Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2015

Indische Nederlanders in het verzet

Indo's in het verzet

Door: Herman Keppy
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Van de Engelandvaarders, oorlogsvliegers en verzetsmensen blijkt een opvallend deel afkomstig uit Nederlands-Indië. De weerstand tegen de Duitsers was niet alleen het werk van autochtone Nederlanders.


Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, wonen er al veel mensen uit Nederlands-Indië in Nederland. Een deel van hen raakt betrokken bij het verzet. Het gaat om indo’s (Indische Nederlanders), Indonesiërs (autochtone inwoners van Nederlands-Indië) en totoks (in Indië opgegroeide autochtone Nederlanders).

Om met de totoks te beginnen. Nederlands beroemdste oorlogsheld is Erik Hazelhoff Roelfzema. Hij schreef een matig boek over zijn oorlogservaringen, maar Paul Verhoeven wist het uitstekend te verfilmen en Soldaat van Oranje werd ook een succesvolle musical. Er is nauwelijks aandacht voor, toch stond de wieg van de held en van zijn maatje, Peter Tazelaar, in Nederlands-Indië.

Of zou Nederlands grootste oorlogsheld eigenlijk Bob van der Stok moeten zijn? Hij behoort tot de groep die met Hazelhoff en Tazelaar in 1941 aan boord van een vrachtschip bezet Holland ontvlucht en Engeland bereikt. Van der Stok krijgt een opleiding tot oorlogsvlieger en klimt op tot squadron leader van het ‘Nederlandse’ 322 Squadron. Hij is een van de meest gedecoreerde Nederlanders ooit, is geboren in Soerabaja en zijn biografie leidde mede tot een film. The Great Escape handelt over de spectaculaire ontsnapping van een groep geallieerde gevangenen uit Stalag Luft III.

Drie aansprekende helden, alle drie geboren in Nederlands-Indië, en zij zijn niet de enigen. Van de Engelandvaarders, de verzetsmensen die uit Nederland ontsnappen en zich aansluiten bij de geallieerden, is 34 procent geboren in Zuid-Holland; Noord-Holland staat tweede (22 procent), en op nummer drie Nederlands-Indië (11 procent).

 

De beroemde oorlogsheld Erik Hazelhoff Roelfzema was een totok


Tot de derde categorie behoort Engelandvaarder Rudy Burgwal. Hij krijgt zijn militaire opleiding in onder meer Canada, wordt Spitfire-piloot en schiet in die hoedanigheid 17,5 V1’s uit de lucht - die halve omdat niet zeker is of hij of een collega de voltreffer plaatst. Daarmee is hij onder alle Nederlandse oorlogsvliegers de topscorer. Er zijn overigens tijdens de oorlog 900 Nederlanders verbonden aan de Engelse luchtstrijdkrachten; 209 van hen zijn afkomstig uit Nederlands-Indië.

Bij het NIOD in Amsterdam ligt het dagboek van Rudy Burgwal. Op de eerste pagina staat de volgende tekst met zijn handtekening eronder: ‘Mocht ik niet meer terugkomen, dan verzoek ik dit memorandum aan mijn ouders, Populierstraat 19, Den Haag, Holland, te willen overhandigen en hun mijn groeten over te brengen. Dank u.’

Op 13 augustus 1944 begeleiden Spitfires RAF-bommenwerpers op weg naar doelen in Duitsland. Een van die Spitfires krijgt motorpech en de piloot moet terugkeren naar de basis. Rudy Burgwal besluit ter bescherming met zijn kameraad terug te vliegen, maar als die veilig landt, is Burgwal verdwenen. Dagen later blijkt zijn kist bij Saint Isle in Frankrijk door afweergeschut te zijn neergehaald. Burgwal keert niet terug, het dagboek wordt na de oorlog bij zijn ouders bezorgd.

Behalve totoks en indo’s vliegen er ook twee Indonesiërs in Britse dienst: Raden Abdoel Halim Perdanakoesoema en Harry Moekardanoe. Dat past eigenlijk niet binnen de rekruteringsvoorschriften, die uitgaan van rassenscheiding, maar nood breekt wet. Binnen de gehele RAF heeft slechts een klein gedeelte van de manschappen een donkere huidskleur. Pas aan het begin van de oorlog komt een einde aan de zogenoemde colour ban, die bepaalde dat alleen puur-Europeanen werden toegelaten.

Maar, schrijft historicus Erwin van Loo: ‘Hoewel in de media veel positieve aandacht werd geschonken aan deelname aan de luchtstrijd door niet-blanke oorlogsvliegers, bleven raciale vooroordelen en discriminatie tot het einde van de oorlog de kop opsteken. Ook een aantal Nederlands-Indische oorlogsvliegers met een donkere huidskleur werd hiermee geconfronteerd. Zo kreeg de op Java geboren en getogen marinejachtvlieger Harry Moekardanoe van het 1844 Squadron van de FAA in 1945 weliswaar een goede halfjaarlijkse beoordeling, maar werd tevens vastgesteld dat hij zich op een aantal punten nog kon verbeteren. Dat hij “tekortkomingen” vertoont, was volgens zijn commandant echter gemakkelijk te verklaren: “He is Javanese and as such his defects are inherent.”’

 

‘We kregen opdrachten als: hier zijn twee Joden, die moet je opbergen’


Op 11 januari 1942 vallen de Japanners Nederlands-Indië binnen. Daarvoor en vlak daarna trekken beroepsmilitairen, dienstplichtigen en vrijwilligers uit de kolonie naar Engeland. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) is van oudsher zeer Oranjegezind en een derde van het personeel van de Koninklijke Marine in Indië bestaat uit Indonesiërs. Aan boord van de Nederlandse schepen die aan de geallieerde strijd deelnemen, bevinden zich derhalve ook Indonesische marinemannen.

Een van hen is korporaal en machinist Wim Siahainenia (geboren in Nieuw-Guinea). Na de slachting in de Javazee is hij naar Tjilatjap geëvacueerd en met de mijnenveger Willem van der Zaan uitgeweken naar Colombo. Hij vertrekt naar Schotland om als stoker te werken aan boord van de onderzeeër O 15.

Zijn angstigste moment maakt hij mee na een aanval in een Noors fjord. ‘We werden opgewacht door een Duits eskader en achttien uur lang zijn we, met tussenpozen, bestookt met dieptebommen. Gelukkig stond er een sterke stroming, zodat we heel stil varend konden ontsnappen, alleen met onze elektromotor aan. Dat heet sluipvaart en dan hoor je de schroef van de schepen boven je en al die ontploffingen. Ik was de enige Ambonees aan boord, maar er waren ook Javanen en Menadonezen.

Via het Rode Kruis is er een bericht verstuurd naar mijn vader, dominee op de Molukken: “Uw zoon vermist, waarschijnlijk gesneuveld.” Hij heeft het nooit geloofd en was eigenlijk niet verbaasd toen ik na de oorlog opeens weer voor hem stond.’

Dat gelukkig lot treft de ouders van KNIL-cadet Victor Makatita niet. Deze Molukker woont in Den Haag en voert opdrachten uit voor de Ordedienst, de grootste verzetsorganisatie tijdens de oorlog. Als de grond te heet onder zijn voeten wordt, tracht hij Engeland te bereiken via Zwitserland. Maar hij wordt in Frankrijk onderschept en geëxecuteerd.

Het standaardwerk over Engelandvaarders, Tulpen voor Wilhelmina, meldt dat KNIL-cadetten oververtegenwoordigd zijn in de Engelandvaart. Als verklaring wordt aangedragen ‘dat de KNIL-cadetten – in tegenstelling tot die van de landmacht – vanaf het eerste jaar aan de KMA studeerden en daardoor een sterkere onderlinge band hadden’. Zou een andere verklaring niet eerder voor de hand liggen: een band vanwege hetzelfde geboorteland, Indië?

Makatita geniet enige bekendheid in Haagse sportkringen als voetballer van Quick. Een andere topatleet, de indo Hans Geul, in 1936 nog reserve bij de sprintploeg die afreisde naar de Olympische Spelen in Berlijn, wordt in 1943 gearresteerd nadat hij heeft deelgenomen aan de geslaagde moordaanslag op een verrader in Amsterdam. Geul wordt in de duinen van Overveen gefusilleerd.

De Indische dressuurruiter Pierre Versteegh is in 1940 na een redelijk succesvolle sportcarrière luitenant-kolonel der marechaussee. Hij tekent na de capitulatie de Erewoordverklaring, waarin hij belooft niet in het geweer te komen tegen de bezetter. Toch zet hij zich in voor de illegale Ordedienst, waar hij tot chef-staf wordt benoemd.
Versteegh gaat voortvarend te werk, roept vergaderingen bijeen, waar onder meer besproken wordt hoe in contact te treden met de regering in Engeland en hoe de organisatie moet worden uitgebreid.

 

‘De Indonesiërs hebben hun offers gebracht’


Op 12 september 1941 heeft hij bij hem thuis een vergadering belegd met een aantal hoge politiefunctionarissen. Versteegh blaast die bijeenkomst echter af, want het was hem ontschoten dat zijn dochter Inez die dag ver weg in Indië in het huwelijk zal treden met een KNIL-militair. Ook in huize Versteegh in Bussum moet worden gefeest. Juist die dag stormt een arrestatieteam binnen. Terwijl de gasten nog aanwezig zijn, wordt Versteegh onverbiddelijk afgevoerd. Hij belandt in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen en wordt na een proces ter dood veroordeeld. Het vonnis wordt op 3 mei 1942 voltrokken in Sachsenhausen, onder de rook van Berlijn, waar hij eerder nog aan de Olympische Spelen deelnam.
 
Wanneer je lid bent van een illegale organisatie en je moet wapens en mensen verbergen, waar breng je die dan onder? Bij vrienden en familie die je vertrouwt, natuurlijk. Dus als je uit Indië komt, is de kans groot dat die ook uit Indië komen. Juliana Dessauvagie-van der Noorda, geboren in Makassar, heeft hand- en spandiensten verleend aan de Ordedienst, maar wat zij precies heeft gedaan is niet bekend. Ze wordt in elk geval gearresteerd en belandt in het Oranjehotel, vanwaar ze in Nacht und Nebel naar Duitsland wordt getransporteerd. Tijdens een appel van gevangenen in kamp Ravenbrück op 9 februari 1945 raakt ze onwel en wordt daarop gescheiden van de anderen en meteen vergast.

Over Anda Kerkhoven, telg uit het geslacht van welgestelde planters dat in De Heren van de Thee van Hella S. Haasse wordt beschreven, is meer bekend. Zij studeert in Groningen als de oorlog uitbreekt en treedt toe tot het verzet, net als ten minste vier andere in Nederland verblijvende familieleden. Kerkhoven maakt deel uit van de verzetsgroep ‘De Groot’, die zich bezighoudt met het vervalsen van voedselbonnen en persoonsbewijzen. De groep wordt verraden en opgerold. Kerkhoven komt in het beruchte Scholtenhuis terecht en op 18 maart 1945 wordt ze samen met een medeverzetsstrijder geëxecuteerd op de grens van Haren en Glimmen.

Andere vrouwen uit Nederlands-Indië helpen Joden onderduiken, zoals een Indische verpleegster in Den Haag. ‘In 1942-1943 heeft mevrouw Sara Walbeehm [...] in haar flat Reinkenstraat no. 19 te ’s-Gravenhage onderdak verleend aan een groot aantal ondergedoken Joden. In de nacht van 22 op 23 maart 1943 hebben Kock en zijn medewerkers een inval bij haar gedaan, en alle op dat ogenblik aanwezige Joden (25 personen, onder wie een baby) en mevrouw Walbeehm zelf meegenomen. Van de Joden is niemand teruggekeerd.’

Dit citaat is afkomstig uit het Weinreb-rapport, dat in 1976 is verschenen. Sara Maria ‘Mies’ Walbeehm werd voor haar inzet voor deze onderduikers (het aantal werd later bijgesteld tot 24) gestraft met internering in de gevangenis van Scheveningen en kamp Vught. In 1944 komt ze echter weer vrij, en bekommert zich opnieuw om Joodse onderduikers.
 
Historicus Loe de Jong heeft berekend dat ongeveer 5 procent van de Nederlandse bevolking daadwerkelijk verzet tegen de bezetter heeft gepleegd. Binnen die 5 procent vallen ook de in Nederland verblijvende indo’s en totoks. Gezien het relatief hoge aantal van hen onder de Engelandvaarders en oorlogsvliegers zou het goed kunnen dat het percentage verzetsmensen onder hen hoger ligt. Het verzet en de militaire strijd in al haar geledingen hebben in elk geval een veel Indischer gezicht dan tot nu bekend.

En de Indonesiërs in Nederland? Al in 1938, in het jubileumnummer van het orgaan Indonesia van de nationalistische studentenvereniging in Nederland Perhimpunan Indonesia (PI), wijst bestuurscommissaris Mohammed Ildrem op de ‘verschrikkelijke en barbaarse Joden-vervolgingen in Duitsland’. In dit nummer – en in vele daarna – roept het bestuur op naar een onafhankelijke Indonesische staat te streven. Maar eerst moet een andere strijd worden uitgevochten: die tegen het fascisme.

Het totaalaantal van bij PI-verzetsactiviteiten betrokken Indonesiërs wordt geschat tussen de 60 en 110. De Molukse Evy Poetiray is een van hen. Ze vertelt: ‘Het was goed georganiseerd. Van vijf mensen had alleen één persoon contact met de leiding van Perhimpunan Indonesia. We kwamen elke week bij elkaar. Naast politieke scholing kregen we opdrachten, dus: jij moet dit doen en jij dat. Hier zijn twee Joden, die moet je opbergen. Of: hier is een Indonesiër die je moet verbergen. Wij Indonesische studenten waren zeer intiem met de makers van de illegale bladen Vrij Nederland, De Waarheid en Het Parool. Die bladen verspreiden was erg gevaarlijk, maar ik was jong en ik durfde.’

Hoe gevaarlijk het is, beschrijft de Indonesiër Soeripno in Indonesia van 1 september 1945: ‘“Henk van de Bevrijding” zoals Irawan beter bekend (en bemind) was in illegale kringen [...] was belast met de technische verzorging van ons ondergronds blad. Hij was “directeur” en “administrateur”, hij zorgde voor machines, papier en radiotoestellen, en hij sjouwde ze dikwijls zelf, per bakfiets, handkar of koffer. Weer of geen weer, gevaar of geen gevaar, bij nacht en ontij, Henk was steeds in touw. Nauwgezet kweet hij zich van zijn taak.’

Op 13 januari stapt Irawan op de fiets met een juist gerepareerde stencilmachine, die weer gebruikt moet worden voor de productie van illegale drukwerken. Onderweg stuit hij op een Duitse patrouille. Hij probeert aan arrestatie te ontkomen door hard weg te fietsen. De patrouille opent het vuur. Soeripno verhaalt: ‘Een stompzinnig geweer, gehanteerd door een stompzinnigen moordenaar, sneed de levensdraad af van een nauwelijks 25-jarigen Indonesiër, wiens moed, toewijding, sociaal gevoel, ijver en eenvoud ons steeds tot voorbeeld zullen blijven.’
 
Professor M.R.P. Cleveringa, die in november 1940 tijdens een beroemd geworden rede het sein gaf tot het Leids studentenprotest tegen het ontslag van Joodse hoogleraren, spreekt opnieuw tijdens een herdenkingsbijeenkomst op 25 mei 1945. Ook dat zijn gedenkwaardige woorden: ‘Waar er sprake was hier in Nederland van verzet behoefden wij niet te vragen: waar zijn de Indonesiërs? Zij waren er en stonden op hun post. Zij hebben hun offers gebracht. Zij waren in concentratiekampen, zij waren in gevangenissen, zij waren overal…’
 
Herman Keppy is journalist en schrijver. Zijn onderzoek naar het Indisch en Indonesisch verzet moet in 2017 uitmonden in een boek en een tentoonstelling in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Hij geeft in mei rondleidingen over het Indisch en Indonesisch verzet in Den Haag. Zie voor meer info: hermankeppy.com.
 
 
Meer weten
In twee algemene publicaties blijkt het grote aandeel van de Indische gemeenschap aan de strijd tegen de Duitse bezetter. Dat zijn Tulpen voor Wilhelmina, de geschiedenis van de Engelandvaarders (2004) van Agnes Dessing en Eenige wakkere jongens, Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940-1945 (2013) van Erwin van Loo.

Ook aan te bevelen: Molenbeekstraat (2006) van Ernst Jansz, dat handelt over het oorlogsverleden van zijn (Indische) vader. En onlangs verscheen Jacoba van Tongeren, en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940-1945) (2015), gebaseerd op de memoires van deze in Indië geboren vrouw.

De korte geschiedenis van een aantal Indische en Indonesische verzetshelden is zowel in het Nederlands als in het Engels te vinden op hermankeppy.com.
 

The Great Escape (1963) toont hoe honderd geallieerde gevangenen probeerden te ontsnappen uit een Duits kamp via een tunnel. Slechts drie wisten te ontkomen, onder wie Bram van der Stok. Bekijk de hele film, en lees een Engels artikel over de ontsnapping via historischnieuwsblad.nl/verzet.

Een neef van Anda Kerkhoven houdt een website bij over zijn tante, waarop haar levensverhaal uitgebreid uit de doeken wordt gedaan. Bekijk de site via historischnieuwsblad.nl/verzet.

Ga voor artikelen, films en sites over het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog naar ons dossier ophistorischnieuwsblad.nl/verzet. Over de geschiedenis van Nederlands-Indië is een dossier beschikbaar via historischnieuwsblad.nl/indie, met bijvoorbeeld artikelen over de Japanse bezetting en een uitzending van Andere Tijden over oorlogsmisdaden tijdens de politionele acties.
 

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld welke kant van Martin Luther King Amerika liever vergeet, waarom de Slag om Arnhem faliekant mislukte en hoe Willem van Oranje slim gebruikmaakte van propaganda.