Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 1/2013

Wilhelmina en de neutraliteit

Door: Jaco Alberts
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Jonkheer Bonifacius Cornelis de Jonge is er beduusd van. Als de minister van Oorlog in de middag van 16 mei 1918 wegrijdt bij het koninklijke buitenverblijf De Ruygenhoek in Scheveningen, beseft hij dat hij zojuist een enorme nederlaag heeft geleden. Een uur lang heeft hij tegen een muur staan praten. En die muur heet koningin Wilhelmina. De Eerste Wereldoorlog woedt nog in alle hevigheid, maar De Jonge is het vertrouwen in opperbevelhebber van land- en zeemacht Snijders kwijt. De minister wil generaal Snijders ontslaan. De vorstin wil er niets van weten.


Het is een onaangenaam gesprek geweest, met ‘harde woorden’ over en weer. ‘Kort na de aanvang stond Hare Majesteit op om te zien of de deur goed gesloten was,’ herinnert De Jonge zich. ‘Ik geloof dat het beter is dat men buiten niet hoort wat wij tot elkaar zeggen,’ aldus de vorstin. Ondanks zijn woede voelt De Jonge op de weg terug ook ‘bewondering […] voor de flinkheid waarmede H.M. den storm had doorstaan en met hoogrood gezicht voet bij stuk had gehouden. Ik had niets bereikt.’

Wilhelmina en haar minister voeren een strijd om de vraag wie het in het oorlogsbeleid voor het zeggen heeft. Maar op de achtergrond speelt de worsteling van Nederland om in deze wereldbrand neutraal te blijven. Achteraf is het niet minder dan een mirakel dat Nederland buiten de oorlog blijft. Toeval speelt een grote rol, maar ook een aantal mensen dat op cruciale momenten het hoofd koel houdt. Koningin Wilhelmina doet aanvankelijk haar best, maar uiteindelijk zet ze de neutraliteit op het spel.

Nederland is al neutraal sinds 1839. Zonder België kan het land toch geen rol van betekenis meer spelen op het wereldtoneel. Rond de eeuwwisseling komt de neutraliteit echter onder druk te staan. In Zuid-Afrika leveren de stamverwante Afrikaners een uitzichtloze strijd tegen de Britse koloniale overmacht. In Nederland komt het tot flinke anti-Engelse oprispingen. Ook de piepjonge koningin Wilhelmina vindt de Britten ‘perfide’. Maar vanuit haar liefde voor ‘het Vaderland’ is zij een verklaard voorstander van strikte neutraliteit. Voordat Wilhelmina in 1901 de gereformeerde voorman en pro-Afrikaner Kuyper als premier accepteert, moet hij eerst plechtig beloven de neutraliteit te zullen eerbiedigen.

Als de internationale spanningen verder oplopen, schrijft de koningin voor het kabinet in 1905 een nota over buitenlandse politiek, waarin ze haar neutraliteit onderbouwt: het is in de ogen van de koningin ‘hoogst gevaarlijk’ in tijd van vrede een bondgenootschap te sluiten.

Kiest men voor een continentale mogendheid (Duitsland), dan lopen de koloniën gevaar; valt de keuze op een zeemogendheid (Engeland), dan loopt het moederland gevaar. Nederland mag dus pas in oorlogstijd een keuze maken. ‘Wel zal er ook dan tweestrijd komen tusschen de belangen van moederland en kolonieën, doch dan zullen wij, te rade gaande met de omstandigheden, het kleinste kwaad kunnen kiezen.’

Dan wordt het 28 juni 1914. In Sarajevo steekt de Bosnische nationalist Gavrilo Princip met de moordaanslag op de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand een lont in het kruitvat, en Europa stort zich in een ongekende slachting. Nederland besluit op tijd tot algehele mobilisatie. Die verloopt gladjes en brengt uiteindelijk maar liefst 400.000 soldaten op de been. Organisator van dat huzarenstukje is de 62-jarige stafchef Luitenant-generaal C.J. Snijders, die dan ook op 1 augustus tot opperbevelhebber wordt benoemd.

Er volgen angstige weken. Een enkele verdwaalde Duitse soldaat belandt op Nederlands grondgebied, maar wordt in de kraag gegrepen, zoals de protocollen voorschrijven. De echte oorlog woedt in Frankrijk en België, vlak over de grens.

De Nederlandse neutraliteit zal in de jaren die volgen steeds steviger op de proef worden gesteld. Het is geen eenvoudige opgave voor Wilhelmina. Zij leeft in een overwegend pro-Duitse omgeving. Echtgenoot Hendrik is een Duitse prins, met een broer aan het front. Haar moeder is Duits. De officieren in het Nederlandse leger met wie Wilhelmina zich sterk identificeert – niet in de laatste plaats generaal Snijders – koesteren Duitse sympathieën. Maar ook de meeste ministers in haar kabinet en oppositieleiders als Kuyper en Troelstra voelen zich cultureel meer verwant met Duitsland dan met het Engeland van de Boerenoorlog.

De liberale premier Cort van der Linden krijgt in de oorlog zelfs de bijnaam ‘Caught unter den Linden’, naar de beroemde laan in Berlijn. Later in de oorlog zal een Duitse gezant uit de mond van de Nederlandse premier optekenen dat hij ‘trots’ mag zijn in deze tijden ondanks alle ontberingen tot een ‘heroïsch volk’ te behoren. ‘Mij is dat geluk helaas niet toegevallen,’ aldus Van der Linden. Corts biograaf doet die uitspraak af als nuttige diplomatieke slijmerij, maar de premier heeft het in zijn hart mogelijk echt zo gevoeld, hoe verstandig hij in de oorlog ook heeft geopereerd.

In oktober 1914 nemen de spanningen toe als de Duitsers voor Antwerpen staan. De Britten overwegen een aanval door Zeeland om de belangrijke havenstad te ontzetten. Binnen het kabinet pleit minister Treub van Handel nu voor een aansluiting bij de geallieerden. Nederland zou anders weleens per toeval aan Duitse zijde terecht kunnen komen. Voor Treub is dat een schrikbeeld. Twee ministers steunen hem, maar de meerderheid onder leiding van Cort van der Linden laat zich niet van het neutrale pad brengen.

Treub en zijn medestanders verwoorden problemen waar ook de opperbevelhebber mee kampt. Nederland raakt in oorlog met de partij die als eerste de neutraliteit schendt. Dat lijkt eenvoudig. Maar de eerste schending kan ook door de andere partij worden uitgelokt. Bovendien weet de generaal pas op het allerlaatste moment tegen wie hij moet vechten – in het ergste geval zelfs tegen twee partijen tegelijk!

Politiek is deze ‘doorgevoerde zogenaamde neutraliteit’ misschien verstandig, maar uit militair oogpunt is het tamelijk hopeloos. Snijders zou zijn troepen graag concentreren. Nu heeft hij ze noodgedwongen over het hele land verdeeld.
Snijders vraagt het kabinet herhaaldelijk om heldere instructies voor het geval hij oorlog moet voeren, maar die blijven uit. Ook als de internationale spanningen eind januari 1917 verder oplopen, ontvangt de opperbevelhebber nietszeggende teksten. ‘Wat moet ik dan doen?’ vraagt Snijders zich vertwijfeld af.

Duitsland is dan overgegaan op een ‘onbeperkte duikbotenoorlog’. Ook neutrale schepen zullen worden aangevallen. Het brengt de Verenigde Staten in de oorlog en de druk op Nederland om partij te kiezen wordt groter. Zo torpederen Duitse U-boten op 22 februari zeven Nederlandse koopvaardijschepen.

De Duitse keizer telegrafeert zijn nichtje Wilhelmina dat hij het betreurt, maar merkt wel op dat de reders wisten dat uitvaren gevaarlijk kon zijn. De Nederlandse koningin antwoordt dat Duitsland met zijn duikbotenoorlog de voedselvoorziening van een heel volk in gevaar brengt.

De betrekkingen met Duitsland verslechteren verder als Nederland twee Duitse onderzeeboten aan de ketting legt. De UB30 en de UB6 zijn aan de Nederlandse kust gestrand en de bemanning wordt geïnterneerd. Vooral het feit dat een bewapende Britse koopvaarder wel gewoon wordt teruggestuurd wekt de woede van de Duitse legerleiding.

Generaal Ludendorff, de belangrijkste militair, wil Nederland de duimschroeven aandraaien en zinspeelt op een ultimatum aan het buurland. Ook maakt hij plannen voor een preventieve bezetting van een deel van Zeeland, om zo een Engelse aanval te verhinderen.

Diplomaten moeten alle zeilen bijzetten om deze ‘havik’ in de Duitse leiding te neutraliseren. De Duitse jurist Johannes Kriege reist in het diepste geheim naar Cort van der Linden, met wie hij bevriend is, om tot een vergelijk te komen. De Nederlandse premier laat Ludendorff via Kriege weten een Britse aanval te zullen weerstaan en zegt in zo’n geval ‘niet alleen te willen blijven staan’. Daarmee zinspeelt hij dus op een bondgenootschap met Duitsland. Zover was hij nog nooit gegaan.

De Duitse keizer keert zich tegen escalatie. ‘Holland ist in Ruhe zu lassen,’ schrijft hij. Samen met Wilhelmina komt hij tot een schadevergoeding voor de getorpedeerde schepen en een onafhankelijke commissie gaat beslissen over de geketende U-boten.

Toch loopt in het voorjaar van 1918 de zaak uit de hand. De verhoudingen zijn gespannen gebleven door eisen van de oorlogvoerende partijen over de doorvoer van goederen en ruzies daarover binnen het Nederlandse kabinet. En in maart bereidt Duitsland aan het westfront een groot offensief voor dat de oorlog moet beëindigen voordat de Amerikanen het merendeel van hun troepen over de Atlantische Oceaan hebben gezet. Met Rusland heeft Duitsland een gunstige vrede gesloten en de troepen uit het oosten kunnen meedoen. Veel waarnemers schatten de Duitse oorlogskansen hoog in.

Meer dan ooit zit Nederland nu tussen twee vuren. De Amerikanen eisen alle Nederlandse schepen op die in hun havens liggen. Met veel moeite krijgt de premier Wilhelmina achter een compromisvoorstel waarbij de schepen worden overgedragen onder de belofte dat ze niet gebruikt worden voor het vervoer van troepen. Maar daar hebben de Amerikanen ze natuurlijk juist voor nodig.

Op 20 maart maakt president Wilson bekend de Nederlandse schepen gewoon te confisqueren, een actie die een dag later wordt nagevolgd door Engeland en Frankrijk. Nederland is met stomheid geslagen en Wilhelmina is des duivels over deze ‘schepenroof’. Het kabinet overweegt serieus een ultimatum te stellen, dat Nederland aan Duitse zijde tegen de geallieerden in oorlog zou hebben gebracht. Maar een aantal ministers, onder wie Treub en De Jonge, verzet zich met hand en tand. Uiteindelijk spreekt premier Cort van der Linden slechts een ‘vlammend protest’ uit ‘tegen het onrecht, den dwang en den smaad die ons wordt aangedaan’. In de Tweede Kamer klinkt geklap en gejuich.

Toch is van een zelfstandige neutrale opstelling weinig meer over. Nederland is een speelbal geworden van de oorlogvoerende partijen. Want nu zijn de Duitsers op hun beurt natuurlijk furieus over de slappe houding van Nederland.

Ludendorff eist ongehinderde doorvoer van zand en grind voor fortificaties over Limburgs spoor en water naar België. Maar ook van militair materieel. Om zijn eisen kracht bij te zetten stuurt de generaal alvast twee divisies naar Gent. Ludendorff wil dat de Duitse regering Nederland een ultimatum stelt. Als Nederland niet toegeeft, is het oorlog: ‘Ich bin für die schärfste Tonart,’ zegt hij.

Gelukkig zijn er binnen de Duitse leiding ook gematigde elementen. De Duitse gezant Rosen, die oorlog met Nederland wil voorkomen, zet een ongebruikelijke stap door fractieleiders als Kuyper, Lohman en Troelstra hoogstpersoonlijk te bewerken. Met de premier onderhandelt hij vervolgens in Den Haag over een oplossing waarin Nederland aan alle eisen toegeeft, behalve de doorvoer van militaire goederen.

Wilhelmina, die de Duitse keizer opnieuw om steun vraagt, voelt na de ‘schepenroof’ wel voor concessies aan Duitsland. Daarna zou weer streng moeten worden vastgehouden aan de neutraliteit.
In het heetst van deze crisis breekt binnen de Nederlandse oorlogsleiding echter de pleuris uit. Natuurlijk moet opperbevelhebber Snijders op de hoogte gesteld worden van de Duitse eisen. Dat gebeurt op 22 april door premier Cort en minister De Jonge van Oorlog persoonlijk. De reactie van Snijders is opmerkelijk: Nederland zal in geval van een oorlog door het Duitse leger onder de voet worden gelopen. Het leger bezit te weinig gasmaskers en stalen helmen, en het onder water zetten van de Waterlinie duurt veel te lang.

Als Nederland dan toch aan de oorlog moet deelnemen, dan beter aan Duitse zijde. De vooruitzichten van een gevecht tegen Duitsland waren ‘belangrijk ongunstiger’ dan tegen de geallieerden. Cees Fasseur, biograaf van Wilhelmina, zegt het zo: ‘De generaal had de moed verloren en kwam met een advies dat, eenmaal opgevolgd, voor Nederland fataal zou zijn geweest.’ Duitsland zou de oorlog immers toch hebben verloren en Nederland hebben meegesleept in zijn val.

Als De Jonge diezelfde middag nog in de ministerraad verslag doet, is de stemming ‘ellendig’. De minister zelf is woedend. Hij heeft het nooit zo op de eigengereide, pro-Duitse Snijders gehad, en nu geeft de opperbevelhebber zich over aan puur defaitisme. Vier dagen later regelt hij weer een onderhoud met de generaal. Nu zegt Snijders de verdediging tegen Duitsland ‘doelloos’ te vinden. ‘Ontstellend,’ vindt De Jonge. Voor hem is de maat vol. Snijders moet van zijn taken ontheven worden.

Intussen neemt de oorlogsdreiging een beetje af. Duitsland heeft zijn eis van militair transport laten vallen, maar wil wel via Nederland voedsel voor het leger kunnen aanvoeren. In geheim beraad gaat de Tweede Kamer akkoord met de concessies, behalve als het om voedsel voor soldaten gaat. Voedsel voor paarden is geen probleem. Duitsland neemt er genoegen mee.

Maar de ‘kwestie-Snijders’ is nog niet ten einde. Op 13 mei verdedigt De Jonge in de ministerraad zijn voornemen om de generaal die ‘blijkbaar alle geloof in zijn zaak heeft verloren’ van zijn functie te ontheffen. De verdediging van Nederland kan in zijn ogen nooit ‘doelloos’ zijn. Op de premier na zijn alle ministers het met De Jonge eens. Maar wat blijkt? Koningin Wilhelmina weigert de opperbevelhebber naar huis te sturen.

Hebt u Hare Majesteit dan niet verteld dat bijna het gehele kabinet opstapt als Snijders blijft, vraagt De Jonge aan Cort van der Linden. Zeker wel, zegt de premier, ‘maar Hare Majesteit was van mening dat men reizende heren niet moest ophouden’. Wilhelmina is het kabinet beu. Het is in haar ogen te slap. In het geheim heeft ze haar trouwste adviseurs al gevraagd of het in geval van oorlog niet kan worden vervangen door een club van sterke mannen.

‘Diep verontwaardigd’ gaat De Jonge drie dagen later op De Ruygenhoek verhaal halen bij Wilhelmina. Het is geen prettig gesprek. ‘Toen zij mij wilde uitleggen dat het “doelloos” van generaal Snijders niet zo gemeend was, antwoordde ik dat ik één taal bijzonder goed verstond en dat dit Nederlands was.’ Wilhelmina is echter onvermurwbaar. Vanuit het oogpunt van de ook door haar zo gewenste neutraliteit zou ze de minister eigenlijk gelijk moeten geven, maar ze vindt het onbestaanbaar dat een kabinet dat een ‘schepenroof’ met de mantel der liefde bedekt de opperbevelhebber lafheid verwijt.

Het kabinet besluit in het landsbelang aan te blijven. Een maand later zullen er toch verkiezingen zijn. Maar nog is de kwestie niet uit de wereld. De beker met inconstitutioneel gif moet helemaal leeg. Gegriefd door De Jonge wil Snijders nu zelf zijn functie neerleggen. Wilhelmina wil nog steeds dat hij blijft, maar de ministerraad is uiteraard niet van zins hem dat te vragen.
Daarom schrijft zij, in het bijzijn van de premier, een strikt persoonlijke brief aan Snijders. Gezien de situatie ‘verzoek ik den Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht geen ontslag te vragen’, met een dubbele streep onder ‘ik’. Daarbij tekent de koningin aan dat ‘het voorgevallene, indien mogelijk mijn vertrouwen in U en Uw leiding nog versterkt heeft’.

Wilhelmina en het kabinet strompelen vervolgens naar het einde. Eigenlijk is er van ordelijk bestuur in die laatste oorlogsmaanden nauwelijks nog sprake. De koningin omarmt het onzalige plan van minister Rambonnet van Marine om een konvooi met een Nederlands oorlogsschip naar Indië te sturen. Om de eer te redden, om te laten zien dat de Nederlandse driekleur nog op de wereldzeeën wappert.

Maar de Britten eisen controle van de boten en zijn vast van plan het konvooi aan te vallen als het zonder toestemming uitvaart. Het Nederlandse kabinet wil geen oorlog en gaat door de knieën. Dat is een afgang. Een woedende Rambonnet treedt af en Wilhelmina verzoekt de premier haar afkeuring over het beleid aan de ministerraad over te brengen. In gewone tijden zou een kabinet aftreden, maar opnieuw besluit de ministerraad dat in het landsbelang niet te doen. Dit zijn geen gewone tijden.


Serie

Naar aanleiding van de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden tussen 2013 en 2015 blikt Historisch Nieuwsblad terug op de Nederlandse koningen en koninginnen van de afgelopen 200 jaar. Iedere vorst wordt beschreven aan de hand van een spraakmakende kwestie uit zijn of haar regeerperiode.

In 2012 waren dat de Tiendaagse Veldtocht van koning Willem I, de confrontatie van Willem II met de radicale journalistiek, de populariteit van Willem III na de afschaffing van de slavernij en de strijd van regentes Emma met de links-liberalen om het kiesrecht. Dit artikel beschrijft Wilhelmina’s worsteling met de Nederlandse neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog.



Meer weten


Boeken

In zijn biografie Wilhelmina. De jonge koningin (1998) beschrijft Cees Fasseur het optreden van Wilhelmina tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hierin staan veel wetenswaardigheden over achtergrond, karakter en opvattingen van de koningin.

Johan den Hertog gaat in zijn biografie Cort van der Linden (1846-1935). Minister-president in oorlogstijd (2007) veel dieper in op de buitengewoon ongewikkelde opgave van Nederland om neutraal te blijven. Ook besteedt hij uitgebreid aandacht aan de ‘kwestie-Sijders’.

Datzelfde geldt voor Buiten schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog van Paul Moeyes.
Begin jaren zeventig verscheen al het driedelige werk van C. Smit Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Dat is ook boeiend, maar Smit moest zich vooral op officiële documenten baseren.



Internet

Die officiële documenten, waaronder correspondentie met Snijders, zijn door Smit bijeengebracht onder de naam ‘Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland’: http://tinyurl.com/bnwj2dp. De Herinneringen van minister De Jonge zijn te vinden via http://tinyurl.com/c2sz4xt.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.