Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 3/2013

Stadhouder en koning van Engeland Willem III

Hoe Willem III Engeland 'bevrijdde'

Door: Machiel Bosman
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

In 1688 tuigt stadhouder Willem III de grootste zeemacht op die ooit over Europese wateren heeft gevaren. Hij zeilt ermee naar Engeland. Waar hij met verbijsterend gemak de koning – zijn schoonvader – afzet. Dankzij uitgekiende propaganda weet Willem de verovering te verkopen als een bevrijding. 

Londen, St. James Palace, 20 juni 1688. Daar ligt de koningin van Engeland in bed, benen gespreid. Om haar heen een man of veertig: ministers, edelen, hofdames, dokters en verplegend personeel. ‘Mogen de gordijnen dicht?’ smeekt de koningin haar man. Maar nee, geen sprake van. De gordijnen van het hemelbed blijven open, want de bevalling van de koningin is een zaak van landsbelang. De koning schermt haar ogen af met zijn pruik.

Dit is de meest omstreden bevalling uit de zeventiende eeuw, en de best gedocumenteerde: als de Engelse koningin Maria van Modena een meisje ter wereld brengt, is er weinig aan de hand. Dan blijft Mary Stuart, de protestantse oudste dochter van de koning uit een eerder huwelijk en de vrouw van de Nederlandse stadhouder Willem III, troonopvolgster van Engeland, Schotland en Ierland.

Maar is het een jongen, dan krijgt hij de eerste rechten en kan Engeland zich opmaken voor een katholieke dynastie, anderhalve eeuw nadat het de moederkerk de rug heeft toegekeerd. Want de koning, Jacobus II, heeft zich een jaar of vijftien eerder bekeerd tot het roomse geloof en zal het nieuwe kind in die religie opvoeden.

Ten tijde van Jacobus’ bekering was zijn broer, Karel II, nog aan de macht. Toen het parlement vervolgens dreigde Jacobus wegens zijn geloofsafval uit te sluiten van de troon, stak Karel daar een stokje voor. Wel stuurde hij Jacobus een paar jaar naar het buitenland in een poging de gemoederen te sussen. E

En stemde hij toe in een huwelijk tussen Jacobus’ oudste dochter Mary en de protestantse Nederlandse stadhouder, prins Willem III – uit geopolitieke overwegingen, maar ook om de Engelse protestanten gerust te stellen. De prins en zijn bruid waren neef en nicht; Willem zelf was in Engeland vierde in de lijn van opvolging.

Wanneer Karel II in 1685 onverwacht overlijdt, bestijgt zijn broer de troon. De nieuwe koning bezweert de belangen van de anglicaanse kerk te zullen behartigen, maar zijn politiek geeft te denken. Jacobus II wil de katholieken emanciperen, hun gewetensvrijheid bieden, en de wetten opheffen die hun beletten publieke functies uit te oefenen.

Hij heeft de stellige overtuiging dat geloof geen keuze is, maar een wezenskenmerk, en dat je een mens daar niet op kunt afrekenen. Maar zijn critici menen dat zijn ambitie verder reikt en dat hij het land wil uitleveren aan de katholieken.

Om zijn plannen te verwezenlijken heeft de koning een welwillend parlement nodig, maar dat kan hij vooralsnog vergeten. En dus gaat het hele bestuur op de schop, van hoog tot laag, om maar de juiste gegadigden op de juiste plek te krijgen. Daarbij maakt James veelvuldig gebruik van zijn koninklijke privilege de wet op te schorten om tal van katholieken op invloedrijke posities te benoemen. Zo gaat hij voorbij aan de gevestigde belangen en vervreemdt hij zijn natuurlijke bondgenoten van zich.

Het is allemaal van voorbijgaande aard, troost het groeiende leger van critici zich. De koning is oud, de vijftig gepasseerd. En zijn dochter, de troonopvolgster, is keurig protestant. Maar dan, eind 1687, blijkt de koningin ineens zwanger – een klein wonder. Maria van Modena heeft al vijf keer eerder een kind gebaard, het laatste in 1682, maar niet één heeft de peutertijd overleefd. En inmiddels gaat iedereen ervan uit dat ze onvruchtbaar is geworden. Maar na een bezoek aan het heilzame water van Bath bewijst de koningin het tegendeel.

Dit is slecht nieuws voor de protestanten, die elkaar voeden in hun ongeloof. De koningin is niet zwanger, zeggen ze: ze beeldt het zich maar in. Of nee, ze wás zwanger, maar heeft een miskraam gehad. Of nee, ze is wel degelijk zwanger, alleen niet van de koning, maar van diens biechtvader. Geen weldenkend mens van protestantsen huize lijkt de zwangerschap serieus te willen nemen, stelt een van James’ getrouwen bezorgd vast: ‘De dikke buik van de koningin wordt overal belachelijk gemaakt, net of niemand gelooft dat het echt is.’

Vandaar dat er zoveel getuigen aanwezig zijn bij de bevalling. En vandaar ook dat de koning, als de legitimiteit van zijn kind na de geboorte in twijfel wordt getrokken, hun verklaringen laat optekenen en publiceren. De hele natie zal weten wanneer de koning en koningin het bed hebben gedeeld, hoe de lakens er na de bevalling aan toe waren, en hoe de koningin schreeuwde om verlossing.

‘O mijn God, ik ga dood, ik ga dood,’ zou ze hebben uitgekermd. Waarna de vroedvrouw haar geruststelde: nog één laatste wee. Rond tien uur die ochtend werd het kind geboren. Een jongetje. Vier uur later weergalmden saluutschoten door Londen om de geboorte van de kroonprins luister bij te zetten.

De prins van Oranje volgt de ontwikkelingen in Engeland op de voet. Hij is niet alleen door afkomst en huwelijk ten nauwste betrokken bij de Engelse erfopvolging, maar vreest bovendien voor het lot van de Republiek, mochten de katholieke koningen van Frankrijk en Engeland elkaar vinden in een coalitie. Zijn hof vult zich met Engelse dissidenten die het heil van hem en zijn vrouw verwachten. Het zet de verhouding met zijn schoonvader op scherp.

In het voorjaar van 1688 nemen Willems plannen voor een invasie concrete vorm aan. Hij staat in nauw contact met de Engelse oppositie, laat zich door hen uitnodigen, zoekt bondgenoten en begint met de opbouw van een indrukwekkende vloot. Tegelijkertijd regelt hij versterking voor de grenzen van de Republiek, want dat zijn missie tot oorlog met Frankrijk zal leiden staat vast.

Willem laat de Staten-Generaal in het ongewisse over zijn intenties en doet of het hem om dreiging vanuit Frankrijk gaat. Maar hij laat de Staten wel grotendeels opdraaien voor de financiering van de onderneming. Al moet daarbij worden gezegd dat de raadpensionaris, Casper Fagel, tot de kleine kring van intimi behoort die betrokken zijn bij het complot.

Het is een duizelingwekkende operatie. Oude plannen voor vlootversterking worden afgestoft en als dekmantel gebruikt voor de bouw van tientallen oorlogsschepen. In luttele maanden worden duizenden soldaten en zeelieden geworven. Ambachtslieden draaien overuren om aan de vraag naar wapens, zadels en laarzen te voldoen. Buitenlandse waarnemers zien het met stijgende verbazing aan.

Wat is de prins van plan? Stuurt hij werkelijk aan op een invasie van Engeland? En dat in de herfst, het gevaarlijkste seizoen, als stormen de Noordzee teisteren? Het is gekkenwerk, meent de Engelse ambassadeur in Den Haag; dit staat haaks op de terughoudendheid die de Nederlandse politiek in zijn ogen kenmerkt. Eind augustus krijgen de markten lucht van wat er speelt. De Amsterdamse beurs stort in. Pas rond die tijd dringt het tot de Engelse koning door dat het zijn schoonzoon menens is.

Intussen weten de Staten-Generaal formeel nog steeds van niets. Willem III is een briljant manipulator die nooit het achterste van zijn tong laat zien. Hij past zijn verhaal aan aan zijn toehoorders. Zijn katholieke bondgenoten vertelt hij dat het hem te doen is om het machtsevenwicht in Europa, en dat hij de Engelse katholieken geen haar zal krenken. Als hij de Staten-Generaal in oktober eindelijk inlicht, stelt hij dat het primair draait om de verdediging van het vaderland tegen de Franse dreiging en dat hij Engeland in dat kader ‘dienstbaar’ wil maken aan de Republiek. Hoe hij dat dan precies voor zich ziet, laat hij in het midden.

Voor de Engelsen heeft Willem een geruststellende boodschap: hij komt niet als vijand, maar als vriend, om hun geschonden vrijheid en religie te herstellen. In een declaratie, die in een ongekende oplage van 60.000 stuks door het land wordt verspreid, maakt hij duidelijk dat hij niet uit is op een machtsovername, maar dat hij slechts de samenkomst wil afdwingen van een vrij parlement dat orde op zaken moet stellen. Wat daarbij dan precies de rol van de koning moet zijn, of van hemzelf – hij spreekt zich er niet over uit.

Met geen woord rept de prins over de dynastieke belangen van hemzelf en zijn vrouw. Misschien reikt hun ambitie op dat moment ook niet tot het koningschap. Dat is achteraf moeilijk vast te stellen. Hoe dan ook dragen Willem en Mary overtuigend uit dat ze er eigenlijk geen zin in hebben: een leven in Engeland, met dat bedompte klimaat, die wispelturige bevolking en die grillige politiek.

Tegelijkertijd is er geen twijfel aan dat de Stuart-erfenis hun aan het hart gaat, en dat Jacobus hard op weg is de vrede op het spel te zetten. Halverwege de zeventiende eeuw had in Engeland een burgeroorlog plaatsgevonden, en die had geresulteerd in de executie van Karel I, de grootvader van zowel Willem als Mary, en in het burgerbewind van Oliver Cromwell. Die laatste had zich bepaald niet als een bondgenoot van de Republiek laten kennen. Willem ziet dat scenario liever niet herhaald.

Willem stelt alles in het werk om zijn missie een Engels aanzien te geven. Hij presenteert zich als Engelse prins en vaart onder zijn eigen vlag. De Staten-Generaal verlenen formeel slechts steun, maar stellen wel het Staatse leger ter beschikking, en nemen via een mistige constructie het grootste deel van de financiering voor hun rekening. Daarmee is de eerste onnavolgbare gedoogconstructie van Nederlandse makelij een feit.

Als Willem in november de Noordzee oversteekt, laat hij een oorlogsverklaring achterwege; hij komt immers niet om het land te veroveren, maar om het te bevrijden van afgoderij en wanbestuur – een retorische vondst van de eerste orde. De Nederlandse admiraal van dienst wordt voor de duur van de invasie vervangen door een bij Jacobus in ongenade gevallen Engelsman.

Eenmaal op Engelse bodem laat Willem de Britse soldaten in zijn dienst vooropmarcheren. Want Willem wil vooral uitstralen: dit is geen buitenlandse invasie; wij zijn Britten onder elkaar. Dat is de kern van zijn propaganda – een krachtige boodschap, die nog eeuwenlang zal naklinken in de geschiedschrijving.

Het is de grootste militaire operatie uit de geschiedenis van de Republiek, de brutaalste en de meest riskante. Verpakt in propaganda die de Republiek juist buiten beeld moet houden.

In een paar maanden tijd heeft de prins de grootste zeemacht opgetuigd die de Europese wateren tot dan toe heeft bevaren. De vloot telt tegen de 500 schepen, waaronder 53 oorlogsschepen en 10 branders: schepen die speciaal zijn bedoeld om in brand te steken en op de vijand af te sturen. De rest is voor transport. Aan boord bevinden zich niet minder dan 20.000 uitstekend geoutilleerde soldaten. Want Willems inzet is steeds geweest dat zijn leger op eigen kracht de vijandelijke troepen moet kunnen verslaan, ook als de steun van de Engelse oppositie uitblijft.

Op 11 november zet de formidabele invasiemacht koers richting het zuiden van Engeland. De prins hijst zijn banier: Pro Religione et Libertate staat erop – voor religie en vrijheid. Willem is erop gebrand een zeeslag te voorkomen – de Engelsen mochten eens herinnerd worden aan de Engels-Nederlandse oorlogen van de voorbije decennia – en heeft het tij mee.

Een ‘protestantse’ wind, zoals men hem in die dagen noemt, sluit de Engelse vloot op in de monding van de Theems. Op 15 november zet de prins voet op Engelse bodem, bij de baai van Torbay. De koning had zijn schoonzoon in het noorden verwacht. Hij heeft meer troepen, maar die staan verspreid over het land en zijn van mindere kwaliteit.

Intussen begint de prins zijn mars op Londen. Het is zwaar en koud, het regent, de wegen zijn slecht. Willem houdt halt in Exeter, om zijn mannen op krachten te laten komen en zijn Engelse aanhangers de kans te geven om zich te melden. Niemand heeft tot dan toe die stap gewaagd. Men wacht af, telt zijn knopen; niemand wil de eerste zijn. Tot in Exeter dan toch het eerste schaap over de dam komt.

En dan gaat het snel. In de dagen die volgen, kan de prins de ene na de andere deserteur verwelkomen. Het gaat om edelmannen, militairen, hele regimenten. Sommigen komen uit de directe omgeving van de koning. Het is een aanslag op zijn moreel; de koning is een inzinking nabij. Zijn neus begint hevig te bloeden; hij krijgt opiaten toegediend. De koning twijfelt, panikeert, trekt zich terug, onderhandelt – en vlucht, op 21 december. Zo eindigt de strijd voor die goed en wel begonnen is. De prins heeft de hoofdprijs, waarop hij nooit openlijk aanspraak heeft willen maken, zomaar binnen handbereik.

Dan wordt Jacobus achterhaald bij Faversham. Zijn belagers hebben in eerste instantie niet eens door met de koning van doen te hebben. Na een paar vernederende dagen keert de koning terug naar Londen en neemt hij zijn intrek in het paleis, alsof er niets aan de hand is. Maar de prins laat zich de winst niet meer ontglippen. Hij laat midden in de nacht de wacht vervangen en maakt zijn schoonvader tot een gevangene in zijn eigen paleis. De koning wordt door Willems troepen geëscorteerd naar Rochester, waar hij de kans krijgt alsnog te vluchten, naar Frankrijk.

Nederlandse troepen bezetten Londen. Binnen Willems entourage gaan stemmen op om de troon te claimen bij recht van verovering, maar de prins wil er niet aan. Lees zijn declaratie: hij kwam niet om te veroveren, maar om te bevrijden. Dankzij het ongemeen soepele verloop van zijn campagne kan hij zijn woord gestand doen. De prins roept een conventie bijeen – een buitenparlementair parlement, want alleen de koning kan een echt parlement bijeenroepen – en legt zijn lot in handen van de afgevaardigden. In feite dwingt hij daarmee de Engelsen de machtswisseling zelf te legitimeren.

De conventie staat voor de moeilijke vraag wat te doen met een koning die zijn land heeft verlaten. Niet iedereen vindt het vanzelfsprekend om daarmee zijn goddelijk recht op de troon vervallen te verklaren. Maar nu de koning het land uit is , maakt Willem duidelijk dat hij geen genoegen zal nemen met een regentschap, en dat hij ook niet slechts als echtgenoot van de koningin door het leven wil gaan.

Na eindeloze deliberaties biedt de conventie Willem en Mary gezamenlijk de troon aan. Dat aanbod gaat vergezeld van een pakket voorwaarden, de Declaration of Rights, dat de rechten van het parlement moet waarborgen. Het document geldt als een van de grondslagen onder de constitutionele monarchie.

Op 21 april 1689 worden Willem en Mary in Westminster Abbey gekroond. De nieuwe koning presenteert het land terstond de rekening voor zijn bevrijding en verklaart Frankrijk de oorlog. De Fransen van hun kant steunen Jacobus in een poging zijn verloren rijk terug te winnen. Maar die poging is vergeefs.

Wanneer Willem III in 1702 kinderloos overlijdt, acht jaar na zijn vrouw, wordt hij opgevolgd door zijn protestantse schoonzus Anne, een dochter van de verdreven koning. Dat biedt de Britten de mogelijkheid de invasie van Engeland van 1688 eeuwenlang in dynastieke zin af te doen als een rimpeling.


Meer weten

Boeken
In Groot-Brittannië is de invasie van Engeland van 1688 de geschiedenis in gegaan als een hoogtepunt: de Glorious Revolution – dit was het moment waarop het parlement middels de Declaration of Rights macht over koningen verwierf. De klassieke interpretatie, die tot diep in de twintigste eeuw heeft standgehouden, leunde sterk op de propaganda van Willem III en schilderde de gebeurtenissen van 1688-1689 af als een strikt Engelse aangelegenheid.

Dit beeld werd in 1991 onderuitgehaald door Jonathan Israel, die in The Anglo-Dutch Moment wees op de diepe betrokkenheid van de Republiek. Sindsdien is het beeld onder Britse historici gaan kantelen. Lisa Jardine spreekt in Going Dutch (2008) zelfs in bedekte termen van de verovering van Engeland.

Anderen houden meer het midden aan tussen het idee van een invasie en een revolutie, zoals Patrick Dillon in zijn zeer leesbare The Last Revolution (2006) en Edward Vallance in The Glorious Revolution (2006). Steve Pincus reisde voor zijn boek 1688. The First Modern Revolution (2009) de hele wereld af op zoek naar archiefmateriaal, maar sloeg Nederland over. Bij hem is de Nederlandse inbreng in de Glorious Revolution dan ook ouderwets minimaal.

In de Nederlandse historiografie is er opmerkelijk weinig aandacht voor de Glorious Revolution. Arjen van der Kuijl beschrijft in De glorieuze overtocht (1988) de voorbereidingen van Willems expeditie. Wout Troost blijft in zijn politieke biografie over Willem III (2001) dicht bij de oude Britse interpretatie. Onderhoudend is het boek van Henri en Barbara van der Zee, 1688. Revolution in the Family (1988).

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld welke kant van Martin Luther King Amerika liever vergeet, waarom de Slag om Arnhem faliekant mislukte en hoe Willem van Oranje slim gebruikmaakte van propaganda.