Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 9/2018

Hoe Charles de Gaulle zijn land weer groot maakte

Vive la France!

Door: Bart Stol
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Frankrijk gold in de jaren vijftig als de zieke man van Europa. Dat veranderde toen generaal Charles de Gaulle in 1958 de macht overnam. Met zijn bij vlagen megalomane politiek wist hij Frankrijk weer op de kaart te zetten.

‘Frankrijk kan Frankrijk niet zijn zonder grandeur.’ Het is een van de bekendste zinnen uit de Oorlogsmemoires (1954) van generaal Charles de Gaulle. De Franse staatsman (1890-1970) had een roeping: hij wilde Frankrijk zijn historische plaats tussen de grote mogendheden teruggeven. Die was het land verloren na de smadelijke nederlaag tegen nazi-Duitsland in 1940.

Na de oorlog waren de eindeloos ruziënde Franse politici bovendien nauwelijks in staat om de vele problemen waar het land mee kampte aan te pakken. Koloniale oorlogen in Vietnam en Algerije werden verloren of verzandden in een patstelling. Voor zijn veiligheid tegenover de Sovjet-Unie was Frankrijk afhankelijk van de Verenigde Staten. Dat veranderde allemaal met de machtsovername van De Gaulle in 1958. De Gaulle herschreef de Franse grondwet en legde zo de basis voor de Vijfde Republiek, waarin de president meer macht kreeg dan het twistzieke parlement. Dat gaf hem de mogelijkheid slagvaardiger op te treden, met name op het internationale toneel.

Tekst loopt door onder de afbeelding


Om Frankrijks ‘rang’ en ‘onafhankelijkheid’ te herstellen zette De Gaulle zich op recalcitrante wijze af tegen de VS. Hij ijverde onder meer voor een drastische verandering van de verhoudingen binnen de NAVO en de EEG. Zijn missie had megalomane trekken, maar is een voorbeeld geworden voor zijn opvolgers. Toch slaagde geen van hen erin om de wereld zo vaak te verbazen als De Gaulle tussen 1958 en 1969, de jaren dat hij de Franse politiek domineerde. Vijf befaamde en beruchte episodes uit zijn jacht op grandeur op een rij. 

Algerije

Eindelijk onafhankelijk
Algerije is een sleutelbegrip in de carrière van De Gaulle. Zonder Algerije geen president De Gaulle en geen Vijfde Republiek – de huidige staatsvorm van Frankrijk. Algerije was in 1958 nog een speciaal onderdeel van het Franse koloniale rijk. Omdat er zo’n miljoen veelal Franse kolonisten woonden gold het als een deel van Frankrijk zelf. Maar een deel van de 9 miljoen Berbers en Arabieren in het gebied was in 1954 in opstand gekomen. Verschillende Franse politici wilden via gesprekken met de Algerijnse nationalisten een oplossing vinden, maar stuitten op heftig verzet van kolonisten en het Franse leger. In mei 1958 namen kolonisten in Algiers de macht over en dreigde het leger zelfs een staatsgreep te plegen.

Dit was het moment waarop De Gaulle zijn kans greep. Als voorman van de Vrije Fransen – Franse militairen, politici en burgers die de Duitsers bevochten - en de eerste naoorlogse regeringsleider, had hij in 1946 gefrustreerd de kibbelende Franse politiek de rug toegekeerd. Nu presenteerde hij zich als de onafhankelijke staatsman die de patstelling tussen leger en regering kon doorbreken. Een van zijn voorwaarden was dat hij de vrije hand kreeg om het Franse politieke systeem te hervormen. Gesteld voor de keuze – een burgeroorlog of de eigenzinnige en autoritaire De Gaulle - koos een meerderheid van de Franse politici voor het laatste.

De Gaulle had ook de steun van het leger en de kolonisten, die hoopten dat hij Algerije voor Frankrijk zou behouden. Dat bleek een misrekening. Eenmaal aan de macht stuurde hij aan op onafhankelijkheid van het gebied. Algerije zat De Gaulle in de weg. Zolang de koloniale oorlog voortmodderde, bleef Frankrijk verdeeld en kon hij de Franse krijgsmacht niet moderniseren. Daarnaast maakte de strijd Frankrijk tot mikpunt van felle internationale kritiek.

Tekst loopt door onder de afbeelding


Het liquideren van de Algerijnse kwestie was de eerste voorwaarde om Frankrijks grandeur te herstellen. Hij zou er in 1962 in slagen en oogstte er internationaal veel lof mee. Samen met het feit dat hij in 1958 een burgeroorlog wist te voorkomen geldt het als zijn grootste prestatie. Zelfs het bewijs dat vertrouwelingen van De Gaulle de revolte van het leger en de kolonisten hebben aangewakkerd om hem weer aan de macht te brengen heeft er nauwelijks een smet op kunnen werpen.

Franse atoombom

Militair vertoon
Op 13 februari 1960 ontplofte in de Algerijnse Sahara de eerste Franse atoombom. Het was voorpaginanieuws in de hele wereld. Algemeen Handelsblad noemde hem treffend ‘de bom van het prestige’. Hoewel Franse politici het besluit om een atoomwapen te ontwikkelen al voor 1958 hadden genomen, kon De Gaulle strijken met de eer. Frankrijk was toegetreden tot de selecte club landen die beschikten over het machtigste wapen uit de geschiedenis.

De Gaulle kon zich nu ook onafhankelijker opstellen van Amerika, dat binnen het Westen het feitelijke monopolie op atoomwapens had gehad. De Gaulle vertrouwde de Amerikanen niet. Dat wantrouwen ging terug op zijn slechte relatie met president Franklin D. Roosevelt. De Amerikaan beschouwde Frankrijk na de nederlaag tegen nazi-Duitsland als een derderangs mogendheid. De Gaulle was ervan overtuigd dat de Amerikanen Frankrijk klein wilden houden. Ook meende hij dat zij hun eigen veiligheid niet voor Europa op het spel zouden zetten in een oorlog met de Sovjet-Unie. Een eigen, Franse atoombom had een afschrikkende werking. Daarnaast kon Frankrijk nu zelf een atoomoorlog tussen Oost en West ontketenen, en zo de Amerikanen dwingen om zich op het uur U toch achter Europa te scharen.

De Amerikanen moesten Frankrijk nu wel serieus nemen, ook op langere termijn. Volgens De Gaulle waren allianties als de NAVO van tijdelijke aard. Bondgenoten van vandaag konden de concurrenten van morgen zijn. Die filosofie zette hij in 1967 kracht bij met de provocerende suggestie dat Frankrijk zijn atoomwapen in alle windrichtingen (‘tous azimuts’) zou opstellen – ook richting de VS.

Een eigen bom bood De Gaulle tenslotte de mogelijkheid om Frankrijk als leider van een verenigd Europa te presenteren – en binnen de EEG een militair overwicht te behouden op het potentieel sterkere West-Duitsland.

‘Nee' tegen de EEG

Liever een statenbond
De generaal was stellig op een geruchtmakende persconferentie in mei 1962: Europese helden als Dante, Goethe en Chateaubriand zouden weinig bereikt hebben als ze hadden geschreven in kunstmatige talen als Esperanto of Volapük. Zijn sarcastische boodschap was helder: De Gaulle geloofde niet in de levensvatbaarheid van een supranationaal Europa, gemodelleerd naar de Verenigde Staten en bestuurd door een Europese Commissie in Brussel. Daarvoor waren de nationale identiteiten volgens hem te diep geworteld.

Tekst loopt door onder de afbeelding


De in 1957 opgerichte Europese Economische Gemeenschap (EEG) accepteerde hij als een fait accompli, maar hij wilde af van het idee dat de EEG zich zou ontwikkelen tot een superstaat. In plaats daarvan wilde hij de EEG als basis gebruiken voor de vorming van een Europa van staten, onder Franse leiding. Zijn statenbond (met Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg) moest zelfstandig naast Amerika en de Sovjet-Unie op het wereldtoneel opereren. Zo werd Europa eveneens een middel om Frankrijk internationaal weer mee te laten tellen.

Vooral tussen 1958 en 1963 probeerde hij zijn doel te bereiken. Daarbij wist hij zijn EEG-partners, Groot-Brittannië en de VS regelmatig op de kast te krijgen. In 1963 (en 1967) sprak hij een veto uit tegen de toetreding van Groot-Brittannië tot de EEG, omdat hij vond dat het land politiek en economisch te zeer van de andere lidstaten verschilde. Daarnaast beschouwde hij Groot-Brittannië vanwege de special relationship met de VS als een ‘Amerikaans’ paard van Troje.

In 1963 tekende hij met bondskanselier Konrad Adenauer het befaamde Frans-Duitse vriendschapsverdrag. Daarmee bezegelden ze de Frans-Duitse as in Europa. Even leek het erop dat de EEG onder invloed van Frankrijk en Duitsland afstand zou nemen van Amerika. Maar een meerderheid van Duitse politici schrok - net als de andere EEG-partners - uiteindelijk terug voor de verregaande plannen van de generaal.

Toch heeft De Gaulle volgens sommige historici het integratieproces wezenlijk beïnvloed. Zij wijzen op zijn beruchte legestoelpolitiek uit 1965 en 1966. Deze crisis draaide om de machtsverhoudingen tussen de lidstaten en de Europese Commissie, en om de vraag of individuele lidstaten meerderheidsbesluiten konden blijven blokkeren. Door een halfjaar schaamteloos EEG-vergaderingen te boycotten wist De Gaulle de ambities van de Europese Commissie af te zwakken en het vetorecht te behouden. Daarmee bleef de feitelijke macht binnen de EEG voorlopig in handen van de individuele lidstaten. In de eerste plaats van de grote: Frankrijk en Duitsland.

Weg met de NAVO

Symbolische daad
‘Vraag hem of we ook onze kerkhoven moeten meenemen, Dean.’ In het voorjaar van 1966 was de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson woedend. Hij had een brief van De Gaulle ontvangen waarin de generaal meedeelde dat Frankrijk terugtrad uit de militaire structuur van de NAVO: of de bondgenoten zo snel mogelijk hun soldaten en materieel van Franse bodem wilden verwijderen. Minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk deed wat Johnson hem opdroeg. Hij vroeg De Gaulle of zijn verzoek ook gold voor gesneuvelde Amerikaanse soldaten die sinds de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Frankrijk begraven lagen. De generaal verwaardigde zich niet te antwoorden.

Tekst loopt door onder de afbeelding


Zijn besluit om Frankrijk militair uit de NAVO terug te trekken was het hoogtepunt in De Gaulles emancipatiestrijd tegenover de VS. Het was een belangrijke symbolische daad, vooral bedoeld voor het thuisfront. Hij kon ermee benadrukken dat Frankrijk militair volledig op eigen benen stond. Maar voor de Franse bondgenoten was het een beledigende en schokkende manoeuvre. De Koude Oorlog was nog in volle gang, en de eenheid van de NAVO gold binnen Europa en de VS als de voornaamste troef tegenover het Oostblok.

Inmiddels is duidelijk dat de generaal nooit werkelijk van plan is geweest om met de NAVO te breken. Hij wist donders goed dat Frankrijk en de NAVO elkaar nodig hadden tegenover de Sovjet-Unie. Daarom bleef Frankrijk wel lid van de politieke pendant van de NAVO. In 1967 sloten De Gaulle en de NAVO bovendien een goeddeels geheimgehouden overeenkomst. Daarin spraken ze af dat Frankrijk bij een Sovjetaanval zou handelen alsof het een volwaardig NAVO-lid was.

Eigen koers

‘Een grote politiek’
 In de loop van de jaren zestig werd duidelijk dat De Gaulle niet alleen de machtsstructuren binnen het Westen wilde doorbreken, maar ook die van de Koude Oorlog. Als een van de eerste westerse leiders ijverde hij voor ontspanning (détente) tussen Oost en West. Hij bracht onder meer een officieel staatsbezoek aan de Sovjet-Unie (1966) en knoopte betrekkingen aan met communistisch China (1964), dat door de meeste westerse landen in de ban was gedaan.

Détente was voor hem ook een middel om andere landen over te halen om zich in navolging van Frankrijk onafhankelijker op te stellen van de supermachten. Tijdens bezoeken aan Polen en Roemenië probeerde hij deze landen te verleiden om afstand te nemen van Moskou. Verschillende Latijns-Amerikaanse landen probeerde hij te verlokken om zich meer op het eveneens ‘Latijnse’ Frankrijk te richten, en minder op de VS. In Canada (1967) pleitte hij met zijn kreet ‘Vive le Québec libre!’ praktisch voor de afscheiding van het Franssprekende deel van het Angelsaksische land. Het was een zodanig affront aan het adres van de Canadese regering dat hij in feite als persona non grata spoorslags het land moest verlaten.

Tekst loopt door onder de afbeelding


De Gaulles poging om de mondiale machtspatronen te doorbreken had slechts beperkt resultaat. Hij wist enkele voormalige Franse koloniën in Afrika aan zich te binden. Voor de meeste landen was en bleef Frankrijk een maatje te klein om als alternatief voor Amerika en de Sovjet-Unie te dienen.

Maar dat betekende volgens De Gaulle nog niet dat Frankrijk geen rol meer kon spelen. Hij zei eens: ‘Omdat we geen grootmacht meer zijn, hebben we een grote politiek nodig.’ Die heeft hij Frankrijk gegeven. Frankrijk staat sinds 1958 weer te boek als een internationale speler van formaat, met een eigen onderscheiden agenda. Het heeft niet altijd succes, maar iedereen moet er rekening mee houden.
 
Bart Stol is historicus en verbonden aan Maastricht University en het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen.
 
Verder lezen:
De man die nee zei. Charles de Gaulle, 1890-1970 (2012) van Henk Wesseling.
French Foreign Policy since 1945. An Introduction (2016) van Frédéric Bozo.
The General Charles De Gaulle and the France He Saved (2010) van Jonathan Fenby.