Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 8/2010

Walraven van Hall (1906-1945). Bankier van het verzet

Door: Co Welgraven
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Tegenover De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein in Amsterdam staat sinds enkele jaren een monument voor Walraven van Hall. Daarmee komt er eindelijk aandacht voor deze relatief onbekende held van het verzet. Hij zamelde tijdens de Tweede Wereldoorlog miljoenen guldens in om onderduikers en stakers te ondersteunen.
De Amsterdammer ‘Wally’, zoals hij in de wandeling heet, wordt geboren in 1906 in een befaamd geslacht van bankiers en ondernemers. Na de middelbare school kiest hij via de zeevaartschool op Terschelling voor een carrière in de koopvaardij. Hij brengt het tot tweede stuurman, maar moet in 1929 afhaken vanwege zijn slechte ogen. Via zijn oudere broer Gijs krijgt hij een baan bij een bank op Wall Street in New York. Na ruim een jaar zet hij zijn loopbaan in de banksector voort in Zutphen. Twee maanden voor de inval van de Duitsers in Nederland verhuist hij met zijn zwangere vrouw Tilly en hun twee kinderen naar Zaandam, waar hij firmant wordt bij het bankiers- en effectenkantoor Wed. J. te Veltrup & Zoon.

In juli 1940 treedt hij toe tot de populaire Nederlandsche Unie, die vooral gezien wordt als een legale beweging tegen de gehate NSB, maar die ook omstreden is omdat ze zich neerlegt bij de Duitse bezetting. Van Hall brengt het enkele maanden later zelfs tot voorzitter van de lokale afdeling in zijn woonplaats. Wat hem vooral aanspreekt is dat de Unie af wil van de vooroorlogse verzuilde politieke partijen en naar consensus streeft.

De Duitsers leggen de Nederlandsche Unie echter steeds verder aan banden en verbieden de partij eind 1941. Van Hall heeft zich dan al buitengewoon gestoord aan de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, en besluit de illegaliteit in te gaan. Zijn eerste daad is het inzamelen van geld voor de deelnemers aan de Februaristaking in 1941. Later dat jaar komt hij in aanraking met de mensen achter de actie ‘Zeemanspot’. Zij steunen gezinnen van zeevaarders die na de Duitse inval in het buitenland zijn gebleven en van wie de gage is verlaagd als straf voor hun weigering naar het bezette Nederland terug te keren.

Daarnaast komt er op initiatief van Van Hall en een directeur van Philips een fonds voor de ‘landrotten’, waarmee onderduikers worden ondersteund. En ook hun gezinnen en de gezinnen bij wie ze verblijven. Dit landrottenfonds wordt vervolgens omgedoopt tot Nationaal Steun Fonds (NSF). Het groeit uit tot dé bank van het verzet. Het NSF krijgt een aparte afdeling voor hulp aan Joden die onderduiken om aan deportatie te ontkomen.



In september 1944, als de regering in Londen een landelijke spoorwegstaking uitroept, krijgt het NSF ook de financiële zorg voor 30.000 NS-mensen op zijn bord. In totaal zal het fonds de huishoudens van 80.000 gezinnen van koopvaardijmensen, onderduikers en spoorwegpersoneel voor kortere of langere tijd ondersteunen; bij elkaar gaat het om 150.000 personen.

Walraven van Hall is de spil van de inzameling en de uitbetaling van de gelden. Hij praat bij talloze mensen geld los: bij privépersonen, bankiers en ondernemers. Van belastinginspecteurs krijgt hij gegevens over de belastingopgaven van vermogende Nederlanders. Zo kan hij deze groep met kennis van zaken tegemoet treden: ‘U verdient zoveel, dan kunt u wel zoveel afdragen.’ Het opmerkelijke is dat hij vrijwel nergens op een njet stuit. Van Hall krijgt giften, maar ook leningen, die hij en zijn broer Gijs, zijn steun en toeverlaat, tot twee cijfers achter de komma bijhouden. Ze ontwikkelen een boekhouding die niet of nauwelijks na te trekken is voor de Duitsers, mochten zij er beslag op leggen, maar die nodig is om na de oorlog alles keurig aan de rechthebbenden te kunnen terugbetalen. Ze willen alles kunnen verantwoorden. Medestrijders in het verzet hebben er grote moeite mee omdat zij het te risicovol vinden, maar Walraven en Gijs zetten door.

Het duo weet onverwachte tegenslagen in hun voordeel om te zetten. Zo worden in maart 1943 de briefjes van 500 en 1000 gulden plotseling ongeldig verklaard. De Duitsers vermoeden dat er een zwart geldcircuit is en proberen dat met deze maatregel een slag toe te brengen. Vooral voor het NSF is het bedreigend, want het werkt louter met contant geld. Al is er meestal niet erg veel geld in kas, want de binnenkomende middelen worden steeds zo snel mogelijk uitbetaald. Walraven en Gijs weten met hulp van betrouwbare bankiers en belastinginspecteurs in uiterst korte tijd de vijfhonderdjes en duizendjes om te wisselen in kleine coupures en zien en passant kans extra geld los te peuteren.

Eind 1944 bedenkt Gijs van Hall de grootste bankfraude uit de geschiedenis. In de kelders van De Nederlandsche Bank aan het Rokin in Amsterdam liggen schatkistpromessen, door de staat uitgegeven schuldbekentenissen. Eén promesse is goed voor een ton. Het plan is de promessen om te ruilen voor vervalste exemplaren. Voor die vervalsing wordt de hulp van de Persoonsbewijzencentrale ingeroepen, die op dit gebied grote ervaring heeft. Het is een ingewikkelde operatie (codenaam ‘Tante Betje’); zelfs het unieke papier van de promessen moet worden nagemaakt. Het lukt. De kassier-generaal van De Nederlandsche Bank, Cornelis Ritter, zorgt hoogstpersoonlijk voor de omwisseling. Tot vijftien keer toe gaat hij de kelder in met de vervalste promessen, komt boven met de originele en geeft die aan Gijs van Hall. De opbrengst is in totaal 51 miljoen gulden.

Het moet Walraven veel deugd hebben gedaan dat de vervalsing plaatsvindt onder de ogen van de tweede man van de NSB, de rabiate Rost van Tonningen, door de Duitsers geparachuteerd als president van De Nederlandsche Bank. Zijn personeel heeft niets in de gaten. Ontdekking is ook vrij moeilijk, want er is in deze maanden gebrek aan elektriciteit; de kelders van de bank moeten het met kaarslicht stellen.

Walraven en de zijnen moeten grote moeite doen de regering in ballingschap in Londen te laten garanderen dat na de oorlog alle geleende gelden netjes worden terugbetaald. Zij willen dat Radio Oranje een codetekst uitzendt: ‘Wij garanderen het voer dat de kippen moet worden verstrekt.’ Aanvankelijk komt er een garantie voor maar liefst 200.000 gulden! Het is een teken dat premier Gerbrandy en zijn ministers geen benul hebben van de noden van de illegaliteit en de onderduikers.

Later is ‘Londen’ wat ruimhartiger en komen er garanties van enkele tientallen miljoenen guldens.

Geld inzamelen en garanties verkrijgen is één ding, het uitbetalen aan onderduikers en stakers een ander. Van de 1900 medewerkers van het NSF houdt de meerderheid zich vooral daarmee bezig. Koeriersters fietsen door het hele land met in de buizen van hun frame en de pinnen van hun zadel onwaarschijnlijk grote hoeveelheden geld. Het gaat allemaal wonderbaarlijk goed. Tijdens de hele oorlog is er niet één die met het vele geld wegfietst en nooit meer terugkomt. Eén keer stuit een koerierster op een wegversperring door Duitse militairen. Ze verbergt haar fiets in de bosjes, zoekt onderdak bij een boerderij en kan de volgende dag haar fiets niet meer terugvinden.

Wie in aanmerking wil komen voor een uitkering, moet een ‘schadeformulier ongevallenverzekering’ invullen met persoonlijke gegevens. Op deze manier worden de Duitsers misleid, want zo lijkt het alsof het om een verzekeringsmaatschappij gaat. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van onder meer de gezinssituatie en van het laatst verdiende loon.

Ondertussen probeert Walraven ook het sterk verdeelde verzet te verenigen, wat een vurige wens van ‘Londen’ is. De illegaliteit is opgedeeld langs de oude verzuilde lijnen. Bij de verzetskranten is dat helemaal duidelijk: naast het linkse Vrij Nederland is er het rechtse, confessionele blad Trouw, een afsplitsing van VN. Daartussen zit Het Parool. Van Hall, bijgenaamd ‘de Olieman’, doet er alles aan de vele ruzies en conflicten te beslechten. Mede op zijn initiatief komen er overlegorganen. Hij is ook betrokken bij de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten. Van Hall regelt kantoor- en vergaderruimtes via zijn immense netwerk.

Als bankier heeft Walraven vrij toegang tot de Beurs in Amsterdam. Het is een perfecte dekmantel voor zijn verzetswerk. Elke dag is hij daar op de beursvloer, praat er onopvallend met Jan en alleman over legale, maar vooral illegale zaken. Uit hoofde van zijn functie kent hij alle banken en bankiers in Amsterdam.

Wat ook meewerkt, is zijn grote overredingskracht. Zijn vriendelijke, maar tegelijkertijd doordringende ogen zijn zijn handelsmerk. Maar hij heeft meer gaven. Iedereen die met Walraven van Hall te maken heeft, prijst zijn charme en humor: ‘Als Wally binnenkwam, was iedereen in vijf minuten gelukkig.’ Hij is een krachtige persoonlijkheid, met ook negatieve kanten: hij kan erg ongeduldig zijn en vertoont soms autoritaire trekken.

Dag en nacht is hij met het verzet bezig. Naarmate de oorlog vordert, wordt dat werk zwaarder en gevaarlijker. Als de Beurs wordt gesloten en zijn dekmantel wegvalt, krijgt Van Hall het moeilijker. Hij ziet zijn vrouw en drie kinderen steeds minder, slaapt op onderduikadressen in en om Amsterdam, en begint er met de dag slechter en vermoeider uit te zien. Maar hij gaat door, en wordt volgens sommigen overmoedig.

Dat de Duitsers hem weten te pakken, is uiteindelijk niet zozeer het gevolg van overmoed als wel van verraad in eigen kring. Een jonge jurist in het verzet, de 26-jarige Johan van Lom, valt in handen van de Duitsers en slaat door. Op zaterdag 27 januari 1945 vallen de Duitsers een vergadering van de top van het verzet aan de Leidsegracht in Amsterdam binnen. Walraven en enkele anderen lopen in de val. H.M. van Randwijk, die iets later komt aanfietsen, ziet dat zijn collega's in een auto worden geduwd, en keert om.

De verslagenheid in het verzet over de arrestatie van Van Hall is groot. Voor de Duitsers is het een enorme vangst, al duurt het even voor tot hen doordringt wie ze te pakken hebben. Ze zullen ongetwijfeld geprobeerd hebben Van Hall aan het praten te krijgen, maar het staat vast dat ze daar niet in geslaagd zijn.

Zijn 39ste verjaardag, op 10 februari 1945, brengt Walraven van Hall door in zijn cel in het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Op die dag wordt op de Jan Gijzenkade in Haarlem een Duitse militair doodgeschoten. Twee dagen later worden, vrijwel op dezelfde plek, als represaille acht mensen terechtgesteld, onder wie Van Hall.

In totaal moeten 84 medewerkers van het Nationaal Steun Fonds hun verzetswerk met de dood bekopen. Broer Gijs zet met anderen het werk van Walraven voort. Als na het einde van de oorlog de kas wordt opgemaakt, blijkt dat het NSF in totaal 83.765.786 gulden en 69 cent heeft uitgegeven - omgerekend naar 2010 een bedrag van maar liefst een half miljard euro. Er is nog 22,5 miljoen gulden over.

Na de oorlog verschijnt er een boekje van vrienden en oud-verzetsmensen met herinneringen aan Walraven. Ze prijzen zijn tomeloze inzet en onbaatzuchtigheid. Postuum krijgt Van Hall het Verzetskruis 1940-1945 toegekend. De Verenigde Staten eren hem met de Medal of Freedom en Israël met de Yad Vashem-onderscheiding.

Voor de parlementaire-enquêtecommissie die het beleid van de Nederlandse regering tijdens de oorlog onderzoekt, getuigt Gijs van Hall van het werk van het NSF, zonder ook maar een seconde te pochen. Hij wordt in 1957 burgemeester van Amsterdam, maar moet tien jaar later aftreden omdat hij niet goed weet om te gaan met de provorellen en de bezetting van het Maagdenhuis.

Dat Walraven van Hall zo'n belangrijke rol heeft gespeeld, wordt na de oorlog alom erkend. De communist Gerben Wagenaar is ronduit complimenteus: ‘Wally van Hall was een van de zeldzaamste figuren die ik ooit ontmoet heb,’ vertelt hij aan Lou de Jong. ‘Hij was een man van ruim inzicht en ruime opvattingen. Hij had een ongelofelijke slag om met mensen om te gaan. Hij was enorm in het improviseren en ook zeer eerlijk en oprecht.’ De Jong toont zich in zijn standaardwerk onder de indruk van Van Hall.

Toch blijft de verzetsbankier bij het grote publiek tamelijk onbekend. Dat komt waarschijnlijk door de bescheidenheid van de Van Halls – Walraven opereerde liever op de achter- dan op de voorgrond. En kennelijk had De Nederlandsche Bank er na de oorlog weinig behoefte aan de grootste bankfraude uit de geschiedenis uit de doeken te doen.

Meer weten?

Boeken
Dit artikel stoelt vooral op de biografie van Walraven van Hall van de hand van Erik Schaap, Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945) uit 2006. Lou de Jong gaat in deel 7 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog in op het verzetswerk van Walraven van Hall.
Geert Mak belicht Van Hall in Een kleine geschiedenis van Amsterdam.

Internet
Een documentaire van KRO's Reporter uit 2006 is via de zoektermen ‘Walraven van Hall’ en ‘Reporter’ te bekijken op internet.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld welke kant van Martin Luther King Amerika liever vergeet, waarom de Slag om Arnhem faliekant mislukte en hoe Willem van Oranje slim gebruikmaakte van propaganda.