Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Volmaakte, schrandere en welervarene keukenmeiden: kookboeken in de 18e eeuw

Door: Manon Henzen

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In de 18e eeuw waren de ogen van de Nederlandse adel gericht op Frankrijk. Wat daar gebeurde, gedragen, gedacht en gegeten werd, werd hier geïmiteerd. Die Franse invloeden zien we ook terug in de cuisine bourgeoise, oftewel de burgerkeuken die in de loop van de 18e eeuw ontstond. De gegoede burgerij keek op zijn beurt namelijk op tegen de adel en imiteerde onder andere hun eetgewoonten.

Meer weten over de geschiedenis van eten en drinken? Klik op de button.

Keukenmeiden

Vanaf halverwege de 18e eeuw rolde er een scala aan kookboeken van keukenmeiden van de Nederlandse persen. Opmerkelijk, want de kookboeken die voorheen verschenen waren meestal opgetekend door beroepskoks of artsen.
 
Waar de adel in de 18e eeuw een batterij aan personeel voor het huishouden had, was er in de huizen van de gegoede burgerij vaak minimaal een meid te vinden. Naast huishoudelijke klussen bestierde zij ook de keuken. Haar ‘mevrouw’ hield soms een handgeschreven kookboekje bij met recepten die zij oppikte bij visites bij vrienden, uit kookboeken en soms uit het familiearchief. Populaire recepten die rondzongen bij de gegoede burgerij werden opgetekend voor de keukenmeid, zodat zij deze kon bereiden voor de familie of als er visite kwam. In (familie)archieven zijn nog best wat van deze handgeschreven boekjes te vinden.
 
De kookboeken van de keukenmeiden zijn dan ook geen boeken die geschreven zijn door de meiden zelf, maar bestaan uit verzamelingen recepten van de dames van stand die deze voor hun meid, zichzelf of het nageslacht optekenden.
 

Kookboeken

In 1746 verscheen in Amsterdam het eerste keukenmeidenkookboek De volmaakte Hollandsche keuken-meid. Naast de ruim 300 recepten vinden we in dit boek ook interessante informatie over de wijze waarop gerechten op tafel gepresenteerd moesten worden. Uiteraard volgens de service à la française, wat inhield dat gerechten in een aantal gangen, tegelijkertijd en volgens een symmetrisch systeem op tafel verschenen. Maar ook het voorsnijden van gerechten, het vouwen van servetten en zelfs aanwijzingen hoe je een toast uit moest brengen deelde de Hollandse keukenmeid met haar lezers.
 

 Keukeninterieur met twee vrouwen aan het werk, Hendrik Numan, 1746 - 1788

In Utrecht volgde in 1754 De schrandere Stichtsche keukenmeid, gevolgd door De nieuwe welervarene Utrechtsche keuken-meid, confituurmaakster en huis-doctores in 1769. Met ruim 500 recepten werd dit kookboek nog herdrukt in 1771, 1772 en 1774. In 1774 verscheen zelfs Vervolg op De nieuwe welervarene Utrechtse keukenmeid met nog meer recepten voor de keuken en een zeer uitgebreide huisapotheek.
 
Misschien wel het meest populaire keukenmeidenkookboek werd in 1756 in Nijmegen gedrukt De volmaakte Geldersche keuken-meyd. Het kende tussen 1756 en 1865 maar liefst elf edities die overigens in verschillende steden werden uitgegeven. De Gelderse keukenmeid gaf in ieder editie weer meer recepten voor keuken en huisapotheek en telde er uiteindelijk ruim 700. Ze leende overigens veel recepten bij haar voorgangsters.
 
In 1772 verscheen in Leeuwarden een keukenmeidenkookboek dat toch net een slagje anders was.Het Volkoomen Neerlandsch kookkundig woordenboek voorgesteld in Friesche keukenmeid en verstandige huishoudster door mejuffrouw Catharina Zierikhoven. Lijkt hier een werkelijke keukenmeid een kookboek te hebben geschreven? In nota bene een alfabetische opzet en met wonderwel foutief geschreven Franse receptnamen. Of hebben we wederom met een andere anonieme auteur te maken die de ‘keukenmeid’ inzet voor zijn marketing?
 

Franse invloeden

In de 17e en 18e eeuw werden diverse Franse culinaire werken in Nederland uitgegeven. Zowel in het Frans als in het Nederlands. Het beroemde werk uit 1651 van de voorloper van de klassieke Franse keuken Le Cuisinier François van François Pierre de la Varenne werd in 1701 in het Nederlands vertaald en uitgegeven als De geoefende en ervaren keukenmeester of de verstandige kok. Maar ook het werk van grootheden als François Massialot (Le cuisinier royal et bourgois) en Vincent La Chapelle (Le cuisinier moderne) waren geliefd in Nederland.
 

Opmerkelijk: namen van de Franse recepten werden vaak verkeerd geschreven

De keukenmeiden leenden volop uit Franse werken. Soms tot wel een kwart van de recepten. Vooral gerechten van La Varenne zijn te herkennen. Opmerkelijk is dat de namen van Franse gerechten heel vaak verkeerd geschreven werden. Het zijn meer letterlijke weergaven van de klank van Franse woorden. Des te opmerkelijker is het dat Catharina van Zierikhoven, het enige keukenmeidenkookboek, waarvan enkelen vermoeden dat het door een keukenmeid is geschreven, perfect Frans schreef.
 
Hoeveel er ook geleend werd uit Franse kookboeken, het bericht aan de lezer was toch vooral dat Nederlandse recepten veel gezonder, lekkerder en zuiniger zijn dan buitenlandse. Nou ja, zuinig. De boeken staan vol met vrij kostbare ingrediënten voor die tijd.
 

Kookboeken vol tradities én nieuwigheden

Wat valt ons op aan de kookboeken van de keukenmeiden? Het lijken misschien wel een soort overgangskookboeken tussen oude keukentradities en de nouvelle cuisine van de late 17e en 18e eeuw. Zo vinden we nog Middeleeuwse invloeden als veel pasteien, suiker in hartige gerechten en schijngerechten (visgehakt in de vorm van een ham of kalfsvlees in de vorm van een paling). Ook gerechten en de stijl uit 17e eeuwse kookboeken als De verstandige kock (1667) en het Koock-boeck oft familieren Keuken-boeck (1612) van Antonius Magirus zijn nog te vinden: eenvoudige gerechten, niet zoveel specerijen en vooral weinig uiterlijk vertoon.
 
De kookboeken laten echter ook nieuwe gerechten, ingrediënten en kooktechnieken zien. Persoonlijk vind ik keukenmeidenkookboeken vooral interessant en heerlijk voor de grote aantallen zoete recepten. Desserts, gebak, suikerwerk, confituren en koekjes. Maar ook de nieuwigheden als bouillonblokjes en blokjes van sinaasappelsap zijn een gouden vondst. Evenals de toegenomen hoeveelheid aan soepen (op basis van bouillon), stoofgerechten en groentegerechten. Zo vinden we in de Utrechtse keukenmeid de eerste recepten voor schorseneren, pompoen, knolselderij en truffel. De Hollandse keukenmeid serveert ons spruitjes en doperwtjes en in de Friese keukenmeid vinden we het eerste aardappelrecept.

Hoewel koffie, thee en cacao in de 17e eeuw hun intrede deden in Nederland, vinden we de eerste recepten met deze nieuwe ingrediënten in de keukenmeidenkookboeken. Wat dacht je van koffietaart, koekjes voor bij de thee en chocoladecrème (chokolaad-craim). Tenslotte geniet ik altijd erg van de namen van gerechten uit deze 18e eeuwse kookboeken. Daarom serveer ik je bij dit artikel koekjes met de heerlijke naam wespennesten van mijn favoriete keukenmeid: de Gelderse.

 

Recept: Wespennesten uit De Geldersche keuken-meyd

Ik heb rondgeneusd in een versie uit 1841 van de Gelderse keukenmeid. Zij vertelt ons daar: vervaardigt eene goede taartdeég en rolt er rozijnen en krenten, gestooten kaneel en suiker in , snijdt het dan aan stukjes zoo groot als het lid van eenen vinger, zet ze op deszelfs kant in eene taartpan en laat ze langzaam bakken.
 
Benodigdheden
250 gram bloem
200 gram suiker
250 gram koude boter
1 citroen
½ ei, geklust
200 gram krenten/rozijnen (wat je lekker vindt)
1 theelepel kaneel
2 eetlepels kristalsuiker
 
Bereiding

Doe de bloem en suiker in een grote kom. Rasp de schil van de citroen en voeg het rasp toe. Hak de boter in kleine blokjes en voeg toe. Maak nu een kruimelig deeg door de boter met je hand flink door het bloem-suikermengsel te wrijven. Voeg dan het geklutste ei toe en kneed tot je een glad en samenhangend deeg hebt. Maak een platte schijf van het deeg en laat het een uur opstijven in de koelkast.

Rol het deeg uit tot een grote vierkante lap van circa 1 cm dik. Verdeel hier de kaneel en kristalsuiker over en strooi er tenslotte de rozijnen en/of krenten over. Rol het deeg nu op, zodat kaneel, suiker en rozijnen/krenten mooi verdeeld in de deegrol zitten. Snijd de rol in plakjes en leg deze op hun kant op een bakblik. Bak de koekjes in een voorverwarmde oven op 180 graden in circa 15 à 20 minuten lichtbruin. En waar lijken ze op?



 

Drankentip van Mariëlla

Het hoeft niet altijd wijn te zijn! De 18e en 19e eeuw waren bij uitstek de eeuwen van koffie en thee. Handelaren in wijn en sterkere drank merkten wel degelijk dat er concurrentie kwam van deze nieuwe, niet- alcoholische dranken. Die werden ook steeds goedkoper en waren niet alleen meer verkrijgbaar in speciale koffie- of theehuizen, maar ook voor thuis. De keukenmeid haalde regelmatig een pondje koffie of thee bij de kruidenier. Schenk bij deze heerlijke koekjes daarom een kopje échte thee of koffie, van losse bladeren of verse zelfgemalen bonen.
 

***


Maandelijks afwisselend schrijven Manon Henzen van eet!verleden en Mariëlla Beukers van Wijnkronieken een artikel over culinaire geschiedenis voor Historisch Nieuwsblad. 

Manon Henzen is historica en richtte in 2012 historisch kookatelier eet!verleden op: kenniscentrum, winkel én kookruimte ineen. Haar voornaamste doel is oude smaken en smaakcombinaties opnieuw tot leven te wekken. Hiervoor stoft Manon receptenboeken af, speurt naar historische ingrediënten, schrijft artikelen en experimenteert in haar atelier. Kijk op www.eetverleden.nl voor een kijkje in de keuken.

Mariëlla is historica en vinologe. Zij is wijnschrijver en duikt het liefst in archieven en oude boeken om zoveel mogelijk over de geschiedenis van wijn, wijnbouw, wijnhandel en wijnconsumptie te achterhalen. Ze publiceert erover op haar eigen website www.wijnkronieken.nl en op tal van andere plaatsen. Recent was zij mede-auteur van Wijn van eigen bodem, een boek over de Nederlandse wijnbouw.

Meer weten? Ga naar onze rubriek Culinaire geschiedenis.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen