Home Klem tussen Hitler en Stalin

Klem tussen Hitler en Stalin

  • Gepubliceerd op: 26 april 2022
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Marc Jansen
Klem tussen Hitler en Stalin

Oekraïne behoort tot de landen die het meest hebben geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Eerst vielen de Duitsers er binnen, later werd het heroverd door de Sovjets. Zowel Hitler als Stalin richtte er verschrikkingen aan. ‘Onze taak is Oekraïne alles af te nemen.’

Op 17 september 1939 viel het Sovjetleger Polen in het oosten aan. De inval vloeide voort uit het niet-aanvalsverdrag dat Jozef Stalin een maand eerder had gesloten met Adolf Hitler. Een geheim protocol gaf de Sovjet-Unie de vrije hand in het toenmalige oosten van Polen (tegenwoordig het westen van Oekraïne en Belarus), de Baltische landen en Bessarabië (ongeveer het huidige Moldavië). In ruil daarvoor mocht Hitler het westen van Polen bezetten, wat hij twee weken voor de Sovjetinvasie ook deed.

Officieel heette het dat het Rode Leger in Oost-Polen de Russische ‘bloedbroeders’ – de Oekraïners en Wit-Russen – ‘bescherming’ kwam bieden. Een deel van de 4 à 5 miljoen Polen die er ook woonden, werd gedeporteerd of zelfs vermoord. In Brest vond een gezamenlijke militaire parade van Duitse en Sovjettroepen plaats.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

West-Oekraïne, met als belangrijkste stad Lviv, werd op 1 november 1939 na geregisseerde verkiezingen bij de Sovjetrepubliek Oekraïne gevoegd. Op deze ‘hereniging’ van Oekraïne volgde gelijkschakeling met het Sovjetsysteem, inclusief collectivisatie van de landbouw, antireligieuze propaganda en repressie.

Tijdens de invasie van Polen overleggen Duitse en Russische militairen met elkaar, september 1939.

Maar Stalin kreeg zo ook te maken met de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OOeN). De organisatie viel uiteen in twee rivaliserende delen, waarvan een onder leiding stond van Stepan Bandera (OOeN-B). Zeker deze tak bewoog zich ver in fascistische richting, inclusief leiderscultus, eenpartijstelsel, bewondering voor Hitlers nieuwe Europese orde en antisemitisme. De nationalisten associeerden de Joden met het bolsjewistische bewind. Ook streefden ze een homogene Oekraïense staat na, zonder rechten of plaats voor etnische minderheden, zoals Joden en Polen.

Pogroms

Hitler beschouwde het niet-aanvalsverdrag met Stalin als een tijdelijke manoeuvre. Op 22 juni 1941 vielen zijn legers de Sovjet-Unie binnen. Aan Duitse zijde rukten ook twee bataljons van de OOeN-B op, Nachtigall en Roland, samen zo’n 800 man sterk. Ze dachten de invasie voor eigen doeleinden te kunnen gebruiken. Daags na de inname van Lviv op 29 juni riep de politicus Jaroslav Stetsko namens de OOeN-B een onafhankelijke Oekraïense staat uit. Bandera was daar niet bij; toch heet Lviv in de Russische propaganda tot op de dag van vandaag ‘Banderstadt’.

Aan het begin van de Duitse invasie had de geheime politie van de Sovjet-Unie de gevangenissen ‘geruimd’. Daar zaten ook veel Oekraïense politiek gevangenen opgesloten. Wie niet naar het oosten werd geëvacueerd, kreeg de kogel. Toen de plaatselijke bewoners de gevangenissen openden, vonden ze de verminkte lijken.

De Sovjetautoriteiten waren inmiddels vertrokken en de bewoners koelden hun woede op de plaatselijke Joden. Dat die niets met de wandaden van de geheime politie te maken hadden, deed niet ter zake. Het kwam tot pogroms, waarbij volgens de Duitse historicus Kai Struve tussen de 7300 en 11.300 Joden werden vermoord. Struve wijst Oekraïense nationalisten aan als de schuldigen. Stetsko was er voorstander van ‘de Duitse methoden om het Jodendom uit te roeien’ in Oekraïne in te voeren.

Duitsers rukken op in Oekraïne, 1942.

Struve plaatst hierbij de kanttekening dat de nationalisten tot de pogroms werden aangezet door Duitse politie- en legereenheden. De Duitsers waren bovendien verantwoordelijk voor het merendeel van de executies. Vooral de pantserdivisie Wiking van de Waffen-SS, waarin enkele honderden Nederlandse oostfrontstrijders meevochten, maakte zich hier schuldig aan. Bij de Jodenmoord was volgens Struve ook de Nederlandse zakenman en SS’er Pieter Menten betrokken, die in Lviv en omstreken werkte en met de Duitsers collaboreerde.

Liquidaties

De Duitsers zagen niets in het onafhankelijkheidsstreven van de Oekraïense nationalisten. Zij erkenden de zelfstandige Oekraïense staat van Stetsko niet. In juli 1941 splitsten ze Oekraïne: Oost-Galicië werd bij de bezette Poolse gebieden gevoegd, de rest van het land viel onder het Rijkscommissariaat Oekraïne, geleid door Erich Koch. Bij zijn aankomst in het land verklaarde Koch: ‘Onze taak is Oekraïne alle goederen af te nemen waar we de hand op kunnen leggen, zonder aandacht te schenken aan de gevoelens of het bezit van de Oekraïners.’ Bandera en Stetsko werden gevangengezet. Vanaf de herfst van 1941 werden veel OOeN-B-leden gearresteerd.

Ook in West-Oekraïne sloeg het enthousiasme voor de Duitsers spoedig om, toen bleek dat die hen tot de Untermenschen rekenden – zij het minder dan de Russen. Hitler noemde hen in september 1941 ‘even lui, ongeorganiseerd en nihilistisch-Aziatisch’ als de Russen. ‘Wij zijn een Herrenvolk,’ luidde een bevel van de Wehrmacht uit maart 1943 over de behandeling van de Oekraïense burgerbevolking, ‘dat moet bedenken dat de geringste Duitse arbeider uit het oogpunt van ras en biologie duizendmaal waardevoller is dan de bevolking hier.’ Overigens verleenden bij de Holocaust nog wel Oekraïense Hilfswillige als Ivan Demjanjoek hand- en spandiensten.

Oekraïners werden uitgehongerd of massaal tewerkgesteld

De Duitsers zeiden dat ze Lebensraum nodig hadden en wilden Oekraïne koloniseren. Dat zou voedsel en andere directe levensbehoeften onthouden aan het Duitse volk, wat neerkwam op diefstal. Oekraïners werden uitgehongerd of massaal in Duitse of Oostenrijkse fabrieken en boerderijen tewerkgesteld. Anders dan de boeren hadden gehoopt, bleven de kolchozen die de Sovjets hadden ingesteld in stand en moesten ze er extra gedisciplineerd doorzwoegen om de Duitsers van een zo groot mogelijke graanopbrengst te voorzien.

De Joden, voor zover niet geëvacueerd of ondergedoken, wachtte liquidatie, eerst in de ‘Holocaust door kogels’ en later in de gaskamers. Meer dan 1,5 miljoen van hen kwamen om, onder wie drie ooms en de overgrootvader van de huidige premier Volodymyr Zelenski.

Het Joodse getto van Lemberg (Lviv) wordt in 1941 opgezet door de Duitsers en blijft vrijwel de hele oorlog bestaan. Bijna alle inwoners komen om.

Bloedlanden

Oekraïne kwam op grote schaal in verzet. De meeste Oekraïense jonge mannen dienden in het Sovjetleger, dat begin 1943 het Duitse leger bij Stalingrad aan de Wolga op de knieën dwong. Het duurde nog tot de zomer voor de strijdkansen definitief keerden. Het Sovjetleger heroverde Oekraïne in 1944 en het jaar daarop. Het gebied dat met het niet-aanvalspact van 1939 was verworven bleef voor de Sovjet-Unie behouden, Polen werd met voormalig Duits gebied in het westen gecompenseerd. Polen en Oekraïners werden uitgewisseld tussen het nieuwe, communistische Polen en Sovjet-Oekraïne.

Stepan Bandera zocht zijn toevlucht in München, waar een KGB-agent hem in oktober 1959 vermoordde. De nationalistische strijd van de Oekraïners, met name in het westen van het land, ging nog tot ver in de jaren vijftig door en bezorgde de autoriteiten veel kopzorgen. Terwijl Hitlers plannen voor de ‘germanisering’ van Oost-Europa hadden gefaald, werd de Sovjet-Unie er juist veel dominanter dan voorheen.

700 steden werden verwoest, 10 miljoen mensen raakten hun huis kwijt

Oekraïne is, na Belarus en Polen, het land dat het meest onder de oorlog heeft geleden. Die verwoestte er, geheel of gedeeltelijk, meer dan 700 steden, 28.000 dorpen, 16.000 fabrieken en 28.000 collectieve boerderijen. Tien miljoen mensen werden dakloos.

Historicus Timothy Snyder noemde Oekraïne, Belarus, de Baltische landen, Polen en het westen van Rusland de ‘bloedlanden’, waar de terreur van Hitler en Stalin elkaar overlapten. Toen de Israëlische historicus Shimon Redlich zijn geboortestad Berezjany in Oost-Galicië terugzag, schreef hij in zijn memoires: ‘De ongekende oorlogsomstandigheden en de beestachtigheid van het leven onder zowel de Sovjets als de Duitsers haalden het slechtste in de menselijke aard naar boven.’

Marc Jansen is historicus en Rusland-deskundige.

 

Meer partizanen dan nazi’s

In Lviv en andere West-Oekraïense steden staan nog steeds standbeelden van de nationalist Stepan Bandera. Hij geldt er als een anti-Sovjetstrijder, niet als de antisemiet en fascist die hij in werkelijkheid was. Zijn volgelingen hadden het niet alleen op Joden voorzien, maar partizanen van het aan de OOeN gelieerde Oekraïense Opstandelingenleger vermoordden ook Polen in West-Oekraïne.

Na de oorlog probeerden de nationalisten hun antisemitisme en collaboratie met Hitler weg te poetsen. In 2010 kreeg Bandera postuum de eretitel ‘Held van Oekraïne’. De titel werd hem later weer afgenomen door president Viktor Janoekovitsj.

Sinds Janoekovitsj in 2014 ten val kwam tijdens de Maidanrevolutie, verspreidt de Russische president Vladimir Poetin het verhaal dat de nieuwe Oekraïense regering uit ‘neonazi’s’ bestaat. Velen in Rusland, en ook daarbuiten, hechten geloof aan Poetins woorden en verwijzen daarbij naar de Duitse bezettingstijd.

Maar het staat buiten kijf dat er veel meer Oekraïners dienden in het Sovjetleger en bij de Sovjetpartizanen dan in de nationalistische milities. Buiten West-Oekraïne was het enthousiasme voor de OOeN sowieso een stuk geringer. Naar schatting zaten er in het Rode Leger 7 miljoen Oekraïners, onder wie de overgrootvader van de huidige premier Volodymyr Zelenski.

Aanval Medvedev op Zelenski

Dmitri Medvedev mocht van 2008 tot 2012 de presidentszetel voor Poetin warm houden, daarna werd hij premier en nu is hij vicevoorzitter van de Russische Veiligheidsraad. In oktober van het afgelopen jaar schreef hij een nogal antisemitisch getoonzet artikel in de Russische krant Kommersant, geheel in de stijl van de Russische staatspropaganda tegen Oekraïne. Die identificeert een onafhankelijk Oekraïne volledig met de collaborateur Bandera, waarvoor zij geen goed woord overheeft. In het stuk richtte Medvedev zijn pijlen vooral op de Oekraïense president, Volodymyr Zelenski. Zelenski, die Joods is, zou geen nationale identiteit bezitten en daarom meebuigen met de ‘extreem-rechtse Oekraïense nationalisten’. Die ‘kunnen elk moment een gele ster op zijn rug plakken’. Zijn positie zou vergelijkbaar zijn met die van ‘een Joodse intellectueel in nazi-Duitsland die om ideologische redenen zou vragen om toelating tot de SS’.

26,6 miljoen Sovjetdoden

Duitsland koestert schuldgevoel jegens de Russen, maar veel minder tegenover de Oekraïners. Dat is nergens op gebaseerd. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn, volgens onder het bewind van Michail Gorbatsjov vrijgegeven informatie, 26,6 miljoen Sovjetburgers omgekomen. Naar de Sovjetrepublieken opgesplitst kwamen in Rusland 14 miljoen mensen om (van wie 7,2 miljoen militairen), dat wil zeggen 12,7 procent van de bevolking. In Oekraïne, waar tot 1954 de Krim niet bij hoorde, vielen er 6,85 miljoen doden (onder wie 1,65 miljoen militairen), oftewel 16,3 procent van de lokale bevolking, dus een aanzienlijk hoger percentage. Het hoogst scoort Belarus met 2,3 miljoen doden (onder wie 620.000 militairen), wat gelijkstaat aan 25,3 procent van de bevolking.

Meer weten:

Deutsche Herrschaft, ukrainischer Nationalismus, antijüdische Gewalt (2015) door Kai Struve, over de Oekraïne in 1941.

Stepan Bandera (2014) door Grzegorz Rossoliński-Liebe is een biografie.

Bloedlanden (2013) door Timothy Snyder, over Europa tussen Hitler en Stalin.

Grensland (2017) door Marc Jansen behandelt de geschiedenis van Oekraïne.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2022