Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 11/2012

Gouden tijden voor de condottieri in de Renaissance

Door: Annemarie Lavèn
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Vijftiende-eeuws Italië was politiek tot op het bot verdeeld. Terwijl de Renaissance zijn hoogtepunt beleefde streden stedelijke autoriteiten, lokale edelen en de kerk om de macht. Het waren gouden tijden voor de condottieri, die hun diensten aanboden aan wie maar betalen wilde. Er kleefde een groot risico aan dat opportunisme, zo ervoer Sigismondo Pandolfo Malatesta, een van de beruchtste condottieri uit de Italiaanse geschiedenis.

In een brief aan zijn vriend Pierfrancesco de’ Medici beklaagt de ooit gevreesde condottiero Sigismondo Pandolfo Malatesta (1417-1468) zich over zijn lot: ‘Ze zeggen wel dat wie weinig bezit weinig zorgen kent. Ik heb vrijwel niets meer over, maar genoeg zorgen om melancholisch of krankzinnig te worden. Ik heb daarom besloten mijn zogenoemde leger vanaf nu vooral voor de jacht te gebruiken. Dus als je me nog een paar goede jachthonden kunt sturen, zou je me een groot plezier doen…’

Er was niet veel meer over van Sigismondo’s rusteloze ambitie. Tegen het einde van zijn leven was hij vrijwel al zijn bezittingen kwijt, werd er aan de Italiaanse hoven honend over hem gesproken en moest hij lijdzaam toezien hoe zijn levenswerk – de bouw van zijn eigen tempel – door geldgebrek onvoltooid bleef.

Sigismondo was een van de vele condottieri die in de veertiende en vijftiende eeuw profiteerden van de instabiele politieke situatie in Italië. Ze voerden het bevel over een leger huurlingen en boden hun militaire diensten aan aan elke partij die rijk genoeg was om diep in de buidel te tasten, en dapper genoeg om in zee te gaan met de doorgaans even onbetrouwbare als gevaarlijke legerleiders.

Al eeuwenlang kende Italië een bonte verzameling bestuursvormen. Formeel behoorden Centraal- en Noord-Italië tot het Heilige Roomse Rijk, Venetië uitgezonderd. Maar sinds de Hohenstaufen verwaterde het keizerlijke gezag – de meeste keizers bezochten sporadisch hun Italiaanse domeinen – en bestond het land uit een aaneenschakeling van zelfstandige steden en grondgebieden. Het zuiden was een min of meer geünificeerd koninkrijk en in het midden van het land lag de Kerkelijke Staat, die onder de directe heerschappij van de paus viel.

Dankzij een bloeiende handel met vooral het Midden-Oosten en Azië groeiden de steden en ontstond een koopliedenklasse. Deze nieuwe rijken hadden weinig boodschap aan de formele autoriteit van de verre Duitse keizers en hun plaatsvervangers, en gingen zich actief bemoeien met het stedelijke bestuur. Wie de stadsmuren in handen had was de baas, en al snel was dat de stadsbevolking zelf, georganiseerd binnen de gildes. De daadwerkelijke macht lag daarbij in handen van een kleine groep van de rijkste kooplieden.

Maar de welvarende steden met hun omliggende landerijen en de bijbehorende inkomsten waren een aantrekkelijke prooi. Niet alleen lokale krijgsheren lagen op de loer, ook rivaliteit tussen de steden onderling vormde een continu gevaar. Elke stad beschikte dan wel over een eigen militie, maar de stadsverdediging groeide hun boven het hoofd, evenals de organisatie van een effectief stadsbestuur. Een sterkere partij was nodig om de voortdurende ruzies te slechten.

In Midden-Italië kampte de paus met dezelfde problemen. Ook in zijn gebieden waren lokale krijgsheren actief en broeide het in en tussen de steden. Maar de kerk moest nog grotere problemen het hoofd bieden. De paus was weliswaar de plaatsvervanger van God op aarde, maar hij had zich gedurende de tumultueuze Middeleeuwen ook ontpopt tot een wereldlijk vorst als alle andere, die gebieden veroverde, zich schandalig verrijkte en ongegeneerd persoonsverheerlijking najoeg.

Zodra een paus stierf wankelde het precaire machtsevenwicht in heel Italië

Deze dubieuze dubbelrol leidde tot een hardnekkige verdeeldheid tussen de tegenstanders van de wereldlijke macht van de paus en zijn aanhangers, waarbij zware middelen als excommunicatie en kruistochten niet werden geschuwd. Het toch al gebutste pauselijke aanzien bereikte een triest dieptepunt toen het Westers Schisma de kerk uiteenreet en er zowel in Avignon als in Rome een paus zetelde.

Een bijkomend probleem voor iedere nieuwe paus was dat hij niet door familiebanden aan het pauselijk gebied was gebonden. Pausen waren daardoor sterk afhankelijk van anderen om hun invloedssfeer te intensiveren en hun territoria te vergroten. Het verdelen van kerkelijke functies was een probaat middel om dit gemis aan lokale wortels te compenseren, maar zodra een paus stierf wankelde het precaire machtsevenwicht in heel Italië.

Kortom, door het ontbreken van centraal gezag was Italië het toneel van continue lokale en regionale strijd. Hoe funest ook voor de rust en stabiliteit, het waren gouden tijden voor freelance legeraanvoerders. Er was immers werk genoeg. Ook was het niet moeilijk om aan soldaten te komen, want talloze werkloze soldaten uit heel Europa wisten hun weg naar Italië te vinden. De massale toestroom van huurlingen kreeg een extra impuls toen halverwege de vijftiende eeuw de Honderdjarige Oorlog tot een einde kwam.

Tegen die achtergrond begon Sigismondo Malatesta als vijftienjarige jongen zijn militaire loopbaan. Hij was in 1417 als bastaardzoon ter wereld gekomen, het jaar waarin het Westers Schisma eindigde. Toen zijn vader, heer van Rimini, overleed, volgde Sigismondo’s halfbroer Galeotto Roberto hem op. Hoewel Rimini deel uitmaakte van de Kerkelijke Staat, regeerden de Malatesta’s al eeuwenlang over de stad en omliggende landerijen. De stad was belangrijk en welvarend, gunstig gelegen aan zee en omringd door uitstekend te verdedigen heuvels.

Al snel bleek dat Galeotto weinig op had met wereldlijke zaken en zich volledig toelegde op een diepgaande devotie, daarbij aangemoedigd door de paus. De Malatesta-clan uit omringende stadjes vreesde dan ook dat Galeotto binnen afzienbare tijd heel Rimini in handen van de paus zou leggen.

Toen de jonge Sigismondo hoorde dat er een troep gewapende verwanten onderweg was om Rimini in te nemen, trommelde hij in allerijl troepen op. Zijn verdediging had succes en de pretendenten dropen af. Het was Sigismondo’s eerste militaire actie, en hij verdiende er meteen veel krediet mee onder de stedelingen. Toen zijn halfbroer een jaar later stierf, werd Sigismondo benoemd tot heer van Rimini.

Rimini was dan wel idyllisch gelegen, het lag ook ingeklemd tussen de machtigste staten van Italië: in het noorden het oligarchisch bestuurde Venetië, in het noordwesten het hertogdom Milaan, in het westen de republiek Florence en in het zuiden de Kerkelijke Staat. Op een steenworp afstand lag de stad Urbino, waar Federigo de Montefeltro de scepter zwaaide. Deze condottiero met maar één oog en karakteristieke haakneus zou zich ontpoppen tot Sigismondo’s levenslange rivaal.

Sigismondo Malatesta maakte snel carrière, maar toch was hij niet meer dan een omhooggeklommen bastaard zonder adellijke titel. Het was daarom van groot belang de juiste allianties te sluiten en de beste manier om dat te bereiken was een geschikte huwelijkspartner vinden.

Helaas stierf Sigismondo’s eerste vrouw, een telg uit de uiterst machtige Este-familie, al na enkele jaren huwelijk. Maar nog geen jaar later vond hij een nieuwe echtgenote: de onwettige dochter van Francesco Sforza, een van de machtigste condottieri van dat moment. Sigismondo’s schoonvader was niet de minste, want hij had grote kans de nieuwe hertog van Milaan te worden. Toch zou Sigismondo al snel de nadelen van zijn nieuwe verbintenis ervaren.

Sforza was namelijk verwikkeld in een conflict met de paus, waardoor er voor Sigismondo niets anders op zat dan zich ook tegen de paus te keren. Hoewel Sigismondo een uiterst succesvol condottiero was en nooit zonder werk zat, verkeerde hij continu in geldnood. Dus toen Alfonso – de latere koning van Napels – hem inhuurde, hapte hij maar al te graag toe. Er was alleen één probleem: Alfonso was gelieerd aan de paus en dus Sforza’s vijand. Het duurde dan ook niet lang of Sigismondo’s schoonvader stond met een groot leger aan de voet van de heuvels van Rimini.

Talloze werkloze soldaten uit heel Europa wisten hun weg naar Italië te vinden

Het zag er beroerd uit voor Sigismondo, maar hulp kwam uit wel heel onverwachte hoek. Venetië had bezorgd gevolgd hoe Sforza machtiger werd en een steeds grotere bedreiging vormde. Hoewel de republiek zelf ook geregeld gebruikmaakte van Sforza’s diensten, stuurde zij versterkingen naar Sigismondo en kon Sforza worden teruggedrongen. Sigismondo werd als grote overwinnaar binnengehaald en de paus ontbood hem naar Rome om te worden gelauwerd.

Zo konden de wankele verhoudingen tussen staten, steden en lokale strijdheren binnen de kortste keren volkomen kantelen. Hoewel daarbij wel degelijk werd gevochten, vormden de legers ook dikwijls een pressiemiddel en werden conflicten mede door diplomatie opgelost.

Sigismondo speelde dit strategische spel geroutineerd mee. Hij gokte op het snelle geld, stelde zich uitermate opportunistisch op en bezat weinig scrupules. Tegelijkertijd was hij de verpersoonlijking van een renaissancevorst. Hij was intelligent en belezen, en wierp zich op als mecenas voor dichters, schilders en andere kunstenaars. Hij schreef gedichten en legde een eigen collectie boeken aan, waarin werken van Plinius de Oudere. Onder zijn bewind groeide Rimini uit tot centrum van het vroege humanisme.

Geheel naar de mores van zijn tijd bouwde Sigismondo een monument ter ere van zijn stad, maar vooral tot meerdere eer en glorie van zichzelf. Hij nam de befaamde architect Leon Battista Alberti in de arm en gaf hem opdracht de oude kerk van San Francesco in Rimini te verbouwen tot wat de Tempio Malatestiano zou worden, de tempel van de Malatesta.

Nog steeds is het een van de mooiste voorbeelden van renaissance-architectuur. Het exterieur oogt als een klassieke tempel; het interieur is een versmelting van gotische en humanistische elementen. De tempel is gelardeerd met verwijzingen naar de Romeinse keizers, met wie Sigismondo zich graag vergeleek. Hij liet zich afbeelden als keizer, zittend op twee olifanten, met in zijn hand een wereldbol.

Toch zou Sigismondo’s naam altijd besmet blijven en zou hij nooit als renaissancevorst de geschiedenis in gaan, een eer die zijn aartsvijand Federigo de Montefeltro wel toekwam. Dat had alles te maken met zijn losbandige leven. Aan elk hof wemelde het van de bastaardkinderen; zelfs de nobele Federigo had buitenechtelijke nazaten. Maar niemand maakte het zo bont als Sigismondo.

Dat lag niet aan zijn vele minnaressen, maar vooral aan zijn ongebreidelde hartstocht voor de jonge Isotta. Het meisje was amper twaalf toen de heer van Rimini zijn hart aan haar verloor. In de nieuwgebouwde burcht van Rimini zwaaide niet zijn wettige echtgenote Polissena de scepter, maar installeerde Sigismondo openlijk zijn minnares. De chroniqueurs tekenden alles op, en zeiden dat zijn liefde voor Isotta hem tot waanzin dreef.

Niet lang daarna waarde de pest rond in Rimini. Isotta, beschermd in de burcht, die volledig werd afgesloten, overleefde de plaag. Zoveel geluk had Polisenna niet. Zij vluchtte naar een naburig klooster. Op een ochtend werd haar levenloze lichaam gevonden; ze bleek te zijn gewurgd. Sigismondo besteedde geen aandacht aan de geruchtenstroom die op gang kwam na haar geheimzinnige dood, maar zijn achteloosheid zou hem duur komen te staan.

In Rome was in 1458 een nieuwe paus gekozen: Pius II. Vijf jaar eerder was de wereld opgeschrikt door de dramatische val van Constantinopel. Sindsdien was het dreigende Turkse gevaar voortdurend voelbaar, vooral voor de Venetianen. Pius poogde de Europese heersers warm te maken voor een kruistocht, maar zijn plan kwam niet van de grond.

Aanvankelijk gooide Sigismondo hoge ogen bij de nieuwe paus door zijn aanbod een gezamenlijk leger samen te stellen en te leiden om te Turken te verslaan. Maar opnieuw zat opportunisme hem in de weg. Sigismondo had geen baat bij stabiliteit tussen de verschillende staten en heersers – wat een vereiste was voor een succesvolle gezamenlijke actie tegen de Turken – en ondermijnde daarom vredespogingen, tot grote irritatie van Pius.



Het hek was van de dam toen Sigismondo ook nog eens de euvele moed had om de pauselijke vesting Montemarciano in te nemen. Pius reageerde furieus en eiste dat hij zich terug zou trekken. Sigismondo negeerde de pauselijke toorn, maar deze keer gokte hij verkeerd. Voor Pius was dit niet slechts een conflict met een lastige condottiero, maar het begin van een levenslange persoonlijke vete. Hij zette vanaf dat moment alles op alles om Sigismondo ten val te brengen.

Pius nam zowel Federigo als Sforza – ook zijn voormalige schoonvader behoorde inmiddels tot Sigismondo’s vele vijanden ¬– in de arm om de hooghartige krijgsheer klein te krijgen. Hij riep een consistorie bijeen en formuleerde een uitgebreide aanklacht, waarin elke mogelijke aantijging opgenomen werd. Het duurde negen maanden voordat het vonnis werd uitgesproken, maar toen werd Sigismondo op alle punten schuldig bevonden.

Hij zou jonge meisjes hebben verkracht en vermoord, en ook hun ouders hebben omgebracht. Hij zou nonnen hebben verkracht, evenals een Beierse adellijke dame die op pelgrimstocht was. Hij zou in zijn tirannie verscheidene stadjes hebben uitgemoord. Hij zou zijn eerste vrouw hebben vergiftigd en zijn tweede vrouw hebben laten wurgen. Hij zou atheïst zijn en het christendom hebben beledigd.

Later werd een nog schokkender aanklacht toegevoegd, al werd deze niet opgenomen in de aanklacht van de consistorie: Sigismondo zou zelfs gepoogd hebben zijn eigen zoon te verkrachten. De heer van Rimini werd bij verstek veroordeeld: hij werd geëxcommuniceerd; al zijn bezit zou worden geconfisqueerd en zelf zou hij op de brandstapel eindigen.

Lange tijd hield Sigismondo stand tegen Pius. Hij viel zelfs Federigo de Montefeltro aan op zijn eigen grondgebied. Voor beide condottieri was het alles of niets. Federigo moest de eer van de paus hooghouden en zag een grote beloning voor zichzelf in het verschiet; Sigismondo probeerde het vege lijf te redden.

Verscheidene heersers, onder wie Sforza, probeerden te bemiddelen tussen de paus en Sigismondo, want Italië was meer gebaat bij een gezamenlijke strijd tegen de Turken dan bij het uitvechten van persoonlijke vetes. De situatie was uitzichtloos, maar het duurde nog lang voordat Sigismondo definitief verslagen werd. Zowel Pius als hij kampte met gebrek aan geld, en bovendien viel de winter in. Sigismondo had zelfs geen geld om een dak op zijn tempel te laten maken, waardoor de sneeuw naar binnen dwarrelde.

Sigismondo probeerde overal steun en geld los te peuteren, maar werd steeds nauwer ingesloten. Toch kreeg hij hulp. Zowel Venetië als Milaan en Florence waren beducht voor het uitdijen van de Kerkelijke Staat en wilden voorkomen dat de paus het rijke Rimini bij zijn domeinen zou voegen. Uiteindelijk zwichtte Pius en bood hij Sigismondo gratie aan, zij het onder uiterst strenge voorwaarden. Misschien wel de bitterste pil was dat hij al zijn burchten, kastelen en landerijen, met uitzondering van de stad Rimini, aan Federigo moest afstaan.

Nog eenmaal zou Sigismondo gloriëren, toen hij het bevel mocht voeren over een gezamenlijke legermacht tegen de Turken. Hij bevrijdde Sparta, maar moest uit gebrek aan geld en manschappen zijn taak neerleggen. Op 9 oktober 1468 stierf hij, op 51-jarige leeftijd. De condottiero had een leven lang strijd gevoerd – voor Rimini, maar vooral voor zichzelf. Sigismondo was daarbij te ver gegaan en bij zijn dood was hij vrijwel alles kwijt.

In de decennia die volgden op zijn dood kende Italië een relatieve rust en streefden de verschillende staten naar een vreedzame samenwerking. De tijd van de condottieri was voorbij. Sigismondo’s lichaam werd bijgezet in zijn eigen tempel, enkele jaren later gevolgd door zijn geliefde Isotta.

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door de Provincia di Rimini.

Meer weten
Boeken

Een informatieve bundel is The Italian Renaissance State, onder redactie van Andrea Gamberini en Isabella Lazzarini (2012). Een al weer wat ouder, maar handig startpunt voor een overzicht van Italië tijdens de Renaissance is Italy in the Age of the Renaissance van Denys Hay en John Law (1989). The Malatesta of Rimini and the Papal State van P.J. Jones (1974) gaat gedetailleerd in op de relatie tussen de familie en de paus, en besteedt veel aandacht aan het leven van Sigismondo. Van dezelfde auteur is The Italian City-State (1997), dat de stedelijke ontwikkelingen tot aan de tijd van de condottieri beschrijft.

Musea en kastelen
In Rimini en directe omgeving herinnert nog veel aan de verbeten strijd tussen de Malatesta’s en de Montefeltro’s. Tientallen burchten markeren de vroegere territoriale grenzen. Zeker de moeite waard zijn de burcht San Leo en het stadje Verrucchio.

Internet
Zie voor meer informatie over de omgeving van Rimini, bereikbaarheid en verblijfmogelijkheden: en.riviera.rimini.it/info/malatesta-montefeltro-75.