Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
dinsdag 19 november 2013

‘De expansie was een marginaal verschijnsel’

Piet Emmer over de Collegedag Gouden Eeuw

Door: Thijs Slegt
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Van de tien schepen die tijdens de late zestiende en zeventiende eeuw uitvoeren, bleven er zeven in Europa. Dat zegt emeritus hoogleraar Piet Emmer. Tijdens de Collegedag Gouden Eeuw, die Historisch Nieuwsblad op 29 november 2013 in Amsterdam organiseert, houdt hij een college over de samenhang tussen de Nederlandse expansie en de Opstand. ‘We moeten het overzeese rijk vooral beoordelen op commerciële gronden.’

Wat is de reden dat de uitbreiding naar de Oost en de West juist tijdens de Opstand plaatsvond?

‘De Opstand had er niet veel mee te maken. Aan het eind van de zestiende eeuw was Nederland al een belangrijke handelsnatie binnen Europa. De expertise die nodig was voor verre zeereizen is toen opgebouwd, men voer naar de Oostzee en de Middellandse zee. Met die ervaring kon men vrij eenvoudig naar de Atlantische en Indische gebieden zeilen.‘

‘Er was geen sprake van een plotselinge groei in handelsactiviteiten, het was meer een gelijkmatig stijgende lijn die werd voortgezet tijdens de Opstand. Bovendien kreeg Nederland het overwicht op zee. Na de Armada wist Filips II geen belangrijke hindernissen meer op te werpen. De expansie was overigens een vrij marginaal verschijnsel. Van de tien schepen die uitvoeren bleven er zeven gewoon in Europa. ‘

Heeft de uitbreiding wel invloed gehad op de oorlog die Nederland voerde?
‘Het overzeese rijk dat de Nederlanders hadden opgebouwd moet vooral beoordeeld worden op commerciële gronden en niet als onderdeel van de strijd tegen de Iberiërs. De Republiek heeft haar onafhankelijkheid in Europa bevochten. In Indië zaten de Spanjaarden en de Portugezen Nederland eigenlijk niet echt in de weg, en in het Atlantische gebied uiteindelijk ook niet. Ze konden daar naast elkaar bestaan.’

Hoe keek Spanje tegen de groeiende handelsactiviteiten van Nederland aan?
‘De activiteiten in de overzeese gebieden werden als een bedreiging ervaren. Frankrijk en Engeland hadden namelijk al gebieden op Spanje veroverd, maar ze wisten de Nederlanders uiteindelijk buiten de deur te houden.’

‘De Republiek maakte handig gebruik van het feit dat ze geen groot rijk veroverd had, dat scheelde investeringen. Het land richtte zich op de handelsvaart ten behoeve van derden. Nederlandse schepen bevoorraadden bijvoorbeeld de Engelse koloniën in de Caraïben.’

‘Tijdens de oorlog werd er evengoed handel gedreven met Spanje. De embargo’s bemoeilijkten dat wel enigszins, maar oorlog en handel stonden indertijd los van elkaar. Spanje had in zekere zin baat bij de handelsvoering van Nederland.’