook in België hevig gediscussieerd over standbeelden en straatnamen van Leopold en consorten. Roofkunst vormt eveneens een onderwerp van discussie. Tijdens de persconferentie geeft Gryseels aan dat hij graag wil samenwerken met Afrikaanse musea en eventuele restitutieclaims zeker in overweging zou nemen. Daags na de persconferentie maakt de Congolese president Kabila bekend dat zijn land binnen een half jaar een officieel verzoek indient om in de koloniale tijd geroofde kunst terug te krijgen. Of het museum zich aan zijn voornemen houdt, blijkt dus binnen afzienbare tijd.
 
Tekst loopt verder onder de afbeelding.

De karikaturale beelden van Afrikanen die vroeger in de entreehal stonden, staat nu in een beeldendepot. © RMCA, Tervuren, photo Jo Van de Vijver

De goede bedoelingen en vele obstakels ten spijt blijft het AfricaMuseum omstreden. ‘Het DNA van het gebouw is koloniaal, dat verdwijnt niet als je het renoveert. Als dit instituut probeert iets nieuws te doen, doet het hetzelfde met andere middelen’, aldus architect Laura Nsengiyumva in De Standaard. Tijdens de perspresentatie is moeilijk te beoordelen of het AfricaMuseum is geslaagd in de vernieuwde opzet, omdat de inrichting nog niet klaar is. Het koloniale verleden lijkt niet overal even prominent aanwezig als je zou verwachten. De zalen met opgezette dieren en andere natuurschatten laten op het eerste gezicht niets zien over de manier waarop die stukken zijn verkregen. En ook in de zaal die het kolonialisme als thema uitlicht, krijgt de bezoeker niet direct een duidelijke visie gepresenteerd op de wreedheden die in Centraal-Afrika plaatsvonden, met name in de tijd dat Leopold Congo als privébezit exploiteerde. Mogelijk komt de veroordeling van het kolonialisme duidelijker naar voren wanneer deze zaal helemaal af is en alle beeldschermen en audiotours die uitleg moeten bieden zijn geïnstalleerd.
 
Ondanks de nog te voorzichtige benadering is het AfricaMuseum, met zijn omstreden geschiedenis, na de renovatie van ver gekomen. Door de pijnlijkste museumstukken te voorzien van uitleg en hedendaagse Afrikaanse kunstenaars een tegengeluid te laten horen, gaat het museum zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg. Bovendien maakt het museum duidelijk dat de nieuwe opstelling niet het eindstation is en er ambities zijn om verder te gaan. ‘Het gaat niet snel genoeg, maar er is wel beweging’, aldus Gryseels. En het prachtig gerenoveerde gebouw is op zichzelf al een bezoek waard. Het vormt, als propagandamiddel van Leopolds ‘beschavingsmissie’, een stille getuige van – of liever medeplichtige aan – een lang verzwegen geschiedenis.
 
Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
Leuvensesteenweg 13, Tervuren
België
Openingstijden: di-vr 11-17 uur, za-zo en feestdagen en schoolvakanties 10-18 uur.
Website 

Bannerafbeelding: de voormalige entreehal van het AfricaMuseum. © RMCA, Tervuren, photo Jo Van de Vijver