Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 12/2012

BOEKEN: De huizenhoge burenruzie in het Jodendom

Vóór de Holocaust waren Joden overdreven nationalistisch

Door: Johannes Houwink ten Cate
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Het doel van Aan de Vooravond, de briljante geschiedenis van het Europese Jodendom in het Interbellum, is uiterst ambitieus. De Britse historicus Bernard Wasserstein wil de cultuur laten zien van de tien miljoen joden in het Europa van 1939. Zo neemt hij afstand van de Holocaust-historiografie, voor zover die op de daders is gericht.

Wasserstein laat de Joodse wereld zien, die door de nationaal-socialisten is vernietigd. Hij wil de dode botten van de slachtoffers van de nazi-rassenwaan ‘hernieuwd leven’ inblazen, door hun optreden te beschrijven. Wasserstein is daarbij wars van elke sentimentaliteit, en hij legt sterk de nadruk op de onderlinge Joodse verdeeldheid.

Het Jodendom was als gevolg van assimilatie, lage geboortecijfers, gemengde huwelijken, de opkomst van het zionisme en emigratie allang geen etniciteit of een gedeelde religie meer. Het was bovenal een huizenhoge burenruzie binnen een snel krimpende minderheidsgroep over een cultuur, waarvan het bestaansrecht discutabel geworden leek.

Wasserstein schrijft over de relaties tussen niet-Joden en Joden. Dat is zijn thema, en daaraan ontleent zijn meeslepende, virtuoos en spits geschreven boek zijn compositorische eenheid. Na een bloeiperiode raakten de niet-Joodse relaties met Joden na 1929 eerst vertroebeld en daarna volledig bedorven, zodat niet-Joden tien jaar later in Joden op z’n best een ongemak zagen en op zijn slechtst ‘ondermensen’.

Joden waren al in de jaren dertig ‘bijna overal’ opgejaagde dieren geworden. Dit verklaart volgens Wasserstein – al zegt hij het niet met zoveel woorden – de passiviteit van de niet-Joden tijdens de Holocaust. Waren zij het niet gewend geraakt om in Joden ongewenste indringers te zien?

  Het kenmerk van dit boek – en de grootste verdienste van de auteur – is dat Wasserstein niet de Joodse minderheid land-voor-land beschrijft, maar zuiver thematisch te werk gaat, zoals alleen een zeer erudiete auteur dat kan. Duitse Joden waren en bleven geen aanhangers van het Joodse geloof maar van het geloof in Duitsland, dat altijd zo goed voor hen was geweest; zelfs toen ze na 1933 de eerste slachtoffers van de nazi’s werden. Satirist Kurt Tucholsky (1890-1935) schreef het al en hij kon het weten, want hij had zichzelf luthers laten dopen. Hij pleegde in Zweedse ballingschap zelfmoord, uit wanhoop over de Joodse passiviteit.

Overdreven nationalisme onder Joden was ook buiten Duitsland schering en inslag. De linkse Frans-Joodse journalist Emmanuel Berl typeerde Poolse joden als ‘geheel niet erg gewenst’, en de Duits-Joodse vluchtelingen als ‘van lage kwaliteit’. Ze zouden een last voor Frankrijk vormen. Tegelijkertijd keerden zelfs geassimileerde of zuiver nominale Joden terug naar de synagogen, terwijl de oude wereld van de diaspora onder de druk van het antisemitisme bezweek.

Vanzelfsprekend ‘kon niemand Auschwitz voorzien’, maar ‘geen serieuze waarnemer van het Europese Jodendom kon in 1939 iets anders dan diep pessimistisch zijn over de toekomst van de joden in Europa,’ zo schrijft Wasserstein.

Want de Joden hadden werkelijk alles geprobeerd. Sommigen baden, maar hun God ‘verraadde hen.’ Ze hadden als nationalisten te midden van nationalisten geprobeerd antisemieten van hun ongelijk te overtuigen of te overtroeven, maar dat was zinloos. Politiek gezien konden ze nog niet de kleinste vuist maken. Ze hadden geprobeerd te emigreren, maar vrijwel niemand wilde hen opnemen. Een enkeling nam wraak, maar tijdens de Kristallnacht van november 1938 demonstreerden de nazi’s wie het wreedst kon wreken.

Ze zaten als paniekerige vliegen opgesloten in een fles, zoals Wasserstein schrijft. ‘Volledig machteloos, vrijwel vriendenloos, en meer en meer hopeloos, wachtten de Europese joden, aan de vooravond van hun vernietiging, op de komst van de barbaren.’


Johannes Houwink ten Cate is hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam.

Aan de vooravond
Bernard Wasserstein

544 p. Nieuw Amsterdam, € 44,95