Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 4/2013

De Russische trots van Anna Paulowna

Door: Marit van Ekelenburg
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Met haar chique japonnen en fonkelende juwelen gaf ze het Nederlandse Koninklijk Huis pracht en praal. Krap negen jaar was de trotse Russische Anna Paulowna koningin, en in die tijd voerde ze een ongekende staatsie.

Op 18 januari 1795 kwam in het ijskoude Sint-Petersburg Anna Paulowna ter wereld, het achtste kind van de Russische kroonprins Paul Romanov en zijn tweede gemalin Maria Fjodorovna. De teleurstelling overheerste. Weer geen jongen.
Anna Paulowna was het zesde meisje op rij, en dat betekende dat er nóg een moeizame zoektocht in het verschiet lag naar een geschikte echtgenoot, en dat de familie nóg een keer een flinke bruidsschat op tafel zou moeten leggen.

Het pasgeboren Romanov-prinsesje werd ondergebracht in het Winterpaleis, net als haar broers en zussen voor haar. Daar zou tsarina Catharina de Grote, de grootmoeder van het prinsesje Anna, voor de opvoeding zorgen. Want daarvoor waren de ouders in de ogen van Catharina niet geschikt, vooral Paul niet. De tsarina en haar zoon leefden al enige tijd in onmin.

Paul was een tragisch figuur, een zwakkeling. Zijn aartslelijke voorkomen, moeilijke karakter en dramatische zenuwinzinkingen maakten hem in de ogen van zijn moeder ongeschikt als troonopvolger. Maar toen zij in november 1796 stierf aan de gevolgen van een beroerte, had ze geen gebruikgemaakt van haar recht om een andere opvolger aan te wijzen. En dus werd de krankzinnige Paul toch tsaar van Rusland.

Doordat haar grootmoeder overleed, bracht Anna haar kinderjaren alsnog door bij haar moeder Maria Fjodorovna, bij wie ze een gedegen en beschermde opvoeding kreeg. Haar Zwitserse gouvernante Boucis leerde haar perfect Frans, Duits en uiteraard Russisch. En Anna kreeg ook wis- en natuurkundelessen. Met haar twee jongere broers Michail en Nicolaas richtte Anna een geheim clubje op, de ‘Triopathie’, en alle drie droegen ze een ring die symbool stond voor hun hechte band; moeder Maria kreeg een ere-ring.

Maar in Europa woedden de oorlogen die voortkwamen uit de Franse Revolutie, en in 1801 drong het geweld even binnen in Anna’s leven. Haar kolderieke vader werd vermoord door een groepje Russische officieren en zijn bloedeigen zoon Alexander werd verdacht van betrokkenheid bij het complot.

Alexander werd tsaar, en moest zich staande houden tijdens de Napoleontische oorlogen. Na de grote Slag bij Friedland, waar het Russische leger het onderspit dolf, wist Napoleon een tijdelijk vredesakkoord af te dwingen: de Vrede van Tilsit (1807). Volgens het akkoord moesten de Russen zich voegen naar het Continentaal Stelsel, de handelsblokkade tegen Groot-Brittannië. In 1809 probeerde keizer Napoleon de banden aan te halen tussen Rusland en Frankrijk en vroeg hij om de hand van de veertienjarige Anna. Tsaar Alexander weigerde; zijn zusje was nog te jong, en bovendien wilde hij niet dat ze ten prooi viel aan politieke spelletjes.

In 1814 en 1815 dienden zich nog twee huwelijkskandidaten aan: de hertog van Berry en aartshertog Ferdinand van Oostenrijk. Maar voor een huwelijk met de Franse hertog zou Anna zich moeten bekeren tot het rooms-katholicisme, en dat was niet bespreekbaar. Anna en haar moeder hadden het Russisch-orthodoxe geloof zeer hoog in het vaandel staan, en zij weigerden het op te geven. De verloving met Ferdinand van Oostenrijk ketste af op politieke problemen.

Intussen was Napoleon in 1815 definitief verslagen bij Waterloo en verbannen naar Sint-Helena. Tijdens het Congres van Wenen beraadden de hoofden van de winnende mogendheden zich op de wederopbouw en het herstel van Europa. Alexander was erbij. Als Europese landen zich wilden wapenen tegen toekomstige revoluties, moesten ze samenwerken. En huwelijken waren het middel bij uitstek om de banden tussen landen te verstevigen.

Zo kwam Alexander tot het besef dat het tijd was om een geschikte man voor Anna te vinden. Hij hoorde van de kloeke Nederlandse kroonprins Willem, die de ‘Held van Waterloo’ werd genoemd omdat hij dapper tegen de Fransen zou hebben gevochten. Hij was van het slagveld teruggekeerd met een wond in zijn schouder, en zijn paard was gesneuveld. Napoleon zelf schreef na zijn verbanning dat ‘de Prins van Oranje had bewezen de blik en het genie van een veldheer te bezitten’. Dat was vooral een manier om zijn andere, voornamere tegenstanders als onbeduidend neer te zetten. Maar het was goed voor de faam van de prins.

De tsaar had al eerder – in 1814 – bedacht dat de populaire Willem wellicht een deugdzame kandidaat was voor zijn zusje. Maar toen was de prins nog verloofd met de Engelse kroonprinses Charlotte. Inmiddels was die verloving uitgelopen op een fiasco, en Alexander zag zijn kans schoon. Hij schreef koning Willem I aan en stelde een huwelijk voor.
Willem I kon haast niet blijer zijn; sinds de verbintenis met Charlotte in het water was gevallen, keek hij naarstig uit naar een nieuwe kandidaat. Bovendien was de Russische prinses schatrijk, en viel er dus een flinke bruidsschat te verwachten. In herberg ‘La Belle Alliance’ bij Waterloo, ooit Napoleons hoofdkwartier, beklonken koning Willem, kroonprins Willem en tsaar Alexander ‘het schoon verbond van staten en familiën’.

In december reisde kroonprins Willem naar Rusland om officieel Anna’s hand te vragen. Anna vond dat ze hoger geboren was dan Willem, maar ze was opgetogen over het feit dat ze haar eigen Russisch-orthodoxe geloof zou mogen blijven belijden. Als Willem maar erkende dat hij zichzelf zeer gelukkig mocht prijzen met een Russische grootvorstin, een Romanov, kon Anna instemmen met het huwelijk.

Op 21 februari 1816 trouwden Anna Paulowna en de erfprins van Oranje. De bruiloft voltrok zich volgens Russisch-orthodox ritueel in het Rozenpaviljoen, de paleistuin van het Pavlovsk-paleis bij Sint-Petersburg. Anna’s bruidsjapon schitterde van de edelstenen en haar purperen hofmantel was zo zwaar dat er vier kamerheren en een hofmeester aan te pas moesten komen om hem op te tillen. Officieel duurden de grootse feestelijkheden elf dagen, maar ook de weken die volgden stonden geheel in het teken van sledetochten, galadiners, soupers met ruim duizend couverts en bezoeken aan schouwburgen. Er leek geen einde te komen aan de overdaad.

Op 22 augustus kwam het stel aan in Nederland. Anna, inmiddels zwanger, maakte kennis met het land dat haar thuis moest worden. Het was wennen. Anna vond vooral dat de koninklijke familie akelig dicht bij het volk stond. Dat was in haar geliefde Rusland wel anders, en Anna was niet van plan zich in dat opzicht aan te passen. Ze had van haar moeder geleerd dat de etiquette cruciaal was voor een fatsoenlijke koningin. Daarom verbleef ze veel liever in Brussel, waar het hofleven overdadig was, dan in het kille, degelijke noorden.

De jaren 1820 stonden voor Anna geheel in het teken van haar kinderen. Achtereenvolgens kreeg zij Willem (de kroonprins, in wie zij de zenuwtrekken van haar vader al vroeg herkende), Alexander (het lievelingetje, met een zwak gestel), Hendrik (de Zeevaarder), Casimir (een zwakkelijk kindje met een waterhoofd, dat na vier maanden overleed) en Sophie (Anna’s leeuwinnetje).

Zoals in de huwelijksakte was opgenomen, werden de kinderen protestants opgevoed, maar hun deels Russische afkomst werd niet vergeten. Zo liet Anna in 1825 haar zoons portretteren, op ivoor, in Russische uniformpjes die zij van hun grootmoeder Maria Fjodorovna hadden gekregen. Vader Willem bracht vaak Russische presentjes mee als hij op bezoek was geweest bij zijn schoonfamilie in Sint-Petersburg. En hij droeg graag zijn typisch Russische muts; als koning zou hij zich ermee laten portretteren.

In 1830 kreeg Willem de kans zijn heldenstatus te bevestigen. Het was het jaar van de Belgische Revolutie en de koning stuurde zijn zoon om in te grijpen. De kroonprins versloeg in een tiendaagse veldtocht de Belgische legers en de verheugde Anna liet een lieflijk portret van zichzelf maken met het opschrift ‘Liever in een hut met mijn Willem dan bezwijken aan oneer’. De nationale eer was gered. Dat Willem zijn leger alsnog moest terugtrekken vanwege een Franse interventie deed daar niets aan af.

Tien jaar later brak eindelijk het moment aan waarvan Anna al die tijd had gedroomd: haar man Willem werd koning der Nederlanden. De inhuldiging was een plechtigheid zoals nooit eerder vertoond in de geschiedenis van het huis Oranje-Nassau.

In een japon van blauw fluweel, afgezet met wit bont, en met een diadeem vol edelstenen op haar hoofd reed Anna langs het volk, gezeten in een koets die werd getrokken door acht donkere schimmels. Voor aan de rijk uitgedoste stoet reed Willem in een Russische koets, enthousiast toegejuicht door een verrukte menigte.

Het Haagse Paleis Kneuterdijk werd opgekalefaterd en uitgebreid om te kunnen dienen als koninklijke residentie. In de gotische zaal, die net als alle andere vertrekken in het paleis een vloer kreeg van Italiaans wit marmer, kwamen schilderijen van grootmeesters als Rembrandt en Rubens te hangen uit Willems privécollege. In de fantastische tuin kwamen allerlei exotische dieren: kangoeroes, papegaaien, struisvogels en kraanvogels – niets was te gek. Het hof werd vermaakt door zwarte minstrelen en een dwerg, die soms zo koddig was dat zelfs Anna in de lach schoot. Het waren prachtige, maar ook dure jaren voor het koninklijk paar.

Tegelijkertijd bekommerde Anna zich om haar armste onderdanen. In 1818 richtte ze in Soest en in Baarn een ‘Commissie van Weldadigheid’ op, die geld van het prinselijk paar verdeelde onder armelui. En tijdens de Belgische Revolutie opende ze het Willemshospitaal in Den Haag, voor gewonde militairen. Ze zou het ziekenhuis regelmatig bezoeken.

In 1832 hielp ze de Winternaaischool in Scheveningen oprichten, waar arme meisjes handwerkvaardigheden leerden. En na het overlijden van haar schoonmoeder, in 1837, bekostigde Anna de ‘moedergenootschappen’ die zij had opgezet.

In de loop van de jaren begon koningin Anna zich steeds meer zorgen te maken over haar oudste zoon, kroonprins Willem. Ze had hem al nooit als een ideale troonopvolger gezien, en in 1839 was Willem geheel tegen haar wens in getrouwd met Sophie van Württemberg, de dochter van Anna’s zus Katharina. Katharina had altijd veel geleken op haar vader, de zenuwzieke tsaar Paul, en Anna vreesde dat Sophie en Willem zeer zwak kroost zouden voortbrengen. Die vrees zou later terecht blijken, want Willem overleefde alle drie zijn zoons uit dit huwelijk. Anna kon Sophie niet luchten of zien.

Kroonprins Willem was opvliegend en humeurig, en leidde een allesbehalve rein leven. Hij stond bekend om zijn seksuele uitspattingen en buitenechtelijke affaires. Tegelijkertijd was hij sterk als een beer en kon hij met gemak iemand optillen om hem eens flink door elkaar te rammelen. Niet erg keurig, maar het verried wel zijn Russische afkomst, waarop Anna zo trots was.

Alles bij elkaar zag Anna liever haar gouden zoon Alexander op de troon. Maar Alexander had een zeer zwak gestel. In 1847 werd hij ernstig ziek en hij ging naar het zonnige Madeira om aan te sterken. Daar overleed hij, nog geen dertig jaar oud.

Een jaar na Alexanders dood voltrok zich het volgende drama. Koning Willem II viel in de haven van Rotterdam van een trap en werd vervolgens ernstig ziek. Op 17 maart 1849 overleed de Held van Waterloo, en Anna was niet langer koningin der Nederlanden. Schreeuwend en huilend wierp de anders zo stijve en hooghartige Russische zich op het lijk van haar man, en dagen later huilde ze nog. Of ze alleen weende om het verlies van haar man of ook omdat ze geen koningin meer was is nooit duidelijk geworden.

Willem II liet een flinke erfschuld achter. Zijn prachtige persoonlijke kunstcollectie moest worden geveild en verdween bijna geheel naar het buitenland.

Anna’s rol was uitgespeeld. Haar gehate schoondochter werd nu koningin. De rest van haar leven bracht Anna door op Paleis Soestdijk, waar ze veel tijd spendeerde met borduren en bidden in speciaal aangelegde Russisch-orthodoxe kapellen. Ook bleef ze trouw zorgen voor de jachthonden die Alexander had achtergelaten. Ze werd gerespecteerd, maar populair was de strikte Anna niet. Ze leidde een teruggetrokken, eenzaam bestaan als koningin-moeder, tot ze na een kort ziekbed in 1865 overleed.

De pracht en praal uit de krap negen jaar dat Willem en zij koning en koningin waren, verdween weer snel uit het Nederlandse hofleven. Maar haar nakomelingen erfden wel haar Russische genen. Twee generaties later zou koningin Wilhelmina haar bruuske manier van doen nog weleens wijten aan haar ‘Russische bloed’. En dat stroomt nog steeds door de aderen van de Oranjes.
 

Meer weten

Een recente, zeer uitgebreide beschrijving van het culturele leven van Willem II en Anna Paulowna staat in De ridder en de grootvorstin. Kunst en leven van Willem II en Anna Paulowna (2009) van Michel Didier.

Jozien Driessen-van het Reve schreef Russen en Nederlanders. Uit de geschiedenis van de betrekkingen tussen Nederland en Rusland 1600-1917 (1989). Jacqueline Doorn behandelt de dynastieke betrekkingen tussen de Romanovs en de Oranjes in Rusland en Oranje (1974).

Op en om Oranje’s troon. Ons vorstenhuis in de 19de en 20ste eeuw (1963) van J. Bouman bevat veel informatie over de relatie tussen Nederland en Rusland. In de biografie Sophie, koningin der Nederlanden (2011) van Dianne Hamer valt meer te lezen over het ‘Romanov-bloed’ van de Oranje-familie.