Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2017

De Hanze vormde een ijzersterke schakel tussen verschillende regio's

Slimme netwerkers

Door: Lodewijk Petram
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Nederlandse steden sloten zich in de Middeleeuwen aan bij de Hanze, een machtig ondernemersverbond. Dankzij dit netwerk konden hun kooplui makkelijk en goedkoop zakendoen in heel Noord-Europa.

Vliegtuigmaatschappij Lufthansa, de Hanzelijn tussen Zwolle en Lelystad en de Hanzehogeschool Groningen hebben iets gemeen: ze zijn allemaal vernoemd naar de Hanze, het beroemde middeleeuwse handelsverbond. Bij Lufthansa is de naamgeving te verklaren: deze maatschappij is ontstaan uit een samenwerking tussen een aantal Duitse steden, waaronder enkele voormalige Hanzesteden. Bovendien verbinden haar vliegroutes steden met elkaar en bevorderen zo de handel.

Voor de Hanzelijn geldt hetzelfde: deze spoorweg zorgt voor betere bereikbaarheid van de voormalige Hanzesteden Zwolle en Kampen. Maar bij de Hanzehogeschool is de verwantschap met haar naamgever minder evident. En opmerkelijk genoeg doet de hogeschool nauwelijks moeite uit te leggen waarom ze zo heet. Je moet goed zoeken op de website om iets te vinden over het handelsverbond en het lidmaatschap van de stad Groningen daarvan. En daarmee is de hogeschool niet uniek. Het is puur vanwege de associatie met samenwerking dat ‘Hanze’ vaak wordt gebruikt in de naamgeving van bedrijven, scholen en producten. Wat het Hanzeverbond precies inhield, en of er een duidelijke verwantschap is, lijkt hierbij nauwelijks van belang.
 
Nu is de Hanze ook een lastig te omschrijven begrip. Het was een middeleeuws handelsverbond, of preciezer: een belangengemeenschap. Kooplieden uit een kleine tweehonderd steden, verspreid over een gebied dat zich op de moderne landkaart uitstrekt van de Baltische staten in het oosten, via het kustgebied van Polen en de noordelijke helft van Duitsland, tot Nederland in het westen, probeerden hun gemeenschappelijke belangen zo goed mogelijk te behartigen door nauw samen te werken.


 

IJsselsteden

De oorsprong van de Hanze ligt in het midden van de dertiende eeuw. Een eeuw later kreeg het verbond echt vorm en verwierf het een dominante positie in de Europese handel. Tegen het einde van de zestiende eeuw had het veel van zijn betekenis verloren, maar het zou tot 1862 duren voordat het formeel werd opgeheven.

In de Nederlanden lag het zwaartepunt van het Hanzeverbond in het stroomgebied van de IJssel. Doesburg, Zutphen, Deventer, Zwolle, Hattem, Hasselt en Kampen zijn allemaal voormalige Hanzesteden. Maar zoals gezegd hoorde Groningen er ook bij. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Bolsward, Roermond en, aan de Zuiderzeekust, Elburg en Harderwijk.
Wie dit rijtje steden ziet, zou kunnen denken dat bereikbaarheid per schip een voorwaarde was voor opname in het Hanzesysteem, maar dit was niet het geval. De voornaamste Hanzesteden lagen weliswaar aan de kust of een rivier (Hamburg, Lübeck en Keulen, om er slechts een paar te noemen), maar in aantal wonnen de landsteden het.

Het is verleidelijk over de Hanze in termen van ‘internationale samenwerking’ te spreken, en er een voorloper van de Europese Unie in te zien. Maar enige terughoudendheid is geboden. Begrippen als ‘natie’ en ‘nationaal’ bestonden in de tijd van de Hanze nog niet. De in het verbond opgenomen steden waren veelal onderdeel van kleine bestuurlijke gebieden, bijvoorbeeld een bisdom of een graafschap, die voor het overgrote deel onder het Heilige Roomse Rijk vielen.

De Hanze bedong de beste kwaliteit tegen gunstige prijzen

Bovendien was er sprake van een factor die van het Hanzegebied een natuurlijke eenheid maakte: de taal. Overal, van Roermond tot aan Riga en Reval (het huidige Tallinn), werden varianten van het Middelnederduits gesproken. Opname in het Hanzesysteem was voor handelssteden binnen dit taalgebied bijna vanzelfsprekend; sommige Hanzesteden zijn nooit formeel lid geworden van het verbond.
    
De Hanzesteden vormden een netwerk waarbinnen goederen van de ene plek naar de andere vervoerd werden. Steden die aan de rand van het netwerk lagen vormden de toegangspoorten tot het gebied. In Deventer werd bijvoorbeeld vijf keer per jaar een markt gehouden waar kooplui uit de Hanze en de aangrenzende regio elkaar ontmoetten.


Bont, bijenwas en wol

Maar het was vooral de langeafstandshandel die het Hanzeverbond rijkdom en faam heeft opgeleverd. In zijn hoogtijdagen vormde het een ijzersterke schakel tussen verschillende verafgelegen gebieden. Vanuit de uitgestrekte bossen tussen de oostgrens van de Hanze en het Oeralgebergte werden bont (voor kleding) en bijenwas (voor kaarsen) doorgevoerd naar bijvoorbeeld Vlaanderen en Engeland. Uit die gebieden werd juist weer laken (wollen stof) ingevoerd.

In Scandinavië bestond vraag naar laken en werden ijzer, koper en vis (haring en stokvis) aangeboden. De haring werd veelal geconserveerd met zout dat via het Hanzegebied uit Spanje en Portugal was aangevoerd. Zelfs Aziatische zijde en specerijen vonden via de Hanze hun weg naar grote delen van Europa: in Lemberg (tegenwoordig het Oekraïense Lviv) werden deze goederen door Hanzekooplieden verhandeld tegen zilver en gedroogde of gezouten vis.

Voor een individuele koopman zou het in de Middeleeuwen een hels karwei zijn geweest om, bijvoorbeeld, zouthandel tussen Spanje en Scandinavië te organiseren. Als het hem al lukte om in Spanje tegen een goede prijs zout in te kopen, liep hij het risico in een Scandinavische haven aan te komen waar juist door een andere koopman een lading zout was gelost, waardoor er helemaal geen vraag naar zijn koopwaar bestond.

Hij zou dan door moeten varen en zijn winst zien opgaan aan de kosten die hij moest maken om het schip in de vaart te houden. Het was natuurlijk mogelijk mensen in te huren om informatie te verschaffen over vraag en aanbod op lokale markten, maar dit was een kostbare oplossing, en door de langzame postverbindingen was het bovendien moeilijk om bijtijds over de juiste informatie te beschikken.
 

Briefverkeer

Rond het begin van de dertiende eeuw begonnen kooplui uit verschillende steden aan de Oostzeekust zich aan langeafstandshandel te wagen. Deze hansa (schare, menigte) van kooplieden besloot daartoe samen te werken. Ze stuurde uit haar midden afgevaardigden naar handelscentra in heel Europa. Deze kooplieden hoefden nauwelijks aangestuurd te worden; ze waren immers zelf onderdeel van de gemeenschap en het was ook in hun belang om die zo goed mogelijk te dienen. De Hanzekooplui onderhielden intensief briefverkeer om informatie over vraag, aanbod en prijzen van handelswaar uit te wisselen. De gemeenschappelijke taal zorgde ervoor dat de communicatie soepel verliep.


Oorlog met Waldermar IV

De samenwerking wierp haar vruchten af en steeds meer kooplieden sloten zich aan. Het verbond won hierdoor aan gewicht, wat gunstig was voor zijn onderhandelingspositie. De Hanze werd een economische machtsfactor die op veel plekken handelsprivileges wist te verkrijgen: de Hanzekooplieden wilden de beste kwaliteit goederen tegen gunstige prijzen en eisten dat zij in de steden waar ze aanwezig waren en op de land- en zeeroutes door Europa met rust werden gelaten.

In zes voor de Hanze zeer belangrijke steden liet het verbond zelfs gebouwen verrijzen. Vier van deze kantoren waren in de eerste plaats gericht op de lakenhandel; ze stonden in Brugge, Londen, Bristol en Lynn. Daarnaast was er een kantoor in Novgorod (Rusland) voor de handel in bont en was, en in Bergen (Noorwegen), voornamelijk gericht op stokvis. Deze laatste twee kantoren boden ook huisvesting aan Hanzekooplieden. In Bergen vormden de Hanzehuizen aan de oostkant van de haven een hele wijk, Bryggen geheten, die tegenwoordig als UNESCO-Werelderfgoed staat aangemerkt.
    
Buiten het Hanzegebied was niet iedereen even enthousiast over de privileges van het verbond. In het midden van de veertiende eeuw werd de Hanze stevig op de proef gesteld: de in Vlaanderen bedongen voorrechten werden niet nageleefd en vanaf 1361 voerde de Deense koning Waldemar IV oorlog tegen de Hanze in een poging de dominantie van het verbond in zijn rijk te breken.
 

Geen hiërarchie

Maar de Hanze werd hierdoor alleen maar sterker. Een boycot van Vlaanderen leidde uiteindelijk tot bevestiging van de Hanzeprivileges, en met de Deense koning werd in 1369 een voor de Hanze zeer gunstige vrede gesloten. Dit laatste had ze mede te danken aan de hulp van enkele Hollandse en Zeeuwse steden, met name Amsterdam en Zierikzee.
De samenwerking met Amsterdam en Zierikzee toont hoe flexibel de Hanze was. Als het zo uitkwam, werden verbintenissen buiten het Middelnederduitse taalgebied aangegaan. Amsterdam en Zierikzee, waar Middelnederlands gesproken werd, waren gedurende enige tijd volwaardige onderdelen van het Hanzesysteem en profiteerden mee van de handelsprivileges.

En niet alleen met dergelijke verbintenissen was de Hanze flexibel; er werd eigenlijk maar weinig formeel geregeld. Slechts één keer per jaar was er een gezamenlijke vergadering (vanaf de vijftiende eeuw vaker, maar nooit meer dan drie keer per jaar) in Lübeck, een belangrijk knooppunt in het Hanzesysteem. Er werd dan gesproken over zaken die de hele Hanze aangingen. Maar het resultaat van de vergaderingen was veelal mager. Er was geen hiërarchie en steden konden rustig enkele weken na het einde van de vergadering hun goedkeuring aan een besluit weer intrekken.

    Slechts één keer per jaar was er een gezamenlijke vergadering

De losse organisatie werd uiteindelijk de ondergang van de Hanze. Het verbond wist niet te voorkomen dat er steeds sterkere belangentegenstellingen tussen de Hanzesteden rezen. Toen Holland en Zeeland in 1433 bijvoorbeeld werden opgenomen in het Bourgondisch Staatsbestel en zich opwierpen als concurrenten van de Hanze, ontstonden er spanningen tussen de steden in het stroomgebied van de IJssel. Zij wilden van elkaar weten aan welke kant ze stonden. Iets soortgelijks gebeurde in het zuiden van het Hanzegebied, waar steden hun houding ten opzichte van de opkomende handelscentra Augsburg en Neurenberg moesten bepalen.

Het fundament onder de Hanze, het gemeenschappelijke belang, brokkelde af, en het verbond had geen antwoord op de opkomende concurrentie van buitenaf – van Hollandse kooplieden bijvoorbeeld, die de vrachtkosten op de belangrijke Oostzeeroute omlaag wisten te brengen en bij hun langeafstandshandel gebruikmaakten van kleine Hollandse kolonies in de voornaamste handelscentra. Aan het einde van de zestiende eeuw was de Hanze aan alle kanten voorbijgestreefd.

Toch is de tegenwoordige associatie van het begrip ‘Hanze’ met samenwerken terecht, al moet de samenwerking ook weer niet te mooi worden voorgesteld. De IJsselsteden zaten elkaar bijvoorbeeld ook vaak dwars, zeker toen het de Hanze economisch minder goed ging. Maar wat elk van de Hanzesteden deed, was proberen er binnen een samenwerkingsverband het beste van te maken. Dit was een wezenlijk andere mentaliteit dan die van de Nederlandse Gouden Eeuw. En zij zou in het heden nog goed van pas komen, zeker nu de samenwerking binnen de EU door steeds sterkere belangentegenstellingen meer en meer op de proef wordt gesteld.   
 
Lodewijk Petram is schrijver, historicus en econoom.

Tickets voor de Collegedag Late Middeleeuwen kunt u hier bestellen.