Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 4/2008

Vader van de evolutietheorie Charles Darwin (1809-1882)

Een voorzichtig revolutionair

Door: Geertje Dekkers
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
De evolutietheorie van Charles Darwin veranderde het denken over het leven op aarde voorgoed. Maar er waren meer wetenschappers die een evolutieleer hadden ontwikkeld. Wat nog ontbrak was een theorie die de verandering van soorten verklaarde. Zeker voor ingewijden was de schok van Darwins werk dan ook niet zo groot.
‘Jij geeft om niets anders dan om schieten, honden en ratten vangen, en je zult jezelf en je familie te schande maken!’ Het was 1825 en dokter Robert Darwin, vader van de zestienjarige Charles, had genoeg van het gedrag van zijn zoon. Die ging het liefst jagen, of hij werkte in een eigen laboratorium aan kostbare scheikundige experimenten. Het was hoog tijd dat Charles wat serieuzer werd, vond zijn vader. Hij werd naar Edinburgh gestuurd om geneeskunde te studeren. Net als zijn vader en zijn broer Erasmus zou hij arts worden.

Charles Robert Darwin werd geboren in 1809 in Shrewsbury (ten noordwesten van Birmingham), als zoon van dokter Robert Warring Darwin en Susannah Wedgwood. Zijn moeder, afkomstig uit de beroemde aardewerkfamilie, was overleden toen hij acht was.

Charles had nooit veel blijk gegeven van aanleg voor het beroep van arts, maar het was een respectabele professie. Erasmus, die zijn studie was begonnen in Cambridge, kwam ook naar Edinburgh en de twee begonnen het jaar voortvarend. Maar bij Charles zakte het enthousiasme al snel in. Hij vond de colleges saai en de operaties die hij moest bijwonen stonden hem tegen. De fanatieke jager kon niet tegen mensenbloed.
 

Mineralen bestuderen

Positiever was hij over de practica van Robert Jameson, die geologie doceerde. Jameson liet studenten in het Edinburghse museum mineralen bestuderen en had de Plinian Society opgezet, een club waar studenten natuurwetenschappelijke lezingen hielden. Darwin werd een enthousiast lid.

Daarnaast hielp hij vrijdenker Robert Edmund Grant met het zoeken naar weekdieren en andere primitieve beestjes aan de kust bij Edinburgh. Grant was aanhanger van de Franse bioloog Jean-Baptiste de Lamarck, die een evolutietheorie had uitgedacht. Volgens Lamarck veranderden soorten in de loop van de tijd, doordat eigenschappen die een organisme verwierf tijdens zijn leven overgingen op zijn nakomelingen. Darwin kwam dus al vroeg in aanraking met het idee van evolutie, hoewel hij later schreef dat de denkbeelden van Lamarck toen weinig indruk op hem maakten.

Met de geneeskunde werd het niets, en daarom verliet Darwin Edinburgh na anderhalf jaar. Hoewel zijn vader genoeg geld had om hem te onderhouden, vond hij dat zijn zoon een behoorlijk vak moest leren. Hij besloot dat Charles dan maar predikant moest worden. Noch Charles, noch zijn vader was erg gelovig, maar dat hoefde een leven als geestelijke niet in de weg te staan. Charles ging naar Cambridge om zijn bachelor of arts te halen, dat toegang gaf tot het ambt van predikant in de anglicaanse kerk.
 

Als student feestte en dronk Darwin te veel en hield te weinig geld over om zijn studiekosten te betalen

Kevers verzamelen

Ook in Cambridge was Darwin verre van de ideale student. Hij feestte en dronk te veel, gokte en hield te weinig geld over om zijn studiekosten te betalen. Maar hij rondde zijn opleiding wel af, door op het laatste moment hard aan het werk te gaan.
 

Zo werd hij een enthousiast keververzamelaar, in een periode dat Engeland in de greep was van een heuse keverrage

Zijn mooiste ervaringen deed hij echter, net als in Edinburgh, op buiten de collegezalen. Zo werd hij een enthousiast keververzamelaar, in een periode dat Engeland in de greep was van een heuse keverrage. Het hele land leek kevers te verzamelen, in een wedloop naar de mooiste collectie.

Ook Darwin verzamelde – en behoorlijk fanatiek, zoals blijkt uit zijn memoires:

‘Toen ik op een dag wat oude schors afscheurde, zag ik twee zeldzame kevers. Ik nam er een in elke hand, maar toen zag ik een derde van een nieuwe soort die ik niet wilde missen, zodat ik die uit mijn rechterhand in mijn mond stopte. Helaas spoot hij een of andere hevig bijtende vloeistof uit die zo op mijn tong brandde dat ik gedwongen was de kever uit te spugen, die ik daardoor kwijt was, evenals de derde.’

In de buurt van Cambridge maakte Darwin wandelingen met John Stevens Henslow, een – diepgelovige – kenner van planten, insecten, mineralen en scheikunde. Henslow hield ook natuurwetenschappelijke avonden bij hem thuis, die Darwin bezocht. Nadat hij zijn diploma had gehaald, vergezelde Darwin predikant Adam Sedgwick op een korte expeditie naar Wales, waar de twee oude gesteenten in kaart zouden brengen. De zeer deskundige Sedgwick leerde Darwin de geologische structuur van een gebied te bepalen, steensoorten te herkennen en lagen te identificeren.
 

Beagle

De vroeger volop feestende student Darwin raakte steeds geïnteresseerder in de natuur. Bovendien las hij Relation Historique, een verslag van de avontuurlijke onderzoeksreizen van Alexander von Humboldt, die door grote delen van Zuid-Amerika had getrokken. Dat maakte Darwin, die altijd al avontuurlijk was ingesteld, enthousiast voor verre expedities. Toen hij werd uitgenodigd voor een reis naar de kusten van Zuid-Amerika, wilde hij dan ook meteen mee.

Darwin was meegevraagd op een expeditie van een schip van de Royal Navy, de Beagle, dat rondom Zuid-Amerika de bevaarbare wateren in kaart zou brengen. De informatie moest de Britten militair en economisch voordeel opleveren. Omdat Darwin flink wat ervaring had met geologisch en biologisch veldwerk, mocht hij aanmonsteren als onbezoldigd natuuronderzoeker.
 

Eind 1831 verliet de Beagle de Europese kust, om er tot 1836 niet meer terug te keren. Officieel was Darwins belangrijkste taak om kapitein Robert FitzRoy gezelschap te houden. Diens voorganger had zelfmoord gepleegd en FitzRoy was bang dat hij hetzelfde zou doen als hij al te eenzaam werd. Darwin mocht mee om hem op te vrolijken. Dat was niet makkelijk, want FitzRoy was humeurig, somber en wantrouwend, en balanceerde volgens Darwin minstens één keer op het randje van krankzinnigheid.
 

Op de Galapagoseilanden zou Darwin allerlei soorten vinken met verschillende snavels hebben gezien, die aangepast waren aan het verschillende voedsel dat ze aten

Zijn onderzoeken vormden dan ook een welkome afleiding. Darwin verzamelde dieren en planten, deed geologisch onderzoek en werd steeds enthousiaster. Tegelijkertijd verminderde zijn liefde voor de jacht. Aan het begin van de reis schoot hij de dieren die hij wilde hebben voor zijn collecties meestal zelf. Naarmate de reis vorderde, gaf hij het geweer steeds vaker aan een bediende.
 

Galapagoseilanden 

In 1835 bezocht de Beagle de Galapagoseilanden in de Stille Oceaan. Volgens een hardnekkig verhaal zag Darwin daar allerlei soorten vinken met verschillende snavels, die aangepast waren aan het verschillende voedsel dat ze aten. Die vinken (‘darwinvinken’ heten ze nu) zouden hem op het idee hebben gebracht van het ontstaan van soorten door natuurlijke selectie.

Maar het verhaal is niet waar. Darwin kreeg zijn inzicht pas na zijn terugkeer in Engeland, toen hij in aanraking kwam met het gedachtegoed van Thomas Malthus.
 

Op 2 oktober 1836 kwam Darwin in Engeland aan wal

De reis met de Beagle is voor Darwin vooral belangrijk geweest omdat zijn ontluikende interesse in de geologie en biologie toen tot volle bloei kwamen. In de vijf jaar die de reis duurde werd hij een gepassioneerd onderzoeker, gegrepen door de ontwikkeling van de aarde en natuur. Voortaan kon Darwin zich moeiteloos zestien jaar lang verdiepen in vleesetende planten, iets waar hij voordien absoluut geen zitvlees voor had gehad.

Op 2 oktober 1836 kwam Darwin in Engeland aan wal. Al snel begon hij aan de uitwerking van al zijn vondsten. Hij koos Londen als standplaats en stortte zich daar in het intellectuele leven. Hij hield lezingen voor de Geographical Society, en werd ook als lid gekozen. In deze periode dacht Darwin vooral na over het ontstaan van koraalriffen, waarover hij in 1842 The Structure and Distribution of Coral Reefs zou publiceren.
 

Survival of the fittest

In 1838 las Darwin het Essay on the Principles of Population van Thomas Robert Malthus, die stelde dat bevolkingsgroei geremd wordt door de beschikbare hoeveelheid voedsel. Als er meer mensen zijn dan er gevoed kunnen worden, ontstaat een strijd om het bestaan. Voor Darwin was dat de eyeopener. De strijd om het bestaan werd een cruciaal punt in zijn evolutietheorie. Die organismen die het best aangepast waren aan de omstandigheden, veroverden genoeg voedsel om te overleven: Darwins beroemde principe van survival of the fittest.

Darwin was zeker niet de eerste die een evolutietheorie opstelde. Fossielen van uitgestorven dieren waren in de negentiende eeuw volop bekend en de gedachte dat diersoorten konden verdwijnen en veranderen had heel wat aanhangers. Maar een bevredigende verklaring voor de verandering van soorten ontbrak nog. Lamarcks opvatting dat verworven eigenschappen overerfden was onderuitgehaald met tegenvoorbeelden: zo hoeven de nakomelingen van een gespierd en afgetraind persoon helemaal niet gespierd te zijn.

Een alternatief was het catastrofisme van George Cuvier. Volgens hem was de wereld meerdere malen getroffen door catastrofes, waarbij vele diersoorten waren uitgestorven. Vervolgens vulde een scheppende kracht de aarde opnieuw met organismen. Maar een vriend van Darwin, de geoloog Charles Lyell, toonde aan dat er niet veel van dat soort catastrofes waren geweest.
 

Het essay dat zijn evolutieleer bevatte was al af in 1844, maar Darwin publiceerde het niet uit angst voor kritiek uit gelovige hoek

Critici

Darwin werkte zijn idee uit in een essay dat in feite al zijn hele evolutieleer bevatte. Het was af in 1844, maar Darwin publiceerde het niet. Hij verwachtte veel kritiek – vooral van zeer gelovige intellectuele vrienden, zoals zijn oude leermeester Henslow uit Cambridge –, omdat zijn ideeën haaks stonden op het scheppingsverhaal in Genesis. Volgens Darwins evolutietheorie waren de soorten in de loop van lange tijd ontstaan uit een aantal basisvormen, terwijl Genesis vertelt dat alle dieren en planten in één keer zijn geschapen en sindsdien hetzelfde zijn gebleven.

Darwin besloot zijn critici voor te zijn en zo veel mogelijk bezwaren bij voorbaat te ontkrachten. Dat deed hij zo nauwgezet dat het nog tot 1858 zou duren voordat hij zijn evolutietheorie wereldkundig maakte.

Intussen stichtte hij een gezin. Op 29 januari 1839 trouwde hij met een volle nicht van moederskant, Emma Westwood. Zij had veel geld en Darwin, die zelf ook een rijke vader had, kon de rest van zijn leven wijden aan de wetenschap.
 

Gezichtsuitdrukkingen

Emma en Charles kregen binnen een jaar hun eerste kind, William. Het zouden er tien worden, van wie er drie jong stierven: Mary en Charles als baby en Annie toen ze net elf jaar was geworden. Vooral Annies dood trof Darwin zeer. Ook zijn kinderen gebruikte Darwin als studieobject. Vanaf de geboorte van William maakte hij aantekeningen over diens gezichtsuitdrukkingen. Die zou hij gebruiken voor The Expression of the Emotions in Man and Animals (1872), waarin hij betoogde dat alle uitdrukkingen van gevoel bij mens en dier dezelfde oorsprong hadden.

Het gezin vestigde zich in 1842 in Down, in Kent, waar het een teruggetrokken leven leidde. Darwin was veel ziek en kon dan geen bezoek verdragen. Hij ging vaak naar de typisch negentiende-eeuwse gezondheidsinstelling: het kuuroord. En hij werkte. In 1844 publiceerde hij zijn verslag van de reis met de Beagle en tussen 1846 en 1854 onderzocht hij zeepokken.
 

Evolutietheorie

Al die tijd dacht hij ook na over zijn evolutietheorie. In 1858 kreeg hij ineens haast; hij had een essay ontvangen van Alfred Russell Wallace, die in Azië biologisch onderzoek deed. Daarin zette Wallace een theorie uiteen die sterk leek op die van Darwin. Het is opmerkelijk dat ook Wallace zich had laten inspireren door het werk van Malthus over de strijd om het bestaan.
 

In zijn memoires schreef Darwin dat andere geleerden nooit hetzelfde hadden gedacht over de evolutietheorie als hij

Toch vond Darwin zelf niet dat zijn ideeën al in de lucht hadden gehangen. In zijn memoires schreef hij dat hij vaak andere geleerden had geraadpleegd over zijn opvattingen, maar dat niemand er hetzelfde over dacht als hij.

Toen hij het essay van Wallace had gekregen begon Darwin geschrokken aan een samenvatting van zijn eigen werk. Hij was er met zijn hoofd niet bij omdat zijn zoontje Charles, een baby nog, roodvonk had. De baby overleed en Darwin kon het niet opbrengen om verder te werken. Twee vrienden, Charles Lyell en de botanicus Joseph Dalton Hooker, namen het van hem over.

Op 1 juli 1858 presenteerden zij een samenvatting van ongepubliceerd werk van Darwin aan het Londense biologische genootschap de Linnean Society, samen met het essay van Wallace. Darwin zelf was er niet bij – zijn zoontje werd op dat moment begraven.
 

On the Origin of Species

Pas anderhalf jaar later, in november 1859, publiceerde Darwin eindelijk zijn theorie in On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. Er was veel vraag naar. De eerste druk van 1500 exemplaren was uitverkocht voordat het boek in de winkel lag.

Natuurlijk kwamen er negatieve reacties. Die gingen vooral over de afstamming van de mens. Als mensen dezelfde voorouders hadden als apen, dan waren zij hun bijzondere positie aan het hoofd van de schepping kwijt. En dat konden Darwins critici niet accepteren.

Darwin had dit aan zien komen en het onderwerp daarom vermeden in de Origin. Pas in 1871 zou hij The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex publiceren, waarin hij wel inging op de afstamming van de mens. Maar ook zonder de uitleg van Darwin zagen veel lezers wat de evolutietheorie voor de mens betekende. Daar kwamen de bekende cartoons vandaan die Darwin voorstelden als een aap.
 

Hoe kon de mens geschapen zijn naar het beeld van God, als hij dezelfde voorouders had als apen? Waar bleef de moraal als mensen niet meer dan beesten waren?

Kritiek uit religieuze hoek

De meeste kritiek kwam uiteraard uit religieuze hoek. Genesis maakte bij Darwin plaats voor het toeval, en dat was vooral voor meer orthodoxe gelovigen onverteerbaar. Maar ook voor wie Genesis niet letterlijk nam, bevatte Darwins evolutietheorie genoeg problemen. Hoe kon de mens bijvoorbeeld geschapen zijn naar het beeld van God, als hij dezelfde voorouders had als apen? En hoe zat het met de menselijke ziel? Was die ergens in de evolutie ineens toegevoegd? En waar bleef de moraal, als mensen niet meer dan beesten waren?

Sommigen keerden zich daarom fel tegen Darwin. Maar er waren genoeg gelovigen die het christendom en het darwinisme met elkaar wisten te verzoenen. Zij zagen de evolutie bijvoorbeeld als Gods wijze van scheppen. De kritiek op Darwin was dan ook minder algemeen dan vaak is voorgesteld.
 

Sommigen keerden zich daarom fel tegen Darwin

Onvoorwaardelijke steun kwam van atheïsten, maar ook behoudender wetenschappers, die door onder meer de vondst en herkenning van fossielen al eerder waren gaan twijfelen aan het scheppingsverhaal. Zeker voor ingewijden was de schok van Darwins werk niet zo groot.
 

Onverstoorbaar door met onderzoek

Na de publicatie van de Origin ging Darwin onverstoorbaar door met zijn onderzoek. Zijn laatste boek, Insectivorous Plants, voltooide hij in 1875. Hij was er zestien jaar mee bezig geweest en had zijn werk, zoals altijd, uiterst grondig gedaan. In zijn memoires schreef hij:

‘Net als bij mijn andere boeken is deze vertraging van groot voordeel geweest, want na een lange tussenperiode kan men zijn eigen werk bijna even kritisch beoordelen als het werk van iemand anders.’

Als kind en jongvolwassene was Darwin soms moeilijk te handhaven geweest, maar sinds de reis met de Beagle was zijn energie gekanaliseerd in de richting van het onderzoeken van de natuur. Hij werd een gepassioneerd wetenschapper, die jarenlang met hetzelfde onderwerp bezig kon zijn. Steeds opnieuw wikte en woog hij zijn ideeën. In zijn eigen woorden:

‘Ik ben gewend de dingen systematisch te doen, en dit is zeer nuttig geweest voor mijn speciale manier van werken.’
 

Voorzichtig

Darwin heeft zeer zijn best gedaan om zijn gelovige vrienden en medegeleerden niet voor het hoofd te stoten. Als hij een revolutionair was, dan was hij een heel voorzichtige, met begrip voor de gevoelens van hen die het niet met hem eens waren. Wellicht speelde daarbij een rol dat zijn vrouw Emma geloviger was dan haar man.

Aan het einde van zijn leven waren de energie en de motivatie op. Toen hij op 19 april 1882 stierf, liet Darwin een zeer goed onderbouwd oeuvre na. Zijn evolutieleer had het denken over leven op aarde voorgoed veranderd. Toch raakte het darwinisme begin twintigste eeuw in de biologie op de achtergrond. Vanaf de jaren dertig begon het echter aan een nieuwe opmars en werd het onder wetenschappers algemeen aanvaard. Verzet ertegen is echter, vooral uit gelovige hoek, tot op heden blijven bestaan.

Met dank aan Janneke van der Heide
 
***
De twijfelende Darwin
door Janneke van der Heide

Was Darwin een atheïst? In On the Origin of Species heeft hij het over een scheppende God. Toch waren velen in de negentiende eeuw ervan overtuigd dat hij niet gelovig was. Darwin zelf liet er weinig over los, omdat hij vond dat een bioloog zich niet moest mengen in de theologie.

Een uitzondering is een in de vergetelheid geraakte brief uit 1873 aan een Nederlandse bewonderaar, Nicolaas Doedes. Daarin ging Darwin wel in op de kwestie. Aanvankelijk had de student Doedes samen met zijn vriend Jan Costerus een volkomen onschuldige brief aan Darwin gestuurd. Of zijn boeken niet wat goedkoper konden, hadden ze gevraagd. De druk bezette en vaak zieke Darwin had hen zowaar geantwoord. Hij vond zijn eigen boeken ook te duur, schreef hij, maar kondigde verder geen actie aan. Doedes en Coster waren zo trots op de brief dat ze zich ermee lieten fotograferen.

Aangemoedigd door Darwins antwoord stuurde Doedes nog een brief. Deze keer had hij een diepzinniger vraag: hoe dacht Darwin over de verhouding tussen geloof en wetenschap? Opnieuw antwoordde Darwin, en hij was verrassend openhartig. Het was onmogelijk, schreef hij, om je voor te stellen dat dit grote, wonderlijke universum met daarin de mens met zijn bewustzijn, door toeval was ontstaan. Misschien was dat een goed argument voor het bestaan van God, misschien ook niet, twijfelde Darwin. ‘De veiligste conclusie is dat de hele kwestie buiten het bereik van het menselijk begrip ligt,’ vond hij.

Doedes vond het antwoord te vaag en vroeg om meer uitleg, maar die kreeg hij niet. Darwin was nu eenmaal ambivalent in deze kwestie. Zijn geloof is ‘passief’ te noemen: het bestond alleen omdat Darwin zich het universum zonder schepper niet kon voorstellen. Of dat betekende dat God ook echt bestond, liet hij aan theologen over.

Janneke van der Heide schreef een proefschrift over het darwinisme in Nederland in de periode 1859 tot 1909.
 

Meer informatie

Boeken
Darwin schreef zijn memoires voor zijn kinderen. Ze zijn vertaald als De autobiografie van Darwin. De oorspronkelijke versie (2000). Een uiterst leesbare en zeer gedetailleerde biografie is die van Adrian Desmond en James Moore, Darwin (1991).

De ideeën van Darwin worden grondig behandeld in The Cambridge Companion to Darwin (2003) van Jonathan Hodge en Gregory Radick. Deze serie (The Cambridge Companion to...) is overigens ook een aanrader voor informatie over andere historische figuren.