Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Angst voor katholieke immigranten in de VS

Door: Jaap Verheul

Historisch Nieuwsblad 2/2016

Katholicofobie

 

Rond 1850 kwamen er veel arme katholieke migranten naar Amerika. Die stroom nieuwkomers bedreigde de Amerikaanse waarden en identiteit, zo vreesden veel Amerikanen. Bange protestanten richtten populistische anti-immigrantenpartijen op.

De Verenigde Staten

Vier tophistorici geven college over de geschiedenis van het machtigste land ter wereld: ...de Verenigde Staten. Eduard van de Bilt vertelt over de kolonialetijd die eindigde met de onafhankelijkheidsverklaring van 1776. Jaap Verheul behandelt de...

€ 6,99 | Koop nu

Een vloed van immigranten trok tussen 1848 en 1860 naar de Verenigde Staten. Velen van hen waren katholieke immigranten uit Ierland en Duitsland, landen die geteisterd werden door hongersnoden en politieke verdeeldheid.

De nieuwkomers waren met meer dan 3,5 miljoen en vormden samen de grootste immigratiegolf uit de Amerikaanse geschiedenis. In 1850 was het immigratiecijfer zelfs vijf keer zo hoog als een decennium eerder. De meeste immigranten waren ongeschoold en straatarm. Ze kwamen aan in steden aan de kust als New York, Boston en Philadelphia, die niet op hun komst waren voorbereid, waardoor misdaad en sociale ellende toenamen.
 

Politieke tweedeling rond slavernij en religie

Voor veel gevestigde Amerikanen was deze stroom van nieuwkomers minstens zo angstaanjagend als de immigratiegolf uit Syrië voor veel Europeanen nu. Dat gevoel werd versterkt doordat de jonge republiek sterk in beweging was. Religieuze opwekkingsbewegingen hadden een opleving van het protestantse geloof teweeggebracht, en hervormingsbewegingen stortten zich op onderwijs, drankmisbruik, misdaad en sociale misstanden. Bovendien kwam in deze periode vanaf de oostkust gestaag een trek naar het westen op gang, wat tot veel verzet van de indiaanse bevolking leidde.

Boven op al die veranderingen was er het vraagstuk van de slavernij, dat de politieke stabiliteit van het land ondermijnde. Die stabiliteit was gebaseerd op een tweedeling.  Aan de ene kant de stonden de Whighs: welgestelden van de gevestigde protestantse kerkgenootschappen uit het noordoosten. Tegenover hen stonden de Democraten, die zich vooral richtten op de minder welvarende stemmers van uiteenlopende godsdiensten uit het westen en zuiden. Beide partijen waren verzwakt door factiestrijd en corruptie, en raakten bovendien intern verdeeld over de vraag of de federale overheid slavernij moest toestaan in de nieuwe staten in het westen.
 

Strijd tegen katholieken

Door de verdeeldheid van de grote partijen ontstond ruimte voor nieuwe splinters van politiek daklozen, die zich op één onderwerp richtten. Een van die kwesties werd de strijd tegen katholieke immigranten.
 
Antikatholicisme was in Amerika niet nieuw. Hoewel de Grondwet van de Verenigde Staten een strikte scheiding had aangebracht tussen Kerk en Staat, meenden veel Amerikanen dat hun natie was gebaseerd op het protestantisme, dat door de puriteinen naar de Nieuwe Wereld was gebracht. Zij beschouwden katholicisme daarom als een bedreiging van de Amerikaanse waarden en democratische instellingen.

Aan het begin van de negentiende eeuw groeide uit die afkeer een geliefd literair genre van gruwelverhalen over misstanden die losbandige monniken en nonnen zouden begaan in de krochten van hun kloosters. Een historicus omschreef deze antikatholieke fictie als ‘de pornografie van de puriteinen’.
 

De paus zou katholieke immigranten inzetten om de macht in Amerika over te nemen

Even populair waren complottheorieën waarin werd beweerd dat de paus vanuit het Vaticaan katholieke immigranten gebruikte om de macht in Amerika over te nemen. De nieuwkomers zouden door hun bisschoppen worden aangezet om scholen en politieke partijen over te nemen om zo de democratie af te schaffen.

Samuel Morse, de uitvinder van de telegraaf, waarschuwde in een brochure die vanaf 1841 vele malen werd herdrukt voor een samenzwering van de paus en de Oostenrijkse regering tegen ‘de Vrijheden van de Verenigde Staten’. Predikant Lyman Beecher, de vader van de schrijfster Harriet Beecher-Stowe, wilde katholieken uit het Amerikaanse westen weren.


Pamfletten en preken met deze strekking zweepten de argwaan zo hoog op dat woedende menigten kerken en kloosters aanvielen en in brand staken. Dat gebeurde in steden als Boston en Philadelphia.
 

Order of the Star Spangled Banner

De angsten en waanbeelden over katholieken werden halverwege de negentiende eeuw politiek gemobiliseerd. Dat gebeurde onder meer door de geheimzinnige Order of the Star Spangled Banner: een rond 1850 opgericht geheim genootschap dat zich tegen katholieke immigranten keerde en dat in het hele land loges oprichtte.

Als iemand naar de doelstelling of organisatie vroeg, antwoordden de leden alleen maar: ‘Ik weet van niets.’ Zo waren ze geïnstrueerd. Aan dit ontwijkende antwoord ontleende de beweging de merkwaardige naam ‘Know Nothings’. Naast dit genootschap verschenen vergelijkbare organisaties, met nationalistische namen als de Order of United Americans, die in het geheim politieke kandidaten steunden.

De Know Nothings eisten onder andere dat de immigratie van katholieken werd gestopt, dat buitenlanders geen publieke ambten mochten vervullen, en dat het katholicisme uit scholen en het openbare leven werd verdreven. Ze meenden dat het katholieke geloof onverenigbaar was met de democratie. Katholieken geloofden in wonderen, aanbaden heiligen en waren via hun priesters en bisschoppen onvoorwaardelijk gehoorzaam aan de paus in Rome. De autocratische ‘papen’ ondermijnden daarmee de republikeinse staatsvorm, die gebaseerd was op geestelijke en sociale vrijheid en gelijkheid. ‘Een botsing tussen de Pauselijke Hiërarchie en de Grondwet van dit land is onvermijdelijk,’ zo vatte een leider van de beweging hun irrationele angst samen.
 

Ieren slachtoffers van vreemdelingenhaat

De bezorgde burgers waren ervan overtuigd dat snel ingrijpen nodig was om te voorkomen dat katholieke immigranten de meerderheid zouden vormen en het Amerikaanse protestantisme onder de voet zouden lopen. Alle immigranten dienden daarom zo snel mogelijk te ‘amerikaniseren’.

De vreemdelingenhaat keerde zich vooral tegen de Ieren. Veel Know Nothings associeerden de Ierse immigranten met drankmisbruik, misdaad en corruptie, en vreesden dat de nieuwelingen aasden op hun banen en woningen. In personeelsadvertenties stond vaak de zin ‘Ieren hoeven niet te reageren’.

Maar Know Nothings waarschuwden ook dat Duitse rekruten in de staatsmilities op de Amerikaanse gastvrijheid zouden reageren door zich met ‘de rode revolutionaire vlag van Europa’ tegen hun eigen natie te keren. Europa werd gezien als een bron van on-Amerikaanse ideologieën en gewoontes.
 

De Know Nothings voerden een stevige marketingcampagne, met Know Nothing-soep, -tandenstokers en -thee

In 1854 trad de Know Nothing-beweging uit de schaduwen van hun geheimhouding. Ze verenigden zich landelijk in een eigen politieke partij. Deze American Party kreeg in korte tijd een miljoen leden in meer dan 10.000 loges. Dat was onder andere te danken aan de behendige manier waarop de Know Nothings hun partij onder de aandacht brachten met Know Nothing-snoep, -tandenstokers en -thee. Zo wonnen ze de stemmen van vooral laagopgeleide protestantse leden van de middenklasse.


De partij boekte overal spectaculaire overwinningen. In het Huis van Afgevaardigden kreeg de partij plotseling 52 zetels. In de staat Massachusetts wonnen de Know Nothings nagenoeg alle plaatsen in het Lagerhuis en de post van gouverneur. Ook in staten als Maine, Indiana, Illinois, Pennsylvania en Californië werden burgemeesters, gouverneurs, en een groot deel van de volksvertegenwoordigers afgelost door Know Nothings. Zelfs in staten waar nog geen immigrant te bekennen was, werden de twee gevestigde partijen weggevaagd. Vreemdelingenhaat was een rage geworden.
 

Maatregelen van Know Nothings

Meteen voerden de Know Nothing-politici allerlei maatregelen in. Ze bestreden de katholieke invloed op het openbaar onderwijs en eisten lange wachttijden of bewijzen van taalvaardigheid voordat het Amerikaanse burgerschap kon worden aangevraagd. De Know Nothings in Boston eisten dat een Latijnse inscriptie in het parlement werd weggehaald en stelden een commissie in die het seksueel misbruik van nonnen in kloosters moest onderzoeken. Elders werd onderzoek ingesteld naar het onroerend goed van katholieke bisdommen.

Tegelijkertijd keerden de Know Nothings zich echter met evenveel enthousiasme tegen slavernij, wierpen zich op voor de rechten van vrouwen en de verbetering van arbeidsomstandigheden en probeerden kroegen, bordelen en goklokalen te sluiten.

Doordat de meeste nieuwbakken ambtsdragers jong, laagopgeleid en onervaren waren, liepen veel initiatieven al snel vast in chaos en onderling gekrakeel. De dadendrang was zo amateuristisch, tomeloos en kostbaar dat veel kiezers het al snel voor gezien hielden.
 

Lincoln waarschuwde dat een Know Nothing-regering neerkwam op een despotisme dat hele bevolkingsgroepen wilde uitsluiten

De latere president Abraham Lincoln waarschuwde dat een regering van Know Nothings neerkwam op een despotisme dat hele bevolkingsgroepen wilde uitsluiten. De beroemde belofte uit de Onafhankelijkheidsverklaring – dat alle mensen gelijk geschapen waren – zou dan snel een aanhangsel krijgen: behalve zwarten, en buitenlanders, en katholieken. Wat Lincoln betrof kon je dan maar beter direct naar Rusland verhuizen.

 
Het politieke strovuur doofde snel. Vanaf 1856 verdween de Know Nothing-beweging even vlug als ze gekomen was. De politieke aandacht concentreerde zich vanaf toen volledig op de slavernijkwestie, die Noord en Zuid uit elkaar dreef. Ironisch genoeg rees uit de politieke puinhopen van de vreemdelingenhaat de Republikeinse Partij van Abraham Lincoln op, die zich tegen de slavernij richtte. Naar aanleiding van zijn overwinning in de presidentsverkiezingen in 1860 brak de Burgeroorlog uit, waardoor zorgen over immigratie voorlopig van de politieke agenda verdwenen. Pas aan het einde van de negentiende eeuw gaven nieuwe immigratiegolven, ditmaal uit Oost-Europa, nieuw voedsel aan vreemdelingenhaat en angst voor nieuwkomers.


Meer weten
Nativism and Slavery: The Northern Know Nothings and the Politics of the 1850s (1992) van Tyler Anbinder is het beste boek over Know Nothings.

Strangers in the Land: Patterns of American Nativism, 1860-1925 (2002) van John Higham is een klassieker over Amerikaanse vreemdelingenhaat.

Whiteness of a Different Color: European Immigrants and the Alchemy of Race (1999) van Matthew Frye Jacobson biedt een uitstekende academische analyse.

In de film Gangs of New York (2002) speelt Daniel Day-Lewis een voorman van de Know Nothing-beweging.
 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Overvloed en onbehagen

'Een rijk geïllustreerd boek om eindeloos in te dwalen.'

€ 75,00 | Koop nu

Middeleeuwen