Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 12/2015

Terrorisme in Nederland

Doelwit: de trein van zes over halfnegen

Door: Kees Jan Dellebeke
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In de jaren zeventig pleegden woedende Palestijnen volop aanslagen. Ze kozen hun doelwitten niet alleen in het Midden-Oosten, maar hun oog viel ook op Europa en zelfs op Nederland.

Vier Syrische terroristen vergaderden op 4 september 1975 in kamer 59 van Hotel Neutraal op het Amsterdamse Damrak. Onderwerp van gesprek: de gijzeling die ze de volgende dag zouden uitvoeren. In Amersfoort wilden ze om zes over halfnegen ’s ochtends de laatste wagon van de Warschau Express op weg naar Hoek van Holland kapen, omdat ze dachten dat daar Russische Joden in zaten. Tijdens hun bijeenkomst verdeelden ze alvast de in Italië aangeschafte wapens: twee handpistolen en twee machinepistolen.

De vier mannen waren leden van Al Saiqa, een Palestijnse organisatie die in 1966 was opgericht door het Syrische Ba’ath-regime. Het was op dat moment de op een na populairste groepering binnen de PLO, de Palestijnse bevrijdingsbeweging. Al Saiqa durfde zelfs Fatah, de organisatie onder leiding van Yasser Arafat, uit te dagen. De organisatie had vooral veel aanhang in de Palestijnse vluchtelingenkampen in Syrië en Libanon.

Net als de leden van andere Palestijnse bevrijdingsorganisaties kregen de strijders van Al Saiqa trainingen in de Sovjet-Unie. In een kamp in de buurt van Moskou leerden ze militaire vaardigheden, maar ook de fijne kneepjes van politieke indoctrinatie. Zeker één van de vier naar Nederland gestuurde terroristen had zo’n opleiding gevolgd.
Onder de naam Eagles of the Palestinian Revolution pleegde Al Saiqa in de jaren zeventig aanslagen in West-Europa. Die waren onder meer bedoeld om een einde te maken aan de emigratie van Russische Joden naar Israël.

Aangetroffen in Amersfoort: 4 terroristen, 4 vuurwapens en een nepbom

Op 28 september 1973 gijzelden twee terroristen drie Russische Joden in een trein in Oostenrijk. Ze eisten de sluiting van een doorgangsoord voor Russische Joden in Schönau. De Oostenrijkse regering onder leiding van Bruno Kreisky (zelf Joods) gaf toe.

Nederland was een logisch volgend doel, omdat het ook een prominente rol speelde bij de emigratie van Russische Joden. Nadat de Sovjet-Unie als reactie op de Zesdaagse Oorlog van 1967 de diplomatieke betrekkingen met Israël had verbroken, verzorgde Den Haag de uitreisvisa van deze groep.

De Syriërs zouden twee eisen stellen: ze wilden dat Nederland Russische Joden niet langer hielp naar Israël te emigreren en ze wilden dat premier Joop den Uyl in een tv-rede zijn steun zou betuigen aan de Palestijnse zaak. Volgens The Times was ook de Sovjet-Unie betrokken bij de plannen, omdat Moskou de braindrain van Joden wilde stoppen. Maar Nederland heeft zich daar nooit over uitgelaten.
 
Wat de terroristen niet wisten was dat de Nederlandse autoriteiten hen al in het vizier hadden. Nog voordat ze naar Amersfoort konden vertrekken, werden ze in de nacht van 4 op 5 september in de boeien geslagen. Het hotelpersoneel had vooraf nauwkeurige beschrijvingen gegeven van het uiterlijk van de gasten en de indeling van hun kamers. Het arrestatieteam ging razendsnel te werk. Voordat de Syriërs maar een reactie konden bedenken, waren ze al overrompeld. Een van de agenten zou zelfs vanaf de kamerdeur in één zweefduik op het bed van de Syriërs zijn gedoken.

Behalve de vier schietwapens vond het arrestatieteam een koffer met een namaakbom, gefabriceerd met draden en een batterij.

Nederland kon voortijdig ingrijpen dankzij de oplettendheid van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) en de Israëlische Mossad, die contacten tussen West-Europa en het Midden-Oosten scherp in de gaten hielden, onder meer via luisterposten in de regio. De NSA en de Mossad waren gespitst op Palestijns terrorisme sinds de bloedige aanslagen op Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München in 1972.

Veiligheidsdiensten spraken af meer samen te werken om nieuw onheil voorkomen. Op het hoofdkantoor van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) kwamen vanaf dat moment per telex lijsten met telefoonnummers van verdachte personen en organisaties in het Midden-Oosten binnen. In een tijd zonder vergevorderde automatisering vormden die gegevens hooguit het ruwe materiaal voor een complexe exercitie. Datamining, het speuren naar de potentieel gevaarlijke contacten, was zoeken naar een speld in een hooiberg.
Het spoor naar de vier Syriërs dankte de BVD ook aan de PTT.

Op een paar honderd meter afstand van Hotel Neutraal aan het Damrak, in het PTT-gebouw achter het Paleis op de Dam, zat de centrale waar in die tijd nog alle gesprekken met het buitenland moesten worden aangevraagd. Gegevens van die verbindingen werden overgezet op ponskaarten. Die vergeleek de BVD met door collega-diensten aangeleverde nummers van verdachte personen en organisaties. Op die manier werd duidelijk dat er vanuit Hotel Neutraal was gebeld met suspecte contacten in het Midden-Oosten.

Bij een extra ingelast bezoek aan Neutraal bleek tijdens een controle van de administratie dat er ‘vier Arabieren’ met Syrische paspoorten logeerden. De hotelier vertelde bovendien dat er inderdaad was gebeld met buitenlandse nummers en dat de betreffende mannen op dat moment niet aanwezig waren. Het verzoek van de politie om even op de kamer te mogen kijken werd ingewilligd. Daar werden de wapens toen al gevonden, maar om de Syriërs te kunnen arresteren moesten ze blijven liggen. Tot het moment van de inval bleef de politie het hotel observeren.

Dilemma na arrestatie: moest Nederland de terroristen uitwijzen of zelf berechten?

Nederland had even getwijfeld wat het met de arrestanten moest doen, gaf minister van Justitie Dries van Agt destijds toe voor de televisiecamera’s. Berechten of uitwijzen? De vier beschikten over Syrische paspoorten (saillant detail: in twee van de vier stond als beroep ‘vrijheidsstrijder’ vermeld). Maar de kans bestond dat Damascus zou ontkennen dat die documenten echt waren. Dan konden de mannen niet worden uitgewezen.

En waarom zou je eigenlijk voor die weg kiezen? De vier in Nederland gevangenhouden hield het risico in dat sympathisanten hier acties zouden gaan ondernemen met hun wapenbroeders als inzet. Van Agt noemde een mogelijke uitwijzing daarom ‘wijken voor terreur die nog niet eens realiteit is, maar waarvan je vreest dat die zou kunnen komen; dat is weer een stap verder in de capitulatie voor terreur.’

Op de zitting werd nog eens duidelijk dat de Syriërs van plan waren geweest de in beslag genomen wapens ‘metterdaad’ te gebruiken. Toch woog de rechtbank de beoogde gijzeling in het uiteindelijke vonnis niet mee, omdat er nog geen begin was gemaakt met de uitvoering van de actie. De vier werden wegens overtreding van de Vuurwapenwet op 8 oktober 1975 veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
 
Kees Jan Dellebeke was tussen 1973 en 2012 medewerker van de BVD en de AIVD.