Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Graaf Floris V van Holland (1254-1296)

Door: Annemarie Lavèn

Historisch Nieuwsblad 3/2012

Het complot tegen Floris V

Graaf Floris V (1254-1296) zag zichzelf als gelijke van de machtigste Europese vorsten. Hij was ambitieus, succesvol en bovendien van goede komaf. Tegelijkertijd moest hij zowel opstandig boerenvolk, pedante burgerij als twistzieke adel onder de duim zien te houden. Behendig bood hij de vele intriges het hoofd, maar hij onderschatte de rancune van de adel jegens zijn eigengereide strategie. Resultaat: een gewaagde samenzwering met fatale afloop.

De moordenaars van Floris

‘Geef ons de moordenaars!’ brult het volk. Bijna anderhalve maand hebben razende Kennemers, Friezen en Waterlanders kasteel Kronenburg belegerd, bijgestaan door enkele voorname edelen. Hun woede is gericht op de mannen die zich achter de dikke muren hebben verschanst, maar nu hun verdediging moeten opgeven.
 

Graaf Floris is door zijn eigen edelen vermoord

Als de poort van de burcht eindelijk openzwaait en het volk zich verdringt om de moordenaars van graaf Floris V met eigen ogen te zien, is de verbijstering groot. Gerard van Velsen, Willem van Zaanden, Arend van Benschop, Costijn van Boternesse, Willem van Teilingen en Willem de Smid: het zijn niet de minsten die tevoorschijn komen. Graaf Floris is door zijn eigen edelen vermoord.
 

Een gouden toekomst

Toen Floris op 24 juni 1254 in Leiden geboren werd, leek hem een gouden toekomst te wachten. Hij was voorbestemd zijn vader op te volgen als graaf van Holland. Het graafschap was geografisch en economisch gunstig gelegen, ingeklemd tussen Engeland, het Duitse Rijk en Frankrijk. De Rijn en de Maas mondden er uit en vlakbij stroomde de Schelde. Formeel maakte Holland deel uit van het Duitse Rijk, maar de graven konden van oudsher hun land vrij autonoom bestieren.
 

Hij was voorbestemd zijn vader op te volgen als graaf van Holland

Willem II, de vader van Floris, was niet alleen graaf van Holland, maar ook verkozen tot rooms-koning van het Duitse Rijk. Hij zou binnenkort zelfs keizer worden; de paus had de datum voor de kroning al vastgelegd. Maar voordat het zover was, wilde Willem eerst afrekenen met de meest hinderlijke luizen in zijn pels: de West-Friezen.
 


 

West-Friezen

West-Friesland bestond meer uit water dan uit land. De bewoners hadden een grondige afkeer van grafelijk gezag, dus verdedigden ze zich met man en macht tegen iedere poging tot onderwerping. Ze hadden zich gespecialiseerd in guerrillatactieken en gebruikten het water als hun bondgenoot.

Directe confrontaties zouden ze kunnen verliezen, dus dreven de West-Friezen de zwaarbewapende legers telkens weer in een hinderlaag, bestookten ze de grafelijke troepen met hit-and-run-acties en hielden ze regelmatig plundertochten om het economische verkeer te ondermijnen.
 

Met paard en al zakte Willem weg in het ijskoude water

Willem II was vastbesloten het gebied voorgoed onder Hollandse heerschappij te brengen. Hij wachtte tot de winter streng genoeg was om de verraderlijke sloten en meren te doen bevriezen. De graaf was weliswaar heldhaftig, maar ook overmoedig. Zwaarbewapend reed hij ver voor zijn mannen uit over het krakende ijs. Toen hij de scheuren zag, was het al te laat. Met paard en al zakte hij weg in het ijskoude water.

 

De West-Friezen stormden naar voren en sloegen de indringer onmiddellijk dood. Pas toen beseften ze met wie ze van doen hadden: de toekomstige keizer van het Duitse Rijk. In paniek namen ze het lijk mee en begroeven ze het in een boerenhoeve onder de haardplaat.
 

Wreken van de moordenaars

Floris was nog geen twee toen zijn vader werd vermoord, maar toch zouden het vinden van diens lichaam en het wreken van zijn moordenaars belangrijke doelen in zijn leven worden.

Totdat hij de leeftijd van twaalf bereikte en als volwassen werd beschouwd, stond hij onder voogdijschap en werd hij klaargestoomd voor de zware bestuurlijke taak die hem te wachten stond. Eenmaal twaalf jaar regeerde hij onder auspiciën van een raad van hoge edelen. Voor deze voorname heren, van wie Gijsbrecht van Amstel de machtigste was, bood de jonge en nog beïnvloedbare graaf een aantrekkelijke kans om het grafelijk bestuur te manipuleren. Floris was niet meer dan een speelbal tussen de rivaliserende edelen. Toch deed hij in deze periode de nodige ervaring met intriges op, die hij later kundig wist aan te wenden.
 

Floris liet opnemen dat zijn geslacht gelijkstond aan dat van de Karolingers

Iedere middeleeuwse vorst zag zich omringd door intriganten. De mate waarin hij gezag kon uitoefenen was sterk afhankelijk van zijn persoonlijkheid en zijn afkomst. Maar daarnaast had een vorst enige speelruimte door benoemingen of gunsten uit te delen dan wel te blokkeren. De kunst was hierbij om een evenwicht te bewaren, want niets was zo gevaarlijk als de afgunst van hoge edelen te wekken.

 

Floris had het geluk dat hij kon bogen op een prestigieuze afkomst. Hij gaf opdracht de geschiedenis van Holland te schrijven, en liet daarin opnemen dat zijn geslacht gelijkstond aan dat van de Karolingers. Hoe dat precies zat vertelt de kroniek niet, maar Floris had ook nog een andere bloedlijn, die hem op latere leeftijd goed van pas kwam.
 

Mislukte expeditie

Zijn betovergrootmoeder was de Schotse prinses Ada. Toen de Schotse troon in 1290 door enkele onverwachte overlijdensgevallen vacant kwam, maakte Floris op grond van deze afstamming aanspraak op de kroon. Hij was niet de enige, want dertien pretendenten meldden zich aan. Floris had aanvankelijk een goede kans, maar moest zich uiteindelijk toch terugtrekken uit de kandidatuur.
 

Zijn eerste echte expeditie liep uit op een faliekante mislukking

Zijn aanspraken karakteriseren de graaf, die niet van plan was onder te doen voor naburige koningen. Dat liet hij ook blijken door de bouw van de imponerende Grote Zaal aan het grafelijke hof in Den Haag, tegenwoordig de Ridderzaal. Floris had tijdens een bezoek aan Engeland de Westminster Hall gezien, en wilde een gelijksoortige ruimte aan zijn eigen hof. Maar zijn gezag steunde meer op zijn strategisch inzicht dan op zijn afkomst, zoals zijn militaire campagnes bewezen. Toch liep zijn eerste echte expeditie uit op een faliekante mislukking.

 

Leermoment voor Floris

In de zomer van 1272, toen Floris achttien jaar was, achtte hij de tijd rijp om zijn vader te wreken. In navolging van zijn vader legde hij dammen en dijken aan om het West-Friese watergebied beheersbaar te maken en met zijn zware ruiterij te kunnen aanvallen. De West-Friezen zagen de bui al hangen en vernietigden de waterwerken onmiddellijk. Het Hollandse leger viel zonder duidelijk plan aan en liep in de beruchte hinderlagen. Het mislukte offensief leidde tot een aaneenschakeling van rebellie, want zowel Kennemers, West-Friezen als Waterlanders kwamen nog in hetzelfde jaar in opstand.
 

Met eindeloos geduld bereidde hij de aanval voor

Floris leerde van de mislukking, want zijn volgende poging om de West-Friezen te onderwerpen pakte hij veel vernuftiger aan. Met eindeloos geduld bereidde hij de aanval voor. Van groot strategisch belang waren de IJ-oevers. Als hij die in handen had, kon hij een succesvol offensief inzetten. Tussen 1273 en 1282 veroverde hij stukje bij beetje Waterland aan de noordoever en Amstelland en het Gooi aan de zuidoever van het IJ.
 

Gebroken verzet

Amstelland was nog het moeilijkst geweest, want dit gebied viel onder het gezag van de bisschop van het Sticht. In deze tijd werd het Sticht bestuurd door de bijzonder incapabele elect Jan van Nassau. Gijsbrecht van Amstel, een van de hoogste edelen, maakte van diens zwakke positie gebruik om Utrecht te bezetten. De elect kon niet anders dan Floris om hulp vragen, waarna de graaf hem gemakkelijk de ene na de andere Stichtse burcht afhandig maakte.

Alleen de edelen Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel waren niet van plan hun kastelen op te geven. Zonder al te grote verliezen wist Floris ook hun burchten in te nemen. Gijsbrecht van Amstel verdween samen met zijn broer voor lange tijd achter slot en grendel in Zeeland; Herman van Woerden ging in ballingschap. Pas jaren later gaf de graaf de gebieden terug, onder de voorwaarde dat ze hem accepteerden als leenheer. Beide edelen gingen tandenknarsend akkoord, maar zouden hem die zet nooit vergeven.
 

Hij kon zijn vader nu eindelijk een waardige begrafenis geven

Nu Floris de benodigde gebieden had veroverd, was de tijd rijp voor een nieuwe aanval op West-Friesland. Dit keer was Floris voorbereid en onderschatte hij de taaie West-Friese guerrillastrijders niet. Hij wachtte niet tot de winter, maar viel totaal onverwacht midden in de zomer aan. Eerst zette hij de aanval vanaf het water in; pas daarna volgde de cavalerie. Uiteindelijk bereikte Floris de boerderij waar het lichaam van zijn vader was verstopt.

 

Hiermee sloot een belangrijk hoofdstuk uit Floris’ leven: het verzet van de West-Friezen was gebroken en hij kon zijn vader nu eindelijk een waardige begrafenis geven.
 

Dwangburchten in West-Friesland

Door meteen te beginnen met de bouw van een serie dwangburchten, voorkwam de graaf dat de West-Friezen hun land weer innamen zodra hij zijn hielen zou lichten. De sterkste burcht situeerde hij bij Medemblik, het huidige kasteel Radboud. Bij de monding van de Vecht bouwde hij het Muiderslot.
 

Steden groeiden, de adel was niet meer onaantastbaar en de hiërarchie werd minder scherp

Maar Floris begreep heel goed dat alleen militair overwicht niet vol te houden zou zijn. Hij bood de West-Friezen daarom gunstige condities. Zo mochten ze hun oud-Friese privileges behouden en legde hij niet te hoge belastingen op.

De manier waarop Floris de West-Friezen had onderworpen, is tekenend voor zijn karakter. Hij gaf er blijk van niet alleen over een behoorlijke dosis geduld te beschikken, maar ook scherp tactisch inzicht te hebben. Hij gebruikte onconventionele en gedurfde aanvalstechnieken, maar was ook zo slim om het onderworpen volk niet de duimschroeven aan te draaien. Hij maakte behendig gebruik van de mogelijkheden die hij als graaf had om strategisch gelegen kastelen in bezit te nemen, maar vervolgens gaf hij deze in leen tegen zijn voorwaarden.

 

Veranderingen in de dertiende eeuw

Mede door deze kwaliteiten bracht Floris rust en welvaart in het graafschap en wist hij de bevolking aan zich te binden. Eerder lag het economische en strategische zwaartepunt in Gelre, maar nu was Holland het machtigste gewest. De economie groeide, en vooral Dordrecht ontwikkelde zich tot een belangrijk handelspunt.

 

Het strikte onderscheid tussen adel, edelen, ridders en tussen vrijen en onvrijen vervaagde

Deze veranderingen maakten deel uit van een algehele transformatie die kenmerkend is voor de tweede helft van de dertiende eeuw. Steden groeiden ten koste van het platteland. De positie van de adel was niet meer onaantastbaar en de hiërarchische lijnen liepen minder scherp. Stedelingen waren in staat eisen op tafel te leggen en rijke boeren konden zelfs tot ridder worden geslagen.
Het strikte onderscheid tussen lage en hoge adel, tussen edelen en ridders, en tussen vrijen en onvrijen vervaagde. Dit verschuiven van de bestaande verhoudingen bracht ook spanningen met zich mee, zoals Floris zou merken.
 

Bondgenoten

In deze woelige tijden was het van het grootste belang de juiste bondgenoten te hebben. Floris stond op goede voet met Edward I, koning van Engeland. De beste manier om hun vriendschap te bezegelen was door een huwelijksband. Floris’ dochter Margaretha zou daarom trouwen met de Engelse kroonprins Alfonso. Floris ging zelfs zover dat hij de helft van zijn land aan het stel zou geven wanneer hij zelf geen zoon zou krijgen.
 

In deze woelige tijden was het van het grootste belang de juiste bondgenoten te hebben

Alfonso overleed echter toen hij tien jaar oud was, en Floris was ondertussen vader geworden van een zoon. Afgesproken werd dat deze Jan met de Engelse koningsdochter Elisabeth zou trouwen en dat hij aan het Engelse hof opgevoed zou worden.
 

Een leger van duizend man

Toen de Engelse koning in 1294 een beroep deed op Floris om hem te helpen zijn continentale bezittingen tegen de Franse koning Filips de Schone te verdedigen, was het dan ook niet verrassend dat Floris een leger van duizend man toezegde. In ruil zou Holland profijt trekken van de oorlog, want de lucratieve wolstapel werd van Frans gebied (Vlaanderen) naar Dordrecht verplaatst.
 

In ruil zou Holland profijt trekken van de oorlog

Maar op het moment dat ook de hertog van Brabant zich bij de Engelse koning meldde als bondgenoot, waren de belangen van Floris snel weer vergeten. De wolstapel ging naar het Brabantse Mechelen en later naar Antwerpen. Bovendien sloot Edward in het diepste geheim een verdrag met de Vlaamse graaf, juist op het moment dat Floris in een felle strijd met Vlaanderen was verwikkeld om de heerschappij over het deel van Zeeland ten westen van de Schelde.
 

Edward en Van Cuyk

Toen Floris niet lang daarna een aanbieding vanuit het Franse kamp kreeg, was het begrijpelijk dat hij direct interesse toonde. Met een groot gevolg, onder wie een aantal edelen uit zijn grafelijke raad, vertrok hij naar Parijs om het bondgenootschap met Filips de Schone te ondertekenen. Floris zou de Franse koning helpen in zijn strijd tegen Edward door de vijanden van Frankrijk als zijn vijand te beschouwen. In ruil kon hij een fikse beloning opstrijken.
 

Floris zou de Franse koning helpen in zijn strijd tegen Edward

Edward had deze ommezwaai van zijn vroegere vriend niet verwacht en verbood onmiddellijk alle export naar Holland. Engeland was in een zorgelijke situatie terechtgekomen, nu het grootste deel van het vasteland bondgenoot van Frankrijk was geworden. Er was nog iemand die zich zorgen maakte: Jan van Cuyk, adviseur van de Brabantse hertog en leenman van Edward. Volgens een speciale aanvulling van het verdrag dat Floris met Filips had gesloten, zou Floris met Van Cuyk afrekenen.
 

Ontvoering naar Engeland of Brabant

Van Cuyk toog naar Holland om in het geheim ontevreden edelen warm te maken voor een gewaagde onderneming. Graaf Floris moest ontvoerd worden naar Engeland of Brabant, en zijn zoon zou als nieuwe graaf van Holland worden aangesteld. De grote instigator van het plan was hoogstwaarschijnlijk koning Edward. Hij was machtig genoeg om aan een dergelijk gedurfde samenzwering mandaat te geven. Bovendien groeide de zoon van Floris op aan zijn hof.
 

Edelen die zich bedreigd voelden voegden zich bij de samenzweerders

Het was niet moeilijk voor Edward en Van Cuyk om medestanders te vinden. Eerder genoemde Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel waren niet vergeten hoe onterend Floris hen jaren terug had behandeld en sloten zich meteen aan. Ook andere hoge en lage edelen die zich door de machtige positie van Floris bedreigd voelden en liever zijn jonge en beïnvloedbare zoon als graaf zagen, voegden zich bij de samenzweerders. Ook deed Gerard van Velsen mee, een lage edelman wiens neef door de graaf was terechtgesteld en die op wraak zon.
 

De juiste gelegenheid

Op een geheime bijeenkomst in Kamerijk gaven vertegenwoordigers van Engeland, Vlaanderen en Brabant hun fiat. Ondertussen dijde het aantal medeplichtigen dermate uit dat het een wonder is dat het plan niet uitlekte.

Nu moest alleen nog de juiste gelegenheid worden afgewacht. Die deed zich voor in juni 1296. Floris had een bijeenkomst georganiseerd om te bemiddelen in een oude vete tussen Gijsbrecht van Amstel en Herman Van Woerden met Zweder van Zuilen.
 

Het aantal medeplichtigen dijde dermate uit dat het een wonder is dat het plan niet uitlekte

Nietsvermoedend kwam Floris in Utrecht aan. Nadat het geschil was opgelost, waarbij Floris uit eigen zak een behoorlijke geldsom bijlegde, zette het gezelschap zich aan een uitstekende maaltijd. Terwijl Floris zich daarna terugtrok voor een dutje, reden de samenzweerders naar een iets buiten de stad gelegen weide. Gijsbrecht van Amstel was achtergebleven en wekte de graaf om hem te herinneren aan de geplande valkenjacht. Gijsbrecht reed vast vooruit; Floris volgde met enkele knapen.

Als Floris aankomt en daar het gezelschap ontmoet, denkt hij dat ze een grap uithalen. Pas wanneer Arend van Benschop de sperwer uit Floris’ hand grijpt, beseft hij het gevaar en wil hij zijn zwaard trekken. Meteen zet Gerard van Velsen hem het zwaard op de borst. De ontvoerders rijden snel naar het Muiderslot, waar Floris geboeid wordt opgesloten.
 

Verschillende bronnen

Al snel doet het nieuws van de ontvoering de ronde. Woedend trekken Waterlanders, West-Friezen en Kennemers naar het Muiderslot om hun graaf te ontzetten. De ontvoerders trekken Floris een grauw kleed aan om hem onherkenbaar te maken.

Zijn voeten worden onder de buik van een paard samengebonden en ze proppen een handschoen in zijn mond. Zo proberen ze te vluchten, maar de stoet stuit al snel op een groep inwoners van Naarden.
 

Over hoe de gebeurtenissen verlopen verschillen de bronnen

Over hoe de gebeurtenissen daarna verlopen verschillen de bronnen. Maar over de tragische afloop zijn ze eensgezind: in de hectiek geeft Floris zijn paard de sporen. Het beest is oud en zwak, en haalt de sprong over een sloot niet. De graaf kan geen kant op als Gerard van Velsen zijn zwaard trekt en met twee anderen genadeloos op hem inhakt.

 

Direct na de moord wordt er een nieuwsbrief verzonden naar de omringende landen waarin het tragische overlijden wordt medegedeeld. Sommige samenzweerders worden meteen na de overgave van kasteel Kronenburg gedood; anderen, zoals Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel, vluchten naar het buitenland. Zij verliezen hun bezittingen in Holland. Gerard van Velsen bekent in het openbaar en geeft de namen van zijn medeplichtigen. Hij wordt geradbraakt.

 

MEER WETEN

Het werk Floris V. Een politieke moord (2011) van E.H.P. Cordfunke geeft een beknopt, maar gedegen beeld van het leven van de Hollandse graaf en gaat grondig in op de samenzwering. Van dezelfde auteur is Een Hollands-Schots avontuur. De claim van Floris V op de Schotse troon (2005). Het beschrijft de fascinerende zoektocht naar de man met de beste papieren voor de Schotse troon. Floris was een goede kanshebber.

De bundel Wi Florens. De Hollandse graaf Floris V in de samenleving van de 13de eeuw (1966), onder redactie van o.a. D.E.H. de Boer, biedt interessante bijdragen en originele invalshoeken. Een mooi vorstenoverzicht is te vinden in Graven van Holland. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (2010) van D.E.H. de Boer en E.H.P. Cordfunke.

Ridderschap in Holland (2001) van Antheun Janse geeft een diepgravend beeld van de adellijke elite in de Middeleeuwen. Liefhebbers van krijgsgeschiedenis kunnen hun hart ophalen aan Oorlog om Holland, 1000-1375 van Ronald de Graaf (1996).

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen