Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 6/2013

Herman Willem Daendels (1762-1818)

Windvaan in een grillige tijd

Door: Hans Schoots
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Het leven van Herman Willem Daendels was ‘een drama’, schreef Multatuli, en dat bedoelde hij niet medelevend. Hij vond dat Daendels steeds opportunistisch de macht volgde. Dat is gemakkelijk gezegd. Daendels leefde in een uiterst wispelturige tijd.

Als jongeman kwam regentenzoon Herman Willem Daendels in opstand tegen Willem V en toen de stadhouder weer stevig in het zadel zat, moest Daendels naar Frankrijk vluchten. Maar drie decennia later eindigde hij als gouverneur-generaal op de Afrikaanse Goudkust voor koning Willem I, de zoon van de stadhouder tegen wie hij zich zo had verzet. In de tussentijd was hij generaal geweest in het Franse én het Nederlandse leger, had hij deelgenomen aan Napoleons Russische veldtocht en was hij betrokken geweest bij twee staatsgrepen. De mannen die bij de eerste coup aan de macht waren gekomen, hielp hij bij de tweede weer afzetten.

Daendels’ woelige publieke loopbaan vol onverwachte wendingen begon in de patriottentijd, de jaren tachtig van de achttiende eeuw, toen in Nederland een sterke oppositie groeide tegen Willem V. De patriotten hielden de stadhouder verantwoordelijk voor de vermeende neergang van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten opzichte van de glorieuze Gouden Eeuw. Ze wilden terug naar de tijd waarin de Republiek een wereldmacht was geweest, alom bewonderd vanwege zijn handel en zijn rijkdom.

Het patriottische kamp bestond min of meer uit twee richtingen. Aan de ene kant stonden de regenten en adel, die vanouds al vonden dat het Huis van Oranje te veel macht had. Zij sympathiseerden met de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd die zich rond 1780 voltrok, simpelweg omdat die strijd gericht was tegen Engeland en de stadhouder op Engeland georiënteerd was. Om dezelfde reden verwachtten ze veel van een andere vijand van Engeland, de Franse koning Lodewijk XVI.

Aan de andere kant stonden de patriotten, die vooral werden geïnspireerd door nieuwe democratische denkbeelden over vrijheid en volksvertegenwoordiging, die de Amerikanen in praktijk probeerden te brengen.
De twee kanten waren niet strikt gescheiden. Ook onder regenten en adel drongen de democratische ideeën door, en het was de Overijsselse baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol die ze verwoordde in het pamflet Aan het volk van Nederland.

Herman Willem Daendels, geboren in 1762, was de zoon van een kleine regent in het Gelderse Hattem en de gedoodverfde opvolger van zijn vader in het stadsbestuur. Als student kwam hij in aanraking met de patriotse denkbeelden en na terugkeer in Hattem richtte hij een rebels exercitiegenootschap op, zoals er in het land al veel waren. Het idee was dat het volk bewapend moest zijn om zijn rechten te verdedigen.

Intussen hoopte Daendels nog zijn vader op te volgen. Willem V had het benoemingsrecht voor zulke functies, en toen vader Daendels in 1785 overleed, stelde de stadhouder niet Herman Willem aan, maar iemand die hem beter gezind was. Er is weleens gezegd dat Daendels door deze afwijzing radicaliseerde en zich als revolutionair liet leiden door rancune. Maar het was eerder omgekeerd. Door zijn openlijke patriotse activiteiten was te voorzien dat hij zou worden gepasseerd.

Langzaam ontwikkelde Hattem – vierhonderd huizen groot – zich tot een stadstaatje. Op de markt werden onder Daendels’ leiding volksvergaderingen gehouden en de invloed van het stadhouderlijke bestuur werd tot bijna nul gereduceerd. Willem V stuurde er een troepenmacht van duizend man op af. De Hattemse patriotten probeerden zich te verdedigen, maar moesten na enkele uren vluchten voor de overmacht. Door deze strijd om Hattem werd Daendels een landelijk bekende figuur uit de radicale vleugel van de patriottenbeweging.

Het broeide in het hele land, tot een Pruisisch leger in 1787 de stadhouder te hulp kwam. Daendels hielp bij de verdediging van het opstandige Amsterdam tegen de Pruisische hertog van Brunswijk, maar nam even later net als vijfduizend anderen de wijk naar Frankrijk, samen met zijn Hattemse echtgenote Aleida van Vlierden. De politiek vluchtelingen kwamen onder de bescherming van koning Lodewijk XVI te staan. Op dat moment konden ze onmogelijk voorzien dat ze een paar jaar later terecht zouden komen in de troebelen van de Franse Revolutie, waarin Lodewijk ten onder ging.

Van het verblijf van de Nederlandse patriotten in Frankrijk geeft Joost Rosendaal een scherp beeld in zijn boek Bataven!. Flatteus is het niet. Zoals gebruikelijk onder politiek emigranten, ontstonden onder de Nederlanders in den vreemde facties die elkaar fel en op vaak onfrisse wijze bestreden. Roddel en achterklap werden hoofdbestanddelen van hun dagelijks leven.

De emigranten werden meegesleept in de revolutie van 1789 en wat daarop volgde, en gingen zich Bataven noemen. Een aantal van hen denderde nu ongeremd mee op de weg naar de meest extreme consequenties. De Bataven hielden de verschillende revolutionaire stromingen in de politieke wirwar nauwlettend in de gaten, en daarvoor hadden ze een belangrijke praktische reden: velen kregen een toelage van de Franse staat en elke nieuwe koerswijziging riep de vraag op of deze financiële zekerheid behouden zou blijven. En nog belangrijker: de Bataven hoopten op militaire steun voor een omwenteling in Nederland. Ze hielden hun Franse gesprekspartners steeds voor dat er een Nederlandse revolutie moest komen, en dat steun van het Franse leger daarbij onontbeerlijk was.

In augustus 1792 begon in Parijs wat de geschiedenis in is gegaan [?ingaan is niet aaneen hier, in is los voorzetsel] als de Grote Terreur. De republiek werd uitgeroepen en in januari 1793 werd Lodewijk XVI geëxecuteerd. Terwijl eerder de Bataven uit de oude elite grote invloed hadden binnen de Nederlandse kolonie, traden nu radicale democraten naar voren. Verschillende Nederlanders eindigden onder de guillotine en anderen zaten maandenlang in het gevang.

Op 6 december 1792 begon in Parijs het proces tegen de bankiers Van de IJver, een vader en twee zonen. Twee dagen later waren ze dood. De prominente patriot Joannes de Kock liet op 24 maart 1794 het leven na te zijn beschuldigd van een fantastisch complot met Jacques Hébert, een rivaal van de radicale Robespierre. Herman Willem Daendels had De Kock goed gekend. Toch was hij een van de 69 patriotten die felicitaties stuurden naar de autoriteiten in Parijs vanwege de tijdige ontdekking van de samenzwering, en hun veel succes wensten met het vernietigen van zulke ‘monsters’. Aan de brief zat een lucht die was samengesteld uit angst voor het eigen hachje, politieke berekening ten dienste van de Bataafse revolutie, en extremisme.

Net als de meeste Nederlandse emigranten had Daendels zich gevestigd in Noord-Frankrijk. In Duinkerken begon hij een handel in hout en kaas, en later nam hij deel in een tabaksfabriek in Rijsel. Hij verlegde zijn aandacht naar militaire zaken toen Frankrijk in oorlog raakte met zijn buren en de Zuidelijke Nederlanden binnentrok.

Op aandringen van de emigranten werd een Bataafs Legioen opgericht, dat officieel ‘Frans Vreemdelingenlegioen’ heette, en later een gewoon onderdeel werd van het Franse leger. Daendels sloot zich aan en onderscheidde zich op het slagveld door moed en inzicht, en werd benoemd tot brigadegeneraal. Zijn bewegingsvrijheid als Nederlands revolutionair in Franse dienst was beperkt. Met al zijn eigengereidheid had hij zich te schikken naar wat zijn superieuren zeiden.

Een van zijn zeer gewaardeerde wapenfeiten was de strijd om de vesting Menen, vlak bij Kortrijk, waar hij tegenover prins Willem en prins Frederik kwam te staan, de zonen van Willem V. Daendels en de zijnen veroverden de vesting; Frederik raakte zwaargewond en de prinsen wisten maar net te ontkomen. Maar Daendels’ verdere militaire loopbaan zou niet helemaal vlekkeloos verlopen: tegenover zijn kwaliteiten stonden een totaal gebrek aan tact en verschrikkelijke woedeaanvallen.

In 1794 stonden de Franse troepen aan de Nederlandse grote rivieren. ‘Wat nu?’ zei generaal Pichegru – volgens de overlevering. Toen de rivieren begin 1795 dichtvroren, trok de Franse bevelhebber er met zijn leger overheen en bezette hij de rest van Nederland. Willem V vluchtte van het strand van Scheveningen naar Engeland en Nederlandse revolutionairen namen in Den Haag en andere plaatsen de macht over.
Deze omwenteling was er zonder Franse bezetting niet gekomen. Toch gaven de Fransen hun Nederlandse geestverwanten enige ruimte, maar het kernwoord bleef ‘geven’. Zodra er iets gebeurde dat Parijs of het Franse militaire gezag niet zinde, konden de vrijheden weer worden ingetrokken. De Nederlandse revolutie vond plaats bij de gratie van de Fransen, net zoals de positie van Willem V eerder was gered dankzij Pruisen. Van het gedroomde Nederlands herstel, een terugkeer naar de Gouden Eeuw, zou dan ook geen sprake zijn. De Nederlandse verhoudingen werden opnieuw bepaald door een buitenlandse macht.

Na 1795 werd Daendels bevelhebber van het Bataafse leger – het Nederlandse leger dus. Hij en anderen hoopten dat een gezamenlijke strijd met Frankrijk tegen Engeland Nederland weer kracht zou geven. Van de Fransen kreeg hij een leidende taak bij voorbereidingen voor een landing in Ierland, die als doel had de Engelsen in de rug te kunnen bedreigen. In 1797 voer een invasievloot onder de Nederlandse admiraal Jan Willem de Winter richting Ierland. Bij Kamperduin, nog maar nauwelijks buitengaats, werd de vloot vernietigend door de Engelsen verslagen.

Ook binnenslands ontplooide Daendels de nodige activiteiten. In 1798 bepaalde hij mede de uitslag van een staatsgreep in Den Haag. Net als de Fransen werd hij ongeduldig over de beraadslagingen over een nieuwe grondwet die de Bataafse Nationale Vergadering op het Binnenhof al twee jaar voerde. Er moest meer aandacht komen voor de oorlogsinspanningen, vonden de mannen achter de coup. Bataafse en Franse eenheden omsingelden de stad, de Nationale Vergadering werd uiteengejaagd, de leden die wel bevielen mochten een nieuwe Constituerende Vergadering uitroepen, en er kwam een Uitvoerend Bewind. Even later was er na een dubieuze volksraadpleging een grondwet. Een mijlpaal, want het was Nederlands eerste, al kwam hij onder ondemocratische omstandigheden tot stand.

Het nieuwe bewind riep intussen door repressie en willekeur zoveel afkeer op dat het binnen het halfjaar werd verwijderd door een nieuw militair ingrijpen. Opnieuw speelde Daendels een hoofdrol.

Op het slagveld kreeg Daendels pas later zijn vuurdoop als Bataafs bevelhebber. In 1799 voerden Engeland en Rusland een landing uit in Noord-Holland, in een poging de Fransen te verjagen uit de Bataafse Republiek en de stadhouder terug te brengen. Uiteindelijk wisten Franse en Bataafse troepen de invasiemacht te verdrijven. (Zie ook het artikel over deze invasie op pagina 28 ).

Enige tijd later trok Daendels zich terug uit actieve dienst, met als argument dat hij na al die jaren van strijd vermoeid was. Daarbij moet hebben meegespeeld dat er voortdurend geruchten rondgingen dat hij tijdens de strijd om Noord-Holland verraad zou hebben gepleegd. Verder zal hij hebben beseft dat de grote droom om van Nederland weer een sterke macht te maken na de mislukte Ierse plannen en de vernedering van de vloot bij Kamperduin voorbij was.

Pas ruim zes jaar later keerde Daendels terug in de openbaarheid, toen Napoleon zijn broer Lodewijk uitriep tot koning van Holland. De nieuwe koning benoemde Daendels in 1807 tot maarschalk en gouverneur-generaal van Oost-Indië. Zijn belangrijkste taken waren de verdediging van het eilandenrijk tegen Engeland en de modernisering van de koloniale overheid.

Het eerste lukte voor zolang zijn verblijf duurde: kort na zijn terugkeer naar Nederland veroverden de Engelsen Java. Als bestuurder was Daendels geneigd in theoretische concepten te denken. Hij kon zich niet aanpassen aan de omstandigheden ter plaatse, begreep de bevolking niet en kon niet met de lokale vorsten omgaan. Vanwege zijn autoritaire houding en zijn driftbuien stond hij in Indië bekend als ‘de grote donderende heer’.

Daendels is verder vooral in herinnering gebleven als de bouwer van de Grote Postweg, die over een afstand van duizend kilometer loopt, over bijna de hele lengte van Java. Dat hij zich niet thuis voelde in de kolonie blijkt wel uit het feit dat hij een jaar na zijn aankomst al tevergeefs vroeg om ontslag. Het duurde nog tot 1811 voor hij terug was in Nederland, dat nu officieel onderdeel was van Frankrijk.

Al vanaf Java had hij de zoveelste politieke verandering in het moederland toegejuicht. Het land verloor in 1810 elke schijn van onafhankelijkheid toen keizer Napoleon het annexeerde. Daendels werd na zijn terugkeer weer officier in het Franse leger en trok als divisiebevelhebber met de Franse keizer mee naar Rusland. Tijdens de smadelijke terugtocht kreeg hij het bevel over de belangrijke vesting Modlin bij Warschau, om het keizerlijke leger in de rug te dekken.

Dat Daendels na Napoleons nederlaag zijn diensten aanbood aan het ‘illustere Huis van Oranje’ was een fraai staaltje van opportunisme. Toch valt er meer over te zeggen. Napoleon had kort na zijn Parijse staatsgreep van 1799 al een semimonarchaal bestuur met een effectieve bureaucratie in het leven geroepen, ook in Nederland. Binnen dat systeem was zelfs een eigenzinnige figuur als Daendels half een moderne ambtenaar geworden, die uiteindelijk loyaler was aan de staat dan aan de vorst. Zijn streven was een sterk Nederland met een krachtig leger, zo schreef hij aan Willem I, tegen wie hij nog had gevochten bij Menen. Daarvoor was alle beschikbare ervaring nodig.

Daendels was een van vele ‘windvanen’, zoals de ambtenaren en militairen werden genoemd die Willem I in groten getale overnam uit het Franse bestuur. Daendels had alleen de pech dat Willem I hem wantrouwde. Hij werd weggepromoveerd naar de Nederlandse Goudkust, met als standplaats het fort Elmina, in eerdere tijden een knooppunt van de slavenhandel. Als gouverneur-generaal overleed Daendels in 1818 in deze vervallen uithoek aan hevige koortsen.


Meer weten
Boeken
De grote biografie van Daendels moet nog geschreven worden. Een eerste poging was Paul van ’t Veer, Daendels, Maarschalk van Holland (1963). Recenter zijn Herman Willem Daendels 1762-1818, een publicatie van het Rijksmuseum (1991), en F. Pereboom en H.A. Stalknecht (red.), Herman Willem Daendels, Een gulhartig Geldersman (1989). Joost Rosendaals Bataven! (2003) geeft informatie over Daendels’ Franse emigratiejaren. Matthijs Lok bespreekt de positie van bestuurders tussen Napoleon en Willem I in Windvanen (2009).

Internet
Ophttp://www.wandelingendeventer.nl staat een historische wandeling door Hattem. Het Daendels-huis daar werd nooit door Herman Willem bewoond, wel door zijn Oranje-gezinde schoonouders en later door zijn weduwe.
De Daendels Stichting in Amsterdam organiseert de jaarlijkse Daendels Lezing.