Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2015

STELLING Loe de Jong

'Het is tijd voor een nieuwe Loe de Jong'

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Anton van Hooff:

‘Deze stelling heeft me verbaasd. Ik ben me er niet van bewust dat er behoefte bestaat aan “een nieuwe Loe de Jong”. Ik merk daar niets van. Zijn overzicht van de Tweede Wereldoorlog voldoet nog altijd prima als standaardwerk. Als referentie- en startpunt voor nieuwe onderzoekers, of als autoriteit om tegenaan te schoppen.

Direct na de oorlog bestond er grote behoefte aan een dergelijk overzichtswerk. Die kwam voort uit de breed gedeelde wens de herinnering aan de oorlog te bewaren. Maar er was ook kritiek op het plan. Ik herinner me een discussie in het voormalige verzetsblad Vrij Nederland. Of dat wel kon: een geschiedschrijver in dienst van het rijk die een synthese van de Tweede Wereldoorlog ging schrijven. En die bovendien zelf een Engelandvaarder was, met een grote bewondering voor Wilhelmina die doorklonk in zijn werk.

Maar hoewel de visie van De Jong aanvechtbaar is – en het zou erg vreemd zijn wanneer dit niet het geval zou zijn –, valt er puur feitelijk weinig op zijn werk aan te merken. Ik zie ook niemand die zijn werk zou kunnen overdoen. Elk nieuw overzichtswerk van de Tweede Wereldoorlog zal waarschijnlijk door een team geschreven moeten worden. Met allemaal losse bijdragen zonder overkoepelende visie. En wie zit daar nu op te wachten?’
 
Ruth Oldenziel:

‘Een nieuw overzichtswerk van de Tweede Wereldoorlog is zeker welkom. Het verhaal van de bezetting zal vandaag de dag heel anders worden gepresenteerd. Er zal waarschijnlijk minder nadruk worden gelegd op de kwestie “goed” of “fout”, en meer aandacht zijn voor het grijze gebied waarin de meeste Nederlanders zich toen bewogen. Hedendaagse historici hebben ook veel meer oog voor de continuïteit en bestendiging van vooroorlogse ontwikkelingen in de periode 1940-1945; ze concentreren zich niet langer alleen op de disruptie die de oorlog bracht.

Maar niet alleen de inhoud, ook de vorm zou moeten worden aangepast. Eén enkele auteur die de hele oorlog aan de natie presenteert is niet meer van deze tijd. Er zal met een breed team van specialisten moeten worden gewerkt, en een strenge eindredacteur die de onderlinge samenhang bewaakt.

Bovendien zal er een balans moeten worden gevonden tussen het voortschrijdend inzicht van professionele historici en de behoefte aan herkenning en inleving bij het grote publiek. De combinatie van een boek met een interactieve website lijkt mij dan ook ideaal. De website communityjoodsmonument.nl is een prachtig voorbeeld van een geslaagd interactief digitaal project – zij het zonder begeleidend boek. Juist de combinatie van een dynamische website met een boek zou volgens mij veel vaker benut moeten worden.’
 
James Kennedy:

‘Nee. De prestatie van Loe de Jong vormt een unicum in de naoorlogse geschiedschrijving. Zijn werk is in internationaal opzicht ongeëvenaard. In geen enkel ander land dat tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet is geweest, is de bezetting zo uitputtend door één enkele auteur beschreven. Het lijkt me onhaalbaar en onwenselijk dit nog eens dunnetjes over te doen.

De uitputtingsslag die het schrijven van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog was, past niet meer in deze tijd. De Jong probeerde een “definitieve” geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te schrijven door op uiterst gedetailleerde wijze te werk te gaan. Dat paste binnen de toen heersende mode van encyclopedische overzichtswerken als de Algemene Geschiedenis der Nederlanden.

Maar met de huidige internationalisering van de geschiedschrijving valt een dergelijke aanpak niet langer te realiseren. Wij zijn ons er nu veel meer van bewust dat de gebeurtenissen in bezet Nederland ook zijn weerslag hadden op die buiten het Koninkrijk. Dat kun je niet allemaal uitputtend in één overzichtswerk beschrijven. Vandaar dat professionele historici zich nu toeleggen op deelstudies en verschillende interpretaties bieden. Dat neemt niet weg dat er voor het grote publiek altijd behoefte zal bestaan aan toegankelijke overzichtswerken, maar dan wel in een meer handzame vorm.’