Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2011

De Koude Oorlog in Nederland

Een fijne tijd

Door: Duco Hellema
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Vier decennia lang heeft de Koude Oorlog op verschillende manieren doorgewerkt in Nederland. In de buitenlandse politiek oriënteerde ons land zich op de Verenigde Staten en spande het zich in voor de Europese integratie; in Nederland zelf probeerde men de communistische dreiging te keren door de welvaart te vergroten. Daardoor was de Koude Oorlog in veel opzichten de meest aangename periode in de Nederlandse geschiedenis van de twintigste eeuw.
Het is inmiddels alweer twintig jaar geleden dat er een einde kwam aan de Koude Oorlog. Langzamerhand kunnen we met een wat meer afstandelijke blik op deze periode terugkijken. Daarbij kan in ieder geval worden vastgesteld dat de tegenstelling tussen de communistische statenwereld en het Westen een grote invloed heeft gehad op de Nederlandse samenleving.

Er wordt soms met enige weemoed teruggeblikt op de decennia van de Koude Oorlog, toen de wereld nog beheerst leek door duidelijke politieke tegenstellingen. De dreiging kwam uit het Oosten. Enkele honderden kilometers van de Nederlandse grens stonden Sovjet- en Warschaupact-tanks klaar om op te rukken. Onder deze grimmige omstandigheden was het vooral zaak de westerse eenheid te bewaren. Alleen met steun van de Verenigde Staten en de andere NAVO-leden kon Nederland zich teweerstellen tegen het Sovjetgevaar. Het Nederlandse schip van staat diende dus logischerwijze te manoeuvreren in het kielzog van de Amerikanen.
 

Er wordt soms met enige weemoed teruggeblikt op de decennia van de Koude Oorlog, toen de wereld nog beheerst leek door duidelijke politieke tegenstellingen

Maar zo simpel was het allemaal niet. Gedurende de eerste vijftien jaar van de Koude Oorlog moesten vooral conservatieve en confessionele politici nog erg wennen aan de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld. Het verlies van Nederlands-Indië vormde een bron van ergernis en frustratie, die zich mede richtten tegen Washington. Dat werd verweten zijn West-Europese partner in de steek te hebben gelaten. Nederland stelde zich dan ook niet altijd op als een solide steunpilaar van de Verenigde Staten in de strijd tegen het communisme en de Sovjet-Unie.

Dat was eigenlijk al direct bij het uitbreken van de Koude Oorlog het geval. Toen de communisten in februari 1948 de macht overnamen in Tsjecho-Slowakije, ontstond daarover in West-Europa grote verontrusting. Van Nederlandse militaire maatregelen tegen de Sovjetdreiging was echter geen sprake.

Integendeel, vrijwel de gehele Nederlandse krijgsmacht was gestationeerd in Indonesië. Tot 1950 zouden meer dan 100.000 man naar de koloniale bezittingen in Zuidoost-Azië worden overgebracht om het Nederlandse gezag te herstellen. Dat was – zo vlak na de Duitse bezetting – overigens een indrukwekkende prestatie, zeker als we dat vergelijken met de hedendaagse inspanningen om enkele duizenden Nederlandse militairen in te zetten in Irak of Afghanistan.
 

Nederland gaf, op een moment van daadwerkelijke communistische dreiging, de voorkeur aan de koloniale bezittingen

Dat betekende niettemin dat Nederland, op een moment van daadwerkelijke communistische dreiging, de voorkeur gaf aan het verdedigen van de koloniale bezittingen. Deze prioritering bleef ook na de Nederlandse toetreding tot de NAVO van kracht. Toen de Tweede Kamer in de zomer van 1949 het NAVO-verdrag bediscussieerde, verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Dirk Stikker dat, als Nederland zou moeten kiezen tussen zijn taken als NAVO-lid en die in Zuidoost-Azië, ‘de verantwoordelijkheid, die Nederland [had] tegenover de volkeren van Indonesië het zwaarst [zou] wegen’.


Atlantische ontrouw

Gedurende de jaren vijftig, toen de Koude Oorlog op z’n hevigst was, koos men in Den Haag dan ook niet altijd voor het Amerikaanse gelijk. Dat had opnieuw vaak te maken met Indonesië, waarmee Nederland omwille van Nederlands-Nieuw-Guinea in ernstig conflict was geraakt. Een opvallend voorbeeld van Atlantische ontrouw was de Suez-crisis van 1956, toen de Nederlandse regering en minister Joseph Luns – geheel strijdig met de Amerikaanse politiek – onder dramatische internationale omstandigheden kozen voor steun aan Engeland en Frankrijk, en niet voor de Amerikanen.

Tot 1962, toen Nieuw-Guinea eindelijk aan Indonesië werd overgedragen, zorgde het conflict met Indonesië voor ernstige Nederlands-Amerikaanse fricties. Nog tegen het einde van zijn ministerschap – hij trad af in 1971 – zou Luns tegen Amerikaanse politici blijven klagen dat de Verenigde Staten Nederland op belangrijke momenten in de steek hadden gelaten.
 

Luns klaagde tegen Amerikaanse politici dat de Verenigde Staten Nederland op belangrijke momenten in de steek hadden gelaten

De Koude Oorlog en de confrontatie tussen de nieuwe supermachten – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie – maakten dus een snel, moeilijk te verteren einde aan de Nederlandse status als vooraanstaande koloniale mogendheid. In andere opzichten sloot de het conflict echter wel aan bij de in Nederland heersende politieke opvattingen.

 

De anti-Sovjetstemming

De meeste Nederlandse politici en partijen moesten niets van de Sovjet-Unie hebben. In Nederland had ook voor de Tweede Wereldoorlog een krachtige anticommunistische en anti-Sovjetstemming geheerst. Terwijl vrijwel alle westerse landen diplomatieke betrekkingen aangingen met Moskou, weigerde Nederland een dergelijke stap te zetten.

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de regering in ballingschap over tot erkenning van het Sovjetbewind. En ook toen moest koningin Wilhelmina nog met grote moeite worden overtuigd van de noodzaak een diplomatiek vertegenwoordiger van de Sovjet-Unie te ontvangen.

Direct na de oorlog waren de Sovjet-Unie en Stalin vanwege de enorme Russische oorlogsinspanningen even wat populairder, maar de anti-Sovjetgevoelens werden snel weer sterker. Toen het IJzeren Gordijn vanaf 1948 langzaamaan werd neergelaten, oordeelden regering en parlement dan ook dat Nederland zeer gebaat was bij westerse militaire aaneensluiting onder Amerikaanse leiding. In april 1949 trad Nederland inderdaad toe tot de NAVO.
 

In april 1949 trad Nederland toe tot de NAVO

De vorming van de NAVO werd in Den Haag positief gewaardeerd. Dat vloeide niet alleen voort uit afkeer van de Sovjet-Unie. Met het Atlantisch bondgenootschap was in Nederlandse ogen een gunstige machtsstructuur ontstaan. De Verenigde Staten stonden garant voor de handhaving van de stabiliteit in Europa – niet alleen ten opzichte van de Sovjet-Unie maar ook binnen West-Europa zelf, tegenover Frankrijk en vooral West-Duitsland. Zoals NAVO-secretaris-generaal lord Ismay eens zei, was het doel van de NAVO ‘to keep the Russians out, the Americans in, and the Germans down’. Zo werd dat ook door velen in Den Haag gezien.

Nederland verwelkomde de Amerikaanse politieke en militaire leiding over West-Europa in Nederland eind jaren veertig niet alleen vanwege militaire, maar ook om economische, pragmatische redenen. De Verenigde Staten waren immers het land van de Marshall-hulp.

De NAVO-partners werd bovendien na ondertekening van het NAVO-verdrag door Washington omvangrijke militaire steun in het vooruitzicht gesteld. Met Amerikaanse hulp werd de Nederlandse krijgsmacht vanaf begin jaren vijftig weer opgebouwd en ingevoegd in de gemeenschappelijke NAVO-structuur. Het sluitstuk van deze ontwikkeling was eind jaren vijftig de stationering van Amerikaanse kernwapens op Nederlandse bodem.
 

Met Amerikaanse hulp werd de Nederlandse krijgsmacht vanaf begin jaren vijftig weer opgebouwd

Dat betekende overigens niet dat Nederland het Amerikaanse leiderschap blindelings volgde, zeker niet als het ging om buiten-Europese vraagstukken (zoals Indonesië). Net als de meeste andere westerse landen verdedigde Nederland gedurende de Koude Oorlog ook vaak zijn eigen belang. En dat kwam niet altijd overeen met de Amerikaanse standpunten.

Bovendien was de NAVO in velerlei opzicht een troubled partnership. Vanaf het begin tot het einde van de Koude Oorlog deden zich ernstige conflicten voor binnen het bondgenootschap. Handhaving van de eenheid in de NAVO en van de Amerikaanse leiding werd in de jaren vijftig en zestig in Den Haag niettemin het centrale uitgangspunt van het Nederlandse buitenlands en veiligheidsbeleid.

Het is tot op de dag van vandaag omstreden of de Sovjetleiders op enig moment serieus hebben overwogen om West-Europa aan te vallen. Nederlandse militair deskundigen waren er eind jaren veertig in ieder geval niet allemaal van overtuigd dat Nederland concreet door de Sovjet-Unie werd bedreigd. Ook PvdA-leider Willem Drees meende dat de kans van een Sovjetaanval op West-Europa eigenlijk gering was. Het communistische gevaar kwam veeleer van binnenuit.
 

Bescherming Bevolking

Desondanks werden, vooral begin jaren vijftig, allerhande initiatieven genomen om het Sovjetgevaar, in welke gedaante dan ook, tegemoet te treden. Verschillende instanties werden in het leven geroepen om de weerbaarheid van de Nederlandse bevolking te vergroten. Nederland diende voorbereid te zijn op een mogelijke Sovjetaanval en -bezetting.

Daarom werd de uit vrijwilligers bestaande Bescherming Bevolking (BB) opgericht om op te treden in geval van oorlog. Bovendien werd in het geheim een zogenoemd stay-behind-netwerk opgezet om indien nodig het verzet tegen de Sovjetbezetter te organiseren (zie het volgende artikel in dit Dossier). Ook al kan achteraf getwijfeld worden aan de effectiviteit van deze organisaties (met name aan die van de BB), dergelijke maatregelen bevorderden een zekere garnizoensstemming.
 

In het geheim werd er een stay-behind-netwerk opgezet om, indien nodig, het verzet tegen de Sovjetbezetter te organiseren

Hoewel deze nooit de extreme vormen van het Amerikaanse McCarthyisme aannam, ontstond er eind jaren veertig een grimmige politieke sfeer, die zich vooral richtte tegen de Nederlandse communisten, verenigd in de Communistische Partij van Nederland (CPN). Het isoleren van de communisten sloot overigens ook goed aan bij de sociaal-economische discipline die noodzakelijk werd geacht voor de wederopbouw van de Nederlandse economie.

Ook wat dat betreft werden de communisten en hun Eenheids Vakcentrale (EVC) beschouwd als stoorzenders. Afgezien van de communisten werden zogeheten fellow-travellers (vermeende, veelal intellectuele sympathisanten van het communisme) met wantrouwen bejegend, die daardoor vaak tussen wal en schip raakten.
 

Het naoorlogse anticommunisme was opvallend sterk in de Partij van de Arbeid en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen

Het naoorlogse anticommunisme was opvallend sterk in de Partij van de Arbeid en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Zowel de PvdA als het NVV was dermate bevreesd voor het communisme dat zij nauwe banden aanknoopten met Amerikaanse organisaties en instellingen.

Zo ontstond een hechte relatie tussen de leiding van het NVV en de American Federation of Labor (AFL). Het anticommunisme van de PvdA viel bij de Amerikanen in goede aarde. Dat leidde onder meer tot uitstekende contacten tussen vooraanstaande PvdA-leden en de Amerikaanse ambassade in Den Haag.


Anticommunisme


Het isolement van de communistische partijen bereikte zijn hoogtepunt op 4 en 5 november 1956, toen de kantoren van de CPN overal in Nederland werden belaagd door woedende menigtes die wraak wilden nemen voor het neerslaan van de Hongaarse Revolutie door het Sovjetleger. Op een bijeenkomst in de Enschedese Twentehal verklaarde PvdA-voorzitter Evert Vermeer voor alle duidelijkheid dat ‘wie na zondag [4 november] nog een communistische hand drukte mede schuldig stond aan moord en verraad’.

De beste methode om ‘het communisme tegen te gaan [bestond] in het zo spoedig mogelijk verbeteren van de economische toestand’, zo oordeelde KVP-minister-president Louis Beel in maart 1948, een maand voor de ondertekening van het NAVO-verdrag.

De beste methode om het communisme tegen te gaan bestond in het zo spoedig mogelijk verbeteren van de economische toestand

Ook Drees, die tussen 1948 en 1958 leiding gaf aan een reeks rooms-rode (KVP-PvdA-)kabinetten, was ervan overtuigd dat economische groei, werkgelegenheid en de opbouw van de welvaartsstaat eigenlijk van groter belang waren in de strijd tegen het communisme dan militaire machtsmiddelen. De dreiging van het communisme moest daarom niet alleen met repressie worden bestreden, maar vooral met sociaal-economische vooruitgang.
 

Het voordeel van de Koude Oorlog

Het Sovjetgevaar en de Koude Oorlog werden dus niet alleen aangewend om de communisten en andere links-radicalen verdacht te maken als handlangers van Moskou, ze vormden ook een stimulans om arbeidsvrede te bewaren en de welvaart te vergroten. Het streven naar sociale eensgezindheid, de wederopbouw en de daaropvolgende welvaart van de jaren zestig maakten de Koude Oorlog daarom in velerlei opzicht tot de meest aangename periode van de twintigste-eeuwse Nederlandse geschiedenis.

De Koude Oorlog vormde ook in andere opzichten een gunstige omstandigheid voor Nederlandse economie en samenleving. Ze was met name een belangrijke prikkel voor de Europese economische aaneensluiting, die zou uitmonden in het ontstaan van een voor Nederland uiterst belangrijke gemeenschappelijke Europese markt. Naast de NAVO droeg de Europese integratie bij aan de naoorlogse politieke stabiliteit in West-Europa. Beschermd en gesteund door de Verenigde Staten konden de West-Europese landen, ook Nederland, zich wijden aan de economische wederopbouw en de uitbouw van de welvaartsstaat.
 

Beschermd en gesteund door de Verenigde Staten konde de West-Europese landen zich wijden aan de economische wederopbouw

De Koude Oorlog was dus al met al voor Nederland, net als voor andere West-Europese landen, een fijne tijd. De Amerikaanse auteur Robert Kaplan heeft in Of Paradise and Power de West-Europese landen achteraf wel verweten dat ze, beschermd door de Amerikaanse militaire macht, konden dagdromen over een vreedzame en rechtvaardige wereld. De Amerikanen knapten onderwijl het vuile werk op.

Dat is een beetje overdreven, maar inderdaad: Nederland was gedurende de Koude Oorlog eigenlijk zelden betrokken bij de grote conflicten in de wereldpolitiek. Het droeg keurig zijn steentje bij aan de gemeenschappelijke NAVO-verdediging, maar het leek onwaarschijnlijk dat de Nederlandse krijgsmacht ooit ten oorlog zou trekken. Twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog is de kans dat een Nederlandse militair wordt uitgezonden naar een oorlogsgebied aanzienlijk groter dan destijds.
 

De detente

In de loop van de jaren zestig nam de kans op een militaire confrontatie in Europa bovendien verder af. De detente (ontspanning) tussen Oost en West, die duurde van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig, deed de angst voor oorlog en voor het Sovjetgevaar naar de achtergrond verdwijnen. De verhoudingen in de wereld leken eind jaren zestig aan ingrijpende verandering onderhevig. Afgezien van de detente werd de positie van het Westen (tijdelijk) verzwakt door de opkomst van verschillende antiwesterse bewegingen in de niet-westerse wereld. Tegen deze achtergrond groeide in Nederland kritiek op de Verenigde Staten en de NAVO.

Het was vooral de Amerikaanse oorlogvoering in Vietnam die de tot dan toe brede steun voor het Atlantisch bondgenootschap en de VS begon te ondergraven. Tegelijkertijd ontstonden vele organisaties en comités die steun wilden bieden aan diverse antiwesterse bewegingen in de derde wereld.

Zelfs de Oost-Europese landen mochten zich in enige sympathie verheugen. Zo ontstond begin jaren zeventig in kerkelijke kring een opvallende neiging de Oost-Europese geloofsgenoten op te zoeken en, zoals de secretaris-generaal van de Hervormde Kerk Albert van den Heuvel schreef, ‘te leren kennen, na een lange geschiedenis van vervreemding en isolering’.
 

De politieke sympathie van een deel van de Nederlandse bevolking verschoof naar opvattingen die zich verzetten tegen het kapitalisme

Met enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat de politieke sympathie van een deel van de Nederlandse bevolking verschoof naar opvattingen en krachten die zich op enigerlei wijze verzetten tegen het westers kapitalisme of liberalisme. In verscheidene maatschappelijke sectoren traden hervormingsbewegingen naar voren die, net als in andere delen van de wereld, streefden naar sociale rechtvaardigheid en hervorming van het kapitalisme. Zelfs de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen kon in de ogen van sommige feministen alleen worden overbrugd door de invoering van een socialistisch systeem.

Inmiddels haalden de meeste Nederlanders hun schouders op over de instanties en maatregelen die Nederland op een mogelijke oorlog of zelfs Sovjetbezetting moesten voorbereiden. Zo werd de Bescherming Bevolking eigenlijk door niemand meer serieus genomen.

Eind jaren zestig begon ook in het Nederlandse leger zelf een meer ontspannen geest te heersen, die mede werd bevorderd door de acties van de in 1966 opgerichte Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM). Vooral de door de VVDM bevochten vrije haardracht was exemplarisch voor de veranderde atmosfeer in de krijgsmacht.

Tot op zekere hoogte trachtte het kabinet-Den Uyl tussen 1973 en 1977 de hervormingsgezinde ambities van de jaren zeventig te realiseren. Het kabinet streefde naar de opheffing van ongelijkheid en achterstelling. Maar daar moet aan worden toegevoegd dat op het terrein van het buitenlandse politiek het gebruikelijke anticommunisme van de Partij van de Arbeid de doorslag bleef geven. Minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel verklaarde bij verschillende gelegenheden dat de NAVO hoeksteen was van zijn beleid. Ook stelde Van der Stoel zich – net als Luns in de jaren vijftig – wantrouwig op tegenover de toenadering tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.
 

Van der Stoel stelde zich wantrouwig op tegenover de toenadering tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie

Tegen het einde van de jaren zeventig kwam er een einde aan de periode van detente. Onder leiding van de Republikeinse president Reagan gingen de Verenigde Staten opnieuw in het offensief. De ‘tweede Koude Oorlog’, die uiteindelijk zelfs tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie zou leiden, nam een aanvang. In eerste instantie reageerde de bevolking in verschillende West-Europese landen kritisch en verontrust op de bewapeningswedloop tussen Oost en West. Dat kwam vooral tot uitdrukking in het massale verzet tegen de plaatsing van nieuwe kernwapens. In Nederland trokken honderdduizenden de straat op om te protesteren tegen de kruisraketten.

Deze tweede Koude Oorlog had niettemin een grote impact op de politieke atmosfeer in Nederland. De kritische en opstandige atmosfeer van de tweede helft jaren zestig en de jaren zeventig begon te verdwijnen. De nieuwe Oost-West-tegenstelling, de sterker wordende repressie in Oost-Europa (in Polen) en de aanhoudende gewelddadigheid in verscheidene communistisch georiënteerde staten in de derde wereld deden de sympathie voor linkse en socialistische ideeën snel verminderen. Toen de Sovjet-Unie, alsmede vele andere communistische staten en bewegingen, eind jaren tachtig ten onder ging, heerste daarover ook in Nederland vooral opluchting en tevredenheid.

Toen de Sovjet-Unie eind jaren tachtig ten onder ging, heerste daarover ook in Nederland vooral opluchting en tevredenheid

Veertig jaar lang had de Koude Oorlog op verschillende manieren doorgewerkt in de Nederlandse politiek en maatschappij, ook in de manier waarop er over binnenlandse problemen en ontwikkelingen werd nagedacht. Zo droeg de internationale tegenstelling tussen het communisme en het Westen eraan bij dat problemen in de Nederlandse samenleving in de eerste plaats werden beoordeeld in politieke en sociaal-economische termen. Maatschappelijke conflicten moesten dus ook met sociaal-economische of politieke maatregelen worden opgelost.

Twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog kijken we vaak op een geheel andere wijze naar dergelijke vraagstukken – veelal in termen van cultuur, religie en etniciteit (de dreiging van de islam, de noodzaak van culturele aanpassing, het tegengaan van religieus fanatisme). Opnieuw is de wisselwerking tussen de ontwikkelingen in de wereldpolitiek en de beelden die we daarvan hebben aan de ene kant, en meningsvorming over conflicten en problemen in Nederland zelf fascinerend. Ook de wereldpolitiek lijkt nu immers beheerst door etnische conflicten, door religieus fanatisme en culturele tegenstellingen.
 

Meer lezen

Over de naoorlogse Nederlandse beoordeling van de Sovjetdreiging bestaat een proefschrift van Toby Witte: Een verre vijand komt naderbij (1990). Over de vroege Koude Oorlog schreven Anet Bleich en Max van Weezel Ga dan zelf naar Siberië!!! Linkse intellektuelen en de koude oorlog (1978).

De politieke en maatschappelijke sfeer in Nederland tijdens de jaren vijftig tot tachtig komt aan bod in Confrontatie en ontspanning. Maatschappij en krijgsmacht in de Koude Oorlog 1966-1989 (2004), onder redactie van J. Hoffenaar, J. van der Meulen en R. de Winter, en in De Koude Oorlog. Maatschappij en krijgsmacht in de jaren ’50 (1992), onder redactie van J. Hoffenaar en G. Teitler.

Over de Nederlandse buitenlandse politiek tijdens de Koude Oorlog schreef de auteur van dit artikel Nederland in de wereld. De buitenlandse politiek van Nederland (herziene druk in 2010).