Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
woensdag 27 november 2013

‘Het West-Romeinse rijk verkruimelde’

Fik Meijer over zijn nieuwe boek Twee Steden

Door: Thijs Slegt
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
In het begin van de  vierde eeuw was Rome niet langer de hoofdstad van het Romeinse rijk. Constantinopel, het hedendaagse Istanbul, nam zijn plaats in. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt is Rome niet meteen ingestort en is Constantinopel niet in één keer opgebloeid. Dat schrijft emeritus hoogleraar Fik Meijer in zijn nieuwe boek Twee Steden. '"De val van Rome" klinkt te theatraal, alsof het allemaal plotseling gebeurde.’

Wat was de aanleiding voor dit boek?
‘Op de UvA gaf ik college over de late oudheid en de vroege middeleeuwen. Ik had toen niet het idee om er een boek over te schrijven tot ik met mijn collega en vriend, de onlangs overleden historicus Herman Beliën, naar Istanbul ging. Ik was daar wel eens geweest, maar Herman leerde mij écht kijken naar de gebouwen en de stad. Hij liet mij zien hoe de ene cultuur doorwerkt in de andere.’

‘De Grieken vestigden Byzantium en bouwden er hun tempels; de Romeinen noemden het Constantinopel en stichtten er hun kerken en de moslims maakten daar weer moskeeën van en noemden de stad Istanbul. In Rome is iets vergelijkbaars gebeurd .Ook daar zijn tempels en andere Romeinse bouwwerken in kerken veranderd. Die stapeling van culturen vond ik zo fascinerend, dat ik twee jaar geleden besloten heb er een boek over te schrijven.’

In 330 riep keizer Constantijn Constantinopel uit tot de nieuwe hoofdstad van het Romeinse rijk. Waarom deed hij dat?
‘Voordat Constantijn aan de macht kwam werd het rijk bestuurd door vier regenten, de tetrarch. Er was één keizer in het oosten en één in het westen, beiden ondersteund door een onderkeizer. Rome, het bestuurscentrum, was te ver van de grenzen komen te liggen en juist daar waren de meeste problemen. Constantijn zag dat ook in en besloot een nieuwe hoofdstad te stichten op de plek van Byzantium.’

‘Die locatie was makkelijk te verdedigen vanwege de ligging en lag dichter bij de Donaugrenzen. De meeste volkeren die het rijk bedreigden kwamen uit Oost-Europa. Het oosten was rijker en beter georganiseerd. De nieuwe hoofdstad werd "de stad van Constantijn", Constantinopel.’

De nacht voor de beslissende strijd om Rome, de Slag bij de Milvische brug, had Constantijn een visioen en bekeerde hij zich tot het christendom. Hoe oprecht was die bekering?
‘Dat is moeilijk te zeggen, maar ik geloof niet zo in visioenen. Ik denk dat hij het christendom omarmd heeft vanwege de strakke organisatie die erachter zat. Ondanks de vervolging in de voorgaande eeuwen bleef het geloof gestaag groeien en na de legalisatie ervan in 313 ging het razendsnel. In 380 werd het christendom de staatsgodsdienst.’

‘Het schenken van grote offers aan bijvoorbeeld Jupiter hield al snel op. De Romeinse tempels werden afgebroken of veranderden in kerken. Veel van de heidense gebruiken bleven nog bestaan, maar in de loop van de vijfde en zesde eeuw verdwenen ze helemaal.’

Door de hoofdstad naar het oosten te verplaatsen kwamen de westelijke grenzen opeens heel ver van het bestuurscentrum te liggen. Is er een verband tussen de val van Rome en de nieuwe hoofdstad?
‘De concentratie werd naar het oosten verlegd waardoor het westen verzwakte en open kwam te liggen voor Germaanse stammen. "De val van Rome" klinkt te theatraal, alsof het allemaal plotseling gebeurde. Het was eerder een verkruimeling van het westelijke rijk, een overgang naar middeleeuwse staten.’

‘Ik heb wel eens het idee dat de keizers in het oosten dat hebben laten gebeuren. Als een volk het rijke oosten binnenviel dan werd het afgekocht en trok het door naar het westen. Zo bleef het oosten intact en viel het westen uit elkaar.’

Toch probeerde Justinianus in 533 Rome te heroveren terwijl het nog maar een schim was van vroeger.
‘Constantinopel floreerde indertijd, het was een bloeiende stad en het inwoneraantal groeide. Rome was vooral nog een stad van tradities, een symbool. De senators liepen er nog rond in hun toga’s, maar de wereldlijke macht was verdwenen. De oude hoofdstad was steeds meer de zetel van Petrus geworden, het centrum van het christendom.’

‘Justinianus probeerde het oude rijk in ere te herstellen, onder andere door Rome te heroveren. Romeinse keizers wilden altijd herinnerd worden, hun naam ergens aan verbinden. Zo liet de eerste keizer van het rijk, Augustus, Rome helemaal ombouwen tot een stad van marmer. De hereniging van het rijk was het project van Justinianus.’

‘De expeditie van Justinianus slaagde gedeeltelijk. In Noord-Afrika en Italië lukte het hem om voor korte tijd gebieden te heroveren, maar Rome heeft hij niet lang in handen gehad. Hij wist de stad niet in oude luister te herstellen. De vele legers die hij naar het westen stuurde hebben het oosten uitgeput.’

Hoe was de machtsverhouding tussen de twee steden? In Rome zat de geestelijke leider van het rijk en in Constantinopel de wereldlijke leider.
‘Het zou kunnen dat toen Justinianus Rome probeerde te heroveren, hij het onderliggende verlangen had om macht uit te oefenen op paus Vigilius. Hij heeft hem zelfs een keer ontvoerd naar het oosten om druk op hem te kunnen uitoefenen.‘

‘Toen de keizer uit Rome verdween sprong de paus in het  ontstane vacuüm. Zonder heerser boven zich vormde hij een permanente macht. Hij beschouwde zichzelf als autonoom en onderhandelde zelfs met de bezetters van Rome.’

‘De latere pausen werden steeds meer afgebeeld als Romeinse heersers en zo gedroegen ze zich ook. Ze werden een kerkelijke macht met een wereldlijke uitstraling. Met de Bergrede van de  timmermanszoon uit Nazareth had dat maar weinig te maken.’

Afbeelding: Fik Meijer

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.