Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 6/2014

Freedom Riders

Reizen tegen rassenhaat

Door: Laura Visser-Maessen
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In de zomer van 1961 namen honderden blanken en zwarten deel aan de zogeheten Freedom Rides. Ze protesteerden daarmee tegen de rassenscheiding in het busvervoer. Dat kwam hen duur te staan.


‘Eet goed en geniet ervan, want dit is misschien ons Laatste Avondmaal.’ Begin mei 1961 proberen John Lewis en zijn metgezellen zich te ontspannen in een Chinees restaurant in Washington, DC. Ze hebben zojuist nerveus hun testament opgesteld. Lewis is zwart en net 21. Samen met zes andere zwarte en zes blanke activisten zal hij de volgende dag vertrekken voor de eerste Freedom Ride, een gevaarlijke busreis van twee weken door het zuiden van de Verenigde Staten met als eindbestemming New Orleans. Geïnspireerd door de mislukte ‘Reis van Verzoening’ door burgerrechtenorganisatie Congress of Racial Equality (CORE) in 1947, wil de groep testen of de federale overheid hen zal beschermen als ze de strenge segregatieregels in de zuidelijke staten overtreden. Volgens deze regels moeten blanken altijd voor en zwarten achter in een bus plaatsnemen.

Het Hooggerechtshof heeft segregatie in busverkeer tussen de staten verboden, maar de federale overheid weigert deze uitspraak te handhaven. De Freedom Ride, schrijft CORE-leider James Farmer aan president Kennedy, is daarom een gevecht voor ‘het behoud van de democratie’.
 

Kenteringen 

De actie was broodnodig. De alom geprezen uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1954 Brown versus Board of Topeka, die gesegregeerd onderwijs verbood, had in het zuiden het tegenovergestelde effect gehad. De bekendste burgerrechtenorganisatie, de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP), werd in Alabama verboden en elders geïntimideerd. De racistische Ku Klux Klan en andere haatgroepen groeiden explosief, waardoor onderdrukking van zwarten toenam. Dit werd toegestaan door de lokale autoriteiten, die intensieve wetgeving doorvoerden om de raciale status-quo te handhaven en burgerrechtenactivisme te ontmoedigen. In 1956 zwoeren 98 zuidelijke politici in de nationale Senaat en het Huis van Afgevaardigden zelfs om elke vorm van ‘gedwongen integratie via alle wetmatige middelen te bestrijden’. Dit verlamde de mogelijkheden van de federale overheid om de zwarte emancipatie verder te bevorderen.

Een eerste kentering kwam in 1955, nadat burgerrechtenactiviste Rosa Parks had geweigerd haar zitplaats in een bus af te staan aan een blanke. Ze kreeg een boete, maar weigerde die te betalen. Onder aanvoering van de jonge predikant Martin Luther King leidde dat tot een busboycot in Montgomery, die een jaar lang duurde, totdat de bijna failliete eigenaren van de stadsbussen hun verzet tegen integratie staakten. Het ongekend massale karakter van de busboycot bood de burgerrechtenbeweging nieuwe mogelijkheden naast de bestaande, relatief veilige tactieken, zoals de strijd in de rechtbank.

Ongekend was ook de bereidheid van de burgerrechtenleiders om zich bloot te stellen aan hetzelfde gevaar als de ‘gewone’ bevolking die de protesten uitvoerde. Zo beloofde King ondanks een bomaanslag op zijn huis zijn protestacties door te zetten. ‘Hadden we ons laten afleiden door het vraagstuk van mijn veiligheid,’ schreef hij later, ‘dan hadden we het moreel offensief verloren.’

De lokale zwarte bevolking voelde zich aangemoedigd door de gebeurtenissen in Montgomery, maar ook door de opstelling van de overheid. Tijdens de oorlog had de Amerikaanse overheid de rassenhaat van Hitler fel afgewezen en tijdens de dekolonisatie in met name Afrika was zij op de hand van de voormalige koloniën.

Een tweede kentering kwam in 1960, toen zwarte studenten op grote schaal sit-ins begonnen te organiseren in gesegregeerde lunchruimtes. Dat leidde vaak tot hun arrestatie en tot geweld tegen hen, maar verschillende nationale restaurantketens, zoals Woolworth’s, werden zo wel gedwongen tot integratie. Hun vreedzaam lijden had een groot effect op het nationale publiek: het nieuwe medium televisie toonde hoe doorgaans zwarte studenten in nette kleding massaal weigerden zich te wreken op hun blanke belagers. Er ontstonden nieuwe burgerrechtenorganisaties, die deze werkwijze omarmden, zoals de Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC) - waartoe John Lewis behoorde.
    
Hoewel nonviolent direct action dus niet nieuw was, waren de Freedom Rides een ongekend fenomeen door de schaal waarop de methode werd toegepast en de intensiteit van het gevaar dat deelnemers over zich afriepen.
 

De meute barricadeerde de deuren en gooide een vuurbom naar binnen


Op 4 mei 1961 begonnen Lewis en zijn reisgenoten gespannen aan hun reis. De ene helft van de groep in een Greyhound-bus en de andere in een van Trailways. De reis in de Greyhound-bus verliep rustig, tot South Carolina. In Winnsboro werden enkele Riders gearresteerd en in Rock Hill hielden blanke jongeren hen tegen toen ze naar de wachtruimte met het bordje ‘blank’ liepen. Lewis legde uit dat dit mocht volgens de uitspraak van het Hooggerechtshof. Maar hij en twee andere Riders werden in elkaar geslagen.

Snel verspreidde het nieuws van de ‘communistische raciale provocateurs’, zoals de groep neerbuigend genoemd werd, zich over het Zuiden. Paniekerig beraadden de lokale autoriteiten zich over het probleem. In Georgia lieten ze zich niet zien en de Riders konden ongemoeid Augusta, Athens en Atlanta doorkruisen. Maar in Alabama was de situatie moeilijker. Toen de Riders op 13 mei in Atlanta met Martin Luther King aten, fluisterde deze al onheilspellend in het oor van een van hen: ‘Jullie komen nooit door Alabama heen.’
Twee dagen later stond een woedende blanke menigte hen inderdaad op te wachten op het Greyhound-busstation in Anniston. Terwijl de Riders en de andere buspassagiers doodsangsten uitstonden, probeerde de meute de deuren open te breken en werden de banden lek gestoken. De buschauffeur wist weg te rijden, maar op snelweg 78 haalden hun belagers -tweehonderd man in vijftig auto’s - de bus in, die vanwege de platte banden moest stoppen. Met bijlen en stenen sloegen ze de ramen in. Ze barricadeerden de deuren en gooiden een vuurbom naar binnen om de passagiers levend te verbranden. In zijn wanhoop schoot de chauffeur op de menigte, waardoor deze achteruitdeinsde. De gewonde passagiers klommen naar buiten, maar de gewapende menigte stortte zich op hen, totdat de Alabama State Troopers arriveerden.

De groep in de Trailways-bus reed een uur later het station van Birmingham binnen en wist nog van niets. Het was er muisstil; de aanwezige blanken leken zenuwachtig. Er klopte iets niet, maar wat? De buschauffeur werd via de interne radio op de hoogte gesteld en hij vertelde de passagiers wat er in Anniston was gebeurd. Hij zei dat ook hun een hinderlaag wachtte, ‘tenzij we die nikkers van de voorste rijen krijgen’. De andere passagiers verjoegen de Riders daarop met geweld naar de achterste rijen. Een agent keurde deze zitplaatsen goed en liet de bus naar een ander station in Birmingham rijden, zogenaamd om belagers af te schudden.
 

‘Jullie komen nooit door Alabama heen’


Ondertussen stuurde de politie, onder leiding van Eugene ‘Bull’ Connor, een menigte, bestaande uit zo’n honderd Klan-leden, ook daarheen. Connor en de KKK hadden afgesproken dat de Klan een kwartier kreeg om de Riders te grazen te nemen voordat de politie zou ingrijpen. Ook de FBI was op de hoogte, maar deed niets toen de Klan-leden op de uitstappende Riders af stormden; één FBI-informant deed zelfs gretig mee. Vooral de aanblik van de blanke Jim Peck die de zwarte Charles Person beschermde stoorde de relschoppers: de ‘rassenverrader’ werd zo zwaar mishandeld dat hij 53 hechtingen nodig had. In blinde woede werden ook onschuldige omstanders en journalisten mishandeld.
De persfoto’s haalden niettemin het wereldnieuws. Vol afgrijzen berichtten buitenlandse kranten als de Times in Londen, maar ook media in de Sovjet-Unie over de gebeurtenissen. ‘Zolang Kennedy de weerstand van rasfanatici niet breekt, is elke dollar aan propaganda en ontwikkelingshulp in Afrika weggegooid geld,’ vatte een Duits dagblad het probleem van de Amerikaanse regering feilloos samen.

Minister van Justitie Robert F. Kennedy kreeg geen grip op de situatie. Toen de Riders de volgende dag besloten verder te reizen, maar geen chauffeur hen wilde brengen, riep de minister onthutst: ‘Laat een zwarte chauffeur dan rijden!’ Hij wist kennelijk niet dat zwarten dit beroep niet mochten uitoefenen. De gouverneur van Alabama, John Patterson, ontweek Kennedy door te laten weten dat hij ‘aan het vissen’ was en negeerde diens telefoontjes verder, evenals die van president Kennedy zelf.


Freedom Riders gaan door 

Uiteindelijk besloot een deel van de Riders naar hun einddoel New Orleans te vliegen. Maar een groep vervangers, geregeld door SNCC, wilde de Freedom Ride afmaken. John Seigenthaler van het ministerie van Justitie probeerde hen vergeefs tegen te houden. ‘De hel gaat losbreken,’ voorspelde hij grimmig. ‘Die mensen worden de dood in gejaagd!’ In plaats daarvan arresteerde Bull Connor de nieuwe groep Riders simpelweg. In een bizarre nachtelijke autorit bracht hij ze naar de staatsgrens, met de mededeling dat ze daar een trein naar huis konden pakken. Of, zoals hij grapte, ‘een bus’.

 In plaats van terug naar huis te keren, zoals Connor voorstelde, gingen ze gewoon terug naar Birmingham om hun Ride af te maken. Maar de chauffeurs weigerden weer hen te vervoeren. Toen zich opnieuw een menigte vormde, beloofde gouverneur Patterson toch bescherming. Begeleid door de Highway Patrol vertrok een bus op 20 mei naar Montgomery, maar de patrouille verdween meteen bij aankomst. Toen de Riders uitstapten werden zij - en de aanwezige journalisten - aangevallen door honderden Klan-leden met honkbalknuppels, pijpen en flessen. Verschillende Riders, onder wie Lewis, werden bewusteloos geslagen, evenals John Seigenthaler. Een andere ambtenaar van het ministerie van Justitie belde geschokt met Washington: ‘Slaande vuisten! Een groep mannen […] mishandelt hen. Er is geen politie. Het is vreselijk! Het is vreselijk!’ Toen de politie eindelijk kwam opdagen, leefde de menigte zich uit op argeloze zwarten in de straten rondom het station.
 

De Klan kreeg een kwartier om de Riders te grazen te nemen



De volgende dag kwamen 1500 zwarte burgers samen in de 1st Baptist Church van Montgomery, waar Martin Luther King en de Riders hen toespraken. Federale ordediensten, die Kennedy nu ongewild moest inzetten, probeerden de kerk te beschermen toen deze werd omringd door een menigte van 3000 blanken die de kerk met stenen en traangas bestookten. Maar King beloofde zijn publiek dat ‘Alabama onder ogen zal moeten zien dat wij vastbesloten zijn onze vrijheid te verkrijgen’. Patterson stuurde de Alabama National Guard, die de menigte verspreidde, maar de zwarten ‘voor hun veiligheid’ dwong de nacht in de kerk door te brengen.

Op 24 mei besloot een nieuwe groep Riders verder te reizen naar Jackson, in het gevreesde Mississippi. Maar de gebroeders Kennedy hadden een geheime deal gesloten met de gouverneurs van Alabama en Mississippi: de lokale autoriteiten beschermden de Riders tegen geweld en in ruil daarvoor keek de federale overheid opzij als deze hen onrechtmatig arresteerden. Zo werden de bussen veilig naar Jackson geloodst, waar de Riders, inclusief Lewis, gearresteerd werden en veroordeeld tot anderhalve maand celstraf in de beruchte Parchman Prison.

Deze strategie om de Freedom Riders van de voorpagina’s te halen werkte ook. Toch weerhield dit nieuwe activisten niet. Op het pleidooi van Robert Kennedy voor een ‘afkoelingsperiode’ reageerde CORE-leider James Farmer verbeten: ‘We zijn al 350 jaar aan het afkoelen; als we nog meer afkoelen, bevriezen we.’ Honderden Riders, blank en zwart, onder wie studenten, leraren, huisvrouwen en priesters, ondernamen vervolgens maandenlang in totaal meer dan zestig Freedom Rides, ook in trein- en luchtverkeer.

Velen betaalden hiervoor de dure prijs van gevangenisstraf, ontslag of schorsing. In de gevangenis werd mishandeling niet geschuwd. In Parchman werden de Riders blootgesteld aan elektrische schokken en in sweatboxes geplaatst, kleine ongeventileerde hokjes in de volle zon waarin gevangenen rechtop moesten staan - een straf die nu de status van marteling heeft. Ook sloeg de publieke opinie om: in juni lieten peilingen zien dat 63 procent van de Amerikanen hernieuwde Rides afkeurde uit angst voor sociale onrust en internationale imagoschade. ‘Geweldloosheid die opzettelijk geweld uitlokt is een logische tegenstelling,’ concludeerde de New York Times afwijzend. Familieleden van de Riders reageerden nog feller: ze onterfden soms hun kinderen.

Toch verhoogden de Rides de druk op het ministerie van Justitie. Dit leverde op 1 november een oplossing op: de Interstate Commerce Commission dwong de federale overheid de uitspraak van het Hooggerechtshof te handhaven. Passagiers konden nu zitten waar ze wilden en de gehate bordjes ‘blank’ en ‘gekleurd’ verdwenen uit wachtruimtes en stationsrestauraties.


Keerpunt in de burgerrechtenbeweging 

De Freedom Rides vormden een keerpunt in de burgerrechtenbeweging. Ze veranderden de opvattingen van het ministerie van Justitie en de gebroeders Kennedy over de burgerrechtenstrijd. Geraakt door hun ervaringen met de activisten en blanke racisten verhoogde de regering haar inzet voor burgerrechten. Hetzelfde gold voor de journalisten die de Rides versloegen. Onder hen vormde zich een trouwe schare sympathisanten, die de daaropvolgende jaren welwillend over de vrijheidsstrijd berichtte. De burgerrechtenbeweging had het effect van haar methode goed ingeschat. De media en het publiek reageerden niet zozeer op verhalen over onrecht als wel op ‘bloed en ingewanden’, zoals een journalist van de New York Times toegaf.
 

De gehate bordjes ‘blank’ en ‘gekleurd’ verdwenen


Door het voorbeeld van de studenten radicaliseerden Martin Luther King en zijn burgerrechtenorganisatie SCLC ook. De ‘kinderkruistochten’ die ze in 1963 in Birmingham organiseerden, beroemd om de waterkanonnen en de honden die Bull Connor op de protestanten losliet, staan nog steeds in ons collectieve geheugen gegrift. Tezamen met de acties van SNCC werden ze de voornaamste drijfveer voor de Civil Rights Act van 1964, die segregatie afschafte, en de Voting Rights Act van 1965, die zwarten van stemrecht verzekerde.

Toen John Lewis zich opgaf voor de Freedom Rides, waren zijn verwachtingen hooggespannen. Hij was bereid alles op te geven, schreef hij, ‘zodat Rechtvaardigheid en Vrijheid naar het Diepe Zuiden kunnen komen’. Maar het duurde nog jaren voor het zover was. Toch begon de uiteindelijke reis van verzoening tussen blank en zwart hier en niet met de altijd aangehaalde I have a dream-speech, die Martin Luther King in 1963 hield in Washington. De huiveringwekkende Freedom Rides vormden de basis voor het succes van de burgerrechtenbeweging.

Meer weten
Het beste boek over dit onderwerp is Freedom Riders: 1961 and the Struggle for Racial Justice (2006) van Raymond Arsenault.
Over SNCC zijn In Struggle: SNCC and the Black Awakening of the 1960s (1981) van Clayborne Carson en Parting the Waters: America in the King Years, 1954-63 (1989) van Taylor Branch aanraders. De belevenissen van SNCC in Mississippi tussen 1960 en 1965 staan centraal in Robert Parris Moses and SNCC: The Dilemmas of Leading a Grassroots Social Movement van Laura Visser-Maessen. Dit boek verschijnt in 2015.
Een persoonlijke kijk biedt Walking with the Wind: A Memoir of the Movement (1998) van John Lewis.
 
Website
Historisch Nieuwsblad heeft een online dossier gemaakt over de burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig en zestig, met een hoofdstuk uit de recent verschenen MLK-biografie, een interactieve tijdlijn van de beweging en een artikel over Angela Davis. Dat en meer op historischnieuwsblad.nl/martinlutherking. Hier vindt u ook bronnen, zoals pamfletten van de Freedom Riders en interviews met de deelnemers. Bekijk ook een documentaire waarin verschillende Freedom Riders terugkijken op hun opzienbarende acties op onze website.