Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Karel de Grote (747-814)

Door: Annemarie Lavèn

Historisch Nieuwsblad 6/2009

Cummunicatiestrateeg Karel de Grote

‘Vader van Europa’, zo noemde een tijdgenoot hem. In de halve eeuw dat Karel de Grote de scepter zwaaide, wist hij een groot deel van Europa onder zijn heerschappij te krijgen. Toch werd zijn bestuur niet zozeer gekenmerkt door militaire overheersing. Karel de Grote had een hoger doel voor ogen: één christelijke identiteit voor alle volkeren onder zijn bewind. Om dat te bereiken ontwierp hij een uitgekiend communicatienetwerk. Portret van een even orthodox als vooruitstrevend heerser.


Het was een merkwaardig gezicht: Wim Duisenberg op kousenvoeten met de hooggehakte pumps van zijn vrouw in zijn hand, en Greta met de voeten in haar mans schoenen gestoken. Het echtpaar trotseerde in mei 2002 de kasseien van Aken, om de uitreiking van de Internationale Karelsprijs bij te wonen. De prijs wordt vanaf 1950 uitgereikt aan personen die zich bijzonder inzetten voor Europese vrede en eenheid. In 2002 was de euro de winnaar – volgens de jury meer dan een uniform Europees betaalmiddel. De gezamenlijke munt zou bijdragen aan een gemeenschappelijke Europese identiteit, iets dat een stabiele en vreedzame gemeenschap ten goede komt. En wie kon de prijs beter in ontvangst nemen dan Mister Euro Wim Duisenberg?

De naamgever van de prijs is een geschikt symbolisch figuur om de Europese eenwording te belichamen. Karel de Grotes rijk besloeg het grootste gedeelte van hedendaags Europa. Het reikte van de Elbe tot de Midden-Donauvlakte en van het noorden van Spanje tot halverwege Italië. Karel had zelf al een begin gemaakt met het uniformeren van het muntenstelsel en het reguleren van maten en gewichten. Het was vast een teleurstellende gedachte voor hem geweest dat die ene Europese munt er pas twaalf eeuwen na zijn overlijden daadwerkelijk is gekomen.


Family man
Karel de Grote werd geboren omstreeks 748. Over zijn jeugd is vrijwel niets bekend, maar dankzij Einhard, secretaris van Karels zoon Lodewijk de Vrome, weten we dat hij een buikje had en een iets grotere neus dan gemiddeld. Karel was een joviale man, in tegenstelling tot zijn zuinige zoon Lodewijk, van wie gezegd wordt dat hij nooit lachte. De keizer was gek op jagen en at het liefst wildbraad. Toen hij op latere leeftijd op doktersadvies zijn eetgewoonten moest wijzigen, gruwde hij van het gekookte voedsel dat hem werd voorgeschoteld.

Karel trouwde een reeks koninginnen en hield er daarnaast nog tal van concubines op na. Hij was een echte family man en zowel zijn zonen als zijn dochters kregen een goede opleiding. Ondanks zijn 36 kinderen en kleinkinderen was huwelijkspolitiek niet aan Karel besteed; hij hield elk verzoek om de hand van een van zijn dochters af. Dat die zich aan de vaderlijke beschermingsdrang wisten te onttrekken was geen geheim; razendsnel verspreidden zich geruchten over zwangere prinsessen en rondkruipende bastaardjes.

Einhard schreef zijn Vita Karoli omstreeks 820, een beknopte en hagiografische biografie. Hij had Karel zelf nog goed gekend en hem regelmatig met raad en daad terzijde gestaan. Het is mede aan Einhard te danken dat het fenomeen Karel de Grote zo’n prominente plaats in de geschiedenis heeft gekregen. Einhard had zich grondig laten inspireren door Romeinse klassiekers, waardoor Karel een opvallende gelijkenis vertoont met Romeinse keizers als Augustus en Tiberius.

De biografie is deels een oprecht blijk van eerbied voor zijn voormalig heer, maar het is net zozeer een politiek-strategisch verhaal. Het Frankische koningschap was immers nogal pril, en het feit dat Lodewijk de Vrome nu de keizerstitel droeg was al helemaal niet vanzelfsprekend. Een postume verheerlijking van Karel kwam Lodewijk niet ongelegen: het wijd verspreide geschrift over de ‘uitmuntende en zeer befaamde’ keizer verschafte Lodewijk een stevige bodem onder zijn eigen keizerschap.

Karels voorvaderen waren weliswaar niet van koninklijken bloede, maar wel roemrucht. Zijn grootvader Karel Martel had de reputatie nooit een oorlog te hebben verloren. Hij verdiende zijn bijnaam (de Hamer) met de alom bejubelde verdrijving van moslims uit het Frankische Rijk. Vader Pepijn – weliswaar voorzien van een minder klinkende bijnaam (de Korte) – was een al even machtig en gevreesd man. Beiden waren hofmeiers geweest van het Merovingische koningshuis. De koningen waren echter niet meer dan marionetten die door de hofmeiers werden bestuurd.

  Pepijn vond dat het hoog tijd was voor koning Childerik om het koningsambt over te dragen aan een meer capabel persoon: hijzelf. Hij claimde het koningschap en kreeg prompt toestemming van de paus om zich koning van de Franken te noemen. Koning Childerik moest niet alleen afstand doen van zijn troon, maar ook van zijn lange Merovingische koningsharen. Kaalgeschoren verdween hij voor de rest van zijn leven in een klooster.

Pepijn had dan wel pauselijke toestemming gekregen, zijn actie was niets minder dan een regelrechte coup. Hij had daarom een weldoordachte pr-campagne nodig, voorzien van de nodige kerkelijke rituelen, om het nieuwe koningshuis legitimiteit te verschaffen. Het kwam hem dan ook niet slecht uit dat paus Stefanus II een jaar later de Alpen overtrok om de nieuwbakken Frankische koning om militaire steun te vragen.

Stefanus was de schrik om het hart geslagen toen de Lombarden, een Germaans volk dat zich in Italië had gevestigd, Ravenna innamen en Rome dwongen schatting te betalen. Pepijn greep de kans om zijn schuld in te lossen met beide handen aan en schoot de in het nauw gedreven paus met zijn legers te hulp. De verhoudingen waren duidelijk: de wereldlijk en de geestelijk leiders hadden elkaar hard nodig. Pepijn zocht bij de paus de nodige legitimiteit voor zijn koningschap; de paus had behoefte aan een sterke Frankische koning die hem militaire steun kon bieden.

Verschroeide aarde
Toen Pepijn in 768 stierf, liet hij aan zijn twee zonen niet alleen het grote Frankische koninkrijk na, maar ook oorlogen aan drie fronten en nog steeds de taak het koningschap van legitimiteit te voorzien. Toeval of niet – kwade tongen beweren dat zijn dood niet helemaal onverwacht kwam –, Karels jongere broer Karloman stierf al na enkele jaren. Vanaf dat moment stond Karel alleen aan het roer.

Karel volgde aanvankelijk het politiek-militaire spoor van zijn vader, maar gedurende zijn heerschappij wijzigde hij zijn koers en drukte hij een sterk persoonlijk stempel op het Frankische Rijk. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het epitheton ‘de Grote’. Het achtervoegsel was in eerste instantie bedoeld om hem van zijn eigen zoon te onderscheiden, die ook Karel heette. Maar al snel kreeg zijn bijnaam een charismatische betekenis. In de negende eeuw overschaduwde Charlemagne zelfs zijn roemruchte voorvaderen Karel Martel en Pepijn de Korte.

Dat Karel de reputatie heeft een imperialistisch strijdheer te zijn is niet zo verwonderlijk. Met ontembare energie rekte hij de grenzen van het Frankische Rijk aan alle kanten op. Hij maakte een einde aan de oorlogen die zijn vader hem had nagelaten en hij kreeg uit Rome het verzoek om militaire steun, iets dat hij onmogelijk kon weigeren. Zijn vader had paus Stefanus van de Lombarden moeten redden, nu was het de beurt aan Karel. Paus Adrianus I deed een klemmend beroep op de machtigste man van het continent, waarop Karel besloot korte metten te maken met de bedreigers van de Heilige Stoel. Hij annexeerde gelijk het hele Lombardische koninkrijk.

Aan de noordkant van zijn rijk was een ander opstandig volk hem een doorn in het oog. Al meer dan twee eeuwen lang was er een guerrillaoorlog gaande tussen de Franken en de Saksen. In 772 begon Karel zijn eerste campagne tegen het heidense stammenvolk. Voortvarend vernietigde hij het Saksische heiligdom, de Irminsul. Afgodsbeelden sloeg hij kort en klein, en de heilige boom ging in vlammen op. Toch was de Saksische geest nog lang niet gebroken, want Karel had meer dan twintig jaar strijd nodig om de Saksen definitief te verslaan.

De Frankische tactiek in Saksen was er een van de verschroeide aarde: het volk volledig breken en elk spoor van het heidense Germaanse geloof uitbannen. Wie weigerde zich te laten dopen werd gedood. Karel deporteerde grote groepen Saksen naar Beieren en liet er Frankische en Slavische kolonisten voor in de plaats komen. Dieptepunt in het slepende grensconflict was de dag waarop Karel zo’n 4500 gevangengenomen Saksische rebellen liet onthoofden.

Ook in de oostelijke uithoeken van zijn rijk liet Karel zijn spierballen rollen. Met geweld drukte hij een familievete de kop in, waarbij hij heel Beieren annexeerde. Zuidelijker, rond de Donau-vlakte, maakte hij korte metten met de Avaren, een van de Hunnen en Turken afstammend nomadenvolk. Dat bleek een goede zet, want daardoor was hij in staat de schatkist tot de nok toe te vullen met Avaars goud.

Olifant
Hoewel Karel er bijna ieder jaar met zijn legers op uittrok, onderhield hij met de meeste omringende mogendheden goede relaties. Door de schatten die hij uit zijn overwonnen gebieden opdiepte, was hij in de positie collega-machthebbers te imponeren met exorbitant luxe cadeaus. Maar het cadeau dat Karel ontving van de kalief van Bagdad kon hij met geen mogelijkheid overtreffen: in 801 landde Abul Abbaz op het Italiaanse vasteland.

De olifant veroorzaakte nogal wat opwinding, en trok waarschijnlijk nog meer bekijks dan de koning zelf. Abul Abbaz vergezelde Karel op al zijn reizen, totdat hij in 810 stierf tijdens een expeditie tegen de Denen. Het dier had voor Karel een enorme symbolische waarde, want alleen de grootste heersers op aarde konden zich beroemen op het bezit van een dergelijk exotisch schepsel van mythische proporties.

 Diplomatie speelde aan het hof een grote rol, en het moet een komen en gaan van internationale afgevaardigden zijn geweest. Karel hamerde erop dat ook het gewone volk het recht had op een onderhoud met de koning; zelfs Saksen mocht een tocht naar de koning niet worden geweigerd. Maar het vergde veel geduld en een tactisch gekozen moment voor zowel diplomaten als gewone lieden om hem te pakken te krijgen. Karel was meer onderweg dan dat hij op een van zijn residenties te vinden was.

Omstreeks het jaar 803 was de tijd van de grootste expansies voorbij en begon Karel wat honkvaster te worden. Misschien speelde ook de leeftijd mee, want hij was ondertussen al de vijftig gepasseerd. Karels legers waren nog steeds groot genoeg om nog meer land te verzamelen, maar hij had baat bij relatieve rust aan zijn grenzen, en dat gold ook voor zijn buren. Bovendien was hij op kerstavond van het jaar 800 door paus Leo III tot keizer gekroond.

Leo was enkele maanden eerder naar Paderborn gevlucht – het leek een pauselijke traditie te worden – en zocht hulp bij Karel om zich samenzwerende Romeinse edelen van het lijf te houden. Karel trok daarop met zijn manschappen naar Rome om de benarde toestand van de kerk te herstellen.

Als we Einhard moeten geloven, had Karel er behoorlijk de pest over in dat de paus hem opeens tot keizer uitriep. Als hij het had geweten, was hij de kerk niet binnengegaan, weet Einhard. Maar hij kon niet meer terug, en die plotselinge keizerlijke titel had toch wel enige theoretische onderbouwing nodig. Gelukkig bood de geschiedenis precedenten en kon Karel zich beroemen op voortzetting van de traditie van christelijke keizers uit de Romeinse tijd.

Het was hoe dan ook hoog tijd voor consolidatie van de macht. Karels oog was gevallen op Aken: mooi strategisch gelegen en nabij heetwaterbronnen. Ook een niet onbelangrijk pluspunt was dat de Ardennen op maar een paar reisdagen afstand lagen. Daar kon hij zijn favoriete hobby uitoefenen, want in de diepe bossen wemelde het van het wild.
Hoe ouder Karel werd, des te meer tijd bracht hij in Aken door. Hij liet er naar Byzantijns voorbeeld een rijkelijk versierde kapel bouwen, die Romeinse grandeur uitademde. Dat was ook niet zo verwonderlijk, want de decoraties bestonden onder meer uit marmer en mozaïeken die, met pauselijke toestemming, uit Ravenna waren gehakt.

Renaissance
Hoewel lange tijd niet meer dan een bouwput, groeide Aken uit tot een van de Karolingische machtscentra. Vanuit de Akense kapel werden liturgische hervormingen verkondigd en zag een gecorrigeerde editie van de Bijbel het levenslicht. Een legertje kopiisten toog aan het werk om kopieën over het rijk te verspreiden.

Vooral in de Maas-regio schoten paleizen, kloosters en kerken als paddenstoelen uit de grond. Het was een aloude tactiek: in het kielzog van de legers volgden de bouwmeesters. Zo liet Karel midden in het veroverde Saksen Paderborn bouwen, om de Saksen ervan te doordringen wie de baas was. Paderborn werd een belangrijk kerkelijk centrum, en zelfs ingewijd door de paus. De rijk versierde paleizen in de geannexeerde regio’s hadden weinig defensief nut, maar ze waren ook niet bedoeld om legers buiten de deuren te houden: ze stonden vooral indrukwekkend te wezen.

Karels rijk was van dergelijke afmetingen dat hij afhankelijk was van ambtenaren om het te regeren. Daarom riep hij ieder jaar vergaderingen uit. Ze moeten zoveel deelnemers hebben getrokken dat buiten de paleizen tentenkampen verrezen en een goed doordachte logistiek noodzakelijk was om iedereen van genoeg voedsel en water te voorzien.

Deelnemers, zowel geestelijken als seculiere machthebbers, stroomden uit alle hoeken en gaten van het rijk naar de afgesproken plek. Het feit alleen al dat zij op tijd wisten waar en wanneer een vergadering werd georganiseerd, is tekenend voor de hoge mate waarin communicatie in het Frankische Rijk was ontwikkeld.

De vergaderingen moeten imposante evenementen zijn geweest. Afgevaardigden uit het buitenland werden ontvangen, cadeaus uitgewisseld, edelen zwoeren trouw en beleid werd ontwikkeld. Helemaal spectaculair was de doop van een overwonnen vijand onder groot ceremonieel vertoon. De vergaderingen verliepen volgens een goed geregisseerde choreografie, waarbij liturgische rituelen de leidraad vormden.

Karel stond erop goed geïnformeerd te worden over het reilen en zeilen in zijn rijk. Daarvoor maakte hij gebruik van representanten, de zogenoemde missi dominici. Deze ‘ogen en oren’ van de keizer trokken het land door, legden hun oor te luisteren en controleerden de staat van dienst van de lokale heersers. Ze spraken recht, brachten advies uit, en rapporteerden misstanden en rebellie onverwijld aan de koning. De missi waren verplicht schriftelijk te rapporteren of Karels onderdanen voldoende gehoorzaam waren, maar ook in hoeverre zij hun leven godvruchtig inrichtten. Vooral naarmate hij ouder werd, legde Karel steeds sterker de nadruk op controle van de zedelijke vereisten.

Tijdens de vergaderingen rapporteerden de missi hun bevindingen over de staat waarin de verschillende delen van Karels rijk verkeerden. De bijeenkomsten waren daarom vaak voorafgaand aan militaire campagnes gepland, want zo wist Karel hoe hij zijn troepen zo strategisch mogelijk kon inzetten. Dit fijnmazige informatienetwerk was het geheim van Karels militaire successen.

De groei van de communicatie onder Karels heerschappij staat in direct verband met de opmars van het schriftgebruik. Een van de speerpunten in zijn wetgeving was vergroting van de kennis. Hij leunde daarbij sterk op het beleid van zijn adviseur, de geleerde Alcuin(us) van York. Karel verzamelde geleerden uit alle windstreken om zich heen en stichtte in Aken een paleisschool, waar onder andere het bestuderen en kopiëren van klassieke teksten op het programma stonden. De bloei van geletterdheid, geleerdheid en kunstzinnig vakmanschap in Karels tijd was opmerkelijk, en staat bekend als de Karolingische Renaissance.

Beschermheer
Karel streefde inderdaad naar een wedergeboorte van de Romeinse Oudheid. Hij standaardiseerde bijvoorbeeld het Latijn en ook zijn bouwstijl was duidelijk op de Romeinse stijl geïnspireerd. Zijn gedaante als Romeins keizer was zelfs voor het hele volk zichtbaar, want hij liet zich naar goed Romeins gebruik in toga op munten afbeelden. Op de munten stond in het Latijn: ‘Karel, de verheven keizer.’

Maar het was niet Karels doel om met het aanvaarden van de keizerlijke titel de illustere Romeinse tijd te doen herleven. Door zijn keizerskroning was Karel officieel aangesteld als beschermheer van het christelijk geloof. Karels belangrijkste missie was een algehele spirituele verheffing van alle volkeren binnen zijn Frankische Rijk. Het christelijk geloof, duidelijk zichtbaar in het Europese landschap, was de lijm die het enorme rijk bond. Karel ambieerde één identiteit voor zijn volk, maar niet een Frankische, Romeinse of Europese. Karel streefde bovenal naar een christelijke identiteit.


Meer informatie

Boeken
Van Karel de Grote zijn tientallen biografieën verschenen, sommige wetenschappelijker dan andere. De meest recente studie over Karel is Charlemagne. The Formation of a European Identity van Rosamond McKitterick (2008). Minutieus ontleedt McKitterick de primaire bronnen en rekent ze af met het stereotiepe beeld dat in de loop der tijd van Karel is ontstaan.
Een toegankelijke biografie is (het uit het Italiaans vertaalde) Charlemagne. Father of a Continent van Alessandro Barbero (2004). The Early Middle Ages (2001) geeft een goede algemene beschouwing van de vroege Middeleeuwen. Deze bundel verscheen in de serie ‘Short Oxford History of Europe’, onder redactie van McKitterick.
Einhards beschrijving van Karels leven is in 1999 in het Nederlands uitgegeven onder de naam Einhard. Het leven van Karel de Grote.
 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen