Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 9/2013

BOEKEN: Verhaal van geschondenheid en strijd

Gehavende voorwerpen vertellen Nederlandse geschiedenis

Door: Jan Dirk Snel
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Er is nogal wat kapot in het nieuwe boek van Gijs van der Ham. Dat is opvallend, want het gaat over honderd voorwerpen uit het Rijksmuseum, dat er zelf na de restauratie weer spic en span uitziet. Nu beslaat de verzameling die Van der Ham beschrijft slechts 0,0001 procent van alle objecten die het museum beheert, en we mogen hopen dat van de rest een wat hoger percentage in ongeschonden staat verkeert.


Het Rijksmuseum combineert twee dingen: kunst en geschiedenis – en dat op twee manieren. Allereerst toont het de geschiedenis van de kunst. En daarnaast plaatst het kunstzinnige voorwerpen in een historische context. Kunst – grote kunst althans – is dat wat de eeuwen trotseert en overstijgt. Geschiedenis is het verhaal van geschondenheid en strijd. Die gedachte kan althans opkomen bij wie dit boek doorneemt.

Sommige voorwerpen zijn beschadigd doordat ze eeuwen zoek zijn geweest: een scheepskanon dat in 1573 in de Haarlemmermeer verdween; de klok uit het Behouden Huis op Nova Zembla uit de late zestiende eeuw, die 274 jaar later weer gevonden werd; een klomp Javaanse peperkorrels uit het in 1613 gezonken VOC-schip De Witte Leeuw die in 1976 opgeduikeld werd; de tinnen schotel die schipper Dirck Hartog in 1616 op de kust van Australië achterliet en die tachtig jaar later naar Nederland werd teruggestuurd; de deels vergane schoenen van de tragische freule Judith van Dorth – in 1799 wegens enkele Oranje-gezinde bewoordingen in Lichtenvoorde geëxecuteerd – die in 1929 werden opgedolven uit haar graf.

Andere objecten zijn resten van grotere gehelen. Het boek opent zelfs met drie voorbeelden: de twee altaarluiken met een afbeelding van de Sint-Elisabethsvloed van 1421, die ooit een plaats hadden in de Grote Kerk van Dordrecht; een timpaan uit het begin van het vorige millennium dat ooit de abdijkerk van Egmond sierde en dat oorspronkelijk het deksel was van een sarcofaag; een reliekbeeld van de heilig Frederik, bisschop van Utrecht, maar dan zonder de reliek waarvoor het ding gemaakt was. En dan vinden we verderop ook nog een epitaaf uit Wageningen dat bij de Beeldenstorm werd beschadigd, maar overleefde doordat het in een kerkmuur was ingemetseld.

Verder zijn er de trofeeën uit de strijd die direct als wereldse relikwieën werden bewaard: het kapotte harnas van admiraal Jacob van Heemskerk waarin hij in 1607 in de Straat van Gibraltar sneuvelde; een door de WIC bewaarde schenkkan zonder deksel, die aan de verovering van de Zilvervloot herinnerde; het met bloed doordrenkte, afzichtelijke hemd van Hendrik Casimir van Nassau-Dietz, de stadhouder van Friesland, die in 1640 sneuvelde bij het Vlaamse Hulst; een restant van het uniform van J.C.J. van Speijk, die zichzelf en zijn kanoneerboot met bemanning in 1831 in Antwerpen opblies.

Maar er is natuurlijk ook veel heel in het boek – meer nog dan er kapot is. Wel speelt op sommige schilderijen en foto’s geweld een prominente rol: de verovering van Rhenen, de Slag bij Ter Heijde, de lijken van Johan en Cornelis de Witt, het gebombardeerde Rotterdam, doden na de Nederlands aanval op Yogjakarta in 1949, tot zelfs de inhuldigingrellen van 1980 aan toe.

Laat ik niet overdrijven. Er staan nóg meer mooie dingen in het boek. Van der Ham vertelt er honderd verhalen bij. Vormen die samen de geschiedenis van Nederland? Nee. Geven ze een aardige blik? Ja. Natuurlijk kom je weleens een foutje tegen – vrijheid van godsdienst bestond echt al voor Thorbecke, en toen Constantijn Huygens ging studeren, was Leiden echt niet de enige Nederlandse universiteit: Franeker en Groningen waren er ook al –, maar het is een aardig, onderhoudend boek.

De geschiedenis van Nederland in 100 voorwerpen
Gijs van der Ham
543 p. De Bezige Bij, € 49,90