Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Mannetjesmaker Ben Korsten

Door: Frank Verburg

Historisch Nieuwsblad 3/2012
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Hij was de eerste spindoctor in politiek Den Haag: Ben Korsten. Nadat hij als ‘foute’ journalist in 1947 een publicatieverbod had gekregen, werd hij pr-man. Binnen enkele jaren was Korsten kind aan huis bij ministers, ambtenaren en redacteuren. Maar zo goed als hij het imago van anderen wist te verkopen, zo slordig sprong hij om met zijn eigen reputatie.


‘Gedurende enkele uren van klaarblijkelijke zinsbegoocheling is Ben Korsten als een blinde door alle rode lichten gereden, aangemoedigd door een paar geroutineerde journalisten.’ Op deze wijze typeerde Vrij Nederland op 30 september 1967 een reeks interviews met Ben Korsten, die twee weken daarvoor in de Haagse Post en de Volkskrant waren gepubliceerd. Hij had zijn mond voorbijgepraat en tegen twee journalisten opgeschept over zijn werk, zijn invloed en zijn contacten met hooggeplaatste Nederlandse politici.

  Premier De Jong noemde hij ‘Pietje’ en minister Klompé ‘Mamalou’. Deze uitlatingen, en de opschudding die ze veroorzaakten, betekenden het einde van de carrière van Ben Korsten als public-relationsadviseur van Kamerleden, staatssecretarissen en ministers.

Hoe was Korsten, die ook wel ‘de Raspoetin van Den Haag’ werd genoemd, op zo’n invloedrijke positie terechtgekomen? En hoe was het mogelijk dat deze mannetjesmaker, die zo goed was in het bouwen van imago’s voor zijn klanten, zo faalde toen het ging om zijn eigen beeldvorming?

Ben Korsten werd in 1916 in het Zuid-Hollandse Hillegom geboren als zoon van een bollenhandelaar. Zijn vader was zelden thuis en de eerste elf jaar van zijn leven woonde hij alleen met zijn moeder in een grote villa in Heemstede. Korsten groeide op in de katholieke upperclass van het Kennemerland. Hij ging naar de jezuïtische school in Haarlem, waar hij in de klas zat met Godfried Bomans. Hij was een vriendelijke en charmante jongen, en volgens zijn zus Enny waren ‘de vrouwtjes dol, dol, dol op hem’.

Toch maakte hij in zijn jeugd perioden mee waarin het slecht met hem ging en hij van een arts kalmerende spuitjes kreeg. Ook dronk hij af en toe stevig. Moeilijke perioden heeft Korsten zijn hele leven gehad. Volgens Enny leed hij mogelijk aan een manisch-depressieve stoornis.

Al tijdens zijn schooltijd schreef Korsten artikelen voor het Haarlem’s Dagblad en na zijn examen ging hij meteen bij die krant aan de slag. Hij moest de grote nieuwskoppen op borden schrijven die voor de deur van het redactiegebouw in de Grote Houtstraat in Haarlem stonden. In 1936 werd Korsten verslaggever en later sportredacteur.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Korsten actief voor het Haarlem’s Dagblad, ook toen de krant in mei 1942 gedwongen werd te fuseren met de Oprechte Haarlemsche Courant. Korsten leek geen moeite te hebben met deze overgang of met de druk die de Duitse bezetter op de krant uitoefende.

Integendeel, hij bleek op bepaalde punten zelfs positief te staan tegenover de bezetter, gezien zijn brief uit 1942 aan de hoofdredacteur van het Haarlem’s Dagblad, waarin hij liet weten dat ‘dit blad meer in de richting van de nieuwe orde werkzaam’ moest zijn. In de loop van 1942 verschenen in de krant steeds meer artikelen van Korsten die op collaboratie wezen. Ook publiceerde hij in het nationaal-socialistische tijdschrift De Waag.

Toch zou het te eenzijdig zijn om Korsten als collaborateur te omschrijven. In januari 1944 diende hij zijn ontslag in bij het Haarlem’s Dagblad, vermoedelijk omdat hij kort tevoren had gehoord dat de regering in Londen plannen maakte om na de oorlog een perszuivering door te voeren.

Korsten werd actief in het verzet. Hij schreef veel voor verzetskranten in het Kennemerland en onderhield contacten met verschillende prominenten uit de ondergrondse. Hierbij nam Korsten grote risico’s: bekenden van hem werden opgepakt en door de Duitsers gefusilleerd. Enkele malen vonden huiszoekingen plaats in het huis van Korsten, waarbij hijzelf steeds uit handen van de Duitsers wist te blijven.

Korstens motieven om over te stappen naar het verzet lijken voornamelijk van pragmatische aard. De angst om na de oorlog te worden gestraft zou de belangrijkste beweegreden zijn. Toch speelde er ook iets anders. Korsten voelde zich erg betrokken bij de politiek. Neutraliteit was voor hem geen optie. Daarnaast wist hij goed wat mensen wilden horen en kon hij beide kanten van een verhaal met evenveel verve verkopen. De overtuiging waarmee hij zich vanaf 1944 in het verzet stortte, en de risico’s die hij hierbij nam, leken net zo oprecht als zijn stukken voor De Waag.

Toch moest Korsten na de bevrijding voor de Commissie voor de Perszuivering (CPZ) verschijnen. Met name zijn artikelen in De Waag, waarin hij uiteen had gezet dat katholicisme en nationaal-socialisme goed te verenigen waren, werden hem kwalijk genomen. Hoewel het door de CPZ aangelegde dossier ook vele brieven bevat waarin prominenten uit het verzetswezen Korsten vrijpleitten, werd hij in februari 1947 veroordeeld tot een beroepsverbod van zeven jaar. Twee jaar later werd hij in hoger beroep vrijgesproken.

Korsten was toen al begonnen aan een nieuwe carrière buiten de journalistiek. Hij ging werken als perschef van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en als hoofd Voorlichting van de Nationale Energie Manifestatie E-55 in Rotterdam. Daarmee was Korsten een van de eerste professionele pr-adviseurs in Nederland.

Anno 2012 zijn er in Nederland zo’n 15.000 journalisten, tegenover 150.000 persvoorlichters. Dat betekent dat er voor elke journalist tien voorlichters zijn. De situatie was totaal anders in het Nederland van de jaren vijftig en zestig. Met name in de politiek waren public relations nog iets onbekends.

De eersten die in Nederland gebruikmaakten van pr-adviseurs waren ondernemers. Tijdens de naoorlogse wederopbouw kregen bedrijven meer behoefte aan publiciteit voor hun projecten. De toenemende vraag naar ‘perschefs’ werd meestal beantwoord door mensen met ervaring bij de overheid of in het leger. Ook journalisten hadden belangstelling. De eerste zelfstandige Nederlandse pr-adviseur heette G.J. van Hulzen; hij begon zijn praktijk in 1950. Twee jaar later volgden F.E. Hollander en M.C. Beauchez zijn voorbeeld. Deze drie pioniers waren goede bekenden van Korsten.

Vanaf 1955 begon Korsten als zelfstandig pr-adviseur te werken. Een van zijn eerste opdrachten kwam van de steenfabriek Van Herwaarden. De fabriek had een conflict met de gemeente Hillegom en vroeg Korsten te bemiddelen. Hierin was hij zo succesvol dat de fabriek hem voor de rest van zijn leven 1000 gulden per maand betaalde.

Al snel daarna kreeg Korsten een vaste klant: Reinder Zwolsman. Van deze vastgoedmagnaat was bekend dat hij net als Korsten tijdens de oorlog zowel voor de Duitsers als voor het verzet had gewerkt.

Via Zwolsman kwam Korsten in 1959 in contact met Harry van Doorn, voorzitter van de Katholieke Volkspartij (KVP). De partij besloot van Korstens diensten als pr-man gebruik te maken in de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 1959. Hij trad toe tot de Propaganda Advies Commissie (PAC) en organiseerde de werkbezoeken van katholieke bewindspersonen als minister Herman Witte van Volkshuisvesting en de staatssecretarissen Norbert Schmelzer en Gerard Veldkamp. Daarnaast onderhield Korsten contact met de niet-katholieke tijdschriften.

Over Korstens functioneren tijdens deze verkiezingscampagne was men bij de KVP zeer tevreden, en hij werd gevraagd om lid te blijven van de PAC. Ook kreeg Korsten steeds meer andere opdrachten. Zo schreef hij in 1960 een verzoek aan de rijkere leden van de KVP om meer geld te doneren, en ging hij zich bezighouden met de voorlichting van ministeries.

In 1961 vroeg minister Veldkamp van Sociale Zaken en Volksgezondheid hem advies uit te brengen over de voorlichtingsdienst op zijn departement. Later kreeg Korsten soortgelijke opdrachten van de ministeries van Defensie en Onderwijs.

Ondertussen werkte Korsten ook nog voor Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, het Academisch Ziekenhuis in Leiden (via Sidney van den Bergh, topman van Unilever, oud-minister van Defensie en Eerste Kamerlid van de VVD), drukkerij Rotogravure, RTN (uitgever van TeleVizier) en een wetenschappelijke commissie die was ingesteld door de sigarettenindustrie, die de nadelige invloed van het roken op de gezondheid moest nagaan. Hierover zei Korsten eens: ‘Toch een durf om je eigen ondergang te financieren.’

Met veel van zijn klanten had hij vriendschappelijke contacten. Vooral met Veldkamp en Schmelzer ging hij veel om, hoewel het contact met deze laatste minder werd toen Korsten een affaire begon met Schmelzers vrouw.

Korstens cliëntèle bevond zich niet alleen in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven en zelfs de pers. Dit maakte zijn positie tot die van een spin in het web. Dat Korsten die rol kon spelen kwam doordat het vak van pr-adviseur nog in de pioniersfase verkeerde. Tegenwoordig zijn pr-adviseurs gespecialiseerder en is het ondenkbaar dat een en dezelfde voorlichter werkt voor politici, ondernemers en journalisten.

Nadat in 1967 Berend Jan Udink (CHU) minister van Ontwikkelingshulp was geworden, begon Korsten op diens verzoek met het opzetten van een voorlichtingsdienst. Dit bleek een ingewikkelde klus, mede omdat Ontwikkelingshulp geen eigen ministerie had, maar een onderdeel was van Buitenlandse Zaken.

Udink verklaarde in 2002 in een niet-uitgezonden interview voor het tv-programma Andere Tijden dat er kritiek was geweest van een grote groep ambtenaren op het feit dat Korsten als buitenstaander was binnengehaald. Udink sloot niet uit dat het deze ambtenaren waren geweest die journalisten op Korsten af hadden gestuurd, in de hoop op een rel.

Journalist Emile van Konijnenburg van de Haagse Post hield het interview dat Korsten de kop zou kosten, omdat hij breeduit vertelde over zijn contacten in Den Haag. Naderhand beweerde de pr-man dat hij niet wist dat het gesprek zou worden gepubliceerd. Wouter van Praag, destijds twintiger en medewerker van Korsten, vermoedt dat hij dronken was. Van Konijnenburg spreekt dit tegen. Volgens hem wist Korsten heel goed wat hij tegen de verslaggever zei.

In de dagen na publicatie werd Korsten in diverse media met de grond gelijkgemaakt. Verschillende kranten verbaasden zich openlijk over de invloed die Korsten, als niet-gekozene, had op het regeringsbeleid. Deze verbazing en de bijbehorende kritiek waren te begrijpen. Dit was immers de eerste keer dat de wereld buiten het Haagse Binnenhof kennismaakte met het fenomeen spindoctor. Daarnaast had Korsten geen ambtseed afgelegd en kon men niet zeker weten of hij wel goed met vertrouwelijke informatie omging.

Hier stond tegenover dat het merendeel van de journalisten al jaren op de hoogte was van de activiteiten van Korsten en dat velen hem persoonlijk kenden. Zijn adviseurstaken waren bovendien niet in strijd met de wet. Toch werd de stroom kritische publicaties Korsten uiteindelijk fataal. Alle ministers vroegen hem ontslag te nemen, en dat deed hij dan ook.

Na zijn ontslag viel Korsten in een zwart gat. Hij gebruikte al jaren morfine en kwam in verschillende afkicktrajecten terecht. Tijdens zijn carrière had hij een flink kapitaal opgebouwd, maar na twee jaar kwam hij toch in financiële problemen. In augustus 1969 overleed Korsten in de Ursula-kliniek in Wassenaar.

De doodsoorzaak is nooit duidelijk geworden. Korsten kreeg de dag voor zijn overlijden een shot morfine toegediend, maar het is onduidelijk door wie. Het personeel van de kliniek ontkende elke betrokkenheid. Zijn zus Enny en Vrij Nederland-journalist Rudi van Meurs hebben gesuggereerd dat er sprake was van een moordcomplot, opgezet door Haagse politici die vreesden dat Korsten te veel over hen wist.

Hoe dan ook, de omstandigheden rond zijn overlijden maken deel uit van de mythevorming rond Ben Korsten. Die wordt verder gevoed door het feit dat geen van de politici met wie Korsten jarenlang bevriend was naar zijn begrafenis kwam.

Ben Korsten was de eerste spindoctor in de Nederlandse politiek. Hij maakte politici duidelijk dat niet alleen de inhoud, maar ook de vorm waarin ze hun boodschappen verpakten van groot belang was. Hoewel zijn activiteiten niet te vergelijken zijn met hoe de huidige generatie spindoctors en pr-adviseurs te werk gaat, wordt Korsten door velen van hen gezien als hun voorloper.

Hij deed zijn werk uitstekend. Korsten was er een meester in zijn cliënten in de publiciteit te krijgen en blonk uit in het leggen van contacten tussen journalisten en politici, die voor beide partijen gunstig waren. Als geen ander was hij in staat mensen voor zich te winnen en bij te staan wanneer zij problemen of moeilijkheden hadden. Zijn eigen problemen kon hij daarentegen niet oplossen.

Korsten is vaak omschreven als een man die alles voor anderen kon regelen, maar die slecht voor zichzelf zorgde. Zijn stemmingswisselingen en zijn morfineverslaving vormden een constant gevaar. Uiteindelijk werd één moment van onachtzaamheid en gebrek aan professionaliteit hem fataal.


MEER WETEN

Dit artikel is een bewerking door Frank Verburg van zijn masterscriptie. Het is gebaseerd op archiefonderzoek in het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, en het Katholiek Documentatie Centrum (KDC). Ook heeft Verburg gesproken met zus Enny Mulder-Korsten en Wouter van Praag, die halverwege de jaren zestig voor Korsten werkte.

Film/televisie
Uit 1983 komt de film De mannetjesmaker. Gerard Thoolen speelt de rol van Ben Mertens, voor wie Korsten model heeft gestaan. Ook in deze film wordt de suggestie gewekt dat Korsten vermoord zou zijn.

In 2002 besteedde het tv-programma Andere Tijden aandacht aan de affaire-Korsten. Opvallend is dat zowel in de film als in Andere Tijden milder over Korsten wordt gesproken dan in de jaren zestig. Korsten wordt beschouwd als slachtoffer en niet als dader.

Afbeelding: Ben Korsten
 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen