Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2014

BOEKEN: Dik van der Meulen, Koning Willem III (1817-1890)

Gebreken, streken en schandalen

Door: Rob Hartmans
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Op het eerste gezicht lijkt Dik van der Meulen een pechvogel. Zijn er biografieën te schrijven van de drie Oranje-koningen, krijg je uitgerekend meest onbeduidende van het stel toebedeeld. Vergeleken met de autocratische ‘koopman-koning’ Willem I en oorlogsheld Willem II, die de tekenen des tijds verstond en ons land een liberale grondwet schonk, lijkt Willem III een tamelijk irrelevante, treurige en vooral vaak buitengewoon irritante figuur.


Hij had zijn jeugd niet in ballingschap doorgebracht, had de napoleontische oorlogen niet meegemaakt, en besteeg de troon pas nadat de macht van de vorst enorm was ingeperkt. Het beeld bestaat dat hij niets anders heeft gedaan dan het dwarsbomen van politici en het tegenhouden van politieke en maatschappelijke vernieuwing.

In de ogen van zijn vrouw was hij meer dan ‘een beetje dom’ en beschikte hij over de verstandelijke vermogens van een klein kind. Volgens de gouverneur van zijn zoons werd zijn ‘woeste drift, den waanzin, Kalmuksche gronheid en Aziatischen despotenzin van zijn Russisch bloed’ niet getemperd door ‘een goed hart’, dat zijn krankzinnige grootvader tsaar Paul I tenminste nog had bezeten.

Willem III was inderdaad een uiterst grillige persoonlijkheid, die zonder aanleiding in niets ontziende woede kon ontsteken. Hij leek het leuk te vinden om ministers en generaals te vernederen, en toen er in 1854 in Schiedam ongeregeldheden uitbraken gaf hij de marine bevel het stadje te bombarderen. Als vader was hij harteloos en gaf hij het verkeerde voorbeeld, zijn huwelijk met de intelligente en ontwikkelde Sophia van Wurtemberg was rampzalig, zijn seksuele escapades met boerendochters en beroemde operazangeressen zouden Albert Verlinde menige natte droom bezorgd hebben.

Werd er in Nederland voornamelijk besmuikt gezwegen over zijn ongepaste gedrag, in het buitenland was er heel wat meer aandacht voor zijn strapatsen. Toen Willem III als een popster avant la lettre een door hem gehuurde villa volkomen vernield en geplunderd achterliet en bovendien aanstoot had gegeven door buiten in zijn blootje rond te paraderen – wat voor de inzittenden van langsvarende schepen en passerende treinen geen pretje moet zijn geweest – werd hem zelfs een proces aangedaan.

Al met lijkt de bijnaam ‘koning Gorilla’, die de socialisten deze betovergrootvader van ‘prins Pils’ gaven, meer dan terecht. Een biografie moet volgens sommigen dus wel uitdraaien op één eindeloze schandaalkroniek, een RTL-Boulevard-achtige beschrijving van een treurig en zinloos leven, wat voor een serieuze historicus natuurlijk een ramp is.

Uiteraard gaat Dik van der Meulen – die eerder een prachtige biografie van Mulatuli schreef – uitgebreid in op de gebreken, rare streken en schandalen van Willem III. Hij laat echter tevens zien in welke mate deze vorst het product van zijn opvoeding en tijd was. Hoewel zijn vader aangeraakt was door de ideeën van Rousseau, en vond dat zijn kinderen in de eerste plaats mensen dienden te worden en dan pas prinsen, werd hij wel opgevoed met het idee dat hij later als autocratisch vorst zou heersen over een middelgroot koninkrijk.

Eerst viel België daar al vanaf, en vervolgens werd die macht enorm ingeperkt. Vandaar dat Willem aanvankelijk helemaal geen zin had koning te worden. Toen hij uiteindelijk toch de troon besteeg, probeerde hij zeker in het begin daar iets van te maken en bemoeide hij zich intensief met staatszaken. Uitvoerig beschrijft Van der Meulen ’s konings relatie met zijn ministers en de Tweede Kamer, zodat deze biografie tevens een mooie schets geeft van de ontwikkeling van de constitutionele monarchie.

Ook zette Willem III zich in voor goed onderwijs, de modernisering van landbouw en cultuur, en gold zijn grootste belangstelling het leger. Door grootschalige liefdadigheid en zijn betrokkenheid bij enkele grote watersnoodrampen was hij bij de bevolking behoorlijk populair. Bovendien laat de biograaf duidelijk zien dat het beroerde huwelijk van Willem en Sophia en de mislukte opvoeding van hun kinderen bepaald niet alleen op conto van de eerste geschreven dienen te worden.

Door deze zorgvuldige benadering is deze biografie meer geworden dan een chronique scandaleuse en heeft Van der Meulen onze kennis van de Nederlandse monarchie en de negentiende eeuw aanzienlijk verrijkt.

Koning Willem III, 1817-1890
Dik van der Meulen
735 p. Boom, € 39,95