• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    ‘Hier beleef je de geschiedenis zoals het echt was’

    Openluchtmuseum opent overzichtstentoonstelling over Nederlandse geschiedenis

    Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem opende op 23 september de eerste overzichtstentoonstelling van de hele Nederlandse geschiedenis. Historisch Nieuwsblad sprak met de trotse directeur Willem Bijleveld: ‘Hier beleef je de geschiedenis zoals het echt was. Vecht als een Romein, of werk met een zeventiende-eeuwse drukpers!’

    Door: Esther Ladiges

    Jullie tentoonstelling beslaat de hele Nederlandse geschiedenis, een ambitieus project. Hoe houd je de bezoeker geboeid?
    ‘De bezoeker moet de geschiedenis kunnen beleven, daarom tonen we de geschiedenis aan de hand van tien audiovisuele installaties. De zeventiende eeuw verbeelden we met een weergave van een pand aan het Rokin in Amsterdam. Als je daarin loopt tref je drie canonvensters aan: de Atlas Maior van Blaeu, Michiel de Ruyter en de VOC. In het pand loop je de drukkerij van Blaeu in en daar hebben we een replica van een drukpers neergezet waarmee je als het ware zelf een vel drukt. Je moet alle handelingen verrichten op de drukpers en zo krijg je een vel in handen op precies dezelfde manier als in de Atlas van Blaeu. Zo krijg je een idee hoeveel werk was om zo’n atlas te maken. We brengen dus geen ‘droge’ objecten, maar plaatsen ze in hun context.’

    ‘We tonen bijvoorbeeld ook het leven rond een Romeins fort. In een presentatie zie je een Romein met een Germaans jongetje oefenen met houten zwaarden. Daarnaast zie je een origineel houten zwaard uit de Romeinse tijd, een bruikleen van het Rijksmuseum van Oudheden.  Zo breng je een object dat normaal gesproken in het depot ligt tot leven. In alle periodes laten we ook steeds een dier zien. Bij de Romeinen is dat de kip, want die hebben zij geïntroduceerd in Nederland. Hoe kom je aan een kip als je Germaan bent, en hoeveel vissen is een kip waard? Kortom, elementen uit het dagelijks leven.’
     
    Hoe is het initiatief van dit museum tot stand gekomen?
    ‘De tentoonstelling komt voort uit het niet doorgaan van het Nationaal Historisch Museum (NHM). Het ministerie van OCW heeft ons de opdracht gegeven om samen met het Rijksmuseum een presentatie te ontwikkelen over de hele Nederlandse geschiedenis. Het Rijksmuseum is hét museum op het gebied van de Nederlandse geschiedenis vanaf de zeventiende eeuw. Wij richten ons op de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland. Onze profielen en expertise vullen elkaar dus heel goed aan.’

    ‘Oorspronkelijk zou het NHM naast ons komen te staan. Het Rijksmuseum werd ten tijde van de voorbereidingen nog verbouwd en een Canonpresentatie past daar ook minder goed. Daarom is besloten dat de tentoonstelling hier zou komen. Maar we zien onszelf zeker niet als het nieuwe NHM. We blijven lekker het Openluchtmuseum met een mooi, groen park. En we richten ons net als in de rest van het museum op het dagelijks leven en wijzen niet met het vingertje. Zo wordt het toegankelijk en niet belerend, maar belevend!’
     
    Hoe hebben jullie de tentoonstelling opgezet?
    ‘Er is een concept ontwikkeld met wetenschappers en conservatoren van het NOM en van het Rijksmuseum. Het was een enorme exercitie, want hoe zet je zoiets neer? De vijftig vensters van de Canon waren richtinggevend, maar om het overzichtelijk te houden, konden we zie niet alle vijftig uitwerken. Uiteindelijk zijn er aan de hand van de tien tijdvakken tien deelexposities gemaakt. Binnen deze periodes krijgt een deel van de Canonvensters een plek. Aan het eind van de tentoonstelling staat een interactieve wand van achttien meter lang waar alle vensters kort aan bod komen. Daarnaast hebben we het Canonnetwerk opgezet waarbij verschillende musea door heel Nederland zijn aangesloten. Nederland is heel rijk in zijn geschiedenisverhalen, dus we verwijzen de bezoekers voor extra verdieping graag door naar andere musea. Wij hebben in onze tentoonstelling bijvoorbeeld geen hunebed, maar we verwijzen wel naar het Hunebedcentrum in Borger.’
     
    Was het moeilijk aan objecten te komen?
    ‘Als ik het geheel overzie vind ik het heel erg goed gegaan. De Nederlandse musea zijn heel genereus geweest. We hebben honderdnegentig objecten in totaal, waarvan vijftig uit onze eigen collectie en honderdveertig uit bruikleen. Dat is veel als je bedenkt dat de tentoonstelling tien jaar blijft staan. Je krijgt natuurlijk nooit alles wat je wilt hebben, maar de musea waren erg toeschietelijk want ze dragen het idee een warm hart toe. Sommige objecten zullen tijdelijk te zien zijn, zoals de reisnecessaire van Aletta Jacobs van het Amsterdam Museum. Zij is ook een Canonvenster en je ziet haar reizen en hoe ze zich ontwikkeld heeft. De nadruk ligt op echte historische objecten: zij zijn de dragers van het verhaal en met onze audiovisuele opstellingen plaatsen we ze in een context. Als je de tentoonstelling hebt bezocht kun je weer naar buiten om het Openluchtmuseum te bezoeken. Naar mijn idee heeft Nederland zoiets nog niet gezien.‘
     

    ***

    Wat is de Canon van Nederland?
    In 1996 werd na een proefwerk van Historisch Nieuwsblad onder Tweede Kamerleden duidelijk dat de geschiedeniskennis van onze volksvertegenwoordigers bedroevend slecht was.  Met de rest van Nederland was dit niet beter gesteld. Het geschiedenisonderwijs moest verbeteren, zo vond men ook in Den Haag. Om dit te bereiken gaf het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2005 een commissie onder leiding van historicus Frits van Oostrom de taak om de ‘Canon van Nederland’ op te stellen. Het resultaat waren vijftig ‘vensters’: belangrijke personen, voorwerpen en gebeurtenissen die samen het verhaal van de historische en culturele ontwikkeling van Nederland vertellen vanaf de prehistorie tot en met de twintigste eeuw. Historicus Piet de Rooy leidde al eerder een andere commissie die tien tijdvakken opstelde: van ‘jagers en verzamelaars’ tot en met ‘televisie en computer’. De Canon en de tien tijdvakken vormen nu de leidraad voor het Nederlandse geschiedenisonderwijs.