Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2017

Razend vlotte bezorging door heel Europa

Snelpost

Door: Geertje Dekkers
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In de zestiende eeuw doorkruisten postbezorgers Europa in een straf tempo. Binnen anderhalve dag was een brief vanuit Brussel in Parijs. Dat was mogelijk dankzij het uitgekiende postnetwerk van de familie Thurn und Taxis.

Begin van een netwerk

12 november 1516: Karel van Habsburg, de aanstaande keizer Karel V, sluit een contract met postmeester Franz von Taxis. Die krijgt een monopolie om brieven, geld, compacte handelswaar en pakketjes te bezorgen, van de Nederlanden tot diep in Spanje en van de Atlantische kust tot in Tsjechië. Een brief van Brussel naar Parijs mag er in de zomer maximaal 36 uur over doen en in de winter 40, zo spreken de twee af. Ook voor de verbindingen met andere grote steden in het Habsburgse Rijk worden maximumtermijnen bepaald.

Het uitgebreide postnetwerk van het familiebedrijf Von Taxis is in 1516 een nieuw fenomeen. In de voorgaande eeuwen zijn voorlopers opgebloeid in Renaissance-Italië, waar voorname adellijke families, zoals de Milanese Visconti’s, regionale postnetwerken gebruikten om hun verspreide belangen te kunnen behartigen.

Rond 1300 lieten voorouders van Franz von Taxis – toen nog met de naam Tasso – zich in met deze nieuwe branche. Ze bouwden hun eigen netwerk en breidden hun zakelijke belangen geleidelijk uit naar het noorden, tot in de Nederlanden. Zo kwamen ze in contact met de Habsburgers, die een uitdijend rijk bestuurden en zaten te springen om een betrouwbare postdienst.

De machtigste Habsburger was de eerder genoemde Karel V, die heerste in onder meer Spanje, Sicilië, Sardinië, grote delen van Italië, Zwitserland, Oostenrijk en de Duitse en de Lage landen. Om daadwerkelijk gezag uit te oefenen in al die streken moest hij snel nieuws kunnen ontvangen uit alle hoeken van zijn imperium en even snel opdrachten en bevelen kunnen verspreiden.
 

Karel V wilde nieuws kunnen ontvangen uit alle hoeken van zijn imperium

De Romeinen hadden het politieke belang van goede informatievoorziening al ingezien en hadden daarom snelle koeriersdiensten georganiseerd. Maar die waren verdwenen toen hun rijk ten onder ging. Mede daardoor was de macht van middeleeuwse koningen en keizers vaak beperkt geweest.

De Habsburgers, en in het bijzonder Karel V, hadden meer ambities en maakten daarom graag gebruik van de diensten van Franz von Taxis, die als blijk van waardering in de adelstand werd verheven en de chic klinkende familie naam Von Thurn und Taxis kreeg.

Onder die naam zouden zijn nakomelingen de posterijen in Europa tot in de negentiende eeuw beheersen. Al die tijd bezorgden ze niet alleen post van de Habsburgers en hun entourage, maar ook van particulieren. Daarmee onderscheidde het bedrijf van de familie zich van postnetwerken uit eerdere perioden en andere werelddelen.


Haastige spoed

Cito, cito, cito, citissim - snel, snel, snel, supersnel,’ stond er op instructies voor postkoeriers die rond 1500 reden voor de familie Thurn und Taxis. Voor de duidelijkheid was er vaak een galgje bij getekend: de koeriers mochten niet falen in hun missie om brieven zo snel mogelijk op hun eindpunt te brengen. Ook in de contracten van de familie met Habsburgse vorsten kwam het belang van snelheid elke keer terug.

In dat kader legden de Thurn und Taxis langs hun routes postes aan: tussenstations met een onderlinge afstand van dertig à veertig kilometer. Daar konden moe gereden spoedkoeriers hun lading overgeven aan een frisse bezorger met een vers paard, die vervolgens doorracete naar het volgende station enzovoort.

Koeriers moesten bijhouden hoelang ze deden over verschillende trajecten, zodat slome bezorgers konden worden vervangen en eventuele knelpunten konden worden aangepakt. Want in hun contracten met de Habsburgers beloofden de Thurn und Taxis minimumsnelheden, en als ze hun postmonopolie wilden behouden, was het zaak die te halen.


Opkomst van een imperium

Voordat Franz von Taxis het verdrag met Karel tekende, sloot hij al een overeenkomst met diens grootvader, keizer Maximiliaan. Op 1 mei 1501 werd Franz keizerlijk postmeester, voor 1 Vlaams pond per dag. In de jaren erna bouwde hij zijn imperium uit en gingen de Habsburgse betalingen aan het postsysteem omhoog. Al in 1505 ontving het bedrijf jaarlijks 11.000 gouddukaten uit de schatkist. Daarbovenop kwamen portobetalingen van particulieren.

Franz leefde er goed van. In 1515 vestigde hij zich in Brussel, het centrum van de politiek én van het postwezen in de Nederlanden. Van de opbrengsten van zijn bezorgdiensten kon hij er een indrukwekkend stadspaleis laten bouwen.

Wie post wilde bezorgen via het Thurn und Taxis-netwerk, moest eerst zien zijn brief op een postkantoor te krijgen. Dat kon heel soms via een brievenbus, maar in de zestiende eeuw moesten poststukken vrijwel altijd worden afgegeven op een postkantoor. Die werden ingericht in politieke centra en grote handelssteden, maar niet in kleinere stadjes, dorpen en gehuchten. Briefschrijvers uit afgelegen gebieden moesten daarom zelf afreizen naar het dichtstbijzijnde centrum, of een boodschapper betalen om de post af te geven.

Op de buitenkant van een brief moesten het gewest en de stad van een geadresseerde staan, en bij voorkeur de naam van het dichtstbijzijnde postkantoor. Zo kon het personeel de post sorteren op bestemming en die meegeven aan de juiste bezorger.

Koeriers reisden soms te voet, maar meestal per paard. Onderweg passeerden ze tussenstations, waar ze hun lading konden doorgeven, van paard konden wisselen, wat konden eten of overnachten. De stations werden beheerd door franchisenemers van de Thurn und Taxis.

Einddoel was een kantoor in een andere stad. Aan thuisbezorging bij particulieren deed de firma Thurn und Taxis in de zestiende eeuw nog niet, dus wie hoopte op een brief of pakketje, moest bij een kantoor langs om te informeren of er post was.
 

Dure verrassing

In 1703 kostte het in Frankrijk 3 sols om een enkelvoudige brief (één vel, dichtgevouwen om zijn eigen envelop te vormen) honderd kilometer verderop te krijgen. Voor hetzelfde geld kocht een inwoner van de Languedoc toen meer dan een pond goed vlees. Post was duur. Daar kwam bij dat niet de verzender betaalde – postzegels bestonden nog niet –, maar de ontvanger. Anders kon postpersoneel de porto innen en vervolgens de brieven dumpen.

Beleefde zenders verzonnen listen om de kosten voor ontvangers laag te houden. Als ze correspondeerden met meerdere personen in één stad, stuurden ze hun papieren gebundeld aan één persoon, die vervolgens de afzonderlijke brieven moest verspreiden. Ook gaven ze post mee aan bekenden die op reis gingen of beperkten ze het aantal velletjes van een brief. Daarbij was het zaak niet ál te beknopt te schrijven, want een zeer korte brief was onbeleefd.

Ondanks deze maatregelen konden de postkosten voor beroemdheden hoog oplopen. De bekende, in Utrecht docerende filoloog Johannes Graevius (1632-1703) ontving zoveel brieven van bewonderaars dat hij naar verluidt een vijfde van zijn inkomen uitgaf aan porto.
 

Kennis is geld

In december 1570 gingen in één week twee gerespecteerde Genuese handelshuizen in Antwerpen failliet. Dat leidde tot grote onrust, want beide firma’s hadden veel geld geleend en het was onduidelijk of hun schuldeisers daarvan iets zouden terugzien.

De faillissementen waren belangrijk nieuws voor kooplui in heel Europa. Daarom stuurde een lid of een werknemer van de handelsfamilie Fugger de informatie snel naar Augsburg, de kern van het machtige Fugger-imperium. Ook uit andere steden kwam nieuws naar Augsburg, via het postnetwerk van Thurn und Taxis.

Zakelijk relevante berichten werden opgenomen in de zogenoemde Fuggerzeitung, een handgeschreven voorloper van de krant die werd gevuld met hulp van correspondenten in steden waar de firma Thurn und Taxis postkantoren had. Het bericht over de failliete firma’s in Antwerpen werd ook genoteerd.
 

Wie het nieuws het snelst vernam, kon het meeste geld verdienen

Andere correspondenten meldden in deze jaren onder meer dat er onrust heerste onder arbeiders in de Tiroler kopermijnen van de familie Fugger; dat er in Sevilla geruchten gingen over opstandjes in Peru en Chili, en dat in Brussel de graven van Egmont en Horne waren vermoord.

Al die ontwikkelingen konden invloed hebben op vraag, aanbod en prijzen op de Europese markten. Wie het nieuws het snelst vernam, kon het meeste geld verdienen. Dat was de tactiek van de familie Fugger, die daarvoor graag gebruikmaakte van de snelle postbodes van Thurn und Taxis.


Geen briefgeheim

Wie een vertrouwelijke brief verstuurt, neemt een gok. Hij rekent erop dat derden de brief dicht zullen laten, maar er is altijd een kans dat vreemde ogen zullen meelezen. En in het tijdperk-Thurn und Taxis was die kans bijzonder groot. Postspionage was aan de orde van de dag.

Dat was een belangrijke probleem voor bijvoorbeeld de Spaanse koning Filips II (1527-1598), die een groot gebied bestuurde met vertakkingen in de Nederlanden, Italië en Zuid-Amerika. Hij verbleef bij voorkeur in Spanje en dan vooral in het Escorial in de buurt van Madrid. Daar las hij de correspondentie van vertrouwelingen en schreef hij brieven met politieke besluiten en bevelen. Filips regeerde grotendeels per post en werd daarom wel ‘de papieren koning’ genoemd.

Ook belangrijke geheimen besprak hij per brief. Zo overlegde hij in de aanloop naar de tocht van de Armada – de ‘onoverwinnelijke’ vloot – van 1588 op papier met onder meer de hertog van Parma, zijn landvoogd in de Nederlanden die de Armada militair moest steunen.
 

Geheime informatie over de Armada viel in verkeerde handen

De opbouw van een vloot zo groot als de Armada blijft zelden geheim, en algauw gonsde het in protestants Noord-Europa van de geruchten over Filips’ plannen.
Maar niemand wist zeker of, wanneer en waarheen de vloot zou uitvaren. Betrouwbare inlichtingenwaren goud waard. En die waren te vinden in brieven. Overal in Europa loerden nieuwsgierigen op dé brief die alles zou onthullen.

Filips nam daarom zijn maatregelen. Hij schreef in codetaal en er verschenen nepberichten die verwarring zaaiden. Toch sijpelden er geheimen door, bijvoorbeeld via een brief van een Italiaanse koopman in Brussel aan een Spaanse vriend. Die bevatte de planning voor de steun door Parma, en een kopie van een aflaat van de paus voor alle deelnemers aan de ‘kruistocht’ tegen Engeland – het geheime doel van de vloot.

In de aanloop naar de afvaart van de vloot werd meer van dit soort informatie onderschept, en daarom werd de expeditie van de Armada wel beschouwd als het slechtst bewaarde geheim van Europa.

Ook kleinere per post verstuurde geheimen werden vaak gelezen door buitenstaanders – vooral door ambtenaren. Geheime diensten stoomden op grote schaal brieven open van verdachte personen en lazen mee met hun correspondentie. Want ook in de zestiende eeuw waren overheden nieuwsgierig naar de gedachten van hun onderdanen.
 
Geertje Dekkers is historicus en journalist.