Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 1/2014

Hoe Brazilië zich losmaakte van Europa

De opkomst en aftocht van de Braziliaanse keizers

Door: Willem de Bruin
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Zonder dat er een schot was gelost werd Brazilië in 1822 onafhankelijk. Het land was niet langer een kolonie van Portugal. Maar de zoon van de Portugese koning zat er nog wel op de troon. Hij bleef bijna zeventig jaar regeren, totdat de Brazilianen beseften dat een monarchie op het continent van republieken een anachronisme was.

De tientallen Portugese schepen die op 22 januari 1808 op de rede van Salvador da Bahia voor anker gingen, brachten, zo werd snel duidelijk, hoog bezoek. Een van de eerste opvarenden die aan wal stapten, was niemand minder dan prins-regent João van Portugal. Omdat zijn zieke moeder koningin Maria I niet langer in staat was haar functie uit te oefenen, was João de feitelijke heerser over het Portugese Rijk, en dus ook over Brazilië.

Nooit eerder had een vertegenwoordiger van een regerend Europees vorstenhuis een voet in de Nieuwe Wereld gezet. João kwam niet slechts op bezoek. Met hem waren duizenden leden van zijn hofhouding, ambtenaren en andere functionarissen meegekomen. De inwoners van Salvador da Bahia waren die dag getuige van de verplaatsing van vrijwel het hele Portugese regeringsapparaat naar Brazilië.

Economisch van belang

Portugal was lange tijd maar matig geïnteresseerd geweest in zijn Zuid-Amerikaanse kolonie, die weinig leek te bieden. Terwijl Spanje probeerde maximaal profijt uit zijn koloniën te halen, bleef de Portugese aanwezigheid in Brazilië lange tijd beperkt tot ‘factorijen’ aan de kust, naar het voorbeeld van de Portugese handelsposten in Afrika.

Pas toen Franse indringers telkens opnieuw het Portugese gezag uitdaagden, werd besloten kolonisten te stimuleren zich permanent te vestigen. Dat lukte maar half en de ontwikkeling van het gebied bleef nog lange tijd ver achter bij de Spaanse koloniën. Om aan voldoende arbeidskrachten voor de suikerplantages te komen, werden grote aantallen zwarte slaven uit Portugals Afrikaanse koloniën aangevoerd.
 
Pas in de loop van de achttiende eeuw zou Brazilië uitgroeien tot Portugals belangrijkste kolonie en inkomstenbron. Dit was vooral te danken aan Sebastião José de Carvalho e Melo, beter bekend als de markies van Pombal. De nationalist Pombal werd in 1750 ‘eerste minister’ onder koning José I en was pleitbezorger van een sterk Portugees Rijk. Daartoe moest het bestuur, ook dat van de koloniën, worden gemoderniseerd.

Dom Rodrigo de Souza Coutinho, vanaf 1796 belast met koloniale aangelegenheden, trok deze lijn door. Kort na zijn aantreden stelde hij een rapport op over Portugals Amerikaanse bezittingen. Brazilië was, zo betoogde hij, zonder twijfel Portugals belangrijkste kolonie. Daarbij moest niet worden gekeken naar de betekenis van het gebied op dat moment, ‘maar naar wat het kan worden als we gebruik weten te maken van alle mogelijkheden die [Brazilië] biedt door zijn omvang, ligging en vruchtbaarheid’. Het was daarom van belang de greep van Portugal op de kolonie te versterken en ‘lege’ gebieden alsnog te koloniseren.

Koloniaal bewind

Op het moment dat deze beleidswijziging werd geformuleerd, was het koloniale tij in Amerika al aan het keren. De Franse Revolutie en de onafhankelijkheidsstrijd van de Engelse koloniën in Noord-Amerika lieten de Spaanse en Portugese kolonisten in Latijns-Amerika niet onberoerd. Onvermijdelijk ontstond ook onder hen discussie over de toekomstige verhouding tussen moederland en overzeese gebieden, al was de onvrede in Brazilië minder groot dan in Spaans-Amerika.

Portugals koloniale bewind was ook na de door Pombal ingezette bestuurshervorming lang niet zo streng als het regime waaraan de Spaanse koloniën waren onderworpen. Dat nam niet weg dat in Brazilië geboren blanken zich bewuster werden van hun eigen identiteit en steeds minder verwantschap voelden met het moederland. Het was vooral de afhankelijkheid van de slavernij die de blanke grootgrondbezitters loyaal deed blijven aan Portugal. Een politieke omwenteling zou, vreesde men, ook de slaven op ideeën kunnen brengen.

Het was vooral de afhankelijkheid van de slavernij die de blanke grootgrondbezitters loyaal deed blijven aan Portugal.

 Napoleon liet de oude machtsverhoudingen definitief kantelen. Door de bezetting van Spanje in 1807 werd de regering in Madrid van haar Amerikaanse koloniën afgesneden. Al snel werd ook Portugal bedreigd. De regering in Lissabon was zich bewust van haar zwakke positie. Voor zover de buitenwereld zich om het lot van het land bekommerde, was dat uitsluitend vanwege zijn koloniën. Martinho de Melo e Castro, opvolger van De Souza Coutinho, besefte reeds in 1779 hoe de verhoudingen lagen: ‘Zonder Brazilië is Portugal een onbeduidende mogendheid.’

Tegen deze achtergrond werd al langer nagedacht over een verplaatsing van het hof naar Brazilië, mocht Portugal onder vreemde overheersing komen. Zo zou kunnen worden voorkomen dat Brazilië verloren ging, hetzij door een opstand van binnenuit, hetzij doordat een rivaliserende mogendheid zich van het gebied meester maakte. Groot-Brittannië, traditioneel bondgenoot van Portugal, was graag bereid hierbij te assisteren, al was het maar om langs deze weg toegang te krijgen tot de Zuid-Amerikaanse markt.

Britse inmenging

Na de verovering van Spanje eiste Napoleon sluiting van de Portugese havens voor Britse schepen, de confiscatie van Britse bezittingen en de internering van Britse ingezetenen. Alleen zo kon Portugal een invasie afwenden. Prins-regent João gaf met tegenzin gehoor aan de eis Britse schepen te weren, maar weigerde verder te gaan. Hij kon zich niet permitteren de steun van Groot-Brittannië te verliezen.

De regering in Londen voerde op haar beurt de druk op door Portugal te waarschuwen niet op de eisen van Napoleon in te gaan en tegelijkertijd hulp aan te bieden, mocht de prins-regent besluiten zijn hof naar Brazilië te verplaatsen. João besloot tot het laatste.
 
Tussen 25 en 27 november 1807 verliet een vloot van dertig koopvaardijschepen, begeleid door Britse oorlogsschepen, de haven van Lissabon op weg naar Brazilië. Door een storm viel het konvooi halverwege de Atlantische Oceaan uiteen. Het grootste deel van de vloot zette koers naar Salvador da Bahia, de oude hoofdstad van de kolonie; de rest voer door naar het zuidelijker gelegen Rio de Janeiro, sinds 1763 de zetel van het koloniaal bewind.

Nog voor hij doorreisde naar Rio betaalde João het eerste deel van de rekening voor de Britse bescherming: de Braziliaanse havens werden geopend voor buitenlandse handelaren. De opheffing van het Portugese handelsmonopolie leidde tot een sterke groei van de handel, zij het dat vooral Groot-Brittannië daarvan profiteerde. Het leverde João in Brazilië veel goodwill op, daar de handelsbelemmeringen ook voor de koloniale elite een belangrijke bron van onvrede vormden.

Wereldrijk onder João

Brazilië volgde in zekere zin de omgekeerde weg van Spaans-Amerika. Van de ene op de andere dag was Rio de Janeiro niet alleen hofstad, maar ook hoofdstad van een wereldrijk geworden – het enige koloniale rijk dat op enig moment werd bestuurd vanuit een van zijn koloniën. De statusverhoging vervulde de Brazilianen met trots en zelfvertrouwen, maar zou tegelijk van beslissende invloed zijn op de verhouding met het moederland. De rollen waren omgedraaid – voorgoed.

Door de openstelling van de havens was een belangrijke eerste stap naar een grotere economische zelfstandigheid van Brazilië gezet. Op bestuurlijk gebied daarentegen drukten de duizenden Portugese functionarissen die met João waren meegekomen een steeds groter stempel op de kolonie.

João wist de spanning die hieruit voortvloeide lange tijd te neutraliseren door zich oprecht betrokken te tonen bij het wel en wee van Brazilië. Hij voelde zich er zelfs zo thuis dat hij na de verdrijving van Napoleon uit Portugal aanvankelijk geen aanstalten maakte terug te keren. In plaats daarvan waardeerde João Brazilië in 1815 op tot een aan Portugal gelijkwaardig koninkrijk. Toen een jaar later Maria I overleed, besteeg João de troon als koning João VI van de Verenigde Koninkrijken Portugal, Brazilië en de Algarve.
 
In 1820 kwam in Portugal een nieuwe, liberale regering aan de macht die de terugkeer van de koning eiste, wilde hij aanspraak blijven maken op de troon. Onder deze druk keerde João in 1821 terug naar Lissabon en liet zijn toen 23-jarige zoon en troonopvolger Pedro achter als regent.

Spanning

João voelde aan dat het Portugese gezag over de koloniën niet langer vanzelfsprekend was. Hij adviseerde zijn zoon zich desnoods tot koning van een onafhankelijk Brazilië te laten kronen, als daarmee kon worden voorkomen dat, zoals in sommige Spaanse koloniën was gebeurd, het land in handen van een ‘avonturier’ zou vallen. Het parlement in Lissabon, voor het eerst in honderd jaar weer bijeen, wilde evenwel zo snel mogelijk terug naar de situatie van vóór 1808. Brazilië moest weer onder gezag van het moederland komen.

De veel minder strakke greep van Portugal op Brazilië had de Brazilianen de gelegenheid gegeven geleidelijk naar een eenheid te groeien.

Terwijl de onafhankelijkheidsstrijd in Spaans-Amerika resulteerde in staatkundige versplintering, leek Brazilië dit lot bespaard te blijven. De veel minder strakke greep van Portugal op Brazilië had de Brazilianen de gelegenheid gegeven geleidelijk naar een eenheid te groeien. De pogingen van Portugal de klok terug te draaien dreigden deze eenheid alsnog in gevaar te brengen.

Ongerust geworden door de eis van Lissabon dat ook de prins-regent moest terugkeren, deden vertegenwoordigers van de blanke elite in januari 1822 een dringend beroep op Pedro om te blijven. Zijn reactie werd met opluchting ontvangen: ‘Indien het gunstig is voor het volk en in het belang van het welzijn van de natie, zeg tegen het volk dat ik blijf.’

In de radicale pers klonk voor het eerst de roep om volledige onafhankelijkheid. Om de druk van de ketel te halen kondigde Pedro aan dat besluiten van het parlement in Lissabon voortaan eerst zijn goedkeuring behoefden voor ze van kracht werden. De volgende stap kon evenwel niet lang uitblijven.

Onafhankelijkheid

Op 7 september 1822 was Pedro met een gevolg onderweg van de havenstad Santos naar São Paulo toen hij werd onderschept door een koerier met een brief uit Lissabon. Daarin liet het parlement weten vast te houden aan zijn besluit Brazilië weer onder direct Portugees gezag te brengen. Hierop trok Pedro, staande aan de oever van de Ipiranga-rivier, zijn zwaard onder het uitroepen van de beroemde woorden: ‘De onafhankelijkheid of de dood!’

Zonder enige plichtpleging en zonder dat er een schot werd gelost, had Portugals belangrijkste kolonie zich onafhankelijk verklaard – niet bij monde van de leider van een bevrijdingsbeweging, maar bij monde van de man die juist werd geacht de kolonie voor Portugal te behouden. Het sprak daardoor vanzelf dat de prins-regent de leider van de nieuwe natie werd.

Op 1 december van dat jaar liet de nog altijd wettige Portugese troonopvolger zich kronen tot Pedro I, ‘constitutioneel keizer en eeuwige verdediger van Brazilië’. Engeland wierp zich graag op als beschermheer van de nieuwe staat. Een Brits smaldeel hielp het nieuws langs de duizenden kilometers lange kust te verspreiden en bestuurders die loyaal wilden blijven aan Portugal op andere gedachten te brengen.

Moeilijk begin

Het bleek voor Pedro I moeilijker zich van Portugal los te maken dan voor zijn onderdanen. In weerwil van zijn belofte met Portugal te breken, overwoog hij na de dood van zijn vader in 1826 gebruik te maken van zijn recht hem als koning van Portugal op te volgen. Zijn idee was zelf in Brazilië te blijven en de feitelijke regering van Portugal over te laten aan zijn dochter Maria. Zolang zij nog minderjarig was zou Pedro’s broer Miguel als regent fungeren.

Deze opzet mislukte doordat Miguel zijn nicht opzijschoof en zelf de troon besteeg. De hierop volgende burgeroorlog bracht Pedro I in een lastig parket. Zijn bemoeienissen met Portugal wakkerden de in Brazilië nog altijd aanwezige anti-Portugese sentimenten aan. Pedro’s autoritaire regeerstijl hielp hem hierbij niet. Gevoegd bij een kostbare oorlog met Argentinië was dat voldoende om de populariteit van de keizer tot het nulpunt te doen dalen.

In 1831 gooide Pedro I de handdoek in de ring. In een verklaring zei hij te beseffen dat hij als Portugees niet meer het vertrouwen van de bevolking had en daarom graag plaatsmaakte voor zijn zoon. Die was in Brazilië geboren en zou als een echte Braziliaan kunnen regeren.
 
Door de bijna terloopse manier waarop Brazilië onafhankelijk werd, was een discussie over de staatsvorm uitgebleven. Ook na het aftreden van de keizer leek de monarchie onomstreden. Zwaarder woog dat de Brazilianen nu baas in eigen huis waren. Een probleem was wel dat Pedro jr. pas zes jaar was. Het college van regenten dat tijdelijk met de regering werd belast, bleek al snel niet in staat het gezagsvacuüm op te vullen, wat resulteerde in een reeks regionale opstanden.

Voor- en tegenspoed

Om de eenheid van het land te bewaren, besloot het parlement in 1840 tot een noodgreep: in strijd met de grondwet werd de toen 15-jarige Pedro volwassen verklaard, en dus gerechtigd als Pedro II de troon te bestijgen. Het gezag dat de keizer ondanks zijn jeugdige leeftijd symboliseerde, bleek voldoende om de gemoederen tot bedaren te brengen.

In contrast met de staatsgrepen en revoluties die Spaans-Amerika plaagden, brak in Brazilië onder de aanvankelijk populaire Pedro II een periode van bloei en stabiliteit aan. De koffieteelt bracht nieuwe welvaart en het land onderging een gestage modernisering. De keizer wist de politieke rust te bewaren door de twee grote politieke partijen – liberalen en conservatieven – beurtelings de regering te laten vormen. De monarchie stond voor geen van beide partijen ter discussie, al klonk uit liberale hoek kritiek op het gebrek aan democratie en de vergaande bevoegdheden van de keizer.

Helemaal wolkeloos was de hemel niet. Op buitenlands terrein bleef Brazilië een expansionistisch beleid voeren. Dat was niet zonder risico’s. Pedro’s vader had zich in 1828 na een oorlog met Argentinië moeten neerleggen bij de afscheiding van de Banda Oriental, het huidige Uruguay. Ook nadien bleef de controle over de Rio de la Plata een twistpunt.

Toen Pedro II in 1863 probeerde een hem welgezinde regering in Montevideo aan de macht te helpen, ontlokte dit een interventie door de dictator van buurland Paraguay, die zich als bewaker van het machtsevenwicht in de regio had opgeworpen. Het mondde uit in een zes jaar durende uitputtingsslag. Dat Brazilië uiteindelijk zegevierde, kon niet verhullen dat hiervoor een hoge prijs werd betaald, zowel in mensenlevens – Brazilië alleen al verloor 50.000 man – als in geld.

Langzaam maar zeker brokkelde de steun voor het bewind van Pedro II af.

Bedreigender voor de keizer was dat in de nasleep van de oorlog het sterk in omvang gegroeide leger als politieke machtsfactor het toneel betrad. Veel officieren waren afkomstig uit de opkomende stedelijke middenklasse, die zich minder hecht met de monarchie verbonden voelde dan de grootgrondbezitters. In hun ogen vertegenwoordigde de keizer vooral het verleden.

Langzaam maar zeker brokkelde de steun voor zijn bewind af. Door een conflict over de benoeming van een nieuwe premier kreeg Pedro II ook de liberalen tegen zich. De afschaffing – onder Engelse druk – van de slavernij kostte hem ten slotte de steun van de grootgrondbezitters. In weerwil van de belangentegenstellingen tussen de verschillende groepen groeide het besef dat een monarchie op een continent van republieken een anachronisme was.

Op 15 november 1889 viel het doek. De coup zou eigenlijk een paar dagen later plaatsvinden, op de dag van de opening van het parlement, maar geruchten over een ophanden zijnde machtsgreep door het leger dwongen de samenzweerders eerder in actie te komen. De regering was juist die dag in spoedzitting in het hoofdkwartier van de strijdkrachten in Rio bijeengekomen, wat de machtsovername vergemakkelijkte.

De keizer kreeg 24 uur de tijd om het land te verlaten. Pedro II besloot zo lang niet te wachten. De volgende ochtend reeds zette hij per schip koers naar Portugal. De bevolking accepteerde de machtsgreep gelaten. Even geruisloos als de kolonie eerder in een keizerrijk was veranderd, had het keizerrijk op zijn beurt, zonder dat er een schot was gelost, plaatsgemaakt voor de republiek.

Operettekeizers

Brazilië was in de negentiende eeuw strikt genomen niet de enige monarchie op het Amerikaanse continent. Mexico werd na de dekolonisatie tot tweemaal toe door een keizer geregeerd.

Het Eerste Mexicaanse Keizerrijk heeft minder dan een jaar bestaan: van 21 juli 1822 tot 19 maart 1823. Mexico was in 1821 onder chaotische omstandigheden onafhankelijk geworden. Een jaar later liet generaal Agustín de Iturbe, die carrière had gemaakt in het Spaanse leger, maar was overgelopen naar de opstandelingen, zich tot keizer kronen. Iturbe regeerde als een absolutistisch vorst en riep al snel zoveel verzet op dat hij gedwongen was af te treden, waarna hij de wijk nam naar Italië.

In 1824 werd een nieuwe grondwet opgesteld, die van Mexico een republiek maakte. Iturbe werd bij verstek ter dood veroordeeld. Toen hij later dacht dat de kust weer veilig was en naar Mexico terugkeerde, werd hij alsnog geëxecuteerd.

Het Tweede Mexicaanse Keizerrijk duurde van 1864 tot 1867. Een burgeroorlog tussen conservatieven en liberalen had in 1861 de liberaal Benito Juarez aan de macht gebracht. Omdat het land zo goed als bankroet was, staakte Juarez de afbetaling van de buitenlandse schulden. Frankrijk, Engeland en Spanje zonden hierop een strafexpeditie naar Mexico.

Omdat de Verenigde Staten inmiddels zelf in een burgeroorlog waren verwikkeld en hij daarom van Washington weinig had te vrezen, zag keizer Napoleon III een mogelijkheid Mexico de facto in te lijven bij Frankrijk en er een marionettenkeizer te installeren. Het oog viel op Maximiliaan van Habsburg. Op 12 juni werd hij in Mexico-Stad tot keizer gekroond.

Toen het jaar daarop de Amerikaanse Burgeroorlog ten einde was, eisten de Verenigde Staten het vertrek van het Franse leger. In 1866 trok Frankrijk zijn troepen terug en was het pleit voor keizer Maximiliaan beslecht. Hij werd gevangengenomen en na een showproces – samen met twee generaals die hem trouw waren gebleven – geëxecuteerd.
 
 
Meer lezen
 
Brazil. Five Centuries of Change (1999) van Thomas E. Skidmore biedt een goed overzicht van de Braziliaanse geschiedenis, met de nadruk op de moderne tijd. Lezenswaardig is ook The History of Brazil van Robert M. Levine, uit hetzelfde jaar. Al wat ouder, maar over de hier beschreven periode zeer informatief is A History of Brazil (1970) van E. Bradford Burns.

Voor de dekolonisatie van Brazilië in de bredere context van de Latijns-Amerikaanse geschiedenis kan men terecht bij Teresa A. Meade: A History of Modern Latin America. 1800 to the Present (2010). Verder is er Latin American Political History. Patterns and Personalities van Ronald M. Schneider, uit 2007.