Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 11/2014

Hoe de seculiere Jinnah toch het islamitische Pakistan stichtte

Mohammed Ali Jinnah (1876-1948)

Door: Maurice Blessing
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

De Indiase onafhankelijkheidsstrijd wordt geleid door twee reuzen: de hindoe Gandhi en de moslim Jinnah. Jinnah neemt de populistische aanpak van Gandhi over en krijgt zo wat hij wil: de moslimstaat Pakistan. Maar zijn succes heeft een bloedige keerzijde.
 

 
Zestien jaar is Mahomedali Jinnahbhai als zijn vader hem in 1893 in de Brits-Indiase havenstad Karachi op de boot naar Londen zet. De tweede zoon van het gezin kan daar dankzij een Britse handelsrelatie aan de slag bij het handelshuis Graham’s. De piepjonge Mahomedali raakt al snel geobsedeerd door de schijnbaar superieure Britse beschaving. Hij wordt in Londen vrijwel meteen lid van een theatergezelschap dat Shakespeare op de planken brengt, en leert er vlekkeloos en met een onmiskenbaar aristocratisch accent Engels spreken. Ook meet hij zich een gedistingeerde westerse kledingstijl aan, inclusief monocle en strak gesteven boord. De handel kan hem echter weinig bekoren. Tegen de uitdrukkelijke wens van zijn vader in meldt Mahomedali zich voor een opleiding in de rechten bij de prestigieuze Lincoln Inn. Drie jaar later mag hij zich de jongste Indiase advocaat ooit noemen. Zijn naam heeft hij dan inmiddels geangliseerd tot Mohammed Ali Jinnah.

‘Jinnah’ maakt in Londen niet alleen een beroepskeuze. Hij ontdekt er ook zijn levenslange passie: de politiek. Al kort na aankomst heeft hij zich opgeworpen als politiek assistent van Dadabhai Naoroji, die als eerste Indiër in de geschiedenis in het Britse Lagerhuis is gekozen. Naoroji uit er felle kritiek op het feit dat de Britten onophoudelijk pochen over de superioriteit van de Britse beschaving en hun gevoel voor fair play, maar tegelijkertijd India ongegeneerd leegroven en de zelfstandige economische ontwikkeling van het land saboteren.

Goed gekleed naar de top 

Wanneer Jinnah in 1897 terugkeert naar India, begint hij een advocatenpraktijk in Bombay. Na een uiterst moeizaam begin, een periode waarin de jonge pleiter in zijn inkomen voorziet door zich te laten betalen als biljartspeler in hotelbars, weet Jinnah een succesvolle praktijk te vestigen, die hem financieel onafhankelijk maakt. Hij groeit uit tot een van de beste – en best betaalde – advocaten van India. Wanneer cliënten klagen over zijn hoge gage, luidt zijn antwoord: ‘Je kunt geen Pullman rijden op een derdeklasticket.’

Jinnah meet zich een westerse kledingstijl aan, inclusief monocle en strak gesteven boord

Wie de figuur Jinnah alleen kent uit de Hollywood-blockbuster Gandhi – als de rancuneuze, smoezelige aartsvijand van de ‘Mahatma’ – zal verrast zijn door de wijze waarop tijdgenoten de jonge Jinnah omschrijven. Hij was ‘een echte dandy’ met ‘meer dan 200 maatpakken’ en een villa in de zeer exclusieve Bombayse woonwijk Malabar Hill. Hij heeft veel vrouwelijke bewonderaars. Tijdens de oorlogsjaren groeit Jinnahs romance met Rattanbai – ‘Rutti’ – Petit, de beeldschone maar minderjarige ‘bloem van Bombay’, uit tot een Indiase societygebeurtenis van formaat. Rutti’s vader is een steenrijke parsi, die niets in een huwelijk ziet, mogelijk omdat Jinnah moslim is en twee keer zo oud als zijn dochter. Jinnah en Rutti wachten daarom totdat zij, in 1918, achttien wordt en daarmee handelingsbekwaam. Ze bekeert zich tot de islam, ze trouwen, en een jaar later wordt een dochter geboren: Dina.

Jinnah moet in die jaren zo’n beetje alles hebben vertegenwoordigd wat een moderne, ambitieuze Indiase moslim zich kon wensen. De leiding van het Indiaas Nationaal Congres is zich daarvan bewust. In 1906 is Jinnah voor deze nationalistische beweging actief geworden. Hij heeft zich er aangesloten bij de ‘gematigde factie’, die de Britten op puur constitutionele wijze wil dwingen India zelfbestuur te verlenen.

Streven naar eenheid

Om de Britten succesvol onder druk te kunnen zetten, streeft het Congres naar de vorming van een ‘nationaal’ front waarin alle Indiase religies en etniciteiten zijn vertegenwoordigd. Probleem is echter dat de buitenwacht het Congres als een typische hindoe-organisatie beschouwt. Zeker onder de moslims van India – meer dan een kwart van de inwoners – heeft het Congres als ‘nationale vertegenwoordiger’ een legitimiteitsprobleem. De getalenteerde en charismatische moslim Jinnah is daarom goud waard voor de organisatie.

Jinnah krijgt de taak om moslims en hindoes onder de vlag van het Congres te verenigen. Het is een rol die hij aanvankelijk met grote toewijding vervult, en waarin hij opmerkelijke resultaten boekt. Allereerst sluit hij zich in 1912, naast zijn lidmaatschap van het Congres, aan bij de Moslimliga, op dat moment de belangrijkste nationale organisatie voor Indiase moslims. Ook binnen deze beweging, die sociaal en politiek veel conservatiever is dan het progressief-liberaal getoonzette Congres, klimt Jinnah bliksemsnel op. In 1915 zet hij in een partijpolitieke coup de conservatief-religieuze factie in de Moslimliga buitenspel.

De wijze waarop hij de coup doorvoert, is geniaal in zijn eenvoud. Jinnah belegt een vergadering in het hyperluxueuze Taj Mahal-hotel in Bombay, waarvoor de religieus scherpslijpers binnen de beweging niet worden uitgenodigd. Die dag neemt de uitgedunde leiding van de Moslimliga een resolutie aan waarin zij verklaart zich voorlopig te willen concentreren op niet-religieuze zaken en samenwerking met het Congres. Jinnah wordt bejubeld om het historische politieke akkoord dat hij vervolgens tussen de twee partijen weet te sluiten, en waarin de moslimminderheid garanties krijgt tegen overheersing door de hindoemeerderheid in een onafhankelijk, democratisch India.

Jinnah wordt geprezen als ‘de beste ambassadeur van hindoe-moslim-eenheid in India’ en het heeft er veel van weg dat de leider is opgestaan van een nieuwe, werkelijk nationale onafhankelijkheidsbeweging. Maar op het moment dat Jinnah zich opmaakt voor de glorieuze eindsprint in zijn stormachtige carrière, draait plots de politieke wind en gaat hij keihard onderuit.

De radicale Ghandi

Wat was er gebeurd? Terwijl Jinnah genoot van zijn triomfen, verdwenen zijn steunpilaren – bejaarde, liberale leiders als Naoroji – een voor een op natuurlijke wijze van het toneel. Hun plek is ingenomen door een nieuwe generatie nationalistische politici, die zich niet alleen feller afzet tegen de Britten, maar ook een veel ‘volksere’ wijze van politiek bedrijven voorstaat. Dit heeft deels te maken met de recente experimenten met lokale vormen van volksvertegenwoordiging in India. Hierdoor is het voor Indiase politici aantrekkelijker een meer populistische koers te volgen.
 
De bekendste vertegenwoordiger van deze nieuwe generatie Indiase politici is Mohandas Karmamchand Gandhi. Sinds zijn verschijning op het Indiase politieke toneel in 1915 heeft Gandhi het aanvankelijk elitaire Congres weten om te vormen tot een echte volkspartij. De religieus geïnspireerde Gandhi kan de ongeschoolde massa’s als geen ander bespelen door inventief gebruik te maken van oude hindoeïstische begrippen en motieven, die hij van een nieuwe, populair-nationalistische inhoud voorziet.

Jinnah gruwt van Gandhi’s vermenging van politiek met religie. Volgens Jinnah kan India alleen zelfbestuur bemachtigen via onderhandelingen van verantwoordelijke politici op het hoogste niveau, gevoerd in de politieke taal van de Britten. Niet door mobilisatie van de arme plattelandsbewoners op wie Gandhi zich voornamelijk richt.

In de jaren twintig glijdt Jinnah langzaam maar zeker weg in een diepe politieke en persoonlijke crisis. Gandhi heeft hem aan alle kanten overvleugeld, en weet nu zelfs veel moslims aan zich te binden. Terwijl Jinnahs rationele, strikt seculiere benadering van de politiek hem een decennium eerder in staat stelde boven de partijen uit te stijgen en een nationale leidersrol te vervullen, vormt deze in de nieuwe realiteit van Gandhi’s India zijn grootste politiek tekort.

Niet alleen zijn politieke carrière, maar ook zijn huwelijk komt onder druk te staan. Halverwege de jaren twintig besluiten Jinnah en Rutti uit elkaar te gaan. Maar hij keert bij haar terug wanneer ze plotseling ernstig ziek wordt en in een ziekenhuis moet worden opgenomen. Rutti sterft in 1929, met Jinnah aan haar bed. Ze wordt in Bombay begraven. Bij die gelegenheid leert India een heel andere Jinnah kennen. Volgens zijn dochter Dina laat Jinnah die dag voor het eerst zijn publieke zelfbeheersing varen. ‘Hij stortte volledig in, huilde als een kind.’ Vanaf dat moment, aldus Dina, ‘lag er een deken over hem heen’. Jinnah vertrekt kort daarop naar Londen, vastbesloten om nooit meer terug te keren in de Indiase politiek.

Jinnah komt thuis

Wat volgt kunnen we de meest opmerkelijke politieke comeback van de twintigste eeuw noemen. Halverwege de jaren dertig is Gandhi – op dat moment al een internationale ster – in India zelf over zijn politieke hoogtepunt heen. Daarmee is aan het zelfvertrouwen van het Congres geen einde gekomen. Integendeel, een nieuwe generatie Congresleiders, als de marxistisch georiënteerde Jawaharlal Nehru en de fascistisch geïnspireerde Subhas Bose, neemt het stokje van de Mahatma over. Zij zijn veel minder dan Gandhi geneigd een verzoenende toon aan te slaan tegenover India’s minderheden. Het gevolg is dat met name de Indiase moslims zich steeds ongemakkelijker beginnen te voelen bij het feit dat het Congres zichzelf beschouwt als de enige rechtmatige woordvoerder van de Indiase natie en – nog erger – als de natuurlijke opvolger van het Britse bewind in Delhi.

Bestuurders van de Moslimliga smeken Jinnah om terug te keren. Hij moet de Indiase moslims duidelijk maken dat alleen de Liga hun belangen als moslim kan verdedigen. Probleem is echter dat ‘de Indiase moslim’ niet bestaat: de moslims van het subcontinent zijn verdeeld over talloze sektes, sociale klassen en etniciteiten. Waarom zouden al deze groepen een nominale moslim als Jinnah volgen, die zich verre houdt van de moskee, champagne drinkt en dol is op broodjes ham?

'Ik mis de oude nationalist. Ben je nog steeds dezelfde Mr. Jinnah?'

Om de moslimmassa te bereiken laat Jinnah de oude ‘elitaire’ Liga achter zich en richt zich voortaan op de wetten van de islam. In 1937 weet de tot dan toe principieel seculiere Jinnah gedaan te krijgen dat een sterk verwaterde versie van de sharia in Brits-India rechtsgeldigheid verkrijgt. Zijn streven om moslims en hindoes te verenigen voor de nationale zaak laat hij vanaf dat moment varen. Gandhi is verbijsterd: ‘Ik mis de oude nationalist. Ben je nog steeds dezelfde mr. Jinnah?’

Bekeerd teruggekeerd

Blijkbaar niet. De Jinnah van na 1937 is een tweede Gandhi, maar dan in moslimuitvoering. Jinnahs vrijage met de sharia heeft bijzonder veel weg van Gandhi’s eeuwige pleidooi voor swaraj of ‘het disciplineren van de ziel’ als noodzakelijke voorbereiding op de onafhankelijkheid. En waar Gandhi altijd al dweepte met de mythische hindoe-glorietijd van de Ram Raj, refereert Jinnah plots veelvuldig aan het Gouden Verleden van de islamitische mogolkeizers van Delhi en de vroege Arabische veroveringen.

Zelfs uiterlijk begint hij de Mahatma te spiegelen: terwijl de laatste ooit de ‘Gandhi-muts’ introduceerde – die al snel door het Congres als deel van de ‘nationale dracht’ was geadopteerd – komt Jinnah in 1937 met zijn eigen ‘Jinnah-muts’ op de proppen: een zwarte schapenleren muts, die aanvankelijk alleen in het beduidend frissere noorden van India werd gedragen. Deze wordt nu het symbool van de Liga en India’s ‘moslimnatie’.
 
In het moderne India wordt de plotselinge ‘bekering’ van Jinnah beschouwd als een uiterst cynische politieke manoeuvre, waarmee de voormalige liberaal zijn diepste overtuigingen overboord zette in ruil voor politieke invloed. In Pakistan daarentegen menen historici dat Jinnah na een lange, pijnlijke zoektocht naar zijn moslimidentiteit eindelijk is ‘thuisgekomen’. Hoe het ook zij, Jinnah weet in 1937 een beslissende wending te bewerkstelligen in zijn eigen politieke carrière en India’s politieke toekomst. De Jinnah nieuwe stijl blijkt op spectaculaire wijze in staat te zijn de moslims van het subcontinent te verenigen. Jinnahs achterban groeit snel.

Als in 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, weigert het Congres de Britse oorlogsinspanningen te steunen als daar geen concrete stappen richting onafhankelijkheid tegenover staan. En dan springt Jinnah in het ontstane vacuüm. Hij zegt het Britse bestuur zijn medewerking toe, mits hij door hen wordt erkend als enige woordvoerder van India’s moslims. De Britten, blij met de steun uit onverwachte hoek en van oudsher al niet vies van een spelletje verdeel-en-heers, besluiten deze pretentie van Jinnah in elk geval voorlopig niet tegen te spreken. Terwijl bijna het gehele kader van het Congres tijdens de oorlog wordt gedetineerd, en protesten van Congres-aanhangers meedogenloos worden onderdrukt, heeft Jinnah zich in een unieke uitgangspositie weten te manoeuvreren voor de naoorlogse politieke herinrichting van Brits-India.

Een verdeeld land

Groot-Brittannië komt in 1945 getraumatiseerd uit de oorlog tevoorschijn. Het bezit niet langer de middelen, maar ook niet meer de wil en overtuigingskracht om het Britse Rijk in stand te houden. Brits-India, dat tijdens de oorlog miljoenen inwoners heeft verloren aan hongersnoden en onder ongekende repressie gebukt is gegaan, kent grote sociale spanningen en de haat voor de Britten is er voelbaar. Het is in enkele jaren van een pot met honing veranderd in een tikkende tijdbom.

Jinnah eist een eigen, soevereine moslimstaat, genaamd ‘land van de puren’ of ‘Pakistan’. Om zijn eis kracht bij te zetten en te tonen dat hij de ware leider van de Indiase ‘moslimnatie’ is, komt hij opnieuw tot een hoogst opmerkelijk daad. De man die Gandhi altijd had veroordeeld om zijn ‘onverantwoordelijke en buitenrechtelijke’ campagnes van burgerlijke ongehoorzaamheid, roept 16 augustus 1946 uit tot dag van ‘directe actie’.

Calcutta ontbrandt die dag als eerste, in de meest letterlijke zin. Drie dagen lang staan de hindoes en moslims van die stad elkaar naar het leven, met naar schatting 5000 doden tot gevolg. De rust zal voorlopig niet meer terugkeren in India, met uiterst wrede, grootschalige represailles over en weer tussen de verschillende gemeenschappen.

Een beknot Pakistan

Op 14 augustus 1947 verkrijgt Jinnah zijn Pakistan. Maar het is een minder levensvatbare staat dan waarop hij heeft ingezet. Jinnah spreekt teleurgesteld van een ‘mottig’ en ‘beknot’ Pakistan: zonder Kasjmir en met slechts een deel van de belangrijkste moslimprovincies Punjab en Bengalen.

Bovendien wordt de nieuwe natie ontwricht door de plotselinge uit- en toestroom van vluchtelingen, die zich niet willen laten afslachten nu overal op het subcontinent rellen tussen de verschillende geloofsgemeenschappen uitbreken. Het sektarisch geweld is grootschaliger en gewelddadiger dan ooit. Zo’n 2 miljoen Indiërs, van alle religieuze gezindten, laten in deze gitzwarte periode het leven.

Jinnah zelf overlijdt op 11 september 1948. Hij is dan 71 jaar oud. De kettingrokende ‘Grote Leider’ van Pakistan leidt al langer aan ernstige longklachten en de dramatische opdeling heeft zijn lichamelijke aftakeling in een stroomversnelling gebracht. Aan leidinggeven aan zijn ‘mottige’ natie is hij nauwelijks toegekomen.

Terwijl Gandhi aan het eind van zijn politieke carrière eindelijk zijn politieke vergezichten begon in te kleuren met de noodzakelijke praktische details, was Jinnah zo’n periode van bezinning niet gegund. Concrete aanwijzingen over hoe zijn moslimstaat precies moest worden ingericht – in het bijzonder waar het de positie van niet-moslims betrof en de verhoudingen tussen de vele islamitische geloofsstromingen – heeft Jinnah niet kunnen nalaten. Het was aan zijn opvolgers om dat uit te vechten.
 
Meer lezen
Jinnah: Creator of Pakistan (1954) van Hector Bolitho en Jinnah of Pakistan (1984) van Stanley Wolpert vormen de klassieke biografieën van Jinnah. Beide zijn inmiddels sterk verouderd. Jinnah vs. Gandhi (2012) van Roderick Matthews is uiteraard meer up-to-date, maar nogal eenzijdig op politieke processen gericht.
Een aanrader is de kritische Pakistaanse visie op Jinnah  Jinnah, Pakistan and Islamic Identity (1997) van Akbar S. Ahmed. Jinnah: India – Partition - Independence van de Indiase hindoe-nationalistische politicus Jaswant Singh (2009) is ook buitengewoon interessant, en niet alleen omdat de politieke carrière van de auteur sneefde vanwege diens relatief begripvolle beschrijving van Pakistans vader des vaderlands.