Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Het huwelijk in de Gouden Eeuw

Door: Luuc Kooijmans

Historisch Nieuwsblad 5/2012

Leven in de Republiek in de Gouden Eeuw

Ouders hielden in de Gouden Eeuw rekening met de voorkeur van hun kinderen bij het uitzoeken van een huwelijkskandidaat. En over seks voor het huwelijk werd niet al te moeilijk gedaan. Het huwelijk was weliswaar een contract, een manier om een stabiele samenleving te garanderen, maar dat ging nou eenmaal beter als de partners ook genegenheid voor elkaar koesterden.

Zeehelden van de Gouden Eeuw

Een geweldige aanbieding i.v.m. SAIL Amsterdam! Wie 'zeehelden' zegt, denkt aan de Grote Drie: Piet Heyn, Maarten Tromp en Michiel de Ruyter. In de Gouden Eeuw konden echter tientallen anderen minstens zoveel aanspraak maken op die titel. Velen waren...

€ 39,95 | Koop nu

Een noodlottig huwelijk

Het huwelijk van Jan Sonk en Alida Bruijnvis uit Hoorn was een klassieke gearrangeerde verbintenis: Sonk was een arme jongen uit een nette familie die aan een rijk weesmeisje was gekoppeld. Toen het huwelijk in 1688 werd gesloten was hij twintig, zij zeventien. Behalve arm was hij ook nog kreupel, en hij besefte dat het meisje alleen maar met hem was getrouwd vanwege zijn status. Hij kon daar niet mee overweg.

Na tien dagen huwelijk zette hij zijn bruid een degen op de borst omdat ze volgens hem veelbetekenend naar een ander had gekeken. Hij verdacht haar van amoureuze contacten met iedere man die in de buurt kwam en vermoedde dat ze in huis mannen verborgen hield, die ze ’s nachts opzocht. Als hij ’s avonds thuiskwam, deed hij daarom eerst huiszoeking.

Hij verbood zijn vrouw om nog naar de kerk te gaan of familieleden te bezoeken. Hij was niet tot rede te brengen en begon tegen haar te schreeuwen en te vloeken, en liet weten haar niet genomen te hebben om haar ‘moije backes’. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, zei hij dat hij het kind niet zou erkennen, tenzij het kreupel was.

Het kind stierf al twee maanden na de geboorte. Sonks jaloezie leidde tot steeds heviger woede-uitbarstingen. Hij sleepte zijn vrouw bij de haren over de vloer en dreigde haar te wurgen. Dergelijke scènes konden voor de buitenwereld niet verborgen blijven, en tijdens een bijeenkomst van de wederzijdse familieleden werd hij ernstig berispt. Ook zijn moeder koos partij voor haar schoondochter: ‘Bruijntje, bruijntje, gij kent het soo niet harden,’ gaf zij toe.

Toen zijn vrouw voor de tweede keer zwanger was geworden, raakte Sonk, ondanks al zijn voornemens, geheel buiten zinnen. Hij dwong haar zich te ontkleden en zette haar opnieuw de degen op de borst. Hij deelde mee ‘opt schavot wel te willen sterven alst plaisier mocht hebben haer ’t leven te benemen’. Daarop nam hij zijn viool en dwong haar om voor hem te dansen, ‘plegende meer onfatsoenlijkheden die de eerbaerheijt niet toelaet te verhalen’.

Na twee jaar huwelijk liep Alida Bruijnvis – met medeneming van haar goederen – bij haar man weg, maar ze had de grootste moeite om een scheiding van tafel en bed af te dwingen, omdat Sonk weigerde mee te werken.
 

De weg naar het huwelijk in de Gouden Eeuw

In de manier waarop de samenleving van de Gouden Eeuw zichzelf in stand hield speelde de organisatie in families een essentiële rol, en voor de stabiliteit van die organisatie waren geslaagde huwelijken nodig. De norm was daarbij niet de mate waarin de echtelieden zich naar eigen tevredenheid konden ontplooien. Het ging erom dat er kinderen werden verwekt, verzorgd en opgevoed, dat er op een verstandige manier een huishouden werd gevoerd en dat er zorg werd gedragen voor kapitaal, status en reputatie.

In het zoeken naar een partner waren ouders bereid om rekening te houden met de voorkeur van hun kinderen – zolang die althans het familiebelang niet schaadde. De gangbare praktijk van de Gouden Eeuw was dat kinderen zelf hun partner mochten uitzoeken, onder voorwaarde dat ze van een huwelijk afzagen als de kandidaat voor hun ouders onaanvaardbaar was.

Een aantal risico’s kon beter worden vermeden, meende men. In de eerste plaats een groot leeftijdsverschil en verscheidenheid van sociale status en religie. Voorts was een op passie gebaseerde verbintenis af te raden. Voor jongeren in de Gouden Eeuw werd de mogelijkheid gecreëerd om leeftijdgenoten uit eigen kring te ontmoeten in ‘gezelschappen’: clubjes die wekelijks bijeenkwamen, meestal om te dansen.

Tijdens die bijeenkomsten, die vaak tot diep in de nacht duurden, konden jongelieden elkaar leren kennen. Aan het begin van de 17e eeuw waarschuwde de koopman Daniel van der Meulen voor de verlokkingen van die vrijheid. Hij meende dat wellevende omgang tussen jongeren makkelijk kon ontaarden in ‘familiariteijt’ en vond daarom dat jongemannen zich alleen moesten inlaten met jongedames met wie ze eventueel een huwelijk konden aangaan.
 

Als de jongelieden elkaar een trouwbelofte gaven, werd in de Gouden Eeuw wel aanvaard dat ze met elkaar naar bed gingen


Om te voorkomen dat de kennismaking ongewenste gevolgen zou hebben was die aan regels gebonden. Wanneer een jongeman zich voor een meisje interesseerde, kon hij met haar praten en dansen, maar koesterde hij verdergaande plannen, dan moest hij zijn ouders formeel ‘acces’ laten vragen bij de ouders van het meisje.

Als de verkering werd toegestaan, begon een enigszins precaire periode, bedoeld om de jongelui de gelegenheid te geven om uit te vinden of ze bij elkaar pasten. Als de jongelieden elkaar een trouwbelofte gaven, werd wel aanvaard dat ze met elkaar naar bed gingen. Zo’n belofte was bindend. Tegen het eenzijdig verbreken van een verloving zonder redelijke grond kon in de Gouden Eeuw gerechtelijke actie worden ondernomen.

In de praktijk was zo’n zaak overigens tamelijk kansloos, zeker zolang de belofte alleen mondeling was gedaan. Als hij was gedaan door een persoon van onder de 25 kon de belofte eenvoudig ongeldig worden verklaard vanwege minderjarigheid. De trouwbelofte diende in de Gouden Eeuw eigenlijk vooral ter rechtvaardiging van voorechtelijk vrijen, en wie hem schond had niet zozeer de wet als wel het schandaal te vrezen.

Waren ouders en kinderen niet ontvankelijk voor elkaars argumenten, dan kon er ophef ontstaan, waarbij de ouders dreigden met onterving en de kinderen met weglopen en het veroorzaken van een schandaal. Als ouders in de 17e eeuw weigerden om toestemming voor een huwelijk te geven, hadden kinderen het recht om in beroep te gaan bij een juridische instantie. De ouders moesten aantonen dat de eer van de familie werd bedreigd of dat er voor het huwelijk geen materiële basis bestond.

Maar zulke openlijke conflicten werden in de Gouden Eeuw liefst vermeden en soms moest een van de partijen knarsetandend akkoord gaan. De koopman Andries van der Meulen was opgelucht toen het huwelijk van zijn dochter een succes bleek, ‘dewijl mijn dochter desen houwelijck niet met genueghen, maer uut gehoorsaemheijt heeft ghedaen’. Hij had zich daar schuldig over gevoeld en hij dankte God ‘dat hem ghelieft heeft die becommernis mij af te nemen’.

Als er moest worden beslist of een verkering kon uitmonden in een huwelijk, werd soms de hele familie geraadpleegd. De Amsterdamse burgemeester Johan Huydecoper werd wanhopig van de beoogde schoonfamilie van zijn oudste zoon, die maar niet tot een beslissing kon komen: ‘Soo de moeder sig met de vader wilde voegen, sou de dochter alleen bequaem kunnen sijn om alles in roock te doen verdwijnen. Godt weet, soo se alle eens waren, of het grootmoedertje niet en soude beletten.’
 

Voor jongeren in de Gouden Eeuw werd de mogelijkheid gecreëerd om leeftijdgenoten uit eigen kring te ontmoeten in ‘gezelschappen’: clubjes die wekelijks bijeenkwamen, meestal om te dansen


Een kennis van Constantijn Huygens junior had het omgekeerde probleem: hij verklaarde nogal nadrukkelijk tot een huwelijk te zijn aangespoord door de moeder van een minnares, die hem ‘met haar heele familie eens kwam attaqueeren, zij hebbende een tang in de hand en haar zoon een houwer, en haar jongste kinderen hem in de beenen bijtende’.

Was iedereen het eens, dan werd het tijd om te onderhandelen over de materiële voorwaarden. Die werden in de Gouden Eeuw vastgelegd in een contract. Soms gebeurde dat onderhands, maar meestal ten overstaan van een notaris. Het contract werd ondertekend door bruid en bruidegom, maar ook door ouders en voogden, en vaak ook nog door andere familieleden.

De man beheerde in de Gouden Eeuw het kapitaal van het echtpaar, maar omdat niet zeker was of hij daarmee op prudente wijze zou omspringen, werden er voor de vrouw clausules opgenomen die garanties boden tegen wanbeheer. Vrouwen werden niet principieel onbekwaam geacht om als gezinshoofd op te treden – weduwen konden hun overleden man in die functie vervangen –, maar gedurende het huwelijk was de man altijd verantwoordelijk.

In het contract werd ook vastgelegd hoe het kapitaal van de partners bij het overlijden van een van beiden moest worden verdeeld. Het was in de Gouden Eeuw gebruikelijk dat het geld van de gestorven partner werd teruggegeven aan zijn of haar familie. Pas wanneer het echtpaar kinderen kreeg werd het zelfstandig; dan werd het huwelijkscontract vervangen door een testament waarin de kinderen tot erfgenaam werden benoemd.

Besloot men tot een huwelijk, dan liet het aanstaande echtpaar zich bij de koster van de kerk inschrijven en vervoegde het zich daarna bij de vertegenwoordigers van de plaatselijke overheid. Die gingen na of de ouders toestemming hadden verleend. Mannen hadden tot en met hun 25ste toestemming nodig, vrouwen tot en met hun 20ste. Bovendien werd gecontroleerd of de bruidegom minstens dertien en de bruid twaalf was, en of ze niet te nauw verwant waren.

Was aan alle voorwaarden voldaan, dan werd het voorgenomen huwelijk op drie opeenvolgende zondagen in de kerk afgekondigd. Het paar stond dan ‘onder de geboden’. In die weken kreeg iedereen die bezwaar had tegen het huwelijk de gelegenheid om dat kenbaar te maken. Wanneer, iemand kwam melden dat een van de partners elders al was getrouwd of aan een ander een trouwbelofte had gedaan, werd de procedure stopgezet.
 

Een bruiloft in de 17e eeuw

Rezen er geen bezwaren, dan kreeg het paar officieel toestemming en vervolgens werd het huwelijk ingezegend door een predikant, in de kerk of thuis. De bevestiging door de predikant maakte het huwelijk rechtsgeldig. Voor wie niet tot de gereformeerde kerk behoorde was in de Gouden Eeuw de mogelijkheid geschapen om het huwelijk door de plaatselijke rechtbank te laten bekrachtigen.

Intussen waren kleermakers en naaisters aan het werk gezet. Er werd wijn besteld, er werden muzikanten ingehuurd, banketbakkers zorgden voor vlaaien, pannenkoeken en taart, en een apotheker kreeg de opdracht om een speciale kruidenwijn te bereiden. In geletterde kringen wijdden feestdichters zich aan het componeren van huwelijkszangen, alles ter opluistering van het grote evenement waarmee het huwelijk werd gevierd: de bruiloft.

Aan het einde van het feest werd het bruidspaar naar bed gebracht door de gasten, en vervolgens was het wachten op kinderen. Seksuele contacten dienden volgens de officiële moraal gericht te zijn op voortplanting en waren uitsluitend toegestaan binnen het huwelijk. Over seksuele omgang voor het huwelijk werd in de 17e eeuw doorgaans niet al te moeilijk gedaan, zij het dat er in geval van zwangerschap wel moest worden getrouwd. Als dat snel gebeurde, was er weinig aan de hand.

Werd er kort na het huwelijk een kind geboren, dan werd het stel opgeroepen om voor de kerkenraad te verschijnen en verantwoording af te leggen voor de ‘premature bijligging’. Maar het was voldoende als de echtelieden verklaarden dat ze het nooit met iemand anders hadden gedaan en dat ze elkaar van tevoren een trouwbelofte hadden gegeven. Ze kregen dan een berisping, maar daar bleef het bij.

Buitenechtelijk seksueel verkeer werd in de Gouden Eeuw wel ernstig opgenomen, vooral bij gehuwden. Het kon tot een scheiding leiden, al was het niet zo eenvoudig te bewijzen, zeker niet bij mannen. Vrouwen kwamen serieus in moeilijkheden als er een zwangerschap uit ontstond. Als de man weigerde zijn minnares te trouwen, kon zij hem meestal niet dwingen, hoogstens het schandaal laten afkopen. Hij moest dan beloven het kind te onderhouden tot het meerderjarig was.

In het geval van een buitenechtelijke zwangerschap werd niet zelden geprobeerd die te onderbreken. Zodra de eerste tekenen zich openbaarden werd getracht een miskraam op te wekken, meestal met behulp van laxeermiddelen en drankjes. Als probaat middel golden vooral thee, getrokken van saffraan, en een aftreksel van zevenboom, een giftig soort jeneverbes. Om aan de schande te ontkomen gingen buitenechtelijke moeders er in de Gouden Eeuw ten einde raad zelfs wel toe over om hun baby te doden of te vondeling te leggen.
 

Huwelijksproblemen in de Gouden Eeuw

Doorgaans werkte de huwelijkspolitiek goed. Bruid en bruidegom waren vrijwel altijd afkomstig uit dezelfde sociale klasse. Ze behoorden gewoonlijk tot dezelfde kerkgemeenschap en woonden in dezelfde plaats. Toch ontstonden er in echtelijke relaties soms openlijke problemen, door botsende karakters, of wegens ruzie om geld, of ten gevolge van overmatig drankgebruik.

Dronkenschap was niet zelden verbonden met verkwisting, en als het kapitaal of het inkomen daardoor verloren dreigde te gaan was het moment gekomen om in te grijpen. In Utrecht zette Louis de Malapert zijn vrouw ‘onder de blauwe hemel & op straet’ en liet vervolgens de kerkklokken luiden om de aandacht te vestigen op wat hij in de stad liet omroepen: dat hij niet langer voor haar schulden zou opdraaien.

Problemen trachtte men in de Gouden Eeuw eerste instantie intern op te lossen, via bemiddeling door familieleden. Slechts in uiterste nood, als een huwelijk was verworden tot publiek schandaal, werden de problemen beëindigd door een scheiding – en dat was dan nog slechts een scheiding van tafel en bed, want een huwelijk viel in principe niet te ontbinden.

Alleen procedurefouten, overspel, kwaadwillige verlating en langdurige afwezigheid zonder bericht vormden grond voor echtscheiding. Het meeste huwelijksleed moest lijdzaam worden gedragen. Alleen als het al te bar werd ging men over tot separatie. Onverenigbaarheid van karakter was daarvoor onvoldoende grond.’

Pas als de onenigheid tot verregaande handtastelijkheden had geleid ging men ertoe over om de vechtenden te scheiden. Meestal waren er vele vruchteloze verzoeningspogingen aan voorafgegaan, veelal door verwanten die de familie de schande van een scheiding wilden besparen. Maar soms liepen de ruzies zo hoog op en waren de scènes zo spectaculair dat de eer toch niet meer te redden viel, en dan werd de samenwoning beëindigd en de boedel gescheiden.

Hertrouwen was in de Gouden Eeuw onmogelijk. Alida Bruijnvis moest wachten tot de dood van Jan Sonk voor ze een nieuw huwelijk kon aangaan. Haar tweede huwelijk duurde nog vier jaar; toen stierf ze zelf.

Pas aan het einde van de achttiende eeuw werd onverenigbaarheid van karakter aanvaard als legitieme reden voor een scheiding. In de 17e eeuw werd het huwelijk in de eerste plaats beschouwd als een alliantie en overheerste de opvatting dat de samenleving het zich niet kon permitteren om het welbevinden van individuen te laten prevaleren boven een hechte familiestructuur. Het huwelijk was in de Gouden Eeuw een contract waar men van op aan moest kunnen. Het geluk van de betrokkenen was meer een middel dan een doel.

Meer weten
Wie meer wil weten over de formele kanten van het huwelijk kan terecht bij Manon van der Heijdens Huwelijk in Holland (1998). Voor de praktische huwelijkspolitiek onder de gegoede burgerij, zie Luuc Kooijmans, Vriendschap en de kunst van het overleven in de 17de en 18de eeuw (1997). Wie geïnteresseerd is in de positie van de vrouw kan terecht bij Els Kloek, Vrouw des huizes (2009).

Afbeelding: De jagersbuit van Gabriël Metsu (ca. 1658-ca. 1661). 

Mensen van klein vermogen

In Mensen van klein vermogen is historicus A.Th. van Deursen erin geslaagd een levendig beeld te schetsen van hoe men in Holland in de Gouden Eeuw geleefd, gewerkt, gevoeld en gedacht heeft. Het uitzonderlijke van deze fascinerende studie is dat er niet,...

€ 27,50 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen