• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Grote Geschiedenisquiz 2016: antwoorden voorronde

    Hier vind je de antwoorden van de voorronde van de Grote Geschiedenisquiz 2016. Ga voor alle informatie over de Grote Geschiedenisquiz naar ggq.nl.

    Door: Marline Lemke
     
     
    1.
    In 1787 hielden patriotten Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, aan in de buurt van Goejanverwellesluis. Daar werd ze uren vastgehouden in het huis van kaasboer Leeuwenhoek. Waar was ze eigenlijk naar onderweg?

    A. Naar haar broer, de koning van Pruisen, om hulptroepen te vragen die de patriotten moesten verjagen
    .B Naar de Staten van Holland, om hen te overtuigen Willem V weer terug aan de macht te brengen
    C. Naar haar minnaar in het vorstendom Fulda; ook zij nam nu publiekelijk afstand van haar echtgenoot
    D. Naar Londen voor een bezoek aan familie, maar in werkelijkheid om bij de Britse koning George III te polsen of haar man daar asiel zou kunnen krijgen
     
    Het goede antwoord is B.
    Willem V was geen populaire stadhouder geweest. In het in 1781 verschenen pamflet ‘Aan het volk van Nederland’ werd hij beschuldigd van de malaise waarin de Republiek zich bevond – de constante oorlog met Engeland. Willem V zou heulen met de vijand, namelijk zijn neef George III (de Engelse koning) en onder de leiding van de stadhouder verliep de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) dramatisch voor de Republiek, aldus het pamflet.

    Willem V verloor steeds meer van zijn macht terwijl de patriotten juist sterker werden. Wilhelmina toog naar de Staten van Holland om haar man weer aan de macht te helpen, maar dit mislukte doordat zij gevangen werd genomen door de patriotten. Haar reis leek tevergeefs maar Wilhelmina’s broer, Frederik II van Pruisen, was zo kwaad toen hij hoorde van de aanhouding dat hij een leger naar de Nederlanden stuurde. Daardoor sloegen de patriotten op de vlucht en kwam Willem V weer aan de macht kwam.  
     
    De patriotten keerden pas in 1794 weer terug tijdens de Bataafse Revolutie. 
     
     
    2.
    Na de kernramp van Tsjernobyl op 26 april 1986 liet de Sovjet-Unie niks horen – van glasnost was even geen sprake. Pas na een dag of tien wist het Westen dat er iets mis was. Hoe kwam men daar achter?

    A. Door een verzoek van de Sovjet-Unie om professionele hulp bij het beteugelen van de ramp
    B. In Zweden werd radioactieve neerslag opgemerkt
    C. Een Amerikaans spionagevliegtuig zag de ontplofte centrale
    D. Een Russische werknemer uit de centrale vluchtte naar de Amerikaanse ambassade en klapte uit de school
     
    Het goede antwoord is B.
    In Zweden werd gedacht dat de oorzaak van de hogere radioactiviteit die wordt gemeten bij een van hun eigen kerncentrales lag. Er trad meteen een noodplan in werking. Maar op 29 april berichtte de Sovjet-Unie eindelijk over de ramp die zich in Tsjernobyl had voorgedaan. Op 2 mei bereikte de radioactieve wolk Nederland. Er werd een graasverbod ingesteld om besmetting van melk te voorkomen en ook mocht er geen net geoogste bladgroente worden verkocht.
     
    De directe omgeving van de reactor is nog steeds afgesloten, alle bewoners zijn toentertijd geëvacueerd. Omdat het gebied nu ongerept is, is het een natuurreservaat geworden met veel verschillende planten en bloemen. Het is opengesteld voor publiek, omdat de straling nu niet meer gevaarlijk is.
     
    3.
    Het is 6 november 1919, acht uur, de huiskamer van Hans Idzerda. Waarom is dit een historische avond?

    A. Idzerda leidt de oprichtingsvergadering van de vereniging Ons Suriname voor de (nog weinige) Surinamers in Nederland.
    B. Idzerda legt de laatste hand aan de eerste autoradio.
    C. De vrouw van Idzerda onthoofdt hem met een bijl; een geruchtmakende moord omdat ze vrijgesproken wordt vanwege ontoerekeningsvatbaarheid.
    D. Idzerda zal zo de eerste landelijke radio-uitzending presenteren.
     
    Het goede antwoord is D.
    Idzerda kreeg in augustus 1919 een zendvergunning van de Nederlandse overheid. Vanuit zijn huiskamer in de Beukstraat 8 te Den Haag presenteerde hij de eerste radio-uitzending in Nederland. Boven de deur van zijn studio hing een bordje met de tekst ‘Brandt dit licht, dan koppen dicht’.
     
    De uitzending begon met het liedje ‘Turf in je ransel’ van de componist François Dunkler sr. Omdat Idzerda de dag voorafgaand aan de uitzending een advertentie voor zijn ‘Radio Soireé-Musicale’ in de NRC had laten plaatsen, wordt de uitzending ook wel beschouwd als de eerste commerciële omroepuitzending ter wereld.   
     
    Het programma van Idzerda had succes en hij verzorgde tot 1924 honderden uitzendingen. Helaas ging hij in 1924 failliet en mocht hij alleen nog in de nachtelijke uren uitzenden – zonder succes. In 1935 verkocht een teleurgestelde Idzerda zijn radioapparatuur en stopte definitief met radio maken.
     
     
    4.
    Generaal Thomas-Alexandre Dumas Davy de la Pailleterie vervulde een belangrijke rol in het Franse revolutionaire leger. Wat is niet waar over zijn leven?

    A. Als zoon van een slavin en een Franse edelman, was hij de eerste zwarte hoge officier in een Europees leger (Général d’Armée)
    B. Hij was vader en grootvader van twee wereldberoemde Franse schrijvers die allebei Alexandre Dumas heetten (Alexandre Dumas père en fils)
    C. Hij was een goede vriend van Napoleon, die over hem zei: iedere soldaat heeft een maarschalksstaf in zijn ransel
    D. Hij werd na een schipbreuk in Italië gevangen genomen door het Leger van het Heilige Geloof dat hem wilde ruilen tegen een door de Fransen gevangen genomen Corsicaanse oplichter die zich uitgaf voor prins Frans van Napels
     
    Het goede antwoord is C.
    In de persoon van Thomas-Alexandre Dumas komen veel verworvenheden van de Franse Revolutie samen: de zoon van een voormalige slavin kon tot de hoogste regionen van de staat doordringen, op grond van eigen talenten. Van zijn adellijke vader heeft hij weinig steun gehad in zijn carrière, want die liet de markiestitel aan zijn jongere broer en heeft ook nog eens Thomas’ moeder, samen met hem en zijn zussen, als slaven verkocht om aan geld te komen voor een reis van Dominique naar Europa. Later kocht hij ze weer vrij.
     
    Thomas kreeg wel een goede opleiding en maakt snel carrière in het Franse leger. Als hij ook goed bevriend was geraakt met Napoleon was zijn leven een avonturenroman geweest die goed afliep. Maar mede door conflicten met de latere keizer in Egypte loopt het relatief slecht met hem af. Hij ging in zijn eentje terug en werd (zie antwoord D) twee jaar lang gevangen gehouden in Italië. Hij kwam ziek aan in Frankrijk en werd met een klein jaargeld gepensioneerd. Thomas stierf zes jaar na zijn bevrijding uit gevangenschap.
     
     
    5.
    Op 10 mei 1940, de dag van de inval van Duitsland, stuurden de Britten in het geheim commandotroepen naar Nederland. Wat was hun taak?

    A. Het burgerverzet tegen de Duitsers coördineren
    B. De olievoorraden en havens vernietigen
    C. De leden van het koninklijk huis veilig naar Engeland brengen, desnoods onder dwang
    D. Het liquideren van een aantal NSB-kopstukken
     
    Het goede antwoord is B.
    Nederland was niet opgewassen tegen de onverwachte Duitse inval en deed al snel een oproep voor militaire hulp aan Frankrijk, België en Engeland. Engeland wilde vooral het snel oprukkende Duitse leger stoppen en verwoestte delen van de Nederlandse infrastructuur, vliegvelden en havens. Ook werden de Nederlandse olievoorraden vernietigd zodat deze na de capitulatie niet in vijandelijke handen zouden vallen.  
     
    De koninklijke familie werd overigens wel onder dwang naar Engeland gestuurd na de inval van Duitsland: door het Nederlandse kabinet. Prinses Juliana en haar gezin werden op 12 mei naar Engeland gezonden. Wilhelmina weigerde aanvankelijk te vertrekken omdat zij dacht dat dit als een laffe daad gezien kon worden en zij zo het moreel bij de Nederlandse bevolking omlaag zou halen. Tegen haar wil moest ook Wilhelmina, na besluit van het kabinet, op 14 mei vertrekken.
     
    6.
    Net zoals alchemisten op zoek waren naar manieren om lood in goud te veranderen, zochten uitvinders naar manieren om een perpetuum mobile te maken. Dankzij de wetten van de thermodynamica weten we nu dat dat onmogelijk is. Wat was de belangrijkste impuls voor het ontdekken van de wetten van de thermodynamica in de negentiende eeuw?

    A. De ontdekking van elektriciteit door Volta en Galvani
    B. Het streven naar een efficiëntere stoommachine
    C. De ontwikkeling van zwaardere artillerie na de Napoleontische oorlogen.
    D. De uitvinding van de luchtballon door de gebroeders Montgolfier
     
    Het goede antwoord is B.
    Pas aan het begin van de negentiende eeuw begon het te dagen dat beweging, warmte en zelfs elektriciteit allemaal ‘dezelfde’ energie waren die in elkaar konden worden omgezet. Daaruit ontstonden de wetten van de thermodynamica. De motor achter deze ontdekkingen was de stoommachine, waarin voor het eerst in de geschiedenis enorme hoeveelheden energie direct werden omgezet, van warmte naar beweging.
               
    7.
    Waarmee waren de Soemerische Tempels nog het best te vergelijken?

    A. Met een staatsbedrijf dat de economie onder controle houdt
    B. Met een abattoir: na de dierenoffers aan de goden werd het vlees verkocht onder de bevolking
    C. Met een klooster: de priesters werden onderhouden door de koning om te bidden en te offeren voor zijn welzijn
    D. Met een pakhuis: de graanvoorraden voor het hele land lagen opgeslagen in de tempel
     
    Het goede antwoord is A.
    Alle grond in de oude Soemerische steden (ca. 3000 jaar voor Chr.) was officieel in handen van een god of godin, de tempel zorgde voor de administratie en het bestuur. Mensen werkten in dienst van een god, zoals ze nu in dienst zijn van een bedrijf of een overheid. Bij deze activiteiten werd ook het schrift ontwikkeld. Dat ontstond niet om gedichten of heldendaden op te schrijven maar om de boekhouding te verbeteren.
     
     
    8.
    Wie was koning Ludd?

    A. Een rover uit de Ierse mythologie die een bende struikrovers, de Luddieten, zou hebben geleid
    B. De hoofdpersoon uit het vijftiende-eeuws Engels gedicht Ludata, waarop Shakespeare zijn King Lear baseerde
    C. Een legendarische middeleeuwse koning van Schotland die de Engelsen bij Ludd in de pan hakte
    D. Een door de Engelse textielarbeiders vereerde mythologische figuur, die weefmachines vernielde en opstanden beraamde
     
    Het goede antwoord is D.
    In de negentiende eeuw ontstond er een sociale beweging in Engeland, het Luddisme, die zich verzette tegen industriële- en technologische vooruitgang. Door de grote veranderingen die de Industriële Revolutie met zich meebracht werden vooral de ambachtslieden en kleine boeren in hun manier van werken bedreigd. Ze zagen dat machines steeds meer werk van hen overnam, wat hen uiteindelijk overbodig zou maken. De Luddieten richtten zich vooral op het saboteren en vernielen van machines in fabrieken. De beweging was tussen 1811 en 1813 het meest actief.
     
    Er is overigens wel degelijk een koning Ludd, van wie de naam van de Luddieten is afgeleid. Hij was de (waarschijnlijk mythologische) figuur Ned Ludd, die in 1779 twee weefmachines had vernield. Als er een machine in de fabriek kapot was werd er vaak gezegd dat Ludd de oorzaak was. Ook werd zijn naam gebruikt om dreigbrieven aan fabriekseigenaren te ondertekenen. De beweging werd uiteindelijk met hulp van het Engelse leger neergeslagen, Luddieten werden terechtgesteld of naar Australië gedeporteerd. Nog steeds wordt de term ‘luddiet’ gebruikt voor mensen die niet met technologie willen werken.
     
     
    9.
    Wat was de Jenevercrisis?

    A. Een schaarste van jeneverbessen in de zestiende eeuw waardoor er geen jenever meer gestookt kon worden.
    B. Een tekort aan jeneverstokers in de Republiek, omdat zij onder Willem III naar Engeland waren getrokken om gin te maken
    C. Het verbod onder het Napoleontische continentaal stelsel om jenever te exporteren naar Groot Brittannië, waardoor veel stokers failliet gingen
    D. Een kabinetscrisis in 1960, veroorzaakt door ARP-Kamerleden die tijdens hun diner iets te veel gedronken hadden
     
    Het goede antwoord is D.
    De Jenevercrisis was een machtsstrijd binnen de ARP. Er heersten grote spanningen tussen leden van de partij en het zou niet lang duren voor de bom zou ontploffen. Die bom werd uiteindelijk het debat over de begroting van de Volkshuisvesting, het plan tegen de woningnood in Nederland. De voorzitter van de ARP-Tweede Kamerfractie, Sieuwert Bruins Slot, wilde ruim 2500 meer woningen bouwen dan oorspronkelijk was begroot, maar de minister van Financiën, Jelle Zijlstra, ging hier fel tegen in.
     
    Tijdens de schorsing van het debat ging de ARP dineren. Volgens kwade tongen werd behoorlijk wat jenever werd geschonken. Toen de mannen terugkeerden van het diner was hun beoordelingsvermogen dermate aangetast dat zij het kabinet ten val brachten ‘om een paar huizen’.
     
    De Jenevercrisis is eigenlijk niet de juiste benaming voor de crisis binnen de ARP en de val van het kabinet. Er werd wel alcohol gedronken tijdens het diner, maar dit was witte wijn en geen jenever.
     
     
    10.
    Dit was de route die Marco Polo aflegde op zijn reis naar China. Maar wat was eigenlijk het doel van die tocht?

    A. Hij was op zoek naar het mythische onbekende Oostland
    B. Hij ging heilige olie brengen naar de Grootkhan
    C. Hij wilde een handelsroute opzetten tussen China en Sicilie
    D. Hij wilde de geheimen van de lucratieve zijdeteelt ontdekken
     
    Het goede antwoord is B.
    Marco Polo komt uit een familie van ontdekkingsreizigers. Marco’s vader, Niccolò, en diens broer, Maffeo, waren kooplieden uit Venetië die vooral handelden in- en rond Constantinopel. Daar ontmoetten de broers een afgezant van Hulagu, stichter van de Il-chan dynastie in Perzië. De afgezant was op weg naar Hulagu’s broer, Koeblai Khan, de grootkhan van het Mongoolse Rijk. De broers werden uitgenodigd om mee te gaan.
     
    Tijdens hun ontmoeting met de grootkhan, bleek deze zeer geïnteresseerd in het christendom en de situatie in Europa. Hij stuurde de broers als afgezanten naar de paus in Rome. Hij gaf de Polo’s een brief mee waarin hij de paus verzocht hem honderd geleerden en olie uit de lamp van de kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem te sturen. Dankzij de grootkhan’s ‘paiza’ (een gouden tablet dat een vrije doortocht garandeerde) bereikten de broers in 1269 veilig Italië.
     
    Marco Polo was vijftien toen hij zijn vader voor het eerst weer zag. In 1271 besloten de broers de olie naar de grootkhan te brengen, Marco mocht mee op deze reis. De Polo’s werden hartelijk ontvangen en ruim zestien jaar opgenomen in het hof van de grootkhan. In opdracht van de grootkhan maakte Polo verschillende reizen, die later de basis vormden voor zijn boek Il Milione.
     
     
    11.
    Onder de heerschappij van Karel de Grote wordt in de negende eeuw de Karolingische minuskel ingevoerd. Wat was dit?

    A. Een nieuw schrift, dat in korte tijd het meest gangbaar werd vanwege de leesbaarheid en schrijfbaarheid
    B. De missives – korte schriftelijke instructies – waarmee Karel zijn grote rijk bestuurde
    C. Een lang zwaard dat Karel overnam van zijn aartsvijand de Saksen; wie weigerde zich te bekeren tot het christendom werd ermee onthoofd
    D. De kloosterorde van de Minuskels; die zorgde voor grote vernieuwing in de tuinbouw
     
    Het goede antwoord is A.
    In 800 werd Karel de Grote gekroond tot keizer van het Romeinse Rijk. Hij heerste over een gebied dat zich uitstrekte over grote delen van het huidige Europa. Het grote rijk bracht veel administratieve rompslomp met zich mee waardoor er behoefte ontstond een makkelijker schrift. Hierin werden overbodige elementen weggelaten. Het werd geschreven met kleine letters (minuskel) en de woorden werden uit elkaar geschreven, om de leesbaarheid te vergroten.
     
    Wellicht nog belangrijker voor Karel was dat met de ontwikkeling van het nieuwe schrift onderdanen uit alle hoeken van het rijk zijn uitgevaardigde decreten konden begrijpen. Het nieuwe schrift bleek zo functioneel dat het het gangbare boekenschrift werd in de eeuwen die volgden.
     
     
    12.
    Waarom kreeg de Vlaamse graaf Boudewijn met de IJzeren Arm in de negende eeuw ruzie met de Frankische koning Karel de Kale?

    A. Boudewijn speelde onder één hoedje met de Vikingen die de Lage Landen plunderden
    B. Boudewijn hielp Karels dochter Judith uit een klooster ontsnappen om met haar te trouwen
    C. Boudewijn werd bondgenoot van Karels zoon Lodewijk de Stotteraar, met wie Karel een burgeroorlog voerde
    D. Boudewijn had Karel met zijn ijzeren arm op diens kale hoofd geslagen

    Het goede antwoord is B.
    Boudewijn I van Vlaanderen was ooit door Karel de Kale belast met het bestuur van Brugge en omgeving, voor de laatste een gebiedje zonder al te veel waarde. Voor Karel de Kale was het een onaangename verrassing toen deze Boudewijn interesse bleek te hebben in zijn dochter Judith.
     
    Boudewijn trok zich niets aan van Karel en roofde Judith – niet tegen haar zin overigens – uit het klooster waarin zij verbleef. Karel de Kale was woedend en drong er bij de bisschoppen van zijn rijk op aan zich te schikken naar een uitspraak van paus Gregorius drie eeuwen eerder: ‘Wie een weduwe rooft om ze als bruid te nemen, moet vervloekt worden’.
     
    De bisschoppen gehoorzaamden Karel en deden Boudewijn en Judith in de ban. Boudewijn reisde naar paus Nikolaas om zijn zaak te bepleiten en vergiffenis te krijgen. Er werden twee bisschoppen naar Karel gestuurd om te bemiddelen en deze stemde uiteindelijk in met het huwelijk.
     
     
    13.
    Op 1 mei 1873 stierf David Livingstone. Zijn hart werd in Afrika begraven. Zijn laatste geschreven woorden waren: All I can add in my solitude, is, may Heaven’s rich Blessing come down on every one, American, English, or Turk who will help to heal this open sore of the world. Wat bedoelde hij met deze open wond?

    A. De achterstelling van zwarten in Europa en de VS
    B. De slavenhandel in Centraal Afrika
    C. De verdeling van Afrika tussen Fransen en Engelsen op het Congres van Berlijn
    D. De achterstelling van christenen in het Ottomaanse Rijk

    Het goede antwoord is B.
    De Schotse David Livingstone was in de eerste plaats een missionaris die in 1840 de taak had gekregen om Afrikanen te bekeren tot het christendom. Livingstone was echter van mening dat de Afrikanen hier nog niet klaar voor waren en vond het zelf veel interessanter om het Afrikaanse continent te ontdekken. Livingstone ging op zoek naar de oorsprong van de Nijl en werd zo de eerste Europeaan die voet zette in Centraal Afrika.
     
    Bij zijn terugkomst in Engeland werd hij niet erg enthousiast ontvangen, het was hem tijdens zijn reis van zes jaar gelukt om slechts één Afrikaan te bekeren. De volgende reis liet hij financieren door de Engelse overheid, zodat hij naar hartenlust kon ontdekken.
     
    Tijdens zijn tweede reis die begon in 1858 zag Livingstone met eigen ogen de gruwelen en gevolgen van de slavenhandel, iets wat hij grondig verafschuwde en waar hij zich vaak over uitliet in zijn dagboeken. Livingstone overleed op 1 mei 1873 in zijn geliefde Afrika. Ter nagedachtenis aan de ontdekkingsreiziger is een reeks watervallen in de Kongostroom naar hem vernoemd.
     

    14.
    Wat was de New Model Army?

    A. Een leger opgericht door het Engelse parlement in de zeventiende eeuw, dat vocht tegen de royalisten van Karel I
    B. Een Ierse ondergrondse organisatie die in de negentiende eeuw vocht voor een onafhankelijk Ierland
    C. Een Australisch regiment in de Eerste Wereldoorlog dat voor het eerst buiten het continent vocht
    D. Een racistische Engelse skinhead-beweging die in de jaren tachtig mensen met een Indiase of Pakistaanse achtergrond aanviel

    Het goede antwoord is A.
    Tijdens de Engelse burgeroorlog (1642-1645) ontstond een conflict tussen de koningsgezinde aanhangers van Karel I van Engeland en de aanhangers van het Long Parliament. De parlementariërs waren aan de winnende hand maar het lukte generaal Thomas Fairfax en het hoofd van de cavalerie Oliver Cromwell maar niet om tot de definitieve nederlaag van de royalisten te komen.
     
    Daarom werd het New Model Army in het leven geroepen. Nieuw aan dit leger was dat iedereen, uit welke laag van de samenleving hij ook kwam, kon opklimmen tot officier. Het ging niet meer om stand maar om kwaliteit, revolutionair was in deze periode. De combinatie van verrassingseffecten en snelheid zorgden ervoor dat het nieuwe leger de royalisten al snel op de knieën kon dwingen.
     
    De oorlogen leidden uiteindelijk tot de berechting en onthoofding van Karel I, de verbanning van zijn zoon Karel II en de oprichting van het Engelse Gemenebest onder leiding van Cromwell.  
     
     
    15.
    In de tweede helft van de dertiende eeuw leidden de kruisvaarderstaatjes in Libanon en Israël (Acre en Tripoli) een zieltogend bestaan. Maar tegen 1260 was er ineens nieuwe hoop op hulp van buitenaf. Van wie?

    A. Van de Venetianen die hun handelsroutes in het Midden-Oosten wilden herstellen
    B. Van een machtig Mongools leger in het Midden-Oosten dat werd geleid door de christelijke generaal Kitbuqa Noyan
    C. Van de Spanjaarden die met de recente verdrijving van de Moren uit Cordoba nu bijna heel Spanje heroverd hadden.
    D. Van de Franse koning Lodewijk IX, de Heilige, die een enorm leger op de been had gebracht
     
    Het goede antwoord is B.
    Na de verovering van Jeruzalem in 1187 door Saladin (Sultan van Egypte en Syrië) waren de Kruisvaardersstaatjes klein en zwak. Ze overleefden vooral door de verdeeldheid van de lokale moslimmachten. Kruistochten om de christelijke macht te versterkten mislukten. Alleen keizer Frederik II wist door onderhandeling vrede te bewerkstelligen voor een aantal staatjes. Na 1250 werd Egypte weer sterk, onder leiding van de dynastie der Mammelukken.
     
    Al sinds de eerste korte aanwezigheid van de Mongolen in het Midden Oosten in 1244 vlamden de geruchten op dat dit troepen waren van een legendarische christelijke leider in Oost Azië ‘Pope Jan’. De Mongoolse inval in de jaren vijftig versterkten die geruchten,  omdat de leider van de Mongoolse troepen christen was. Ook vochten er christelijke Georgiërs mee.
     
    De loyaliteit aan de Mongoolse Khan was echter groter dan de solidariteit met geloofsgenoten. Hoewel zelfs het kruisvaardersstaatje Antiochië troepen leverde aan het Mongoolse leger hielpen de Mongolen niet. In 1289 werd Tripoli, het laatste christelijke bruggenhoofd in de Levant, veroverd door de Mammelukken en alle christelijke inwoners omgebracht.
     
     
    16.
    Heel lang hadden de Nederlanders alleenrecht op handel met Japan. Wie doorbraken – onder dreiging van geweld – dit monopolie halverwege de negentiende eeuw definitief?

    A. De Fransen die een basis zochten om de Engelsen in China dwars te zitten
    B. De Amerikanen die hun handel met Azië wilden uitbreiden
    C. De Engelsen, die na de Opiumoorlogen tegen China nieuwe markten zochten voor de afzet van opium
    D. De Chinezen, die na de verloren Opiumoorlogen tegen Engeland vonden dat ook Japan zijn isolement moest doorbreken
     
    Het goede antwoord is B.
    Op 19 april 1600 bereikte het Nederlandse schip De Liefde Japan, het begin van een unieke handelsrelatie. Nederland was twee eeuwen lang het enige westerse land dat handel mag drijven met Japan.
     
    Twee eeuwen ging dit goed, maar in de negentiende eeuw bleek dat de Japanners hun afsluiting naar de buitenwereld niet konden handhaven vanwege de expansiedrift van de westerse landen. Koning Willem II stuurde in 1844 een brief naar de Japanse shogun Tokugawa Ieyoshi waarin hij aandrong op een openstelling van het land, maar dit werd geweigerd.
     
    In 1853 voer de Amerikaanse commandant Matthew Perry met een aantal oorlogsschepen de baai van Edo binnen. Op schootafstand van het paleis van de shogun gingen de schepen voor anker. Japan kon niets doen, het leger was te verouderd. In 1854 sloot het land een vriendschapsverdrag met de Amerikanen
     
     
    17.
    In welke volgorde kwamen deze Romeinse keizers uit het vierkeizerjaar aan de macht?

    A. Vespasianus, Otho, Vitellius, Galba
    B. Vespasianus, Vitellius, Galba, Otho
    C. Otho, Vitellius, Galba, Vespasianus
    D. Galba, Otho, Vitellius, Vespasianus
     
    Het goede antwoord is D.
    In maart van het jaar 68 zijn er burgeroorlogen in het Romeinse Rijk. Vindex begint een opstand tegen de corrupte keizer Nero. Omdat Vindex zelf geen kans maakt om keizer te worden vraagt hij Galba om hulp. De opstand tegen Nero blijkt succesvol en in juni 68 wordt Galba gekroond tot keizer van het Romeinse Rijk. Lang houdt Galba het niet vol, in januari van 69 breekt er een opstand tegen hem uit. Galba’s rivaal Otho zorgt er voor dat Galba door zijn eigen lijfwacht wordt vermoord.
     
    De senaat roept Otho uit tot nieuwe keizer. De onrust in het Romeinse Rijk is groot, de kersverse keizer moet veldslag na veldslag doorstaan omdat hij maar niet het vertrouwen van Germania kan winnen. Als hij in april hoort van de grote verliezen in de slag bij Bedriacum pleegt hij zelfmoord.
     
    Vitellius volgt Otho op, met toestemming van de senaat. Maar na een paar maanden moet hij alweer wijken voor Vespasianus die door zijn aanhangers al in juli 69 tot keizer was gekozen. De legers van Vespasianus veroveren in december 69 Rome, Vitellius komt hierbij om het leven en voor de senaat zit er niets anders op dan Vespasianus te erkennen als keizer. Vespasianus zou deze rol 10 jaar vervullen, hij stierf in 79 een natuurlijke dood en werd opgevolgd door zijn zoon Titus.   
     
     
    18.
    Waarom wordt een groepje matrozen ‘bak’ genoemd?

    A. Bak was de aanduiding voor de ruimte achterin het schip waar lagere bemanningsleden sliepen
    B. Het woord ‘bak’ was Afrikaans voor ‘boot’
    C. In vroeger tijden aten de matrozen in groepjes samen uit één kom of bak
    D. Een ‘baksken’ was de hoeveelheid brandewijn die 6 matrozen onder elkaar moesten verdelen
     
    Het goede antwoord is C.
    Op de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden de matrozen in groepjes van zeven ingedeeld. De leider van zo’n groep moest met een schotel naar de kombuis en kreeg daar een precies afgemeten hoeveelheid voedsel opgeschept door de scheepskok. Terug aan tafel werd het eten verdeeld in zeven porties.
     
     
    19.
    Op 5 mei vieren wij het einde van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting in Nederland. Echter was een deel van Nederland tot juni nog niet bevrijd. Waar was dit?

    A. IJmuiden, de Duitse soldaten hadden de opdracht gekregen de daar gelegen Duitse duikboten koste wat kost te verdedigen.
    B. Schiermonnikoog, Duitse troepen hielden zich hier nog ruim een maand schuil voor ze zich overgaven
    C. Walcheren, de Duitsers hadden zich teruggetrokken achter het land dat was overstroomt na de geallieerde bombardementen
    D. Het Friese Dokkum, de hier gelegerde Duitse soldaten hadden de berichten over het einde van de oorlog niet ontvangen en bleven daarom doorvechten
     
    Het goede antwoord is B.
    Op Schiermonnikoog was het oorlog tot 11 juni 1945. Op de Waddeneilanden waren relatief veel Duitse militairen aanwezig geweest tijdens de oorlog, dit had te maken met de verdedigingslinie die de Duitsers aanlegden (Atlantikwal) waar de eilanden onderdeel van uitmaakten. Op Schiermonnikoog was er op ongeveer iedere inwoner een Duitse militair waren.
     
    Half april 1945 arriveerde een groep van 120 op de vlucht geslagen SS’ers en SD’ers op het eiland. Na de overgave van Duitsland bleven de Duitsers in hun schuilplaats, een boerderij.
     
    Eind mei kwamen de Canadezen op het eiland en begonnen de Duitsers naar de wal af te voeren. Pas op 11 juni waren de gevluchte Duitsers en de nog ongeveer 450 aanwezige Duitse soldaten allemaal weggehaald van het eiland en kon het einde van de oorlog ook op Schiermonnikoog gevierd worden.
     
     
    20.
    In 1618 opent Joris Veselaer een winkeltje in Amsterdam. Waarin handelt hij?

    A. Veselaar verkoopt Asiatica, de grote mode in de eerste decennia van de zeventiende eeuw.
    B. Veselaar verkoopt schilderijen; in de Gouden Eeuw konden alle burgers zich een prent veroorloven
    C. Veselaar verkoopt de eerste gedrukte krant in Nederland
    D. Veselaar verkoopt aandelen in schepen die naar de Oost gaan
     
    Het goede antwoord is C.
    Joris Jacobsz Veselaer was een boekdrukker en uitgever. Veselaer verkocht de eerste gedrukte krant in Nederland, De Courante uyt Italien, Duytslandt, &c. in zijn winkeltje in Amsterdam. De exacte publicatiedatum is niet bekend, maar de data bij de nieuwsartikelen suggereren dat de krant is gedrukt tussen 14 en 18 juni 1618.
     
    De eerste exemplaren van de krant werden gedrukt op één kant van een vel papier, pas vanaf 1620 werden beide pagina’s van het papier bedrukt. De krant bleef tot 1672 bestaan. Na een fusie met de Ordinarisse Middel-Weeckse Courant en de Ordinaris Dingsdaegse Courant stond de krant bekend onder de naam de Amsterdamse Courant. In 1903 zou deze krant verder gaan als De Telegraaf, die tot de dag van vandaag bestaat.
     
    21.
    Waarom stuurde Napoleon in 1802 20.000 soldaten naar het eiland St. Domingue?

    A. Om vandaaruit de Franse kolonie Louisiana terug te veroveren op de Amerikanen
    B. Om de slavernij weer opnieuw in te voeren en zwarte opstandelingen een lesje te leren
    C. Napoleon wilde er nieuwe vlootmaneuvres uitproberen, ter voorbereiding van een landing in Engeland
    D. Om slavenopstanden in naburige Engelse koloniën te steunen
     
    Het goede antwoord is B.
    Sinds de vrede van Rijswijk in 1679 behoorde Saint Domingue (nu bekend als Haïti) tot het Frans grondgebied. Aan het begin van de achttiende eeuw komt de kolonie tot bloei, overal worden plantages aangelegd en al snel groeit het eiland uit tot de meest welvarende kolonie van Frankrijk. De productie op de plantages kan alleen plaatsvinden door de arbeidskracht van duizenden slaven. Er breken enkele slavenopstanden uit, maar die worden met geweld neergeslagen door de Franse overheerser.
     
    In 1789 breekt de Franse Revolutie uit. In Frankrijk klinkt de leus ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ en in datzelfde jaar wordt de verklaring van de Rechten van de Mens getekend. In de kolonie heerst verwarring; betekent de revolutie het einde van de slavernij? Als blijkt dat er niks verandert breekt er in 1791 een grote slavenopstand uit.
     
    Frankrijk is bezig met de oorlog in Europa en heeft weinig tijd voor de opstandige slaven op Haïti. In 1798 grijpt rebellenleider Toussaint Louverture de macht, hij schaft de slavernij officieel af. In 1802 stuurt Napoleon een leger naar het eiland, en Louverture wordt gevangen genomen door het in naam zo verlichte land.  
     
     
    22.
    In het Duitsland van de jaren zeventig was naast de Rote Armee Fraktion nog een terroristische beweging actief: de Bewegung Zweiter Juni. Waarom noemde deze groep zich zo?

    A. 2 Juni 1814 was de geboortedag van Michail Bakoenin, een van de grondleggers van het anarchisme
    B. Op 2 juni 1919 waren de marxistische revolutionairen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht vermoord
    C. Op 2 juni 1944 pleegde Claus von Stauffenberg zijn (mislukte) aanslag op Hitler
    D. Op 2 juni 1967 werd de Duitse student Benno Ohnesorg door een politieman doodgeschoten tijdens protesten tegen het bezoek van de Sjah van Perzië
     
    Het goede antwoord is D.
    Student Benno Ohnesorg werd doodgeschoten tijdens een demonstratie tegen de komst van de sjah van Perzië, Mohammad Reza Pahlavi. De sjah had altijd nauwe banden gehad met het westen. Een kleine elite in het land kon zich een luxeleventje veroorloven, de rest van de bevolking leefde in armoede. Ook bestond er geen vrijheid van meningsuiting of persvrijheid.
     
    In de ogen van velen was de sjah uitgegroeid tot een dictator, en daar werd in West-Duitsland tegen geprotesteerd. Ohnesorg werd doodgeschoten door een politieman in burger. Door zijn gewelddadige dood werd hij een martelaar voor de linkse studentenbeweging. De Bewegung Zweiter Juni ontleende zijn naam aan de sterfdag van de Duitse student.
     
    Pas in mei 2009 kwamen er verschillende feiten aan het licht over de dood van Ohnesorg. De politieman, Karl-Heinz Kurras, bleek een inofficiële medewerker van de Stasi (Oost-Duitse geheime dienst) en lid van de SED (Oost-Duitse communistische partij) te zijn geweest. Kurras had ook altijd beweerd dat de dood van Ohnesong voortkwam uit zelfverdediging, hij zou zijn belaagd door een groep demonstranten. Op een video is echter te zien dat hij met een geweer in zijn hand, in zijn eentje, richting Ohnesong loopt en hem met twee kogels neerschiet. In een rechtszaak tegen Kurras geweest, maar hij werd vrijgesproken en bleef tot zijn pensioen bij de West-Duitse politie werken.
     
     
    23.
    Michiel de Ruyter liet een groot vermogen na. Hij bezat ten tijde van zijn dood ongeveer 350.000 gulden. Hoe had hij dit voor een belangrijk deel vergaard?

    A. Met slavenhandel
    B. Met het slim inkopen van proviand voor zijn schepen, hij kreeg hiervoor een vast bedrag per bemanningslid
    C. Door de handel in wapens met de Baltische Staten
    D. Zijn derde vrouw kwam uit een steenrijke regentenfamilie
     
    Het goede antwoord is B.
    In de zeventiende eeuw was het gebruikelijk dat de kapitein van een schip een bepaald bedrag van de admiraliteit kreeg om eten te kopen voor de bemanning. Omdat De Ruyter zijn inkopen slim deed bleef er geld over, wat hij zelf mocht houden.
     
    De Ruyters echtgenotes waren verantwoordelijk voor de bevoorrading. Zijn derde vrouw, Anna van Gelder, was een kapiteinsvrouw en niet afkomstig uit een steenrijke regentenfamilie. Zijn tweede vrouw, Neeltje Engels was wel afkomstig uit een regentenfamilie, maar tegen de tijd dat De Ruyter met haar trouwde in 1636 had hij zelf al een kapitaal vergaard en het poorterschap van Vlissingen gekregen.
     
     
    24.
    Wat vaardigde paus Urbanus VII uit in 1591?

    A. Een belasting op rozenkransen, om te betalen voor het Concilie van Trente
    B. Een verbod op het zelf lezen van de Bijbel; een akelige protestantse gewoonte
    C. Een gebod tot het stichten van leprozenkolonies; zijn zuster was aan lepra overleden
    D. Een rookverbod; wie rookte in de kerk riskeerde excommunicatie
     
    Het goede antwoord is D.
    Voor zover bekend komt het eerste rookverbod ooit van paus Urbanus VII. Hij verbood iedereen om in of rond de kerk te roken, terwijl dit voor veel mensen tijdens de mis gebruikelijk was. Het pauselijk verbod gold zowel voor pijp-, pruim- en snuiftabak, en als het werd overtreden riskeerde de overtreder excommunicatie. De paus voerde het rookverbod niet in uit gezondheidsoverwegingen, hij stoorde zich vooral aan het feit dat het Vaticaan vrijwel altijd in een dikke rookwolk was gehuld.
     
    Urbanus bleef niet lang paus, twaalf dagen na zijn benoeming overleed hij aan malaria. Al tijdens het conclaaf waar een nieuwe paus gekozen zou worden werd er weer gerookt door de aanwezigen, het verbod had dus niet erg lang stand gehouden.
     
    Het jaartal in deze vraag was helaas fout, het rookverbod werd in 1590 ingevoerd. De paus overleed namelijk in september 1590 en niet in 1591.  
     
     
    25.
    De slag aan de Somme is de grootste slag die plaatsvond tijdens de Eerste Wereldoorlog. Alleen al op de eerste dag verloren de Britten zo’n 60.000 soldaten. In vierenhalve maand tijd werd uiteindelijk tien kilometer terreinwinst behaald. Wat was het oorspronkelijke doel van dit offensief?

    A. De geallieerden wilden aan de Somme een doorbraak in de loopgravenoorlog forceren.
    B. Oefenen met de inzet van traangas.
    C. Het vruchtbare graanland rond de Somme was cruciaal voor de voedselvoorziening van de Franse bevolking.
    D. Het testen van de vlak daarvoor ontwikkelde tanks
     
    Het goede antwoord is A.
    Eind 1915 besloten de leden van de Entente (Rusland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië) dat Duitsland in 1916 definitief verslagen moest worden. Om dit te bereiken moest Duitsland vanuit drie verschillende plekken worden aangevallen. Frankrijk en Groot-Brittannië kregen de taak om een doorbraak in de loopgravenoorlog te forceren, Frankrijk zou het grootste deel van de troepen leveren.
     
    Op papier zag het er allemaal goed uit. Maar de aanval van de Duitsers op Verdun gooide roet in het eten. Frankrijk moest opeens haar leger over twee plekken verdelen waardoor de Britten meer soldaten moesten leveren dan de bedoeling was. Voor Frankrijk verdween het oorspronkelijke doel van de aanval: de Somme kreeg nu als doel de druk van de Duitsers op Verdun te verlagen.
     
    Tijdens de slag aan de Somme werden voor het eerst in de geschiedenis tanks ingezet, maar die leverden niet het verwachte resultaat op en konden geen doorbraak forceren. Antwoord D is niet juist omdat het gebruik van de tanks geen doel was om de slag aan de Somme te beginnen. Traangas werd al vanaf 1914 ingezet, maar zonder veel succes.