Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2017

De Slag om Stalingrad

Titanengevecht aan de Wolga

Door: Guido van Hengel
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Een Russische winter lang maten het Duitse en het Rode Leger hun krachten bij Stalingrad. De strijd in de ijzige kou was loodzwaar, maar Adolf Hitler en Jozef Stalin wilden niet van opgeven weten. Pas na ontelbare doden viel de beslissing.

Het begon met een allesverzengend bombardement op 23 augustus 1942. De Duitse luchtmacht liet het bommen regenen op de houten arbeidershuisjes in het zuidelijke deel van de stad. Algauw waren alleen nog bakstenen schoorstenen te zien. Iedere inwoner die op dat moment niet in een schuilkelder zat was verloren. Ooggetuige Larisa Ladnaya, een tiener nog, beschreef later hoe Stalingrad ‘baadde in het gloeiende licht van het vuur’ en was ‘gesluierd in rook’.
 
Een bom raakte de olieopslagtank en een vuurbal spoot 400 meter hoog de hemel in. Systematisch legde de luchtmacht vervolgens het ziekenhuis in de as. Artsen en verplegers sloegen op de vlucht, de patiënten in wanhoop achterlatend. De graansilo met daarin voedsel voor de bevolking ging op in de vlammen.
 

Totale vernietiging

Dit was een bombardement in Blitzkrieg-stijl, niet gericht op specifieke doelen, maar op een stad en een bevolking als geheel. Het brein achter deze aanval was Luftwaffe-officier Wolfgang von Richthofen. Vijf jaar eerder was hij tijdens de Spaanse Burgeroorlog verantwoordelijk geweest voor de vernietiging van het Baskische stadje Guernica - een oorlogsdaad die is vereeuwigd in Picasso’s meesterwerk. Andermaal zette Von Richthofen een iconische vernietiging op zijn naam: in één week was Stalingrad veranderd in geblakerde ruïnes. Ruim 40.000 burgers waren gedood.
 

Na één week bestond Stalingrad uit geblakerde ruïnes 

De legerleiding in Moskou had evacuatie verboden, omdat daarmee de stad te snel zou vallen. Maar na die eerste week vertrokken er toch bootjes met vrouwen en kinderen naar de veiligere oostelijke oever van de Wolga. Alles wees op een overwinning voor nazi-Duitsland. Toch was de strijd nog niet gestreden. Dat de Russische sluipschutters zich dood hielden en vervolgens van dichtbij Duitse soldaten neerschoten, was typerend voor de situatie. De Duitse tanks bleven rollen, maar langzamer, en ze stuitten op koppig verzet. Ook het weer leek tegen te werken. Vanaf 27 augustus regende het onophoudelijk. Stalingrad was zwaar gehavend, maar niet gevallen.
 

Angst is verboden

In Moskou hoorde de naamgever van de stad, Jozef Stalin, knarsetandend aan wat er aan het front gebeurde. Het niet-aanvalsverdrag tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, het Molotov-Von Ribbentrop-pact van 1939, had Hitler in 1941 verbroken. Tijdens de daaropvolgende Duitse Operatie Barbarossa had de Sovjet-Unie enorme gebieden en miljoenen soldaten verloren. De Wehrmacht was Moskou en Leningrad genaderd. En nu stonden de Duitse soldaten voor Stalingrad, de modelstad van de Sovjets.
 
Het enige wat Stalin aanvankelijk restte was ferme taal. De Sovjetstaatspropagandamachine draaide op volle toeren en voedde de haat. ‘Barricadeer elke straat! Zodat de soldaten die Stalingrad verdedigen de vijand genadeloos kunnen vernietigen.’
 
Even leek het moreel van de verdedigers van Stalingrad gebroken; sommige soldaten deserteerden. Maar het Sovjetleger had heel eigen opvattingen over discipline. Capitulatie bestond niet, angst evenmin. Toen de 64ste Divisie te bangig werd, riep de commandant zijn soldaten bij zich, hield een donderpreek en liep vervolgens hardop tellend langs de voorste rij in het gelid. Iedere tiende man schoot hij van dichtbij door het hoofd.
 
Deze draconische maatregelen sorteerden het beoogde effect. Er zijn veel verklaringen voor het verloop van de slag, maar er is geen twijfel dat de onverzettelijkheid van het Rode Leger én het thuisfront een cruciale rol speelden. Sovjetsoldaten en -burgers gingen tot het uiterste. Die onverschrokken opofferingsgezindheid werd niet alleen ingegeven door patriottisme of ideologische zuiverheid, al speelden die soms ook een rol.
 

Wegwerpsoldaten

De doodsverachting kwam vooral voort uit existentiële angst. Een doorsnee soldaat van het Rode Leger kende de gevolgen wanneer hij niet genoeg moed toonde, of wanneer dat maar zo leek. In de zomer van 1942 had Stalin de beruchte order 227 uitgevaardigd: ‘Paniekzaaiers en lafaards moeten ter plaatse vernietigd worden. Er moet definitief een einde komen aan elke gedachte over terugtrekking.’ Officieren van het Rode Leger kregen de opdracht iedereen die ‘een stap terug’ deed dood te schieten. Voor ‘verraders van het moederland’ bestond geen eerlijk proces.
 
Een seconde twijfel kon al fataal zijn. Dit maakte de slag tot een soort machinale moordwedstrijd, als in een computerspelletje. Iedere dode Sovjetsoldaat werd emotieloos vervangen, als was hij een wegwerpproduct. De Sovjetpropaganda verspreidde die boodschap onverbloemd. Schrijver Ilja Ehrenburg noteerde: ‘Tel niet de dagen, tel niet de meters. Tel alleen de Duitsers die je hebt gedood. Dood de Duitser: dat is het gebed van je moeder. Dood de Duitser: dat is de kreet van je Russische aarde. Aarzel niet. Laat niet af. Dood.’
 

Duitse overmoed

Het bombardement van augustus betekende dus niet het einde, maar het begin van de krachtmeting. Hoewel het Duitse leger en de bondgenoten een groot deel van de stad in handen hadden, hield een klein deel stand. Hitler onderschatte dit deel. In november had hij in de voor hem zo vertrouwde Bürgerbräukeller in München overmoedig staan brallen tegen de veteranen: ‘Ik wilde naar een bepaalde stad. Toevallig draagt ze de naam van Stalin zelf […] Dat punt wilde ik innemen en, weet u, we zijn heel bescheiden, we hebben het namelijk! Er zijn daar nog maar een paar plaatsjes.’ Dat het om een paar plaatsjes ging was correct, maar dat die plaatsjes snel ingenomen zouden worden, was een verkeerde inschatting.
 


In Moskou riep Stalin de officieren bijeen. Generaal Zjoekov, die eerder al een belangrijke rol had gespeeld bij de slag om Leningrad, overtuigde de Sovjetleider van een plan voor een tegenoffensief met de codenaam Uranus. De Duitse legers staarden zich blind op Stalingrad en daarvan moest het Rode Leger profiteren. Achter de linies, en dus uit het zicht, zou het Rode Leger aangevuld worden met nieuwe divisies, om vervolgens op te zwellen tot een reusachtig leger, dat dan vervolgens met een heel grote omweg de Duitsers vanuit de rug zou aanvallen.
 

Omsingeld

Hitler vermoedde niet dat de Sovjet-Unie tot zoiets in staat was. Veel cruciale wapenfabrieken stonden op door Duitsers ingenomen territoria, en het leek onwaarschijnlijk dat er binnen afzienbare tijd materieel kon worden aangeleverd. Hij had echter niet ingezien hoe verbeten de Russen waren: mannen, vrouwen, kinderen, burgers en militairen werden aan het werk gezet om Stalingrad te redden. Tanks kwamen voortaan niet uit het westen van de Sovjet-Unie, maar van ver uit de Oeral. In 1942 steeg de tankproductie van 11.000 in de eerste zes maanden tot 13.600 in de tweede helft van het jaar.
 

Mannen, vrouwen en kinderen probeerden Stalingrad te redden

Operatie Uranus kon doorgaan. Op 19 november 1942 tijgerden Russische soldaten in witte camouflagepakken vooruit om antitankmijnen te lichten. Diezelfde middag rukten de tanks op en raasden door de mist. Dankzij, maar ook ondanks die mist, kon het Rode Leger de Duitsers verrassen en omsingelen. De val sloeg na drie dagen dicht. Het Duitse Zesde Leger bij Stalingrad was omsingeld en kon geen kant meer uit.
 

Isoleren en uithongeren

Opnieuw hielpen de weersomstandigheden, omdat de ijzige Russische winter was begonnen. Het kwik daalde tot dertig graden onder nul. Als het niet lukte het Zesde Leger te overrompelen, kon het Rode Leger overgaan op een eeuwenoude en beproefde methode: isoleren en uithongeren. Na Operatie Uranus hielden de gevechten aan, maar zo spectaculair als bij het bombardement van augustus werd het niet meer. Het werd een strijd om straatlengtes, stukjes van stegen en losse huizen. Sommige oudere soldaten aan Russische, maar vooral aan Duitse zijde hadden déjà vu’s van de hopeloze strijd in de loopgraven van Noord-Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.
 
Aanvankelijk probeerden de Duitsers nog een luchtbrug te vormen, maar de aanhoudende mist maakte dat zeer moeilijk. Het Rode Leger dreef het Zesde Leger bovendien terug naar een territorium dat zo klein was dat er geen vliegtuigen meer konden landen. De aanvoer van eten en wapens stokte. De Russen speelden in op het gevoel van hopeloosheid bij de vijand. Ze plaatsten een Hitler-vogelverschrikker in de vuurlinie of maakten gebruik van een grammofoon. Zo moesten de Duitse hongerlijders luisteren naar grapjes over honger en kou, ingesproken door Duitse communisten die aan Russische zijde meevochten. Soms kraakten er uit de luidsprekers flarden van sinistere tango’s.
 
Zoals Stalin niet van ophouden had willen weten na het bombardement van augustus, zo beschouwde ook Hitler capitulatie als onmogelijk. Hij verbeeldde zich dat het allemaal nog goed zou komen. In Stalingrad zelf was die illusie echter goeddeels vernietigd. De dienstdoende maarschalk Friedrich Paulus stuurde in januari 1943 officier Winrich Behr naar Hitler om hem te berichten over de enorme nood.
 

Hitler is koppig

Veel later zou Behr de historicus Antony Beevor vertellen over zijn zo historische audiëntie bij de Führer. Hij herinnerde zich dat hij samen met Hitler voor de kaart met vlaggetjes stond en diep vanbinnen wist dat die divisies moesten voorstellen die ‘uit nog maar een paar honderd man bestonden.’ De Führer wist dat niet, of wilde het niet weten, en dacht dat een tegenaanval wel goed kon uitpakken. Behr concludeerde: ‘Toen begreep ik dat hij het contact met de werkelijkheid had verloren. Hij leefde in een fantasiewereld van kaarten en vlaggetjes.’
 

‘Hitler leefde in een fantasiewereld van kaarten en vlaggetjes’ 

De Duitse bevelhebber Friedrich Paulus respecteerde de bevelen van hogerhand. Het was Hitlers titanenstrijd, en die moest helemaal worden uitgevochten. Toen eind januari 1943 een handvol onderofficieren toch besloot zich over te geven en zich door de Russen liet meevoeren, werden ze van Duitse zijde beschoten.
 
Friedrich Paulus zou koppig blijven, net als de Führer. Zelfs na de uiteindelijke capitulatie op de laatste ochtend van januari bleef Paulus tegen beter in vasthouden aan het principe dat een nazileger zich niet zou overgeven. Toen hij oog in oog en ongewapend tegenover de officieren van het Rode Leger zat, weigerde hij halsstarrig het document te tekenen dat de capitulatie officieel maakte.
 

Een slag van mytische proporties

Misschien was hij bang voor Hitler, of geloofde hij nog steeds in de mythe van het Duitse leger. Misschien was hij gewoon dwaas. Ver weg, in de Oost-Pruisische bossen, reageerde Hitler atypisch op het nieuws dat het Zesde Leger was verslagen. Hij kreeg geen driftaanval en sloeg niet met zijn vuisten op de tafel. Hij staarde somber in zijn soep. Daar, in die soep, zag hij misschien de eerste tekenen van een naderend einde. De Slag bij Stalingrad zou een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog blijken.
 
Ook in die dagen had ‘Stalingrad’ al mythische proporties gekregen. Het was een slag der Titanen geweest en een confrontatie van twee tegenovergestelde wereldbeschouwingen. Hitler had graag de olievelden van de Kaukasus toegevoegd aan het Groot-Germaanse Derde Rijk en vervolgens de uitgestrekte steppen bevolkt met arische boeren. Maar meer nog dan de olie en de akkerbouw was het hem te doen geweest om de Sovjetmodelstad met die specifieke, symbolische naam. Hij, Adolf Hitler, zou deze modelstad vernietigen, en als bij een voodoopop de leider in Moskou raken in het hart. Het was mislukt. Voor zijn megalomanie hadden meer dan 700.000 Duitse, Oostenrijkse, Italiaanse, Roemeense, Slowaakse en Kroatische soldaten het leven gegeven. Aan de zijde van de Sovjets hadden burgers en soldaten met een offer van ongeveer dezelfde omvang Stalins verzet tot een succesverhaal gemaakt.


Guido van Hengel is historicus.


Meer weten:
Stalingrad (1998) klassieker van Antony Beevor.
Oostfront (2016) van Jaap Jan Brouwer.
The Stalingrad Trilogy (2009-2014) van David Glantz en Jonathan House.