Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 10/2013

‘King liet zich niet verlammen door angst’

Britse historicus Godfrey Hodgson schreef over Martin Luther King

Door: Mirjam Janssen
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

‘Dankzij Martin Luther King valt het klassieke racisme niet meer te verdedigen. Dat is zijn grootste prestatie,’ meent de Engelse historicus en journalist Godfrey Hodgson. Hij schreef een meeslepend boek over de Amerikaanse mensenrechtenactivist en dominee Martin Luther King (1929-1968).

Hodgson laat alle kanten van King zien, de goede én de slechte. ‘In de overlevering is King niet alleen een heilige geworden, maar ook een icoon. Hij is, net als Columbus, Jezus en George Washington, een van de vier personen naar wie in de Verenigde Staten een vrije dag is genoemd. Dat maakt het lastig over hem als mens te schrijven.’

Toch is dat goed gelukt. Hodgson denkt zelf dat het mede komt doordat hij King heeft gekend en ze als leeftijdgenoten makkelijk contact maakten. ‘Hij was vijf jaar ouder dan ik. Ik ontmoette hem voor het eerst in de jaren vijftig toen ik nog studeerde. Ik deed onderzoek aan de Universiteit van Pennsylvania en werd uitgenodigd door een vriend om een dienst in een zwarte kerk in Montgomery bij te wonen. Daar preekte Martin Luther King. Na afloop werden we aan elkaar voorgesteld.’

Precies in die tijd speelde de eerste grote kwestie die King beroemd zou maken. De zwarte Rosa Parks had geweigerd in een bus in Montgomery op te staan voor een blanke. De onbuigzame reactie van de autoriteiten leidde tot een busboycot door zwarten die een jaar zou duren. De jonge dominee Martin Luther King groeide uit tot hun zegsman.

Na het succes van de actie – het Hooggerechtshof verklaarde de scheiding van blank en zwart ongrondwettig – ging King verder. Als leider van vreedzame protestmarsen stelde hij in vele steden de segregatie aan de kaak. Hij kreeg veel bijval, maar riep ook veel agressie op.

‘Toen ik later in Amerika ging werken als correspondent voor de Observer heb ik meteen contact met hem gezocht,’ vervolgt Hodgson. ‘Ik heb hem vaak ontmoet. Martin was een kleine, verzorgde man. Hij was geweldig charmant, een erudiete gentleman. Hij werd omringd door medewerkers die vaak nog jonger waren dan hij. Ze waren heel kritisch op hem en soms ook jaloers. Velen van degenen die hem omringden waren lager opgeleid en minder intelligent. Hij had wel vrienden die aan hem gewaagd waren. Toch denk ik dat hij eenzaam was.’

Kings verhouding tot de presidenten van zijn tijd was moeizaam. ‘John F. Kennedy was niet erg geïnteresseerd in burgerrechten. Hij was een typische upperclass Amerikaan, die persoonlijk geen zwarten kende. Kennedy wilde pas werk maken van de burgerrechten als hij in 1965 zou zijn herkozen.’ Ondertussen werd het geweld tegen zwarten steeds heviger.

Uiteindelijk kwam Kennedy tegen zijn zin in 1963 met een voorstel voor de Civil Rights Act, die een einde maakte aan de scheiding van blank en zwart op scholen, op het werk en bij publieke diensten. Kort daarna leidde King de mars op Washington, waar hij de beroemde ‘I have a dream’-speech hield.

Na de moord op Kennedy zorgde diens opvolger Lyndon B. Johnson dat de Civil Rights Act in 1964 werd aangenomen. ‘Johnson vond die wet wel echt belangrijk. Aanvankelijk verliep het contact tussen hem en King goed. Al denk ik dat hij wel een beetje jaloers was op King vanwege diens morele statuur.’

In 1965 werkte Johnson mee aan de Voting Rights Act, die het zwarten mogelijk moest maken om te stemmen. ‘Het ging pas mis tussen de twee mannen toen King zich in 1967 tegen de Vietnam-oorlog uitsprak. Bovendien had Johnson zich laten vergiftigen door de akelige verhalen van FBI-chef J. Edgar Hoover over King.’ Hoover voelde een diepe, persoonlijke haat jegens de dominee. Hij zag in hem een communist, liet King en zijn medewerkers voortdurend afluisteren en verspreidde tapes met opnames van hun feesten en vrijpartijen.

Vaak wordt gezegd dat King de wegbereider was voor Barack Obama. Hodgson betoogt dat hij ook de wegbereider was voor Richard Nixon en Ronald Reagan. ‘In reactie op de burgerrechtenbeweging kwam een conservatieve tegenstroming op gang, waarvan de Republikeinen profiteerden. Ook ontstond er een andere verdeling van het electoraat. Tot dan toe stemden de blanke zuiderlingen voor de Democraten, maar vanwege de Voting Act liepen ze massaal over naar de Republikeinen, die uiteindelijk conservatiever werden. De Democraten werden juist progressiever.’
 
Vanaf het moment dat hij het middelpunt van de aandacht werd, stond King onder enorme druk. Een deel van de zwarte achterban vond hem niet radicaal genoeg; een deel van de blanken voelde zich door hem bedreigd. Hodgson: ‘Om de spanning af te reageren zat hij voortdurend achter de vrouwen aan. “Fucking is a great stress reducer,” was een van zijn uitspraken.’ Zijn vrouw Coretta leed onder zijn gedrag – hij kon ook heel grof tegen haar zijn, maar ze pikte het allemaal. ‘Ik denk dat ze zijn gedrag accepteerde omdat ze wist dat haar positie als het erop aankwam onomstreden was.’

Op 4 april 1968 werd King doodgeschoten door de crimineel James Earl Ray; zijn motieven zijn nooit opgehelderd. Al jaren voorvoelde King dat het zo zou aflopen. ‘Hij was een dapper mens. Niet omdat hij geen angst had, maar omdat hij zich er niet door liet verlammen. Hij deed wat hij moest doen, ondanks zijn angst.’