• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    ‘Napoleon was een man van de Verlichting’

    Drie sprekers Geschiedenis Festival blikken vooruit

    Op 18 oktober organiseert Historisch Nieuwsblad voor de eerste keer het Geschiedenis Festival. Een dag lang vinden in de Philharmonie in Haarlem optredens plaats van bekende prominenten uit binnen- en buitenland. Drie van hen lichten hier alvast een tipje van de sluier op: Jonathan Israel, Andrew Roberts en Jan Brokken.

    Door: Bas Kromhout

    De Britse historicus Jonathan Israel komt spreken over de Amerikaanse Revolutie van 1776 en haar invloed op de Franse Revolutie van 1789. ‘Historici beschouwen de twee revoluties vaak als volkomen verschillend. Dat is onterecht,’ zegt Israel. ‘De Amerikaanse founding fathers Thomas Jefferson en James Madison voelden zich nauw verwant met de revolutionairen in Frankrijk. Maar vanaf 1800 veroordeelden predikanten de Franse Revolutie als antireligieus en onchristelijk. Ook John Adams en andere conservatieven ontkenden het democratisch-republikeinse karakter van de Amerikaanse Revolutie. Zij hebben de toon gezet.’
        
    Dit verschil in zienswijze tussen de founding fathers onderling loopt volgens Israel parallel aan het onderscheid tussen ‘radicale’ en ‘gematigde’ Verlichting. Dit begrippenpaar heeft hij zelf geïntroduceerd. ‘Veel historici kunnen het onderscheid moeilijk bevatten,’ zegt hij, ‘maar zonder een goed begrip van het verschil tussen de radicale en de gematigde stromingen is alles wat met de Verlichting te maken heeft slechts één rookgordijn van verwarring.’

    Tot de gematigde Verlichting rekent Israel filosofen als Voltaire, Montesquieu en Hume. ‘Zij waren grote denkers en hebben veel gedaan om een meer tolerante en minder theologisch gefundeerde samenleving tot stand te brengen. Maar hoewel ze niet geloofden dat er waarheid bestond in religie, accepteerden ze dat de meerderheid nooit verlicht zou worden en lieten ze de theologie met rust. Ook verdedigden ze de bestaande monarchistisch-aristocratische orde. Radicale verlichtingsdenkers daarentegen koppelden hun aanvallen op religie aan een aanval op het hele sociale en politieke systeem. Daarom stonden zij aan de basis van het moderne, seculiere en democratische republicanisme.’
     
    Vermoedelijk niet radicaal, maar wél verlicht was Napoleon Bonaparte. De Brit Andrew Roberts schreef een biografie, die begin dit jaar als Napoleon de Grote in Nederland is verschenen. Uit de titel spreekt Roberts’ bewondering voor Napoleon, die volgens hem ten onrechte als een Hitler avant la lettre wordt gezien.

    Roberts houdt de Nederlandse historicus Pieter Geyl voor dit misverstand verantwoordelijk. Hij zegt: ‘In 1946 verscheen Geyls boek Napoleon. Voor en tegen in de Franse geschiedschrijving, waarin hij met zoveel woorden beweerde dat de keizer een soort Hitler was geweest die Europa had veroverd en onderdrukt. Dat was niet zo vreemd, want Geyl had tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangengezeten in concentratiekamp Buchenwald. Met name Britse historici namen Geyls vergelijking gretig over. Maar behalve dat Napoleon en Hitler allebei Rusland hebben aangevallen en Groot-Brittannië wilden veroveren, hebben de twee absoluut niets gemeen.’

    Volgens Roberts moet Napoleon in de eerste plaats worden gezien als de man die de waarden van de Verlichting door heel Europa verspreidde. ‘In alle door hem onderworpen landen zorgde hij voor meer religieuze tolerantie, meritocratie en hervorming van bestuur en rechtspraak. De Code Napoleon is er vaak nog altijd van kracht. Ook in Nederland.’ Dat Napoleon militair geweld gebruikte om Europa de moderne tijd in te slingeren, was volgens de Brit onvermijdelijk. ‘Verovering was de enige manier om het binnen één generatie te doen.’
     
    Een heel ander onderwerp stelt Jan Brokken aan de orde in zijn lezing, getiteld Onze Vaders. Brokken vraagt: wat weten we over de geschiedenis? Antwoord: even weinig als we over onze vaders weten. ‘De vraag is ingegeven door mijn boek De Vergelding. Daarin vraag ik me af wat mijn eigen vader heeft geweten van de achtergrond van de sabotageactie in 1944 in Rhoon, die leidde tot een Duitse represailleactie die zeven dorpelingen het leven kostte. Waarschijnlijk weinig, concludeer ik in het boek. Wij waren immers pas in 1952 in Rhoon komen wonen. Maar anderhalf jaar na het verschijnen van De Vergelding kreeg ik opeens mails van oud-dorpsgenoten, waaruit blijkt dat mijn vader er waarschijnlijk veel meer van wist dan hij mij ooit heeft verteld. Hij was dominee en kende de verhalen die gemeenteleden hem vertelden. Waarom heeft hij daar altijd over gezwegen?’

    Brokken stelt dat dit zwijgen symptomatisch was voor de hele oorlogsgeneratie. ‘De vaders hielden hun mond, ongeacht of zij hadden gecollaboreerd of in het verzet gezeten. Waarom? Enerzijds misschien omdat ze zich schaamden voor de fouten die zijn gemaakt, ook door mensen die in principe voor het juiste kozen. Anderzijds misschien omdat na de oorlog de blik vooruit was gericht. En de naoorlogse generatie wilde vaak niets horen. “Pa, hou nou eens op over die oorlog,” was de reactie.’

    En de moeders? ‘Die hebben over het algemeen nog meer gezwegen dan de vaders. Ook omdat hun rol een andere was. Zij waren in de eerste plaats bezig hun kinderen zo goed mogelijk de oorlog door te slepen.’ Als gevolg van al dat zwijgen is veel kennis over de bezettingsjaren verloren gegaan, denkt Blokker. ‘Wanneer is de oorlog voorbij? Pas als alle verhalen zijn verteld. Nooit dus.’

    Meer info over het Geschiedenis Festival en tickets bestellen.