Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 9/2013

BOEKEN: Thomas Jefferson was maar al te menselijk

Verdediger van de vrijheid gefascineerd door macht

Door: Jaap Verheul
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Er is een beroemde anekdote over een reiziger die aan het einde van de achttiende eeuw een herberg aandoet en daar ’s avonds in gesprek raakt met een van de gasten, een bescheiden en eenvoudig geklede man. De conversatie meandert van onderwerp naar onderwerp. Wanneer ze over het rechtssysteem spreken, is de reiziger overtuigd dat zijn gesprekspartner een jurist is, maar als ze vervolgens over geneeskunde converseren, weet hij met een arts van doen te hebben. Als het gesprek ten slotte op religie komt, is de reiziger er zeker van dat hij met een theoloog praat. Pas wanneer de reiziger de volgende ochtend bij de waard navraagt wie die welbespraakte bezoeker eigenlijk was, hoort hij tot zijn verrassing dat hij de gehele avond met Thomas Jefferson heeft geconverseerd.


Het verhaal illustreert de veelzijdige belezenheid en eruditie van de staatsman uit Virginia. President Kennedy riep hetzelfde beeld op toen hij dineerde met een groep Nobelprijswinnaars en zei dat in het Witte Huis nog nooit zoveel talent en menselijke kennis bijeen waren gekomen, uitgezonderd wanneer Jefferson er alleen dineerde.

Jefferson was een kind van de Verlichting, dat de laatste ontwikkelingen in de archeologie, paleontologie, astronomie, botanie en meteorologie volgde, precies wist welke drukken van de klassieke literatuur uit de Oudheid hij wilde bestellen, als architect zijn eigen huis ontwierp, de University of Virginia stichtte, en voor het slapengaan vuistdikke biografieën las over Europese vorstenhuizen – de roddelliteratuur van zijn tijd.

De erudiete Jefferson was ook een raadsel. Historicus Joseph Ellis omschreef hem in zijn prachtige biografie als een sfinx en een man vol paradoxen. Hij was de auteur van de Onafhankelijkheidsverklaring met de beroemde zin ‘All men are created equal’, maar bleef slavenhouder. Hij was ascetisch, koel en rationeel, maar tegelijk een gepassioneerd liefhebber van Franse wijnen, waaraan hij fortuinen uitgaf, en de andere geneugten van het leven. Hij was een solitaire studeerkamergeleerde die ook hield van tuinieren en razendsnel paardrijden. En hij was een treurende weduwnaar die vier decennia lang een relatie onderhield met zijn slavin Sally Hemings, met wie hij zes kinderen kreeg.

Thomas Jefferson is de geschiedenis in gegaan als de Amerikaanse founding father die waarschuwde tegen een te grote overheid en de deugden van de kleine landeigenaar bezong. Terwijl zijn tegenstrever, de centralist Alexander Hamilton, de federale overheid veel taken toedacht bij de ontwikkeling van de industrie, de aanleg van een nationale infrastructuur en regulering van het monetaire verkeer, waakte Jefferson over de rechten van de staten en de vrijheden van de burgers. Hij weigerde op zijn grafsteen te laten zetten dat hij acht jaar president van de Verenigde Staten was geweest. Jefferson heeft daarmee zijn naam gegeven aan een Amerikaanse politieke filosofie die tot op de dag van vandaag principes uitdraagt van burgerlijke verantwoordelijkheid, egalitair republicanisme en een zo klein mogelijk overheid.

Jon Meacham schreef een verrassende biografie met de toepasselijke ondertitel The Art of Power. Daarin schildert hij Jefferson af als een politiek genie dat, ondanks zijn imago van verdediger van de vrijheid, zijn hele leven geïnteresseerd is geweest in de mechanismen van macht. Die paste hij als staatsman systematisch toe om gedaan te krijgen wat hem voor ogen stond.

Hij was niet alleen een drijvende kracht achter de Onafhankelijkheidsverklaring, maar voerde daarnaast als gouverneur radicale hervormingen door die onder meer de vrijheid van religie garandeerden, sloot als minister een historisch compromis waarbij de overheid de oorlogsschulden overnam in ruil voor het plaatsen van de hoofdstad Washington aan de grens van zijn thuisstaat Virginia, voerde als politicus een genadeloze presidentscampagne tegen zijn vriend en rivaal John Adams, en kocht als president de Franse bezittingen op het Amerikaanse continent, waardoor het grondgebied van de natie in één klap verdubbelde.

Meacham plaatst het verhaal van al deze politieke manipulaties en het verlangen naar nationale – en persoonlijke – grootheid in de blijvend fascinerende context van de menselijke en soms al te menselijke kant van Jefferson. Hiermee schreef hij een veelzijdige en evenwichtige biografie, die helemaal terecht de Pulitzerprijs heeft gewonnen.

De nieuwe werken van Philbrick en Phillips brengen met eenzelfde kracht, maar op geheel verschillende wijze, de historische gebeurtenissen tot leven uit 1775, het jaar waarin de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog in volle hevigheid losbarstte. De vlotte pen van Nathaniel Philbrick leverde al prachtige werken op, zoals het relaas van het walvisschip Essex en een haast cinematografisch perspectief op de slag bij Little Big Horn. Nu richt hij zich op het drama van de slag bij Bunker Hill.

Op 17 juni veroverden de Britse troepen die Boston bezetten deze strategisch gelegen heuvel die over de haven en de stad uitkeek. Het was een pyrrusoverwinning, die ruim tweehonderd levens kostte en de veerkracht en het organisatievermogen van de kolonisten zichtbaar maakte.

Beeldend beschrijft Philbrick beeldend de voorgeschiedenis van het conflict en de hoofdpersonen die daarin werden opgestuwd. Zo zijn er de Britse generaals Thomas Cage en William Howe, die zich voor een onmogelijke opgave gesteld zagen een onstuitbare volksopstand te bedwingen. En de bescheiden arts Joseph Warren, de aanvoerder van de koloniale milities, die sneuvelde toen de Britse troepen zijn stelling omverliepen. Het verhaal ontspint zich als een historische thriller.

In tegenstelling tot Philbrick, die zijn verhaal elegant heeft geordend, benadrukt politiek commentator en historicus Kevin Phillips de chaos en onzekerheid van het beslissende jaar. Zo wil hij de historische mythe ontmaskeren dat de heroïsche en standvastig gevoerde vrijheidsstrijd haast onvermijdelijk leidde tot de vorming van de Amerikaanse natie.
Philips is vooral bekend geworden met zijn boeken over het lot van de Republikeinse partij gedurende de laatste decennia van het einde van de twintigste eeuw. Nu richt hij zich met soortgelijke aandacht op de vele retorische campagnes, publieke misvattingen, economische belangen en wisselende coalities die het koloniale landschap aan de vooravond van de revolutie kenmerkten.

Philips bespreekt een overweldigende hoeveelheid gevechtsterreinen en frontlijnen. Hij behandelt parlementaire redevoeringen, opzwepende pamfletten en politiek geladen preken, maar ook spontane demonstraties op straat en militante halfgeorganiseerde milities. Hij betrekt de relaties met de indiaanse stammen en het trans-Atlantische krachtenveld in zijn verhaal, waarbij hij niet vergeet de Nederlandse wapenleveranties aan de rebellen te vermelden. Zo biedt hij een duizelingwekkende caleidoscoop, die de onoverzichtelijkheid van de samenleving van 1775 niet alleen beschrijft, maar helaas ook op veel plaatsen weerspiegelt.

Jaap Verheul is hoofddocent cultuurgeschiedenis en coördinator van het amerikanistiekprogramma aan de Universiteit Utrecht.

Thomas Jefferson The Art of Power
Jon Meacham
800 p. Random House, € 26,99

Bunker Hill. A City, a Siege, a Revolution
Nathaniel Philbrick
416 p. Viking, € 28,99

1775: A Good Year for Revolution
Kevin Phillips
656 p. Viking, € 26,99