Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2015

De stadhuisramp van Heusden

Moord op de valreep in Heusden

Door: Annemarie Lavèn
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Enkele uren voordat het Brabantse stadje Heusden werd bevrijd, voltrok zich er een dramatische oorlogsmisdaad. In de nacht van 4 op 5 november 1944 brachten Duitse genisten het stadhuis tot ontploffing, uitgerekend de plek die de inwoners als schuilplaats gebruikten. 


Chaos. Dat was de toestand in Heusden toen op zondag 5 november 1944 de eerste Schotse militairen de stad binnentrokken. Chaos, ellende en overal puin. Mannen en vrouwen probeerden uit alle macht overlevenden te bevrijden uit de enorme berg steen die midden in het stadje lag. In de dagen die volgden kwamen steeds meer lichamen op straat te liggen. Sommigen konden direct geïdentificeerd worden, anderen waren onherkenbaar. Protestanten werden bij protestanten gelegd, katholieken bij katholieken. Op een platte kar gingen ze naar een van de twee begraafplaatsen net buiten de stad. Van negen baby’tjes was niet bekend tot welk gezindte ze behoorden. Om het zekere voor het onzekere te nemen werden ze naar het katholieke kerkhof gebracht. In enkele dagen moesten 134 mensen begraven worden. De kleine, hechte gemeenschap van Heusden verkeerde in shock.

 
Lang geleden had de strategisch aan de Maas gelegen vestingplaats Heusden de reputatie genoten onneembaar te zijn, maar in de jaren dertig van de twintigste eeuw was van enige bravoure geen sprake meer. Heusden was slaperig en onbeduidend. De industrialisatie die zoveel vestingstadjes een onherkenbaar veranderend aanzien had gegeven, wallen had gesloopt, fabrieksterreinen had gebouwd en woonwijken uit de grond had gestampt, was aan Heusden voorbijgegaan.

Dat de stad toch op enige toeloop en bekendheid kon rekenen, was te danken aan zijn charmante, historische uiterlijk. Pronkstuk was het fraaie laatgotische stadhuis uit 1588. Het markante gebouw bestond uit een parterre met daarboven twee verdiepingen. De bijna 40 meter hoge toren stak ruimschoots boven de vesting uit. Toen eind negentiende eeuw bleek dat het pand dringend aan renovatie toe was, werd het grondig verbouwd. Zo grondig dat een groot deel van de fundering en dragende muren werd vervangen. Het was het stadhuis niet aan te zien dat de inwendige constructie door de renovatie behoorlijk was verzwakt; het behield zijn robuuste uiterlijk. Heusden was dan wel een historisch monument dat toeristen trok, die erfenis uit het verleden gold ook als een belemmering.

Vanwege de economische stagnatie en de daarmee gepaard gaande woningnood en werkloosheid wilde het gemeentebestuur de wallen slechten. Het hoopte dat dit werk zou opleveren, de industrie en de boeren meer grond zou geven en de bouw van arbeiderswoningen mogelijk zou maken. Op 27 maart 1940 werd in een besloten vergadering van de gemeenteraad een plan gepresenteerd om Heusden mee te krijgen in de vaart der volkeren en eens en voor altijd van zijn historische omklemming te bevrijden. Het uitbreken van de oorlog maakte echter een voorlopig eind aan de vooruitstrevende verbouwingsplannen.

 

In enkele dagen moesten 134 mensen worden begraven


De bezettingsjaren brachten voor Heusden aanvankelijk geen bijster grote veranderingen met zich mee. Een dag na de Duitse inval, op zaterdag 11 mei 1940, werden de bruggen over de Bergse Maas en over het Heusdens kanaal opgeblazen, om zo een Duitse opmars richting rivierenland te belemmeren. Dat was voor de Heusdenaren onhandig vanwege de afgesloten verbinding met het noorden, maar beïnvloedde het dagelijks leven nauwelijks. Duitse militairen lieten zich weinig zien, en het was niet al te moeilijk om ook buiten de distributiekanalen aan voedsel te komen. In de jaren die volgden draaide de zuivelfabriek aan de rand van de stad gewoon door, evenals de conservenfabriek. De scheepswerf, de grootste werkgever van Heusden en omgeving, zag in de bezetter vooral een afnemer, en bouwde tankers en mijnenvegers voor de Duitsers.

De burgemeester daarentegen had een nauwelijks verholen afkeer van de bezetters en de NSB. Zijn anti-Duitse houding kostte hem zijn baan en hij werd vervangen door NSB-burgemeester Alfred Thomaes. Hoewel Anton Mussert uit de regio afkomstig was (hij kwam uit Werkendam) had de NSB in het sterk verzuilde Heusden in de vooroorlogse jaren niet veel aanhang gehad. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1937 behaalde de partij een schamele 2,2 procent, wat neerkwam op 20 stemmen. Maar met de komst van Thomaes steeg het aantal leden van 3 naar 25.

Thomaes stond binnen de NSB niet hoog aangeschreven. Volgens de eigen inlichtingendienst van de partij was Thomaes een ‘seksueel gefrustreerde querulant’, maar NSB-topman Meinoud Rost van Tonningen had er vertrouwen in en installeerde hem op 13 maart 1942. Eind 1941 verscheen in de NSB-krant Het Nationale Dagblad een hommage aan Heusden, waarin de verslaggever verzuchtte hoe vredig het stadje was. Politieagenten hadden er niets te doen, want moord, diefstal of brandstichting kwam er niet voor. Hij schreef: ‘Kijk het stadje eens aan. Probeer U dan zoo op te stellen, dat U den majestueuzen toren van het majestueuzen stadhuis niet zien kunt. Het gaat niet. Altijd weer steekt de toren domineerend boven alle roodgelakte huisjes en huizen uit.’

Niemand voorzag dat juist die majestueuze toren zo’n desastreuze rol zou gaan spelen. In het voorjaar van 1943 was voor het eerst te merken dat de oorlog dichterbij kwam, toen twee Joden verraden werden die ondergedoken zaten bij de veldwachter. Alle drie werden gearresteerd, evenals twee bevriende mannen die de vrouw van de veldwachter hadden helpen ontsnappen. De arrestaties zetten een lichte mate van verzet in gang. Sommige Heusdenaren speurden naar stadsgenoten die samenwerkten met de Duitsers, waarschuwden voor ophanden zijnde huiszoekingen en verstrekten bonnen aan onderduikers.
 
Toch was het pas in de nazomer van 1944 dat Heusden zich schrap moest zetten voor het oorlogsgeweld. De eerste septemberdagen kenmerkten zich door grote verwarring. De geallieerde legers boekten opzienbarende successen in België. Zondag 3 september was Brussel bevrijd, een dag later volgde de bevrijding van Antwerpen. De verwachting in Nederland was dat de komst van de geallieerde legers niet lang meer op zich zou laten wachten.

Maandagavond 4 september 1944 wakkerde premier Gerbrandy de hoop op een snelle bevrijding aan toen hij voor Radio Oranje sprak: ‘Nu de geallieerde legers in hun onweerstaanbare opmars de Nederlandse grens overschreden hebben, wil ik u, uit naam van ons allen, hartelijk welkom toeroepen op onze vaderlandse bodem.’

De berichten dat de geallieerden in aantocht waren, deden vele NSB-families besluiten te vluchten. Ook burgemeester Thomaes en zijn gezin vluchtten dezelfde dag nog naar Kleef. De aanvankelijke euforie liep echter uit op een grote deceptie toen bleek dat van een snelle geallieerde opmars geen sprake was. Integendeel, de aanwezigheid van Duitse militairen in Heusden nam sterk toe. Soldaten werden ingekwartierd en een SS-regiment werd geïnstalleerd in hotel Het Wapen van Amsterdam. De militairen dwongen jongens en mannen uit Heusden en omgeving de verdedigingswerken bij de brug over de Maas te versterken.


 

‘Altijd weer steekt de toren domineerend boven alle roodgelakte huisjes en huizen uit’



De teleurstelling ging over in grote ongerustheid toen in de tweede helft van september Operatie Market Garden mislukte. Al snel werd duidelijk dat het zuiden van Nederland in de frontlinie zou komen te liggen. Want de havenstad Antwerpen was weliswaar bevrijd, de weg ernaartoe werd nog altijd door de Duitsers gecontroleerd. Het veiligstellen van deze waterweg, die van het grootste belang was voor de bevoorrading van de geallieerde troepen, gold als prioriteit en daarom moest de vijand tot achter de Maas worden teruggedrongen. Zo zou gelijk het 15de Leger omsingeld en vernietigd worden.

Wekenlang leek het alsof er weinig beweging in de corridor zat, maar langzaam maar zeker namen de geallieerde legers bezit van Noord-Brabant. Op 27 oktober werden ’s-Hertogenbosch en Bergen op Zoom ingenomen. De Duitsers kwamen steeds meer in het nauw en trokken zich grotendeels terug uit het gebied ten westen van ’s-Hertogenbosch. In het duister van de nacht zetten ze voertuigen, artillerie en ander materieel over de Maas, die door hoge waterstand gecombineerd met een storm een onverwacht groot obstakel vormde. Als laatste werden ook de manschappen zelf overgezet. Alleen een bruggenhoofd aan het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen hielden de Duitsers in handen. De oevers bleven onder de verdediging staan van de zwaar gehavende 712de en 59ste Divisie, aangevuld met wat andere eenheden.

Terwijl tien kilometer westelijk Waalwijk was bevrijd (op 30 oktober) en in het oosten in ’s-Hertogenbosch de vlag al uithing, moesten de Heusdenaren tandenknarsend toezien hoe de situatie in de stad steeds nijpender werd. Heusden lag op ongeveer zeven kilometer afstand van het Duitse bruggenhoofd, dat hevige aanvallen van de geallieerde troepen te duchten had. Berichten over de aanwezigheid van een SS-regiment versterkten het geallieerde voornemen niets van het Duitse leger over te laten. Het ongelukkige stadje Drunen, direct aan het afwateringskanaal gelegen, kreeg de volle laag, maar het artillerievuur kwam ook een stukje noordelijker terecht.
 
Op 28 oktober vielen in Heusden de eerste granaten. Zo rustig als de eerste oorlogsjaren verlopen waren, zo hectisch waren deze herfstdagen. Om enigszins voorbereid te zijn op de gevolgen van het granaatvuur werd haastig een plaatselijke afdeling van het Nederlandse Rode Kruis opgericht. Tandarts Kolkman nam het voortouw. Al het verband, brancards en ander materieel van de EHBO bracht hij onder bij het Rode Kruis. Zijn verwachting was dat de kans op inbeslagname afnam wanneer de spullen onder de vlag van het Rode Kruis werden opgeslagen. Een provisorisch ziekenhuis werd ingericht met een serieuze operatiekamer.

Ook de luchtbeschermingsdienst (LBD) kwam onder de vleugels van het Rode Kruis. Alleen de LBD en het Rode Kruis mochten in spertijd de straat op. Op verzoek van Kolkman maakte de LBD een inspectieronde door Heusden om te inventariseren op welke wijze de inwoners konden schuilen voor artillerievuur. Wie zelf geen kelder had en dicht bij de aarden stadswallen woonde, kon daarin een schuilkelder graven. Maar al snel bleek dat enkele honderden mensen een openbare schuilplaats nodig hadden.

De LBD kwam tot de conclusie dat het stadhuis het meest geschikte gebouw was om granaten buiten te houden. De parterre werd ingericht als schuilkelder, de buitenmuren werden beschermd door zakken zand. Dat het solide gebouw met de uitstraling van een burcht de beste schuilplaats uit de omgeving was, was ook de Duitsers niet ontgaan. Een telefooncentrale van acht man nam er zijn intrek in, evenals een afdeling van het Duitse Rode Kruis. Ook had de marechaussee er een wachtpost. Voor de burgers waren twee ruimtes over, een kamer van 6x9 en een van 3x6 meter.

Zondagnacht vielen de eerste Heusdense doden en gewonden toen de cichoreifabriek, die ook als openbare schuilplaats in gebruik was, door een granaat geraakt werd. De daaropvolgende dagen nam het aantal inslagen sterk toe. In de parterre van het stadhuis was de situatie gespannen. Meer dan 150 mensen, onder wie veel kleine kinderen, zaten opeengepakt in twee kleine, benauwde ruimtes.


 

Waar het stadhuis had gestaan hing een enorme stofwolk en lag een metershoge berg puin



Op zaterdag 4 november gebeurde er iets opmerkelijks. Diverse Heusdenaren zagen dat Duitse militairen kisten en met zand gevulde manden het stadhuis binnendroegen. Deze ongewone Duitse activiteit, die tot diep in de middag duurde, wekte argwaan. Verschillende mensen waagden zich naar boven om de verdiepingen en de toren te inspecteren, maar zagen afgezien van groene legerkisten en manden met zand geen bijzonderheden. Een man liep zelfs bewapend met een tang het gebouw door op zoek naar mogelijke geleidingsdraden, maar hij kon geen gevaar vinden. Wel was duidelijk dat burgerlijke bemoeizucht niet op prijs werd gesteld. Een van de mannen die de zaak niet vertrouwden werd opgemerkt door enkele Duitsers. Woedend staken ze een tirade af en ze hielden hem een tijdlang vast.

Diezelfde avond bleek dat de Duitse Rode Kruis-groep, die zijn post had in de parterre van het stadhuis, ongemerkt was verdwenen. Dat de Duitse telefonisten nog wel in hun kamertje op de parterre zaten, stelde de mensen in de schuilkamers gerust.

Rond twee uur klonken iets na elkaar twee slagen die zo hevig waren dat ze ruimschoots boven het continue geweld uitkwamen. Zowel de toren van de katholieke als die van de hervormde kerk bleek opgeblazen. De katholieke kerk stond in brand en het vuur bedreigde het naastgelegen klooster, waar ongeveer honderd mensen een schuilplaats hadden gezocht. Terwijl de granaten bleven inslaan liepen Duitse soldaten af en aan.

Om tien voor halfdrie klonk een klap die veel heviger was dan de vorige twee. Daar waar het stadhuis had gestaan hing een enorme stofwolk en waren de contouren te ontwaren van een metershoge berg puin. De toren en de bovenverdiepingen waren met hun volle gewicht op de parterre gevallen. Een klein gedeelte achterin was blijven staan, precies het stuk waar de Duitse telefonisten verbleven, die verbijsterd naar de ravage keken. Verder was er alleen puin.

Direct na de ramp werd getracht mensen levend onder de brokstukken vandaan te halen. Voor het grootste deel was geen hulp mogelijk, 134 mensen vonden de dood. Het jongste slachtoffer was vier maanden, het oudste 86 jaar.
 
Maandenlang bleef Heusden in de frontlinie liggen, ingeklemd tussen de geallieerden en de Maas, die de grens vormde tussen bevrijd gebied en het niemandsland waarachter de Duitsers zich teruggetrokken hadden. De situatie werd te gevaarlijk om te blijven en op 29 december werd het bevel tot algehele evacuatie gegeven. Pas op 5 mei 1945 keerden de eerste bewoners terug. Hun stad was een spookstad geworden. Zesenzeventig procent van de huizen was vernield of beschadigd, huisraad was geplunderd.

De ramp die Heusden overkwam is niet onopgemerkt gebleven. Direct erna stonden berichten over de laffe aanslag in kranten in binnen- en buitenland. ‘SS’ers dreven burgers met machinegeweren het stadhuis in en bliezen het op,’ ging al snel het verhaal. Kort na de oorlog deed het RIOD een grondig onderzoek naar de ware toedracht van de gebeurtenissen tijdens de nacht van 4 op 5 november 1944. Later archiefonderzoek in Duitsland, Engeland en Amerika, ooggetuigenverklaringen en publicaties vulden de bevindingen van het RIOD aan.

De hoogste punten in Heusden moesten worden opgeblazen om de oprukkende geallieerden het zicht op de Maas en de terugtrekkende beweging van de Duitsers aldaar te ontnemen. Hetzelfde gold voor diverse molens, kerken en torens in de omgeving van Heusden die als observatiepost werden gebruikt. De Duitsers wisten heel goed dat het stadhuis door een groot aantal mensen, onder wie veel kinderen, als schuilplaats werd gebruikt. Gespecialiseerde genietroepen hebben de springlading aangebracht en die in het holst van de nacht tot ontploffing gebracht. Bij gebrek aan bewijs zijn de daders nooit vervolgd.
 
Annemarie Lavèn is adjunct-hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad en bestuurslid van museum Het Gouverneurshuis in Heusden.
 
Meer weten
Heusden geteisterd en bevrijd uit 1950 is inmiddels 65 jaar oud, maar de monografie van RIOD-medewerker P.H. Winkelman is nog altijd heel leesbaar, vooral door zijn verrassend literaire stijl. Bij de 50-jarige herdenking in 1994 schreef J.P.M. van de Mortel De stadhuisramp van Heusden. Bevrijding zonder vreugde.
 
Heusden tussen twee werelden. Heusden in de negentiende en twintigste eeuw onder redactie van Joost Rosendaal en Jan van Oudheusden uit 2002 biedt grondige informatie over de sociale, politieke en economische ontwikkeling van de stad.
 
De dvd Naast het graf (2009) gemaakt door het Streekarchief Land van Heusden en Altena is een mooie documentaire over de gevolgen van de stadhuisramp voor de nabestaanden en overlevenden. De film is ook te bekijken via historischnieuwsblad.nl/bezetting.
 
Joost Karhof maakte voor de Dodenherdenking een reportage over de stadhuisramp. Bekijk de uitzending via historischnieuwsblad.nl/bezetting.

De redactie stelde een themapagina samen over de Duitse bezetting van Nederland. Op historischnieuwsblad.nl/bezetting leest u een stuk over Indiase soldaten in Zandvoort, of bekijkt u een interactieve kaart die alle aanslagen in Amsterdam tijdens ’40-’45 laat zien.
 

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld welke kant van Martin Luther King Amerika liever vergeet, waarom de Slag om Arnhem faliekant mislukte en hoe Willem van Oranje slim gebruikmaakte van propaganda.