Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 4/2016

Haussmann en Parijs

De architect van Parijs

Door: Willem de Bruin
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Met grote voortvarendheid sloopte George-Eugène Haussmann het centrum van Parijs. Op de kale vlakte verrezen de boulevards, pleinen en parken die de stad wereldberoemd zouden maken.

In een stad als Rome kijken via het Colosseum en het Forum Romanum de eeuwen op de bezoeker neer. Maar het centrum van Parijs is voor het grootste deel nog geen 150 jaar oud. Nooit eerder werd een stad zo grondig op de schop genomen als Parijs in de tweede helft van de negentiende eeuw. De bijzondere stedenbouwkundige en architectonische eenheid die er het resultaat van was, wordt doorgaans als het werk van één man beschouwd: George-Eugène Haussmann, wiens naam in Parijs voortleeft in de Boulevard Haussmann. Ook in de eenentwintigste eeuw wordt zijn naam nog altijd geassocieerd met grootsteedsheid en grandeur, getuige het feit dat in Amsterdam volgend jaar een nieuw, luxe warenhuis zijn deuren opent onder de naam Haussmann.
 

Napoleon III

Maar eigenlijk was Haussmann niet in zijn eentje verantwoordelijk voor de radicale transformatie van de Franse hoofdstad. De lof en kritiek die hem voor zijn vernieuwing van Parijs ten deel vielen, komen keizer Napoleon III niet minder toe. In de geschiedschrijving is deze keizer altijd in de schaduw van zijn veel beroemdere oom Napoleon I blijven staan. Toch zou hij een belangrijke bijdrage leveren aan de modernisering van Frankrijk.
 
De problemen waarmee Parijs in de negentiende eeuw kampte, waren de problemen van veel andere steden in Europa. De toestroom van arbeiders uit de provincie, versneld door de opkomst van de spoorwegen, had tot een overbevolking van de oude wijken in het centrum van Parijs geleid. Het stratenpatroon had sinds de Middeleeuwen, op enkele bescheiden doorbraken na, nauwelijks enige wijziging ondergaan, terwijl de bebouwing ondertussen steeds verder was verdicht.

De levensomstandigheden waren daardoor erbarmelijk en er braken geregeld cholera-epidemieën uit. Beter gesitueerde inwoners trokken in steeds grotere aantallen weg naar de nieuwe, ruimer opgezette wijken in het noordwesten van de stad, wat de verpaupering van het centrum versnelde. Daarbij kwamen nog klachten van handelaren over de slechte bereikbaarheid. Haussmanns voorgangers als prefect noemden de situatie een directe bedreiging voor de positie van Parijs als hoofdstad van Frankrijk.
 

De oude arbeiderswijken vormden een revolutiehaard

Dat er iets moest gebeuren stond dus niet ter discussie. Al in de achttiende eeuw werd gepleit voor een renovatie van Parijs, maar steeds opnieuw stagneerde de uitvoering. Napoleon I verzuchtte op St.-Helena dat als hem de tijd was gegund, Parijs er heel anders had uitgezien. Maar door de vele machtswisselingen kwamen de meeste plannen nooit tot uitvoering. Op de Restauratie na de val van Napoleon I volgden de revoluties van 1830 en 1848.

Aan het einde van 1848 trad Lodewijk Napoleon aan als de eerste gekozen president van Frankrijk. Hij was een zoon van Lodewijk Napoleon, de vroegere koning van Holland. De nieuwe president had enkele jaren in ballingschap in Londen doorgebracht en was daar onder de indruk geraakt van de brede straten en pleinen, voor het merendeel aangelegd na de grote stadsbrand in 1666. Het was zijn grote wens ook Parijs het aanzien te geven dat paste bij de hoofdstad van een machtig land.
 

Sociale onrust

Napoleon III zou het nooit openlijk als argument gebruiken, maar ook de grote sociale onrust pleitte voor een drastische renovatie van Parijs. Tussen 1830 en 1848 kreeg de stad met zes grotere en kleinere volksopstanden te maken. De oude arbeiderswijken vormden een potentiële revolutiehaard. De smalle straten in het centrum van de Franse hoofdstad waren eenvoudig te barricaderen en tegelijkertijd moeilijk toegankelijk voor de cavalerie.

Rechte en bredere straten zouden niet alleen het leefklimaat verbeteren, en daarmee de kans op onrust verkleinen, maar het ook makkelijker maken de orde te handhaven. Haussmann zelf schroomde later niet het belang van de staatsveiligheid in de strijd te werpen als hem werd verweten dat zijn plannen veel duurder uitvielen dan was begroot.
In 1851 pleegde de president een geweldloze staatsgreep en liet zich een jaar later tot keizer Napoleon III kronen. Daarmee was de weg vrij om zijn ambitieuze plannen met Parijs te verwezenlijken. Hij zocht alleen nog een man die ze voor hem kon uitvoeren. Zijn oog viel op de prefect van het departement van de Gironde in Bordeaux, de toen 44-jarige George-Eugène baron Haussmann.
 

De Parijzenaren had er genoeg van in een bouwput te wonen

De protestantse Haussmanns waren van Duitse oorsprong en hadden zich al in de zestiende eeuw in de Elzas gevestigd. De vader van George-Eugène bekleedde een administratieve functie in het leger van Napoleon I. Zijn moeder was de dochter van generaal Dentzel, eveneens van Duitse komaf. George-Eugène, die in 1809 in Parijs werd geboren, bezocht in de Franse hoofdstad het befaamde Lycée Condorcet en studeerde daarna rechten.

Na zijn studie koos hij voor een bestuurlijke carrière en bekleedde aanvankelijk bescheiden functies als (sous-)prefect in de provincie, waar hij opviel door zijn organisatietalent en vasthoudendheid. Hij schroomde niet bij de regering in Parijs te lobbyen voor een belangrijkere post als hij meende daarvoor in aanmerking te komen. Haussmann beschikte over een goed afgestelde politieke antenne door in het woelige Frankrijk van de negentiende eeuw steeds op tijd de kant van de winnaar te kiezen. Zo lukte het hem uiteindelijk een aanstelling tot prefect in Bordeaux in de wacht te slepen en zich in de kijker te spelen als mogelijke prefect van Parijs.

Als stedenbouwkundige was hij een onbeschreven blad, maar vermoedelijk was dat voor Napoleon een bijzaak. In zijn memoires vertelde Haussmann dat de keizer hem meteen bij zijn benoeming in 1853 een kaart van Parijs overhandigde ‘waarop hij zelf in blauw, rood, geel en groen, al naar gelang hun urgentie, de nieuwe straten had getekend die hij wilde laten aanleggen’.

Deze kaart is tijdens de opstand van de Parijse Commune in 1871 verloren gegaan, maar uit andere, later teruggevonden schetsen blijkt dat Haussmann kon putten uit een reeks plannen en suggesties die soms al jaren op uitvoering wachtten. Haussmanns belangrijkste verdienste was dat hij eindelijk orde aanbracht in al deze plannen en ze samensmeedde tot één totaalplan voor de vernieuwing van Parijs.
 

Haussmann had een duidelijke voorkeur voor de rechte lijn

Haussmann had weinig boodschap aan bestaande structuren en legde een duidelijke voorkeur aan den dag voor de rechte lijn. Het kwam erop neer dat over de oude plattegrond een geheel nieuwe kaart van Parijs werd gelegd, waarop dwars door bestaande wijken nieuwe, kaarsrechte boulevards van soms tientallen meters breed waren getekend, uitmondend op monumentale pleinen.

Deze rigoureuze vorm van stadsvernieuwing werd mogelijk doordat Haussmann ruime bevoegdheden kreeg om bezitters van grond en gebouwen te onteigenen. Om dit alles te kunnen betalen werd voor een vroege vorm van publiek-private samenwerking gekozen. Haussmann dirigeerde de slopershamer, maar de bebouwing van de nieuwe boulevards werd overgelaten aan private investeringsmaatschappijen. Ze waren daarbij aan een reeks voorschriften gebonden, zoals de verhouding tussen de breedte van de straat en de hoogte van de bebouwing. Ook kregen alle appartementencomplexen een doorlopende gevel over de hele lengte van de straat, opgetrokken uit crèmekleurig natuursteen. Het was vooral deze uniforme bebouwing die Parijs zijn bijzondere, voorname karakter zou geven.
 

Romeinse tijd

Haussmanns radicale aanpak riep onvermijdelijk verzet op. Hoewel de elite veel van zijn ingrepen steunde, was ze minder te spreken over de soms ondoorzichtige financiering. Ook vond men dat Haussmann niet inzag dat de plattegrond van het oude Parijs geen willekeurig samenstel van straten was, maar het resultaat van een eeuwenlange bewoning die terugging tot de Romeinse tijd. Daarnaast kreeg de bevolking er genoeg van in een permanente bouwput te wonen.

Toen Napoleon III de teugels van zijn autocratische bewind wat liet vieren, richtte de oppositie haar pijlen op Haussmann – en zo indirect ook op de keizer. De laatste werd steeds meer in beslag genomen door zijn verslechterende gezondheid en de internationale spanningen, die in 1870 zouden uitmonden in de Frans-Duitse Oorlog. Uiteindelijk zag de keizer geen andere mogelijkheid dan de prefect in januari 1870 te ontslaan. Toch zou met tussenpozen tot na de Eerste Wereldoorlog aan het nieuwe stratenplan worden gewerkt. Pas in 1927 werd het laatste stukje van de Boulevard Haussmann in gebruik genomen.
 
Willem de Bruin is journalist.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.