Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 11/2013

De CPN koos voor Stalin en brak met Nederland

Uit Moskou zou de verlossing komen

Door: Martin Bossenbroek
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In 1949 brak de Communistische Partij van Nederland met de rest van Nederland. De verhoudingen met niet-communisten bereikten een dieptepunt en de partij koos radicaal voor de Sovjet-Unie en de jubilerende leider Stalin.
 


Als de Nederlandse communisten er ooit van overtuigd waren dat de Internationale ‘morgen’ zou ‘heersen op aard’, dan was het wel in december 1949. De kolommen van De Waarheid blaakten van zelfvertrouwen. Overal zag de krant tekenen van de nieuwe tijd.
           
In de Amsterdamse Diamantbeurs werd op 9 en 10 december een ‘groots en geestdriftig Nationaal Vredescongres’ gehouden, waar de duizenden afgevaardigden uit binnen- en buitenland zich eensgezind uitspraken tegen de eerder dat jaar opgerichte NAVO.
           
Even hoopvol was de al jaren door de CPN bepleite en nu aanstaande soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, op 27 december in het Paleis op de Dam. De nieuwe machthebbers in Jakarta waren weliswaar verachtelijke Amerikaanse marionetten, maar daar zou het Indonesische volk spoedig mee afrekenen, voorspelde De Waarheid, met behulp van ‘de vrijheidslievende krachten in de wereld, de Sowjet-Unie voorop’.
           
Die laatste overtuiging lag aan de basis van alle vertrouwen. Eigenlijk was het meer dan een overtuiging; het was een zeker weten. Uit Moskou zou de verlossing komen. Daar zetelde de man die niet alleen zijn eigen volk ‘naar de hoogten van de communistische samenleving’ voerde, maar die zich ook opwierp als ‘de bevrijder van de koloniale volkeren’ en ‘de verwezenlijker van de idealen van de arbeiders aller landen’: Josif Vissarionovitsj Stalin, ‘de geniale voortzetter van het wereldhistorische werk van Marx, Engels en Lenin’.
           
In het Oosten was de overwinning in de maak, zeker nu de Sovjet-Unie er ook niet meer alleen voor stond. Op 1 oktober was de Volksrepubliek China uitgeroepen, en half december maakte de nieuwe Chinese leider Mao Zedong zijn opwachting bij ‘generalissimus van de vrede’ Stalin. ‘Een historische ontmoeting tussen de twee grote leiders van het kamp van de democratie en de vrede,’ juichte De Waarheid.
 
De triomfantelijke gevoelens bereikten een hoogtepunt op 21 december, Stalins 70ste verjaardag. Voor de redactie was het aanleiding om groots uit te pakken. Om te beginnen met een levensgroot portret van de jarige op de voorpagina, met daaronder de tekst van het felicitatietelegram van het partijbestuur. Het las als een geloofsbelijdenis: ‘Uit uw glorierijke leven en strijd putten wij de inspiratie om de partij van de Nederlandse arbeidersklasse te versterken […] in uw geest van onwankelbare trouw aan het proletarische internationalisme.’ In één moeite door werd Stalins vijanden de oorlog verklaard, ‘in vastbesloten strijd tegen de verraders van de Tito-kliek en alle openlijke of verborgen agenten van de oorlogszuchtige imperialisten in de rijen van de arbeidersbeweging’.
           
Als omlijsting van het portret prijkten op de voorpagina de vele eerbewijzen die de Sovjetleider in binnen- en buitenland ten deel waren gevallen. Van de felicitaties van de Perhimpoenan Indonesia, de organisatie van Indonesische arbeiders en studenten in Nederland, tot de instelling van jaarlijkse wereldvredesprijzen door het presidium van de Opperste Sovjet.
           
Op pagina 3 werden de lofprijzingen voortgezet, met een prominente plek voor opnieuw een eigen bijdrage, hier van de hand van schrijver Theun de Vries, simpelweg getiteld ‘Stalin’. Het was een ode aan ‘het fier genie […] van ’t volk dat niet meer duldt, maar zelf beschikt’: ‘Meer dan één enkel mens - : de ziende kracht/ Reeds in millioenen levens uitgestroomd/ Volkren bevrijdend uit hun blinde nacht.’
           
Dat was nog niet alles. Het meest bijzondere huldeblijk stond op de laatste pagina’s van de krant. Niet verzorgd door de redactie, maar door de lezers van De Waarheid. Al weken tevoren waren zij opgeroepen om ‘ook Uw gelukwens aan kam. Stalin’ te laten opnemen, en daar was massaal gehoor aan gegeven. Op drie achtereenvolgende zaterdagen was al een extra pagina gevuld met gelukwensen, en nu, op de verjaardag zelf, waren dat er nog eens zeven.

Ze waren opgemaakt als advertentiepagina’s. Kleine annonces met standaardteksten als: ‘Op deze dag onze strijdersgroeten aan Kam. Stalin.’ Maar sommige abonnees waren er eens goed voor gaan zitten. Zoals ‘De vrouwen van afd. 16, Amsterdam’. Zij dankten Stalin en ‘het Sowjet-volk voor de onvergetelijke offers die zij brachten tegen het mensonterende kapitalisme en haar uitwas het barbaarse fascisme, en voor de vestiging van het socialisme. We hopen vurig dat het kameraad Stalin gegeven moge zijn te beleven dat ook ons volk in vreedzame opbouw de weg naar het socialisme zal betreden.’
           
En dat meer dan tweeduizend keer, in tal van varianten. De tien speciale ‘Stalin-pagina’s’ zouden worden aangeboden aan de jarige zelf, zo verzekerde de redactie. Ten bewijze van de onvoorwaardelijke trouw en aanhankelijkheid van de Nederlandse communisten aan ‘de leider van het wereldproletariaat’.
 
Anno 2013 doet dit alles tamelijk onwerkelijk aan. De Waarheid van woensdag 21 december 1949 is een collector’s item. Zo’n explosie van ideologisch triomfalisme en idolate persoonsverheerlijking tref je maar zelden aan in een doordeweekse Nederlandse krant. En er was meer. Het Stalin-jubelnummer markeerde ook een belangrijke wijziging in de positionering van de CPN. De partij wierp zich niet alleen gedienstiger dan ooit aan de voeten van een buitenlands staatshoofd, ze keerde ook, kennelijk gesterkt door de hoge bescherming, de rest van Nederland welbewust de rug toe.
           
Die conclusie is af te leiden uit pagina 4. Op het eerste gezicht was het zo’n beetje de enige pagina waarop Stalin ontbrak, maar bij nadere bestudering draaide het artikel ‘De Vrije Katheder. Vriend of tegenstander? Over zwijgende intellectuelen en valse progressiviteit’ ook om hem – althans om het geloof in zijn onfeilbare regime. Auteur was Marcus Bakker, met zijn 26 jaar het jongste lid van het partijbestuur. Begiftigd met een vlijmscherpe pen – je kon hem om een boodschap sturen. In dit geval om een laatste waarschuwing.

De Vrije Katheder, ontstaan als verzetsblad, gold in de naoorlogse jaren als de belangrijkste spreekbuis van linkse intellectuelen en kunstenaars. Het blad was dé ontmoetingsplek voor communisten en niet-communisten. Sterker nog: het was inmiddels het enige nog overgebleven podium voor onderlinge contacten. Daarbuiten was de verwijdering compleet. Voor de CPN waren het Indië-beleid, de Marshallhulp en de oprichting van de NAVO breekpunten geweest; andersom had de partij zich in de ogen van niet-communisten onmogelijk gemaakt door het hardhandige Russische optreden in Oost-Europa goed te praten en zelfs toe te juichen – ‘Nu Praag, morgen Den Haag!’.
           
Verkettering over en weer, zo laat zich de verhouding tussen communisten en niet-communisten in het Nederland van 1949 het best typeren. Alleen in De Vrije Katheder was nog sprake van dialoog. Althans, dat was jarenlang zo geweest. Maar de laatste tijd was er volgens Bakker alle aanleiding om de goede bedoelingen van het blad in twijfel te trekken. ‘De Vrije Katheder, eens een gewichtige steun in de strijd tegen de Duitsers, geeft in de strijd tegen de nieuwe bezetters, de Amerikanen en hun oorlogsplannen geen enkele steun – integendeel.’ En dat terwijl er nú gekozen moest worden, en wel vóór ‘de U.S.S.R. als de voornaamste kracht van de vrede’ en tégen ‘de Amerikaanse dictatuur, niet slechts om economische redenen, maar om redenen van nationaal belang, om der vrijheid wille, om des levens wille’.
           
Die keuze maakte het blad helemaal niet, betoogde Bakker. Na ‘een smerig stukje van ene Van ’t Reve deze zomer’ was de Sovjet-Unie zelfs vrijwel uit de kolommen verdwenen, ‘waarmee alle quasi-intellectuele leugens uit andere bladen onbeantwoord blijven en De Vrije Katheder dus objectief het kamp van de tegenstander versterkt’.

Daar waren nog eens ‘verwarrende artikelen als dat van G. Kouwenaar’ overheen gekomen, waarin de arbeiders werd verweten niets te begrijpen van ‘allerlei experimentele kunstenmakerij’. En wat te denken van ds. Strijd, die in een beschouwing over onderwijs en vrede ‘de Sowjet-Unie en Amerika over één kam scheert en dus […] de Sowjet-Unie afbreuk doet’? Bakkers oordeel was onverbiddelijk: ‘Zulke artikelen ontnemen De Vrije Katheder het recht zich vooruitstrevend te noemen.’
 
Het is de moeite waard dat bewuste ‘smerig stukje’ van de jonge slavist Karel van het Reve er eens bij te pakken. Daar waren andere prominente communisten als Theun de Vries en Ger Harmsen ook al over gevallen. Het artikel was verschenen in het juninummer van De Vrije Katheder onder de titel ‘Alexander Poesjkin, de grote dissident’. Aanleiding was de 150ste geboortedag van de beroemde Russische schrijver en dichter. In de Sovjet-Unie was deze aanleiding voor een grootscheepse herdenking. Volkomen terecht, meende Van het Reve, want het proza van Poesjkin was ‘glashelder’ en ‘betoverend’, en zijn poëzie had ‘kracht, frisheid, diepte en onvergankelijke schoonheid’.
           
Waar hij echter moeite mee had, was de manier waarop Poesjkin door het Sovjetregime ideologisch was geannexeerd en als communistische ‘kalenderheilige’ werd geïdealiseerd. Dat was volgens Van het Reve nu niet bepaald het historisch complete beeld. De ‘Tegenstander van Lijfeigenschap en Autocratie’ had óók gevonden dat de Russische boer het zo slecht nog niet had. De ‘Grote Patriot’ had óók verklaard zijn vaderland te verachten. En de ‘Grote Strijder tegen het Rotte Cosmopolitisme’ dacht óók ‘met weemoed […] aan de bordelen van het verre Londen’. Poesjkin was, kortom, aldus Van het Reve, een volstrekt onafhankelijke geest geweest, die zich van tsaar noch democraat iets had aangetrokken. ‘Een der grootste dichters der 19de eeuw’ – niets meer en niets minder.

De boze reacties lieten niet lang op zich wachten. Ger Harmsen, landelijk scholingsleider van de CPN, vergeleek Van het Reve in het augustusnummer van Politiek en Cultuur met ‘een kip die op de mesthoop scharrelde’. En Theun de Vries voelde zich persoonlijk beledigd – dubbel zelfs. Hij was redactielid van De Vrije Katheder, maar op het moment van plaatsing van het artikel was hij op rondreis geweest door de Sovjet-Unie, nota bene met een ‘aanhoudende briljante en feestelijke’ Poesjkin-herdenking als een van de hoogtepunten. Na terugkomst in Nederland maakte hij eerst zijn mederedacteuren en vervolgens – in augustus – de lezers van De Vrije Katheder deelgenoot van zijn woede. Hoe durfde Van het Reve! Hij had op volstrekt subjectieve en willekeurige manier ‘de gave vruchten en de afval-produkten van Poesjkin’s geest’ op één hoop gegooid. Pure ‘kwaadaardigheid jegens het Marxisme en de Sowjet-Russen’.

De Vries’ woede maakte weinig indruk op de andere redactieleden. Die bekoelde wel weer, was hun verwachting, net zoals bij eerdere gelegenheden. Van het Reve kreeg zelfs de gelegenheid tot een naschrift, waarin hij De Vries nog eens in de gordijnen joeg: ‘Als hij dan met alle geweld op dit peil discussiëren wil, waarom noemt hij mij, omdat ik in conflict ben met de officiële Russische Poesjkinbeschouwing, niet meteen een betaalde agent van Wallstreet? Zo heet dat toch. Het zou niet meer dan consequent zijn.’ De laconieke provocatie bleef onbeantwoord. Voor Theun de Vries was het genoeg geweest. Hij stapte uit de redactie van De Vrije Katheder.
 
Sindsdien was het blad scherp in de gaten gehouden door het partijbestuur van de CPN. En, zoals gezegd, was het van kwaad tot erger gegaan. Het had zo mooi kunnen zijn, besloot Bakker zijn tirade: ‘Een prachtig middel om hen samen te brengen voor wat thans iedere Nederlander als hoogste doel voor ogen moet staan: de strijd tegen de Amerikaanse fascisering, en voor de vrede.’ In plaats daarvan maakte De Vrije Katheder ‘de verwarring onder zijn vooruit-willende lezers alleen maar groter’.

Hoe het wel moest, lieten hij en zijn vrouw zelf zien, elders in de krant. Ook zij hadden een felicitatieadvertentie opgegeven: ‘Op de verjaardag van de voorman aller vredeskrachten in de wereld, Stalin, bevestigen wij onze actieve solidariteit met het vredelievende volk van de Sowjet-Unie. Els en Marcus Bakker, Zaand[am].’

Buigen of barsten, dat was nu de keuze voor de redactie van De Vrije Katheder. De uitkomst liet slechts enkele dagen op zich wachten. In het kerstnummer stond een artikel van H. Ritsema (pseudoniem van Sem Davids, redacteur Buitenland van De Groene Amsterdammer). ‘Erger dan toen,’ stond erboven. De titel sloeg op de karikaturale voorlichting over de Sovjet-Unie in de Nederlandse pers, die volgens de schrijver nog haatdragender was dan in de jaren dertig. Hij vond het een schande.

Maar daarna kwam het. De goede naam van de Sovjet-Unie, zo vervolgde Ritsema, werd evenzeer bedreigd door een tegenovergestelde houding, namelijk door het ‘beaat en mateloos […] toekirren met een byzantinisme, dat elke ware liefde alleen maar van haar waardigheid berooft. Wie de betekenis van de Sowjet-Unie en van Stalin voor onze tijd en voor latere tijden werkelijk hoog aanslaat, kan zich over zoveel goedkope stroopsmeerderij alleen maar bedroeven.’
           
Scherper kon het niet worden geformuleerd. De redactie van De Vrije Katheder sloeg niet alleen de laatste waarschuwing in de wind, ze gaf ook ruimte voor een tegenaanval, die overduidelijk was ingegeven door de recente Stalin-verering in De Waarheid. Er was nu geen weg meer terug voor het CPN-partijbestuur. Hardliner Friedel Baruch was de aangewezen man om het vonnis te vellen. Het werd gepubliceerd in De Waarheid van 30 december 1949, onder de kop ‘Valse vrienden’.
           
Het artikel van Ritsema, zo zette Baruch uiteen, was een typisch voorbeeld van de ‘zeer bijzondere bestrijding van de Sowjet-Unie, tot ondersteuning van de campagne ter vergiftiging van de openbare mening’. Eerst ‘een reeks onschuldige feitjes […]ten gunste van de Sowjet-Unie’, en dan één giftig zinnetje dat de lezer bijbleef. Geheel in de traditie van ‘Elsevier, Vrije Volk, Trouw, Völkischer Beobachter’.

Het was venijn onder het mom van objectiviteit, bedoeld om twijfel te zaaien aan Stalin, ‘zoals de progressieve mensheid hem ziet, als de genius van de internationale arbeidersbeweging, de bouwer van het Socialisme, van de machtige Sowjet-Unie en de inspirator van het vredesfront’. Daarmee speelde Ritsema alleen maar de Amerikanen in de kaart, ‘wier meest op de voorgrond staande methode het is, onzekerheid in de rijen van de progressieve mensheid en haat tegen de Sowjet-Unie te kweken’.

Baruchs conclusie was duidelijk: De Vrije Katheder had een keuze gemaakt, en wel voor het verkeerde kamp. Dat moest het blad natuurlijk zelf weten, maar ‘wij zijn er […] zeker van, dat haar lezers de redactie te verstaan zullen geven, dat zij van dit soort voorlichting niet gediend zijn’.
 
Binnen enkele weken volgde de strafmaat: excommunicatie. Op de voorpagina van De Waarheid van 20 januari 1950 stond een officiële mededeling van het dagelijks bestuur. Daarin werd De Vrije Katheder gebrandmerkt als ‘een fractie-orgaan’ dat zich had schuldig gemaakt aan ‘ideologische oorlogsvoorbereiding’. De partijleden in de redactie kregen de wind van voren; voor de communistische aanhang was het blad voortaan taboe.
           
Het was de doodsteek voor De Vrije Katheder. Dit raakte het hart van de samenwerking. De publicatie van het blad werd direct opgeschort. Er volgde nog maandenlang geruzie over de schuldvraag; toen viel het doek. In mei 1950 verscheen het laatste nummer. De band tussen de CPN en de rest van Nederland was verbroken – voor tientallen jaren.
 
Martin Bossenbroek is universitair hoofddocent politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. In de loop van 2014 verschijnt van zijn hand Fout in de Koude Oorlog, een balans van de omstreden keuzes van links én van rechts Nederland.
Met zijn boek De Boerenoorlog won Bossenbroek onlangs de Libris Geschiedenis Prijs 2013.
 
 
Meer lezen
Een goudmijn voor onderzoekers, dat is de historische krantensite van de Koninklijke Bibliotheek (kranten.kb.nl). Nog steeds neemt het aantal doorzoekbare krantenpagina’s gestaag toe. De Waarheid is er integraal – en gratis – op te vinden.
 
Voor de eerste naoorlogse jaren van de CPN zij verwezen naar Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991 (1995) van Ger Verrips en De communistische erfenis. Bibliografie en bronnen betreffende de CPN (1997), onder redactie van Margreet Schrevel en Gerrit Voerman.

Ook de biografieën Paul de Groot, staatsvijand nr. 1. Een biografische schets (1996) van Igor Cornelissen, en De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (2000) van Jan Willem Stutje dragen bij aan een beter begrip van de maatschappelijke positie van de communisten in Nederland.
 
De uitgebreidste studie over De Vrije Katheder is het proefschrift van Fenna van den Burg, De Vrije Katheder 1945-1950. Een platform van communisten en niet-communisten (1983). Het is gedetailleerd en goedwillend, maar hier en daar aan de goedgelovige kant. In haar proefschrift Complexe consensus. Amerikaanse en Nederlandse intellectuelen in debat over politiek en cultuur 1945-1960 (1996) plaatst Tity de Vries het dilemma van de linkse intellectueel in internationaal perspectief.
 
Waardevolle aanvullende informatie is vooral te distilleren uit het werk en de levensbeschrijvingen van de direct betrokkenen bij de breuk. Deel 1 van het Verzameld werk (2008) van Karel van het Reve is een feest om te lezen. De autobiografieën van Marcus Bakker, Wissels. Bespiegelingen zonder berouw (1983), en Ger Harmsen, met de bizarre titel Herfsttijloos (Colchicum autumnale). Een levensverhaal (1993), geven inzicht in de psyche van de auteurs. Het recente Revolte is leven. Biografie van Theun de Vries (1907-2005) (2013) van Jos Perry helpt ook het onverklaarbare te verklaren.

Afbeelding: Stalin (1937)
 

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.