Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Reisbijlage: De Gouden Eeuw

Door: Mila Ernst en Hasan EvrengünHistorisch Nieuwsblad 5/2003

Wie wil reizen langs de Nederlandse Gouden Eeuw, moet zich verdiepen in cultuur én industrie. De wereldberoemde kunst uit deze tijd kon immers slechts bloeien dankzij de overweldigende economische voorspoed van de zeventiende eeuw. Dus begeven we ons naar het geboortehuis van Rembrandt, en het Frans Halsmuseum in Haarlem, maar horen we ook de molens stampen in de Zaanstreek, en verdiepen we ons in haringvangst en walvisvaart in het pittoreske plaatsje de Rijp. 

Amsterdam, Haarlem en Zaandijk, De Rijp en Hoorn

Gouden Eeuw

Waarom kon de Republiek der Nederlanden in de zeventiende eeuw zo'n bloei doormaken? Dit boek geeft heldere antwoorden op de lastige vragen rond een raadselachtige republiek. Namen van zeventiende-eeuwers als Rembrandt van Rijn, Michiel de Ruyter,...

€ 29,50 | Koop nu



Dag 1: Amsterdam
Voorspoed door God gegeven
 

Een culturele reis door de Gouden Eeuw, waar zou je die moeten beginnen? 'Mijn gedroomde reisboek van de Gouden Eeuw is schaamteloos hollandocentrisch en zelfs nogal Amsterdams,' antwoordt Henk van Nierop, wetenschappelijk directeur van het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw. 'En ik hoef me daarvoor niet te generen, want vele zeventiende-eeuwers dachten er precies zo over.'

Gelukkig! We bevinden ons op de juiste plek. Om ons wat moed in te drinken begeven we ons eerst naar het oudste café van Amsterdam, café Karpershoek. Het bruine café op de hoek van de Martelaarsgracht en de Prins Hendrikkade is al sinds 1629 een troostrijke plaats voor de Amsterdammer. Vanuit het café keek men in die tijd nog uit over het water van de haven, waar het een komen en gaan was van schepen.

Al vanaf 1600 was de Republiek der Nederlanden vaste vorm aan het krijgen. Met hun verzet tegen de Spanjaarden maakten de Noordelijke Nederlanden zich los uit het Habsburgse Rijk. En met de verplaatsing van de belangrijkste havenactiviteiten van Antwerpen naar Amsterdam werd de basis gelegd voor hun economische groei en bloei in de zeventiende eeuw. De komst van kooplieden uit de Zuidelijke Nederlanden, Portugese joden, Duitse arbeiders en later de hugenoten uit Frankrijk gaf Holland een enorme economische en culturele impuls. 

Kunstenaarswijk
Wie iets over de Amsterdamse geschiedenis wil weten kan niet om het Amsterdams Historisch Museum aan de Nieuwezijds Voorburgwal heen. Het is gehuisvest in het voormalig burgerweeshuis. Het zwaartepunt van de collectie van het museum ligt in de Gouden Eeuw; het laat de ontwikkeling van de stad zien in deze tijd, onder meer met prachtige stadsgezichten.

Na een bezoek aan het museum wandelen we door de overvolle Kalverstraat naar de Dam. Ook in de Gouden Eeuw was het hier druk. De stad was vol buitenlanders: gelukzoekers, vluchtelingen en handelaren. Amsterdam was een rijke stad vol actie. Er werd volop gebouwd: aan de grachtengordel met nieuwe woonhuizen voor de stedelijke patriciërs, en aan het nieuwe stadhuis, ontworpen door Jacob van Campen en gebouwd op 13.659 palen.

Het kwam gereed in 1655. Een flink aantal woonhuizen op de Dam had plaats moeten maken voor wat op dat moment het grootste wereldlijke gebouw was in Europa. Het bouwwerk van architect Jacob van Campen, met een interieur waaraan vele beroemde kunstenaars uit die tijd een bijdrage leverden, straalt de calvinistische trots uit van het Amsterdamse stadsbestuur, dat de voorspoed van de zeventiende eeuw zag als door God gegeven.

Vanaf de Dam wandelen we naast hotel Krasnapolsky de Pijlsteeg in. Hier groeide een aantal jongens op die later kunstschilder werden. Een van hen was Pieter Lastman, leermeester van Rembrandt, en ook schilder Willem van Nieulandt woonde er. De buurt ontwikkelde zich tot een heuse kunstenaarswijk; in de Pijlsteeg werden prenten en schilderijen verhandeld. De wijk lag gunstig, omdat er veel dames te vinden waren die tegen betaling als model wilden werken - de rosse buurt was immers vlakbij. In de Pijlsteeg bevindt zich op nummer 31 nog steeds Amsterdams meest befaamde herberg uit de zeventiende eeuw, café Wijnand Fockink, nu een jeneverstokerij. Alle Amsterdamse burgemeesters zijn er op likeurflesjes vereeuwigd.

Even verderop, in de Oude Hoogstraat, staat het Oostindisch Huis. Dit was het machtscentrum van de Amsterdamse Verenigde Oostindische Compagnie. De VOC ontstond in 1602 uit een fusie van verschillende kleinere compagnieën, op initiatief van Johan van Oldenbarneveldt, die hun krachten wilde bundelen. Zij verkreeg het monopolie van alle handel op de gebieden ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van Kaap Hoorn. Een jaar na de oprichting huurde de Compagnie het pand aan de Oude Hoogstraat; enkele jaren later werden belendende erven opgekocht en in 1659 was het geheel voltooid dat nu bekendstaat onder de naam Oostindisch Huis. In het complex bevonden zich de vergaderzalen van de Heeren Zeventien, het hoogste bestuursorgaan binnen de VOC, en allerlei kantoren. Tegenwoordig wordt het gebruikt door een faculteit van de Universiteit van Amsterdam. De drukte van in en uit lopende studenten doet nog wel een beetje denken aan het komen en gaan van kooplieden, soldaten en kapiteins van VOC-schepen in de zeventiende eeuw. 

Kloveniers
We lopen verder door de Oude Hoogstraat in de richting van de Sint Anthoniebreestraat. Aan het begin van de zeventiende eeuw schoof de kunsthandel op naar deze buurt. Amsterdam had zich ontwikkeld tot een internationaal handelscentrum met een bruisend cultureel leven. Rijke Amsterdammers lieten zich portretteren en de stad trok veel getalenteerde schilders aan.       Een genre dat in het begin van de zeventiende eeuw zeer in trek was, was het schuttersstuk - er hangen prachtige exemplaren in de schuttersgalerij bij het Amsterdams Historisch Museum. De verbouwing van het gemeenschapsgebouw en de oefenvelden van de kloveniers - een soort een burgerwacht maar ook gezelligheidsvereniging - leidde tot een golf opdrachten voor schuttersstukken, waaronder Rembrandt van Rijns wereldberoemde schilderij De Nachtwacht. Deze klovenierdoelen lagen aan de Kloveniersburgwal, die de Oude Hoogstraat kruist. Op Kloveniersburgwal 103 is ook het woonhuis van Jan Six te vinden. Six was beschermheer van Rembrandt en zestien keer achter elkaar burgemeester van Amsterdam.

Aan het einde van de Oude Hoogstraat slaan we rechts af in de richting van Rembrandts huis. Toen de schilder in 1631 van Leiden naar Amsterdam verhuisde, betrok hij een woning in de kunstenaarsbuurt: het huidige Rembrandthuis aan wat toen nog de Sint Antoniesdijk heette. De stad Amsterdam kocht het huis bij de herdenking van Rembrandts driehonderdste geboortedag in 1906. In 1975 werd het voor ruim 1 miljoen gulden gerestaureerde pand geopend door burgemeester Samkalden.

Rembrandts atelier werd al snel een succesvol bedrijf. Het trok leerlingen uit andere streken, zoals Ferdinand Bol uit Dordrecht en Govert Flinck uit Kleef. De ster van de kunstenaar rees snel dankzij portretten voor de welgestelden en opdrachten van de overheid. In deze straat woonden meer bekenden, zoals Rembrandts vriend Menasseh ben Israel, rabbijn en een van de eerste drukkers die boeken uitgaf in het Hebreeuws. Een andere beroemdheid was de architect Philips Vingboons, die talloze monumentale grachtenpanden voor de Amsterdamse regenten bouwde.

De Sint Antoniesdijk werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw omgedoopt tot Jodenbreestraat vanwege de grote aantallen joden die zich er vestigden, en zo heet hij nu nog. Maar reiziger, let op uw saeck! Voor de Japanse toerist is naast het Rembrandthuis het afgrijselijke Holland Experience opgetrokken: plat infotainment voor veel te veel geld. 

[Kader Amsterdam]
Paapse stoutigheden

'Mijn favoriete overblijfselen van de Gouden Eeuw B behalve de schilderijen in musea B zijn kerken,' vertelt Henk van Nierop, wetenschappelijk directeur van het Amsterdamse Studiecentrum voor de Gouden Eeuw. 'In kerken zijn het aanzien, de kleur, de sfeer, maar ook het drama van de Gouden Eeuw het best bewaard gebleven. Ze zijn er in drie soorten: middeleeuwse kerken die in de Reformatie zijn ontdaan van hun beelden en altaren en zijn veranderd in protestantse bedehuizen; speciaal gebouwde hervormde kerken; en gebedshuizen die in de zeventiende eeuw zijn gebouwd door protestantse dissenters, katholieken en joden.

Omgebouwde katholieke gotische kerken die door de protestanten in bezit zijn genomen, komen het meest voor. Hier is de tragedie van de beeldenstormen van 1566 en 1572 en de jaren daarna duidelijk te zien. Kijk maar naar de vele lege nissen voor de beelden, de kapellen voor de gildenaltaren, het koor dat zijn functie heeft verloren. Je kunt er ook zien dat deze kerken veel te groot waren voor de dominee om vanuit zijn preekstoel de gelovigen te bereiken. De meerderheid van de aanwezigen zal weinig van de preek hebben verstaan. Wat overbleef, was een wandelkerk: een publieke ruimte om de doden te begraven, je vrienden te spreken en te luisteren naar door de stad gesponsorde orgelconcerten. Jan Pietersz Sweelinck speelde in de Oude Kerk in Amsterdam, tot groot verdriet van de kerkenraad. Die rekende orgelmuziek tot de paapse stoutigheden.

Albert Vinckenbrincks exuberante preekstoel in de Amsterdamse Nieuwe Kerk weerlegt de mythe dat calvinistische kerken alleen maar sober en onopgesmukt zouden zijn. De gereformeerde kerkenraad had er grote moeite mee dit geschenk van het stadsbestuur te aanvaarden. Let ook op de grootse gebeeldhouwde graftomben in de protestantse stadskerken, zeldzame monumenten van Nederlandse civic art, bijvoorbeeld de tombe van Michiel de Ruyter, nadrukkelijk op de plaats van het voormalige altaar in het hoogkoor van de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Nieuwgebouwde protestantse kerken zijn zeldzamer. Amsterdam bouwde voor zijn grachtengordel de Zuider-, Wester-, Noorder- en Oosterkerk; de later gebouwde houten Amstelkerk bleef tot de dag van vandaag een noodgebouw. In de Zuider- en Westerkerk kun je zien hoe Hendrick de Keyser worstelde met de opdracht een vorm uit te vinden voor een specifiek protestants kerkgebouw. Hoewel hij het koor wegliet en de gebouwen ook niet meer op een oost-westas hoefde te richten, bleven de gebouwen met hun driebeukige schip, hun kruisgewelven, hun hoge gebrandschilderde ramen en hun toren op de kop toch erg op gotische kerken lijken. Pas in de Noorderkerk, gebouwd in de vorm van een Grieks kruis met de preekstoel op een van de hoekpunten, wist hij het probleem van de onverstaanbare predikant op te lossen.

En dan zijn er nog de kerken van de verschillende religieuze dissenters, die in de Republiek meer dan elders in Europa werden gedoogd. De Duitse en de Portugese synagogen in Amsterdam zijn trots en nadrukkelijk aanwezig in de publieke ruimte. De katholieken hadden op papier veel minder rechten dan de joden, maar in de praktijk viel dat mee. Het woord ''schuilkerken'' is van negentiende-eeuwse oorsprong en onderdeel van een katholieke mythe die vervolging en onderdrukking in de zeventiende eeuw zwaar aanzette. In de zestiende eeuw sprak men gewoon van ''huiskerken''. De mooiste katholieke huiskerk is Ons' Lieve Heer op Solder, op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam. In een voornaam koopmanshuis loop je onverwachts een droom van een barokke kerkzaal binnen.'
[einde kader]

[kader] 
Reis:

Het Amsterdams Historisch Museum is vanaf het Centraal Station te bereiken met tram 1,2 en 5. Het museum en alle andere bezienswaardigheden liggen overigens op loopafstand van het Station. Voor meer informatie over de bereikbaarheid van Amsterdam: www.naaramsterdam.nl 

Ter plekke:
VVV Amsterdam: 0900-400 40 40 of www.visitamsterdam.nl

Café Karpershoek: Martelaarsgracht 2, Amsterdam, tel. 020-624 78 86.

Amsterdams Historisch Museum: Kalverstraat 92, Sint Luciënsteeg 27 of Nieuwezijds Voorburgwal 357, Amsterdam, tel. 020-523 18 22 of www.ahm.nl

Paleis op de Dam: Dam, Amsterdam, tel. 020-620 40 60 of www.kon-paleisamsterdam.nl

Café Wijnand Focking: Pijlsteeg 31, Amsterdam, tel. 020-639 26 95.

Oost-Indisch Huis: Oude Hoogstraat 24, Amsterdam.

Voor meer informatie over de VOC: http://voc-kenniscentrum.nl

Huis van Jan Six: Kloveniersburgwal 103, Amsterdam.

Rembrandthuis: Jodenbreestraat 4, Amsterdam, tel. 020-520 04 00 of www.rembrandthuis.nl

Nieuwe Kerk: Dam, Amsterdam, tel. 020-638 69 09 of www.nieuwekerk.nl

Oude Kerk: Oudekerksplein 23, Amsterdam, tel. 020-625 82 84 of www.oudekerk.nl

Ons' Lieve Heer op Solder: Oudezijds Voorburgwal 40, Amsterdam, tel. 020-624 66 04 of www.museumamstelkring.nl 

Leestips:

Een klassieker over de Gouden Eeuw, geschreven door een buitenlandse historicus: Simon Schama, Overvloed en onbehagen. De Nederlandse cultuur van de Gouden Eeuw (Amsterdam 1988). 

Dag 2: Haarlem en Zaandijk
Duizend molens maalden, stampten en zaagden
 

Wie van Amsterdam naar Haarlem reist, doet dat tegenwoordig met de auto of liever nog met de trein B de eerste Nederlandse spoorverbinding was immers die tussen Haarlem en Amsterdam. Maar in de Gouden Eeuw ging het vervoer vooral over het water, per trekschuit over de Haarlemmer trekvaart. Er moest wel halverwege worden overgestapt; men durfde het smalle reepje land tussen het IJ en het Haarlemmermeer niet te doorbreken uit angst voor overstromingen. Het plaatsje Halfweg ontleent hieraan zijn naam. Het systeem van de Hollandse trekvaarten werd door buitenlanders geroemd vanwege zijn efficiency. Via een netwerk van kanalen en vaarten waren de Hollandse steden met elkaar verbonden. Amsterdam was in de zeventiende eeuw het middelpunt van dit web van waterwegen.

Na de val van Antwerpen kwamen veel kunstenaars uit de Zuidelijke Nederlanden naar het Noorden. Zij brachten nieuwe stijlen met zich mee, die een impuls gaven aan de Hollandse schilderkunst. Een van hen was Frans Hals, wiens ouders rond 1590 Mechelen hadden verlaten en zich in Haarlem vestigden. Over Hals' persoonlijk leven is weinig bekend. In 1610 werd hij lid van het Sint-Lucasgilde, het gilde van de kunstschilders. Hij huwde tweemaal en kreeg maar liefst tien kinderen. Van zijn acht zonen werden er vijf ook schilder, maar die hebben de kunstgeschiedenisboeken nooit gehaald.

Haarlem had een rijke schilderstraditie die al dateerde van het einde van de zestiende eeuw. Een van de belangrijkste kunstenaars was Karel van Mander, die in 1600 bekendheid verwierf met zijn Schildersboek, waarin levensbeschrijvingen van zestiende-eeuwse schilders waren opgetekend. Hij stichtte de Haarlemse Academie, samen met graveur Hendrick Goltzius en schilder Cornelis van Haarlem. Deze laatste was weer de leermeester van Pieter Lastman. Andere beroemde Haarlemse schilders waren Johannes Verspronck, Judith Leyster, Pieter Claesz, Adriaan van Ostade, Pieter Saenredam en Jacob van Ruisdael.

Wie deze stad met een rijke kunstenaarstraditie aandoet uit interesse voor de Gouden Eeuw, doet er goed aan het Frans Halsmuseum te bezoeken, gevestigd in het voormalige Oudemannenhuis waar Hals de laatste jaren voor zijn dood in 1666 doorbracht. Het museum bezit onder meer vijf prachtige schuttersstukken, waarmee Hals het genre al vóór Rembrandt een nieuwe wending gaf door figuren op ongedwongen wijze B pratend of etend B af te beelden. Verder telt Haarlem nog bijna duizend monumenten uit de zestiende en zeventiende eeuw en is het bekend om zijn hofjes. 

Walviskaken
Maar kunst en cultuur konden natuurlijk slechts bloeien dankzij de overweldigende economische voorspoed van de Gouden Eeuw, die voortkwam uit handel en industrie. Dus begeven we ons naar Zaandijk. Want de Zaanstreek was in de zeventiende eeuw hét industriegebied van Europa. Zo'n duizend molens stampten, maalden en zaagden in het weidse landschap rond de Zaan. Hier werden Rembrandts verfstoffen gestampt, en hier werd lijnzaad vermalen tot de lijnolie waarmee de kunstschilder zijn verfstoffen aanmaakte B het residu werd gebruikt als veevoer. In verfmolen De Kat op de Zaanse Schans worden nog op ambachtelijke wijze verfstoffen gemaakt.

Op de Schans staat nog slechts een handjevol molens. Het ruikt er altijd naar cacao vanwege de fabrieken langs de Zaan. Alle hebben hun oorsprong in de molenindustrie. De pijler van de Zaanse economie in de Gouden Eeuw waren de houthandel en de houtzagerij. Veel Amsterdamse kooplieden lieten hier hun hout zagen, dat op grote vlotten over de Rijn werd aangevoerd. Rijke molenbezitters met namen als Honig en Duyvis legden in deze tijd de basis voor hun concerns. Aan de overkant van de Zaan, op de Lagedijk in Zaandijk, bevindt zich het Zaans Historisch Museum. Hier kun je zien wat de zeventiende-eeuwse welvaart in de huiskamer van de Zaankanter bracht en hoe de levensstijl van de Gouden-Eeuwer erdoor werd beïnvloed.

Ook een andere industrie liet hier zijn sporen na: de walvisvaart. Traankokerijen, waar van walvistraan zeep en lampolie werd gemaakt, werden opgezet in de Zaanstreek en resten van walvissen bleven achter in de kleigrond. Walviskaken werden als markering van een boerenhoeve bij het begin van de oprijlaan in de grond gestoken. Andere Noord-Hollandse plaatsen als Jisp, Purmerend en De Rijp stortten zich ook op deze industrietak. 

[Kader Zaanstreek]
Tsaar Peterhuis
'Hij is 7 voeten lang, ging gekleed in Sardammer boerenkleren en is een liefhebber van schepen.' Aldus omschreef de Zaanse predikant dominee Petri de grootvorst aller Russen, tsaar Peter, die in 1697 Zaandam bezocht. De Russische keizer had bedacht dat hij met de opbouw van een sterke vloot de Zweedse concurrentie in de Oostzee zou kunnen bedwingen. Vandaar dat hij een studiereis ondernam naar West-Europa om te zien hoe bij de zeevarende naties aldaar de scheepsbouw was georganiseerd. De Republiek kon hij daarbij natuurlijk niet overslaan, en de Zaanstreek als het scheepsbouwgebied bij uitstek al helemaal niet.

Op 18 augustus zag Gerrit Kist de tsaar aan komen varen op een aak. Nu wilde het geval dat deze Kist enige tijd in Sint- Petersburg als smid had gewerkt en door de tsaar werd herkend. Volgens het ooggetuigenverslag van lakenkoopman Jan Cornelisz. Noomen nodigde Kist tsaar Peter uit om bij hem thuis te verblijven, 'welck huys is staande op Krimpenburgh, zijnde een zeer geringh huyssie'. Dit kleine huisje aan het Krimp, gebouwd in 1632, werd het beroemde Tsaar Peterhuis. In 1818 werd het door koning Willem I aan grootvorstin Anna Paulowna van Rusland geschonken, die het op haar beurt weer naliet aan prins Hendrik Willem Frederik. Koning Willem III op zijn beurt schonk het weer aan keizer Alexander III, waarna het in 1948 uiteindelijk weer werd overgedragen aan Nederland.

Na een kort verblijf is de tsaar in 1717 nog tweemaal teruggekomen naar de Zaanstreek. Sinds zijn studiereis naar de Republiek kent het Russisch nog diverse scheepstermen die uit het Nederlands komen.
[einde kader]

[kader] 
Reis:

Met de trein naar Haarlem. Het Frans Hals museum ligt 15 minuten lopen vanaf het station of met bus 4 of 72, halte Frans Hals Museum.

Van Haarlem naar Zaandijk: met de trein richting Amsterdam Centraal, op Amsterdam Sloterdijk overstappen op de stoptrein richting Alkmaar, uitstappen op Station Koog-Zaandijk (NB. niet Zaandam!). Daarna is het ongeveer 15 minuten lopen naar de Zaanse Schans.

Ter plekke: 
Zie voor informatie over alle Noord-Hollandse plaatsen: www.noord-holland-tourist.nl

VVV Haarlem: 0900-616 16 00 of www.vvvzk.nl

Frans Halsmuseum: Groot Heiligland 62, Haarlem, tel. 023 511 57 75 of www.franshalsmuseum.nl

VVV Zaandam: 075-616 22 21 of www.zaaninfo.com

Bezoekerscentrum de Zaanse Schans: Schansend 1, Zaandam, tel. 075-616 82 18 of www.zaanseschans.nl of www.diza.nl/schans

Molen De Kat: 075-621 04 77.

Zaans Historisch Museum: Lagedijk 80, Zaandijk, tel. 075-621 76 26.

Tsaar Peterhuis, Krimp 23, Zaandam, tel. 075-616 03 90.

Leestip:
Christopher Wright, Nederlandse schilders van de zeventiende eeuw (Alphen aan de Rijn 1986): Fraai geïllustreerd boek dat per provincie en stad bekende en minder bekende schilders behandelt. 

Dag 3: De Rijp en Hoorn
'O! schoone gulde tijden!'


De meest bewoners van De Rijp waren Sont-vaarders: haringvissers of walvisjagers. En ook de rest van het dorp verdiende als reder, koopman, touwslager of kuiper zijn brood met de scheepvaart. Het dorpje, dat ligt tussen de Zaanstreek en Hoorn, had ten minste één beroemde inwoner: Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650): timmerman, molenmaker, uitvinder en drooglegger. In 1604 ontwierp hij de achtkantige oliemolen en bouwde er een bij De Rijp. Zijn vinding werd in heel Noord-Holland overgenomen. In 1607 mocht hij als technisch opzichter en molenmaker assisteren bij de drooglegging van de Beemster.

Andere droogmakerijen waaraan Leeghwater werkte waren die van de Purmer (1622), de Wormer (1626), de Heerhugowaard (1626) en de Schermer (1633). Leeghwater reisde door heel Europa om adviezen te geven over het droogleggen van moerassen. In 1637 vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij een timmerwerf had bij de Haarlemmerpoort. Leeghwater noemde De Rijp 'het Beste Dorp van Holland', 'dat troont als een koninginne temidden van haar jofferen'.

Het dorp is inderdaad een aanrader: niet zo toeristisch als Marken of Volendam, en misschien nog wel pittoresker; het zeventiende-eeuwse karakter van De Rijp is voor een groot deel bewaard gebleven. Het raadhuis uit 1630 op de Kleine Dam is ontworpen door Leeghwater, een in renaissancestijl opgetrokken gebouw met onderin de Waag. Twee gevelstenen laten zien waarmee De Rijp rijk is geworden: de haringvangst. Ze dragen het wapen van het dorp - twee gekroonde en gekaakte haringen - en een haringbuis in actie. Op de Kleine Dam staat ook het zeventiende-eeuwse logement Het Stadhuis van Amsterdam. Over de brug zien we de Grote Kerk, die na een grote brand in de zeventiende eeuw werd gerestaureerd. De meeste huizen in De Rijp hebben sindsdien stenen muren en een houten topgevel.

Naast de kerk staat het standbeeld van Jan Janszn. Weltevree, een matroos op de Hollandia die in 1627 koers zette naar Indië. Vanuit Batavia ging Weltevree verder met een ander schip richting Japan, maar hij strandde in Korea. Hij werd gevangengenomen en meegenomen naar het hof in Seoul. Daar verbleef hij zijn verdere leven onder de naam Pak Yon (meneer Jan); hij huwde een Koreaanse en werd geroemd om zijn kennis en verstand van zaken. Lang voor Guus Hiddinks Varseveld trok De Rijp vanwege deze Weltevree veel Koreaanse toeristen.

De Grote Kerk staat op de Grote Dam, evenals de herberg Het Wapen van Munster, vernoemd naar de vrede van 1648, die het einde betekende van de Opstand. Ernaast vinden we museum In 't Houten Huys. Het is een bezoek meer dan waard vanwege de schat aan informatie over de Rijper walvisvaart. Het gebouw is een zeventiende-eeuws redershuis, in de jaren vijftig fraai gerestaureerd. In de lange dorpsstraat, de Rechtestraat, zijn nog veel meer zeventiende-eeuwse huizen te zien, getooid met fraaie gevelstenen. Op nummer 40 woonden en werkten de - achttiende-eeuwse - schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken.

Nieuw-Hoorn
Een man 'van meer als gemeene lengte, bleek van coleur, mager in 't aengesicht, zijn oogen diep in 't hoofd staende, van weinig woorden...' Zo beschrijft een Hoornse chroniqeur de in Hoorn geboren Jan Pieterszoon Coen, de eerste gouverneur-generaal van Oost-Indië en stichter van Batavia. Als het aan Coen had gelegen, heette deze in 1619 gestichte stad Nieuw-Hoorn. Maar de Heren XVII vonden Batavia, verwijzend naar de Republiek, passender. We treffen Coens beeltenis midden op de Roode Steen, de voormalige kaasmarkt in Hoorn, waar ook terechtstellingen werden voltrokken. Coen was een strenge man, die de basis legde voor het succes van de VOC. Voor de handel op overzeese gebieden was het noodzakelijk rust en orde in de bezette gebieden te garanderen, zo nodig met geweld, zo redeneerde hij.

Hoorn werd in de zeventiende eeuw de hoofdstad van West-Friesland. Naast de Kamer van de VOC werd ook die van de Westindische Compagnie (WIC) er gevestigd. Verder was het de zetel van de admiraliteit van het Hollands Noorderkwartier.

We maken het ons gemakkelijk in het restaurant de Oude Waag, op de hoek van de Roode Steen, gebouwd door Hendrick de Keyser. In het gebouw staan weeggereedschappen en onder de luifel hangt nog de klok die werd geluid bij het begin van de kaasmarkt. We kijken uit op het Statencollege, waar nu het Westfries Museum is gehuisvest. Het loont dit museum te bezoeken; in de VOC-zaal is te zien én te ruiken hoe het er in de haven aan toeging.

Een uitstekende stadswandeling van de VVV leidt ons langs hofjes, logementen en zeventiende-eeuwse herenhuizen. Bij de Slapershaven wordt onze aandacht getrokken door een vers op een gevelsteen. 'O! Loffelijke daed o! schoone gulde tijden!' zijn de eerste regels, die herinneren aan de slag op de Zuiderzee in 1573, voor de rede van Hoorn. Hier versloegen de Westfriezen en geuzen de Spaanse bevelhebber Bossu. Hij werd gevangengenomen en drie jaar opgesloten in het weeshuis aan de Korte Achterstraat.

Met dank aan: Henk van Nierop, Westfries museum Hoorn, VVV De Rijp, Frans Hals Museum Haarlem

[Kader Hoorn]
Fluitschip
Hoorn groeide hard in de zestiende eeuw en kooplieden verdienden goed met de handel op steden als Genua en Livorno. De belangrijkste inkomsten kwamen uit de graantransporten vanuit het Oostzee-gebied. Op voormalige rederswoningen en pakhuizen zijn nog gevelstenen te zien met opschriften die hieraan herinneren. Maar Hoorn is ook de plaats waar een van de eerste Hollandse exportproducten vandaan kwam: het fluitschip.

De geschiedschrijver Velius beschrijft in zijn Chronyk van Hoorn hoe koopman Pieter Jansz Vael in 1594 opdracht gaf voor de bouw van een tot dan toe onbekend scheepstype. Hij zou zich hebben laten inspireren door het verhaal over de ark van Noach. De afmetingen en verhoudingen van de nieuwe vrachtvaarder waren gebaseerd op de specificaties van de ark zoals die in de bijbel vermeld staan.

Het fluitschip, zoals dit nieuwe scheepstype genoemd wordt, bleek een bijzonder winstgevend zeilschip. Het kon veel lading bergen, omdat het een langere en bollere romp had dan de tot dusver gebouwde schepen. De diepgang van het fluitschip was zo gering dat het nog kon varen op plaatsen waar andere schepen aan de grond liepen. Daarnaast had het schip maar een kleine bemanning nodig.

Een ander pluspunt was dat het fluitschip een naar verhouding zeer smal dek had. Schepen die via de Sont naar de Oostzee voeren, moesten tol betalen. De tol werd geheven naar de omvang van het dek. Fluitschepen, met hun bolle romp en smalle dek, hoefden veel minder te betalen dan schepen van vergelijkbaar tonnage. Kortom, een succesnummer was geboren, en het duurde dan ook niet lang of het ene na het andere fluitschip gleed in Hoorn het water in: tachtig in acht jaar tijd. Andere werven, ook in het buitenland, namen het ontwerp over, en het fluitschip werd het eerste in massaproductie gefabriceerde zeilschip.
[einde kader]

[kader] 
Reis:
Connexxion bus 100 vanaf Amsterdam Centraal Station gaat naar De Rijp. Van de Rijp naar Hoorn: bus 100, bij halte Splitsing in Schouw overstappen op bus 114 naar Hoorn. 

Ter plekke:
VVV De Rijp: tel. 0299-67 19 79 of www.vvvgraftderijp.nl

Herberg Het Wapen van Munster: Grote Dam 3, De Rij, tel. 0299-67 14 96 Museum In 't Houten Huys: Jan Boonplein 2, De Rijp. tel. 0299-67 12 86 of www.houtenhuis.nl

VVV Hoorn: 072-511 42 84

Restaurant de Waag: Rode Steen 8, Hoorn, tel. 0229-215 195

Westfries Museum: Rode Steen 1, Hoorn, tel. 0229-28 00 28 of www.wfm.nl

Zie voor de geschiedenis van Hoorn: www.hoorn.nl

Leestip: A. Th. van Deursen, Mensen van klein vermogen. Het kopergeld van de Gouden Eeuw (Amsterdam 1991). Van Deursen beschrijft het leven van de gewone man in de Gouden Eeuw.

Zeehelden van de Gouden Eeuw

Een geweldige aanbieding i.v.m. SAIL Amsterdam! Wie 'zeehelden' zegt, denkt aan de Grote Drie: Piet Heyn, Maarten Tromp en Michiel de Ruyter. In de Gouden Eeuw konden echter tientallen anderen minstens zoveel aanspraak maken op die titel. Velen waren...

€ 39,95 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Luisterboek: Nederland & De Gouden Eeuw

In de Gouden Eeuw groeide de kleine Republiek uit tot een wereldwijd handelsimperium dat op cultureel en wetenschappelijk gebied een enorme vlucht nam. Vier top historici nemen de luisteraar mee naar deze wonderbaarlijke tijd. Yolanda Rodriguez Pérez...

€ 9,95 | Koop nu

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen