Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Nederlands drama bij Duinkerken

Door: A.K. Horlings

Een Franse generaal wilde af van al die Hollanders, die na de Duitse inval plotseling in Duinkerken terecht waren gekomen. Hij bracht zijn eigen plan om zeep toen op 20 mei 1940 1200 militairen waren ingescheept op de SS Pavon en het schip wilde vertrekken. Hij vond dat niet genoeg, maar toen werd het eb, zaten de sluizen dicht en trad een urenlange vertraging op. Het naderende troepentransport kan de actieve Duitse vliegers niet zijn ontgaan. Een uur na uitvaren volgde het fatale bombardement, waardoor vijftig Nederlandse soldaten sneuvelden. Het schip kon op het strand worden gezet. Op volle zee had de ramp het aantal doden van Rotterdam, nog maar zes dagen eerder, waarschijnlijk overtroffen. Volgens de meeste geschiedenisboeken begon voor Nederland de bezetting in de Tweede Wereldoorlog na de capitulatie op 15 mei 1940, na het bombardement van Rotterdam. Minder bekend is dat de strijd in Zeeland nog drie dagen doorging, totdat daar ook Middelburg was gebombardeerd.

Bijna onbekend is dat een deel van het Nederlandse leger via België in Duinkerken terecht kwam, om op 20 mei met 1450 man in te schepen op een Frans schip, de Pavon. Mijn vader, Wubbe Horlings (1917-1993), toen 22 jaar, was één van de 1450 man aan boord. Hij vertelde er wel eens wat over: dat hij van plaats gewisseld had met een soldaat die op die plek de dood vond; dat hij meters diep in het onderruim gevallen was, op de lading kapok die zijn val had gebroken; dat hij ternauwernood zijn eigen leven had gered. Dat hij na vooral een lange voetmars, vervuild en met baard, thuiskwam bij zijn meisje, waar eigenlijk niemand meer op zijn terugkeer had gerekend, behalve zij. Dertien jaar later verhuisden we naar Den Haag. Onze nieuwe bovenbuurvrouw was een weduwe. Ze had niet alleen haar man verloren, maar ook een zoon: op een schip bij Calais. Dat schip.

Het waren flarden van verhalen, die geen concrete vorm kregen. Ik heb hem gevraagd of hij ze op wilde schrijven. Ik nam kennis van zijn verslag, maar eigenlijk hebben we het er nauwelijks over gehad. Het verdween ergens onderin een la. Ik weet wel dat ik niet begreep dat het schip een Franse bestemming had. Waarom? Engeland lag aan de overkant; bij redelijk weer kun je in Duinkerken de Britse krijtrotsen zien. Pas onlangs is het verhaal weer uit die la gekomen. Ik besloot het op internet te zetten. En als (oud-)journalist er ook wat achtergrondinformatie aan toe te voegen. De achtergronden bleken intrigerend. De tragedie met de Pavon wordt intensief beschreven op de website www.zuidfront-holland1940.nl over het begin van de oorlog in Zuid-Nederland. Een aantal onbekende ego-documenten van lotgenoten (via bijvoorbeeld www.geheugenvannederland.nl en krantenberichten (kranten.kb.nl voegden onbekende, belangrijke gegevens toe. De situatie voor de verzamelde Nederlandse troepen in Duinkerken was hoogst onaangenaam. De plaatselijke commandant, brigadegeneraal Watrin, zat allerminst te wachten op dat zootje ongeregeld, dat thuis de strijd had opgegeven. Hun verzorging was bar slecht.

De onvermijdelijke Slag om Duinkerken kondigde zich aan in voortdurende bombardementen. Maar dr. L. de Jong geeft in zijn verslag in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog over de gebeurtenissen die zouden volgen toch een wat te luchtige voorstelling van zaken: Op 20 mei) scheen er voor de meeste, bij Duinkerken aanwezige Nederlandse militairen, uitkomst te dagen: bijna vijftienhonderd hunner mochten zich aan boord begeven van het stoomschip Pavon; dat een week tevoren in Vlissingen met zoveel moeite gelost was; de bedoeling was dat de Pavon (een schip van ruim 4000 brt) naar Cherbourg zou varen. (De Jong, deel 3, pag. 491) Er scheen uitkomst te dagen. De soldaten mochten zich aan boord begeven. Maar ze mochten niks; ze kregen opdracht. Niet hun probleem werd opgelost, maar het probleem dat Watrin met ze had. Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat ze daar doodsbenauwd over waren. In het verhaal wordt duidelijk gemaakt dat de Franse commandant van Duinkerken, generaal Watrin, voor een belangrijk deel verantwoordelijkheid was voor de ramp. Hij wilde al die Hollanders kwijt op het vrachtschip, dat al eerder was ingeschakeld voor troepentransport. Toen 1200 man in de ruimen waren ondergebracht en de kapitein wilde vertrekken, hield hij het schip tegen: niet genoeg! Met 1450 soldaten aan boord zat het schip vol, maar toen waren de sluizen dicht, want het was eb geworden en het wachten was op de volgende vloed. Intussen vlogen Duitse jagers en bommenwerpers af en aan.

De vliegers hebben zonder twijfel geconstateerd dat honderden mannen op de kade stonden om aan boord te gaan; zij hoefden dus alleen maar te wachten tot het schip uit zou varen. De bommen vielen een uur na vertrek. Een voltreffer viel door alle dekken heen en doodde tientallen soldaten. In de Nederlandse oorlogsgeschiedenis heeft de ramp nauwelijks meer dan een voetnoot opgeleverd. De oorlog was nog maar net begonnen en daarna gebeurde er veel meer, veel ernstiger en soms onvoorstelbare dingen. De Pavon had een Franse bestemming. Daardoor voer het schip dicht onder de kust. Was Engeland het doel geweest, dan had ik hier dit verhaal nu niet zitten schrijven. Dan was het schip in diep water en in het nachtelijk duister (al was het volle maan) reddeloos verloren geweest. Dan was het bombardement op de Pavon een ramp geworden met mogelijk nog meer slachtoffers dan bij het bombardement van Rotterdam (800) op 14 mei, zes dagen eerder. Nu kon de kapitein het schip op het land zetten. Het werd eb; de laagste stand van het water zou om 7 uur 's morgens worden bereikt. Het overgrote deel van de opvarenden kon langs touwen op het droge strand in veiligheid worden gebracht.

Franse generaal wilde af van Hollanders

Een Franse generaal wilde af van al die Hollanders, die na de Duitse inval plotseling in Duinkerken terecht waren gekomen. Hij bracht zijn eigen plan om zeep toen op 20 mei 1940 1200 militairen waren ingescheept op de SS Pavon en het schip wilde vertrekken. Hij vond dat niet genoeg, maar toen werd het eb, zaten de sluizen dicht en trad een urenlange vertraging op. Het naderende troepentransport kan de actieve Duitse vliegers niet zijn ontgaan. Een uur na uitvaren volgde het fatale bombardement, waardoor vijftig Nederlandse soldaten sneuvelden. Het schip kon op het strand worden gezet. Op volle zee had de ramp het aantal doden van Rotterdam, nog maar zes dagen eerder, waarschijnlijk overtroffen. Volgens de meeste geschiedenisboeken begon voor Nederland de bezetting in de Tweede Wereldoorlog na de capitulatie op 15 mei 1940, na het bombardement van Rotterdam. Minder bekend is dat de strijd in Zeeland nog drie dagen doorging, totdat daar ook Middelburg was gebombardeerd.

Bijna onbekend is dat een deel van het Nederlandse leger via België in Duinkerken terecht kwam, om op 20 mei met 1450 man in te schepen op een Frans schip, de Pavon. Mijn vader, Wubbe Horlings (1917-1993), toen 22 jaar, was één van de 1450 man aan boord. Hij vertelde er wel eens wat over: dat hij van plaats gewisseld had met een soldaat die op die plek de dood vond; dat hij meters diep in het onderruim gevallen was, op de lading kapok die zijn val had gebroken; dat hij ternauwernood zijn eigen leven had gered. Dat hij na vooral een lange voetmars, vervuild en met baard, thuiskwam bij zijn meisje, waar eigenlijk niemand meer op zijn terugkeer had gerekend, behalve zij. Dertien jaar later verhuisden we naar Den Haag. Onze nieuwe bovenbuurvrouw was een weduwe. Ze had niet alleen haar man verloren, maar ook een zoon: op een schip bij Calais. Dat schip.

Het waren flarden van verhalen, die geen concrete vorm kregen. Ik heb hem gevraagd of hij ze op wilde schrijven. Ik nam kennis van zijn verslag, maar eigenlijk hebben we het er nauwelijks over gehad. Het verdween ergens onderin een la. Ik weet wel dat ik niet begreep dat het schip een Franse bestemming had. Waarom? Engeland lag aan de overkant; bij redelijk weer kun je in Duinkerken de Britse krijtrotsen zien. Pas onlangs is het verhaal weer uit die la gekomen. Ik besloot het op internet te zetten. En als (oud-)journalist er ook wat achtergrondinformatie aan toe te voegen. De achtergronden bleken intrigerend. De tragedie met de Pavon wordt intensief beschreven op de website www.zuidfront-holland1940.nl over het begin van de oorlog in Zuid-Nederland. Een aantal onbekende ego-documenten van lotgenoten (via bijvoorbeeld www.geheugenvannederland.nl en krantenberichten (kranten.kb.nl voegden onbekende, belangrijke gegevens toe. De situatie voor de verzamelde Nederlandse troepen in Duinkerken was hoogst onaangenaam. De plaatselijke commandant, brigadegeneraal Watrin, zat allerminst te wachten op dat zootje ongeregeld, dat thuis de strijd had opgegeven. Hun verzorging was bar slecht.

De onvermijdelijke Slag om Duinkerken kondigde zich aan in voortdurende bombardementen. Maar dr. L. de Jong geeft in zijn verslag in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog over de gebeurtenissen die zouden volgen toch een wat te luchtige voorstelling van zaken: Op 20 mei) scheen er voor de meeste, bij Duinkerken aanwezige Nederlandse militairen, uitkomst te dagen: bijna vijftienhonderd hunner mochten zich aan boord begeven van het stoomschip Pavon; dat een week tevoren in Vlissingen met zoveel moeite gelost was; de bedoeling was dat de Pavon (een schip van ruim 4000 brt) naar Cherbourg zou varen. (De Jong, deel 3, pag. 491) Er scheen uitkomst te dagen. De soldaten mochten zich aan boord begeven. Maar ze mochten niks; ze kregen opdracht. Niet hun probleem werd opgelost, maar het probleem dat Watrin met ze had. Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat ze daar doodsbenauwd over waren. In het verhaal wordt duidelijk gemaakt dat de Franse commandant van Duinkerken, generaal Watrin, voor een belangrijk deel verantwoordelijkheid was voor de ramp. Hij wilde al die Hollanders kwijt op het vrachtschip, dat al eerder was ingeschakeld voor troepentransport. Toen 1200 man in de ruimen waren ondergebracht en de kapitein wilde vertrekken, hield hij het schip tegen: niet genoeg! Met 1450 soldaten aan boord zat het schip vol, maar toen waren de sluizen dicht, want het was eb geworden en het wachten was op de volgende vloed. Intussen vlogen Duitse jagers en bommenwerpers af en aan.

De vliegers hebben zonder twijfel geconstateerd dat honderden mannen op de kade stonden om aan boord te gaan; zij hoefden dus alleen maar te wachten tot het schip uit zou varen. De bommen vielen een uur na vertrek. Een voltreffer viel door alle dekken heen en doodde tientallen soldaten. In de Nederlandse oorlogsgeschiedenis heeft de ramp nauwelijks meer dan een voetnoot opgeleverd. De oorlog was nog maar net begonnen en daarna gebeurde er veel meer, veel ernstiger en soms onvoorstelbare dingen. De Pavon had een Franse bestemming. Daardoor voer het schip dicht onder de kust. Was Engeland het doel geweest, dan had ik hier dit verhaal nu niet zitten schrijven. Dan was het schip in diep water en in het nachtelijk duister (al was het volle maan) reddeloos verloren geweest. Dan was het bombardement op de Pavon een ramp geworden met mogelijk nog meer slachtoffers dan bij het bombardement van Rotterdam (800) op 14 mei, zes dagen eerder. Nu kon de kapitein het schip op het land zetten. Het werd eb; de laagste stand van het water zou om 7 uur 's morgens worden bereikt. Het overgrote deel van de opvarenden kon langs touwen op het droge strand in veiligheid worden gebracht.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Luther

Deze diepgravende biografie van Maarten Luther belicht zijn goede kanten, zoals de moed om op te treden tegen de Kerk, maar ook zijn slechte, zoals zijn virulente antisemitisme.

€ 39,99 | Koop nu

Middeleeuwen