Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 7/2013

De legendarische Sint-Servatius

Door: Maurice Blessing
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Bij leven was Sint-Servaas bisschop van Maastricht en eeuwen na zijn dood redde hij West-Europa van de Saracenen. Zo vertellen de heiligenverhalen ons. Maar het is zeer de vraag of Servaas werkelijk heeft bestaan, en zo ja, of hij ooit in Maastricht is geweest.

Een échte katholieke heilige laat zich niet kisten door een laag-bij-de-gronds fenomeen als de dood. En Sint-Servatius is een echte heilige – daar laten de bronnen geen enkele twijfel over bestaan. Eeuwenlang rust zijn lichaam al vredig in de Maastrichtse aarde, en verricht hij langzaamaan wat routineus aandoende wonderen. Hij geneest lammen, waanzinnigen en melaatsen, en maakt ze opnieuw toonbaar. Maar dan, zo vertellen de bronnen ons, geeft de patroonheilige van Maastricht zijn aller-aller-indrukwekkendste mirakel ten beste – een mirakel dat voorkomt dat de geschiedenis van het West-Europese katholicisme in de kiem wordt gesmoord.

We schrijven ergens vroeg in de negende eeuw. Terwijl de pelgrims en mismaakten te hoop lopen bij het graf van Sint-Servatius, ontstaat elders in het Karolingische Rijk – waartoe Maastricht kan worden gerekend – grote consternatie. Ook in het paleis van ‘de grote keizer Karel’, schreef de benedictijn Jocundus in de elfde eeuw. Deze heeft zojuist het schokkende bericht ontvangen dat ‘de Saracenen’ – moslims! – met ‘een ontelbaar leger’ zijn grondgebied zijn binnengevallen.

Als de wiedeweerga verzamelt Karel zijn manschappen, zo vertelt een heiligenleven van Servaas. ‘Als een briesende leeuw, zoekend wie hij kan verscheuren’ rijdt hij de vijand tegemoet. Maar de overmacht is enorm en versterkingen zijn niet direct voorhanden. Het lijkt erop dat het rijk zal worden overspoeld, en dat de roemrijke dynastie die het enige ware, katholieke geloof in dit deel van de wereld in stand houdt, hoogst onceremonieel door het kromzwaard zal worden onthoofd.

Gelukkig hebben de onwetende Saracenen buiten Maastrichts patroonheilige gerekend. Ze hebben hun beslissende aanval nu net op de 13de mei gepland – de feestdag van Sint-Servatius. Zo kan een bloedig wonder geschieden dat de West-Europese christenheid redt. Op die heuglijke, heilige dag worden – volgens de heiligenverhalen – de moslimtroepen die de horizon bij zonsopgang gitzwart hadden gekleurd, door Karels bescheiden troepenmacht tot op de allerlaatste heiden weggevaagd ‘als damp in de stralen van de zon’.

Het is werkelijk een prachtig verhaal, dat de harten van vrome middeleeuwse katholieken een flink stuk sneller zal hebben doen kloppen. We zien dan ook overal in laatmiddeleeuws Europa kapelletjes en altaren verrijzen die aan Sint-Servatius zijn gewijd. Maar veruit de meest heiligdommen voor Servatius waren te vinden in het gebied tussen Rijn en Maas. Deze regio, die al sinds de klassieke Oudheid werd opgeëist door machthebbers ten oosten én ten westen van de Rijn, vormde duidelijk het epicentrum van de populaire Servatius-cultus.

Serieuze historici vermoeden daarom dat de Servatius-legende niet is voortgekomen uit een spontane opwelling van volksdevotie of -bijgeloof, maar veeleer uit een politieke of materiële belangenstrijd. Dit vermoeden wordt versterkt door de uit de kluiten gewassen sleutel die Sint-Servatius op afbeeldingen standaard met zich meedraagt. Deze ‘Hemelse Sleutel’, die Servatius volgens zijn katholieke biografen hoogstpersoonlijk uit handen van de apostel Petrus heeft ontvangen, symboliseerde in de late Middeleeuwen de symbiose van geestelijke en wereldlijke macht. Het laatmiddeleeuwse Vaticaan, bijvoorbeeld, beriep zich op het exclusieve bezit van deze sleutel, en stutte zo de aanspraken van de paus op de geestelijke en wereldlijke oppermacht.


Maar laten we, voordat we in de beerput van middeleeuwse machtspolitiek duiken, ons allereerst concentreren op de vraag in hoeverre we kunnen spreken van een ‘historische Servatius’. Wat weten we eigenlijk écht van deze man? Het antwoord is: bitter weinig.

Servatius past naadloos in het rijtje legendarische heilige namen als Jezus, Boeddha, Mozes en Mohammed. Er is onvoorstelbaar veel over deze mannen geschreven, maar enig bewijs dat ze ooit werkelijk op aarde hebben rondgelopen is er niet. Contemporaine bronnen die vertellen wat ze hebben gezegd of gedaan, ontbreken totaal.

Neem het jaar waarin Servatius zou zijn overleden: 384 n.Chr. Dit jaartal werd pas in de zeventiende eeuw – zo’n 1300 jaar na zijn veronderstelde dood – vastgelegd door jezuïeten die niet konden verkroppen dat niemand zich het sterfjaar herinnerde van zo’n vooraanstaande katholieke heilige.

In de vroegste bronnen lezen we niets over een ‘eerste bisschop van Maastricht’. Wel zou een zekere ‘Servatius van Tongeren’ hebben deelgenomen aan het Concilie van Keulen van 364. Maar het verslag van dit concilie is hoogstwaarschijnlijk een tiende-eeuwse vervalsing.

In andere, waarschijnlijk authentiekere bronnen, komen we wel een zekere ‘bisschop Sarbatios’ tegen. Deze zou in 343 hebben deelgenomen aan het Concilie van Sardica (Sofia) en in mei 359 aan dat van Rimini. Beide kerkvergaderingen waren gewijd aan de bestrijding van het arianisme. Dat was indertijd een zeer invloedrijke stroming binnen het christendom, gebaseerd op de opvattingen van de priester Areios uit Alexandrië, uit de vroege vierde eeuw. Areios had een uitgesproken voorkeur voor klassieke Griekse logica en meende dat Jezus als de zoon van God weliswaar goddelijke eigenschappen kon hebben gehad, maar nooit gelijkwaardig aan Hem kon zijn; hij was immers door Hem geschapen.

Dat was een duidelijk standpunt, maar niet naar de zin van de toonaangevende kerkleiders. Zij verklaarden in 451 op het Concilie van Chalcedon dat Jezus ‘in wezen gelijk’ was aan God de Vader, maar daarnaast ook ‘twee naturen’ had: een goddelijke en een menselijke. Het arianisme moest met wortel en tak worden uitgeroeid, en bisschop Sarbatios lijkt zich daarvoor bijzonder sterk te hebben gemaakt. Als ‘Sarbatios’ inderdaad, zoals sommige historici geloven, dezelfde persoon is als Servatius, dan was hij al vroeg een fanatieke bestrijder van andersgelovigen uit het Midden-Oosten – lang voordat hij keizer Karel een handje hielp met de Saracenen.

De basiselementen van de legende van Sint-Servatius zoals we die nu kennen, zijn echter van later datum. Ze zijn ontleend aan de zesde-eeuwse bisschop en geschiedschrijver Gregorius van Tours. De naamsverwarring duurt hier echter voort: Gregorius heeft het in zijn werken consequent over ‘Aravatius’ en niet over ‘Servatius’. Een bijkomend probleem vormt het feit dat Gregorius zijn Aravatius ten tijde van de invasie van de Hunnen in Maastricht en omstreken laat rondlopen, terwijl historici de komst van de Hunnen in deze contreien pas ergens in het midden van de vijfde eeuw plaatsen – ruim na het leven van Sarbatios dus. Mogelijk moeten we de aanduiding ‘Hunnen’ hier begrijpen in de zin van ‘enig volstrekt inwisselbaar volk van ongelovige barbaren uit het Oosten’.

Uit Gregorius’ Geschiedenis van de Franken blijkt dat Aravatius, de ‘uitzonderlijk heilige’ bisschop van Tongeren – een stad ten westen van Maastricht, in het huidige België – zich grote zorgen maakte over de komst van de ‘ongelovige’ en ‘God onwaardige’ Hunnen. Hij besloot op pelgrimstocht te gaan naar Rome. Daar wilde hij God smeken af te zien van Diens hoogst rechtvaardige, maar daardoor niet minder vreeswekkende voornemens.

Eenmaal bij het graf van ‘de Heilige Apostel’ in Rome gearriveerd – het is onduidelijk of hier Petrus of Paulus wordt bedoeld –, vastte Aravatius drie dagen lang, waarbij hij onophoudelijk gebeden opzei. Toen verscheen de Heilige Apostel, die vroeg waarom hij werd lastiggevallen. Wist Aravatius dan niet dat Gods beslissingen onherroepelijk waren? Als Hij in Zijn oneindige wijsheid had besloten dat de Hunnen Gallië ‘als een ontzaglijke storm’ zouden gaan verwoesten, kon geen boetedoening dat veranderen. Aravatius zou er beter aan doen zich naar huis te haasten en een goed graf en ‘een schone lijkwade’ uit te zoeken, zegt de apostel. Want hij zal de komende verschrikkingen, dankzij Gods ongelimiteerde barmhartigheid, niet met eigen ogen hoeven aanschouwen.

En zo keerde Aravatius met bezwaard gemoed terug naar Tongeren. Daar aangekomen raapte hij, ondanks de woorden van de apostel, zijn bezittingen bijeen, om er als een haas weer vandoor te kunnen gaan. En hoewel de bevolking van Tongeren hem wanhopig smeekte hen op dit uiterst precaire moment vooral niet alleen achter te laten, bleef Aravatius bij zijn voornemen. De gedoemde bevolking van Tongeren moest machteloos toezien hoe hun bisschop hen zegende met de vredeskus, om vervolgens, via de oostelijke stadspoort, voorgoed uit hun zondige, miserabele levens te verdwijnen.

Maar hij zou niet ver komen. In het vijftien kilometer verder gelegen Maastricht werd een plotselinge koortsaanval hem fataal. Plaatselijke gelovigen wasten zijn lichaam en begroeven het langs de openbare weg.

Bij sommige moderne, ongelovige lezers zou op grond van deze overlevering het vermoeden kunnen postvatten dat Aravatius een lafaard was. Hoe schandelijk en onterecht een dergelijke voorstelling van zaken is, blijkt wel uit Gregorius’ andere grote werk, Over de roem van de belijders. Hierin noteerde de geleerde bisschop dat de elementen geen enkele vat hadden op Aravatius’ laatste rustplaats. Terwijl de arme Maastrichtenaren ’s winters soms kniediep door de sneeuw moesten ploegen – zo streng waren de winters toen –, bleef het graf van de heilige vrij van sneeuwval.

De sneeuw hoopte zich op langs de randen, maar op het graf zelf viel nog geen vlokje, en ook geen regen. De gelovigen waren zo onder de indruk dat ze op het graf een houten kapelletje plaatsten. Veel kan het niet hebben voorgesteld: Gregorius vermeldt dat het telkens weer in elkaar zakte. Hij vertelt ook waar het oorspronkelijke graf heeft gelegen: ‘bij de brug aan de openbare weg.’

Uiteindelijk, zo schrijft Gregorius, brak de Maastrichtse bisschop Monulfus in de tweede helft van de zesde eeuw het oude, armoedige kapelletje af en bouwde op die plek de eerste aan Aravatius gewijde kerk. Dit zou dan – mits hier geen sprake is van een pijnlijke naamsverwarring – een vroege voorloper zijn geweest van de huidige Sint-Servaas-basiliek. Het lichaam van Aravatius werd er herbegraven, vermeldt de kroniekschrijver tot slot. ‘En daar toont het heden zijn macht door vele wonderen.’

Gregorius’ levensbeschrijving was nog zeer rudimentair. Vandaar dat latere geschiedschrijvers zich inspanden om het verhaal wat meer vlees op de botten te geven. Zo werden anekdotes die Gregorius nog aan heel andere heiligen toeschreef onbekommerd midden in de Aravatius-legende geplakt. Ook verandert ergens halverwege de achtste eeuw de naam van Aravatius in ‘Servatius’. Waarom weet niemand meer, maar de naam – die zoiets als ‘de geredde’ betekent – is altijd blijven plakken.

Van alle christelijke auteurs die zich in de loop der Middeleeuwen met hun volle creatieve vermogens op de Servaas-legende stortten, was de benedictijn Jocundus het meest ambitieus en invloedrijk. Ergens in de jaren zestig van de elfde eeuw werd hij benaderd door het kapittel – bestuurscollege – van de Sint-Servaas-kerk, voor een nieuw heiligenleven.

Het zal Jocundus duidelijk zijn geweest welk doel hier werd gediend: het verhogen van de status van de Sint-Servaas-kerk en de aan dit instituut verbonden geestelijken. Dat lag voor de hand bij dergelijke schrijfopdrachten. Jocundus moest de nieuwe uitgave van het heiligenleven van Sint-Servaas zo vormgeven dat zijn opdrachtgever op niet mis te verstane wijze werd verbonden aan het territorium, en daarmee het wereldlijk gezag, van de toenmalige Duitse keizers.

Dat had alles te maken met het feit dat de Sint-Servaas-kerk oorspronkelijk een zogenoemde ‘eigenkerk’ was: een particuliere kerk, die ooit was opgericht door een feodale heer. De proosten van de Sint-Servaas – die verantwoordelijk waren voor de zakelijke bedrijfsvoering van kerk en klooster – waren altijd Duitse aristocraten.

Ten tijde van de opdracht aan Joncundus was ene Humbertus proost. Op zijn loden grafkruis, in 1988 opgegraven in de Sint-Servaas-basiliek, valt te lezen dat hij een ‘aanzienlijk man’ was die verschillende kerkelijke nevenfuncties bekleedde. Zo was hij volgens het kruis ook proost van de Luikse kathedraal en ‘aartsdiaken van Texandrië’. Dat waren buitengewoon lucratieve functies. Zo bezat het Sint-Servaas-kapittel een grondgebied dat zich uitstrekte van het huidige Noord-Brabant tot aan Leuven in het zuidwesten, en het gebied tussen Rijn en Moezel in het zuidoosten. De Maastrichtse kanunniken leefden in grote weelde, die slechts werd overtroffen door de levensstijl van hun proost.

Deze gang van zaken was een doorn in het oog van de elfde-eeuwse pausen. Het is niet duidelijk of ze door puur spirituele overwegingen werden gedreven, maar ze deden er alles aan om de grote invloed van leken op de kerken en kloosters van Europa terug te dringen. Zo wilden ze een eind maken aan de benoeming van kerkelijke gezagsdragers door wereldlijke heersers: de zogenoemde ‘lekeninvestituur’.

Het kapittel van Sint-Servaas, en in het bijzonder proost Humbertus, zal deze roomse ontwikkelingen met argusogen hebben gadegeslagen. Als de paus zijn zin zou krijgen, zou ongetwijfeld korte metten worden gemaakt met de grote mate van handelingsvrijheid die het kapittel genoot. Bovendien viel te verwachten dat de gezonde winsten van de Sint-Servaas-kerk voortaan zouden worden afgeroomd door Rome en de bisschop van Luik.

Er was slechts één manier om dit onheil te voorkomen: door zich vierkant solidair te verklaren met de Duitse keizers in de zich ontpoppende Investituurstrijd tussen de wereldlijk heersers en het Vaticaan. Het was dus zaak de innige, historische band tussen de Maastrichtse kerk en de Duitse keizers publiekelijk te legitimeren en al doende te bestendigen. Vandaar dat Jocundus een heilig verbond schiep tussen Sint-Servaas en de meest roemvolle keizer uit de ‘Duitse’ geschiedenis, Karel de Grote.

Zo kwam het dat Sint-Servaas in de latere legenden, die allemaal teruggaan op de oerversie van Jocundus, Karel de Grote te hulp schiet in diens ongelijke strijd tegen de Saracenen. Dat keizer Karel voor zover bekend nooit met een moslimleger te kampen heeft gehad – dat was zijn voorganger Karel Martel – deed er niet toe. Het ging om het idee van de lotsverbondenheid tussen ‘de Maastrichtse bisschop’ Sint-Servaas – die zoals iedereen wist altijd al een diepe afkeer van heidenen had gehad – en de Duitse keizers.

De cruciale anekdote van Petrus’ overhandiging van de Hemelse Sleutel aan Sint-Servaas werd overigens niet bedacht door Jocundus, die zijn werk in 1088 afrondde. Dit onderdeel van de legende werd pas in 1130 eigenhandig door het Sint-Servaas-kapittel aan Jocundus’ vita toegevoegd. Klaarblijkelijk wilde het kapittel ‘de bisschop Sint-Servaas’ verheffen tot het niveau van Petrus, en daarmee indirect tot dat van de paus. Macht en rijkdom van het kapittel bereikten in deze eeuw hun hoogtepunt, en het lijkt erop dat de eigenwaan van de Maastrichtse kanunniken daarmee gelijke tred hield.

Maar Rome trok in de Investituurstrijd aan het langste eind. De Maastrichtse kerkleiders verloren hun zelfstandigheid, en de materiële voorspoed van de kanunniken zou door de eeuwen heen minder worden. Maar hoewel de intense heidenhaat van Sint-Servaas onder het grote publiek vergeten is geraakt, is zijn Hemelse Sleutel nog altijd prominent aanwezig in het Maastrichtse straatbeeld. Voor de goede verstaander vormt hij een ideale geheugensteun, die hem steeds herinnert aan de arrogantie van de middeleeuwse Maastrichtse geestelijkheid en de buitengewone inventiviteit van de katholieke geschiedschrijvers en hun opdrachtgevers.


Meer weten

Boeken
De twee bekendste bewerkingen van de Servaas-legende, die van Jocundus uit de elfde en die van Hendrik van Veldeke uit de twaalfde eeuw, zijn beide verschenen in de liefdevol vormgegeven reeks ‘Vierkant Maastricht’ van de Stichting Historische Reeks Maastricht. Hendrik van Veldeke, Servaas-legende, een vertaling in modern Nederlands van L. Jongen en C. Schotel (1993), verscheen als nummer 20 in de serie (uitverkocht). In 1996 verscheen Sint-Servaas volgens Jocundus. Het Leven en de Wonderen van Sint-Servaas door de priester Jocundus, vertaald door J. Arentsen en D. Sassen. Beide boeken bevatten een uitgebreide, maar niet al te kritische inleiding. In deze serie zijn verder De bisschoppen van Maastricht (De La Haye, 1985, uitverkocht) en Een wandeling door Maastricht (Maclure e.a., 2003) interessant voor wie meer wil weten over de band tussen Maastricht en Sint-Servaas.
Een beknopte, meer kritische inleiding tot de historische achtergronden van de legende is te vinden in The Life of Saint Servatius. A Dual-Language Edition of the Middle Dutch Legend of Saint Servatius by Heinrich von Veldeke and The Anonymous Upper German Life of Saint Servatius (2006), met vertalingen en toelichtingen van Kim Vivian, Ludo Jongen en Richard H. Lawson. Voor de achtergronden van de Investituurstrijd, zie Eeuwen des onderscheids. Een geschiedenis van middeleeuws Europa (2004) van Wim Blockmans en Peter Hoppenbrouwers en De geschiedenis van het christendom (2009) door Diarmaid MacCulloch.


Internet
Op http://www.historischnieuwsblad.nl/links staan verwijzingen naar pagina’s met informatie over Servaas, met de integrale oudste ‘Nederlandstalige’ versie van de legende, van Van Veldeke. Ook vindt u hier de oudst bekende Nederlandstalige mop, over de veronderstelde oogafwijking van Sint-Servaas, en een moderne vertaling. Tot slot een link naar de Sint-Servaas-basiliek, met vrolijk geanimeerde, maar zwaar gecensureerde informatie over Sint-Servaas en zijn fysieke nalatenschap. Onbezorgd vermaak voor katholieke gelovigen met een breedbandverbinding.


[Met handje]

Bij dit artikel heeft Historisch Nieuwsblad een themapagina samengesteld. Ga naar http://www.historischnieuwsblad.nl/sintservaas voor artikelen, filmpjes, boeken en bronnen over Sint Servaes en het Christendom in de Middeleeuwen. Zo leest u dat de katholieke kerk er in de Middeleeuwen juist hogere morele maatstaven dan ooit op nahield, en kunt u De gang naar Canossa van Tom Holland bestellen, waarin de Investituurstrijd piekfijn wordt uitgelegd.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld welke kant van Martin Luther King Amerika liever vergeet, waarom de Slag om Arnhem faliekant mislukte en hoe Willem van Oranje slim gebruikmaakte van propaganda.